Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2005:AT9117

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
07-07-2005
Datum publicatie
12-07-2005
Zaaknummer
16/604335-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Rechtbank niet bevoegd met betrekking tot het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis voor een intakegesprek

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE UTRECHT

Parketnummer: 16/604335-05

De rechtbank te Utrecht, meervoudige raadkamer;

gelet op het bevel tot gevangenhouding van 07 juli 2005,

in de zaak tegen:

[verdachte],

gezien het ter zitting van de raadkamer door de raadsman gedane mondelinge verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis;

gehoord de officier van justitie, de verdachte en de raadsman, mr. W.S. Ludwig.

OVERWEEGT als volgt:

Verdachte heeft een verzoek ingediend tot schorsing van de voorlopige hechtenis voor een intakegesprek bij R.P.C. te Zeist.

Op 01 juli 2005 is artikel 80 van het Wetboek van Strafvordering gewijzigd in dier voege, dat de rechtbank niet meer bevoegd is verlof te verlenen in de gevallen waarin verlof kan worden verleend op grond van het bepaalde bij of krachtens de Penitentiaire Beginselenwet.

Op grond van artikel 26 van de Penitentiaire Beginselenwet is de directeur in de gevallen vermeld in de artikelen 22 tot en met 31 van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting bevoegd verlof te verlenen.

Artikel 29 van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting bepaalt dat de directeur incidenteel verlof voor een intakegesprek aan een voorlopig gehechte gedetineerde kan verlenen na bevel van een rechterlijke autoriteit.

Artikel 116 lid 2 van de Grondwet bepaalt dat de wet de bevoegdheid van de rechter regelt.

Aangezien de Regeling voornoemd geen wet is in de zin van artikel 116 lid 2 van de Grondwet komt aan de rechtbank voor een verzoek als het onderhavige geen rechtsmacht meer toe.

BESCHIKKENDE:

Verklaart zich onbevoegd van het onderhavige verzoek kennis te nemen.

Aldus gedaan te Utrecht op 07 juli 2005 door mr(s). J.R. Krol, V.M.M. van Amstel en I.

Bruna, rechters, in tegenwoordigheid van A. Kalter als griffier.

De voorzitter is buiten staat deze beschikking te ondertekenen.

De beschikking is derhalve door de oudste rechter en de griffier ondertekend.