Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2005:AT7126

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
07-06-2005
Datum publicatie
09-06-2005
Zaaknummer
16/500306-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zijn (toen) 8-jarige stiefdochter seksueel misbruikt. Om onthulling van de incest te voorkomen heeft verdachte, enige jaren later, zich -onder meer- als hacker voorgedaan en op vrijwel dagelijkse basis dreigmails naar zijn stiefdochter gestuurd, die veelal beledigend en intimiderend van aard zijn. Verdachte heeft daarmee een stelselmatige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van zijn stiefdochter. Verdachte is daarbij zelfs zo ver gegaan dat hij kinderporno op de computer van zijn stiefdochter heeft geplaatst op het moment dat zij aangaf aangifte te willen doen. De bewezenverklaarde feiten zijn stuk voor stuk zeer ernstige strafbare feiten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte ter terechtzitting amper blijk gegeven inzicht te hebben in het laakbare en de gevolgen van zijn gedragingen en lijkt hij de feiten te bagatelliseren. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maaden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE UTRECHT

Parketnummer : 16/500306-05

Datum uitspraak : 7 juni 2005

Tegenspraak

Raadsman: mr. A.P. van Stralen

G/T: Nee

VERKORT VONNIS

van de rechtbank te Utrecht, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

thans gedetineerd in P.I. Utrecht, Huis van Bewaring locatie Nieuwegein.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 mei 2005.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Het onder 3 ten laste gelegde feit, belaging, betreft een zogenaamd klachtdelict. Strafvervolging wegens belaging vindt niet plaats dan op klacht van hem tegen wie het misdrijf is begaan. De rechtbank heeft geconstateerd dat een dergelijke klacht zich niet in het dossier bevindt.

Naar het oordeel van de rechtbank staat aan het ontbreken van de (afzonderlijke) klacht een strafvervolging ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde niet in de weg, nu uit de aangifte zonder meer blijkt dat het slachtoffer strafvervolging wenst.

De officier van justitie kan derhalve ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde worden ontvangen in haar vervolging.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan op de wijze als hierna is vermeld.

1. Primair

hij in de periode 01 januari 1997 tot 01 maart 2001 te Utrecht,

meerdere malen, met [slachtoffer],

zijn minderjarige (stief)dochter, geboren op [geboortedatum], die toen de

leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd die

mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van

het lichaam, immers, heeft verdachte

- zijn pink, althans zijn vinger (zo diep mogelijk) in de vagina van

[slachtoffer] gestopt, en

- zijn tong in/tegen de vagina van die [slachtoffer] gestopt/gebracht en de

vagina van die [slachtoffer] gelikt, en

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] geduwd, en

- die [slachtoffer] (op haar blote huid) gestreeld en betast, en

- zijn stijve penis tussen de benen van die [slachtoffer]

gelegd/gestopt;

- die [slachtoffer] zijn stijve penis laten aanraken/betasten en in zijn

stijve penis laten knijpen en zich door die [slachtoffer] laten aftrekken;

2.

hij in de periode van 04 januari 2005 tot en met 11 februari 2005

te Utrecht, meermalen [slachtoffer] heeft bedreigd met zware mishandeling

en met verkrachting en met feitelijk aanranding van de eerbaarheid,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] (schriftelijk) dreigend de woorden toegevoegd:

- "Je kent mij echt heel goed, je vertrouwd me zelfs, maar dat is een domme

fout. Ik kan je leven tot een hel maken. Als je niet doet wat ik wil kunnen er

ook gekke dingen met je familie gebeuren. Ik weet dat je broertje alleen naar

school gaat, ik kan hem makkelijk in elkaar slaan.", en

- "Ik kan jou ook uitnodigen voor een feestje, omdat je me vertrouwd zal je

dat wel doen. Dan nodig ik wat vrienden uit die jou met een groep willen

verkrachten (geloof me die jongens zijn er)" en

- "De eerste straf die (je) van mij krijgt is dat ik wil dat je met je webcam

een filmpje van jezelf maakt, maar dan zonder kleren. Zorg dat ik je tieten en

je kut goed kan zien. Sla dat filmpje op in deze map, als ik het gezien heb

zal ik het wissen OKE. Geloof me ik lieg nooit. En schrijf ook in een document

wat je in je leven aan sex gedaan hebt. Lieg niet want ik weet meer dan je

denkt. Sla dit ook in deze map op. Als je al mijn opdrachten netjes uitvoert

zal je er niet zo lang last van me hebben, ik wil je alleen maar een lesje

leren. Doe je het niet dat zal je veel meer ellende meemaken dan je je voor

kan stellen... en je familie ook..(...)Dag naïef trutje of moet ik je HOER

noemen.", en

- "Hier is wat we van je willen. Je weet inmiddels dat we een groep zijn. We

hebben in onze groep zelfs een van jouw vriendinnen gedwongen om mee te doen.

Je schijnt het leuk en spannend te vinden om hoer te zijn. (...) Daarom willen

we je laten kiezen wat je voor ons moet doen: keuze 1: prostitutie of keuze 2:

incest. Kies je voor 1 dan zal je leven een hel worden. Kies je voor 2 dan kan

je het misschien geheim houden en er invloed op hebben. De keuze is aan jou.

Je hebt 1 dag de tijd om te kiezen, doe je dat niet dan kiezen wij. Wees niet

zo dom om te denken dat we je niet kunnen dwingen, want dat kunnen we wel. Als

wij moeten kiezen zal alles waar we je mee gedreigd hebben ook met je gebeuren

en nog veel meer.", en

- "Oke, begin er vandaag mee. Je hoeft hem niet te neuken ofzo. Trekken,

vingeren, pijpen of beffen of tieten likken is genoeg. (...) als je het toch

niet doet gaan er veel meer mailtjes rond. en die zullen veel erger zijn.",

en

- "Heel dom van je om te weigeren.(...) Maar eerst gaan we je vader wegwerken,

zodat hij je niet meer beschermen kan."

3.

hij in de periode van 04 januari 2005 tot en met 11 februari 2005 te Utrecht, in

elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft

gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] met het oogmerk die [slachtoffer]te dwingen iets te doen, niet te doen, en vrees aan te jagen, immers heeft

hij in bovengenoemde periode stelselmatig en met grote regelmaat opzettelijk

door zich voor te doen als 'een hacker' en een onbekend gebleven

vriendin en 'een meisje, een jongen en een enge man' en met als

e-mailadres of afzender '[e-mailadres1]' en '[e-mailadres2]' en '[e-mailadres3]' en

'[e-mailadres4]'

e-mailberichten en/of MSN-berichten aan (het e-mailadres van) die [slachtoffer]

verstuurd, waarin telkens beledigende en/of bedreigende en/of

vreesaanjagende teksten stonden geschreven met telkens het oogmerk die

[slachtoffer] te dwingen tot seksuele handelingen en/of niet te vertellen over

seksueel misbruik in het verleden en die [slachtoffer] vrees aan te jagen.

4.

hij in de periode van 22 januari 2005 tot en met 21 februari 2005 te Utrecht

meermalen een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen,

te weten:

één harddisk van een computer met daarop 317 afbeeldingen

zoals omschreven in het procesverbaal nummer PL0911/05-003327B, pagina 33 tot

en met 38 en betreffende onder meer:

- 221 afbeeldingen van meisjes, die op

zodanige wijze poseren en/of zijn afgebeeld, dat hun ontblote

geslachtsdelen (nadrukkelijk en/of uitdagend) in beeld zijn gebracht

(op een wijze kennelijk bedoeld, althans mede bedoeld om seksuele prikkeling

op te wekken), en

- 9 afbeeldingen van meisjes die op

zodanige wijze poseren en/of zijn afgebeeld, dat hun ontblote

geslachtsdelen (nadrukkelijk en/of uitdagend) in beeld zijn gebracht

(op een wijze kennelijk bedoeld, althans mede bedoeld om seksuele prikkeling

op te wekken), en één of meer leeftijdsgenootje(s) aanwezig is/zijn, en

- 41 afbeeldingen van meisjes, die (een)

seksuele handeling(en) met betrekking tot hun vagina's bij zichzelf

verrichten, en

- 1 afbeelding van een meisje dat het geslachtsdeel van een (volwassen) man in

haar mond heeft, en

- 45 afbeeldingen van meisjes, die zelf een

voorwerp in hun vagina stop(t)(pen).

bij welke vorenbedoelde afbeeldingen (telkens) een persoon die kennelijk de

leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar

was betrokken, (telkens) in bezit heeft gehad.

Voor zover in het bewezenverklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1 primair, 2, 3 en 4 telkens meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De strafbaarheid van de feiten

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde:

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Bedreiging met zware mishandeling en met verkrachting en met feitelijke aanranding van de eerbaarheid

Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Belaging

Ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde:

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen sanctie

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zijn (toen) 8-jarige stiefdochter seksueel misbruikt, zoals in de bewezenverklaring nader is omschreven. Weliswaar is niet komen vast te staan dat het slachtoffer door fysiek geweld werd gedwongen tot het ondergaan van de seksuele handelingen, verdachte heeft evenwel op een zeer grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn stiefdochter. Verdachte heeft het vertrouwen dat een stiefdochter in haar stiefvader mag hebben en de daarbij behorende gevoelens van veiligheid en geborgenheid op een ontoelaatbare en grensoverschrijdende wijze ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen belangen en de bevrediging van zijn seksuele behoeften. Daarbij is verdachte volstrekt voorbij gegaan aan de gevolgen van dergelijke seksuele contacten, die veelal ernstig en langdurig kunnen zijn, zoals deze reeds blijken uit de door het slachtoffer ter terechtzitting afgelegde verklaring.

Om onthulling van de incest te voorkomen heeft verdachte, enige jaren later, zich -onder meer- als hacker voorgedaan en op vrijwel dagelijkse basis dreigmails naar zijn stiefdochter gestuurd, die veelal beledigend en intimiderend van aard zijn. Niet alleen heeft verdachte daarmee een stelselmatige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van zijn stiefdochter, ook geven zijn gedragingen blijk van de psychische druk die verdachte steeds op zijn stiefdochter uitoefende. Verdachte is daarbij zelfs zo ver gegaan dat hij kinderporno op de computer van zijn stiefdochter heeft geplaatst op het moment dat zij aangaf aangifte te willen doen.

De bewezenverklaarde feiten zijn stuk voor stuk zeer ernstige strafbare feiten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte ter terechtzitting amper blijk gegeven inzicht te hebben in het laakbare en de gevolgen van zijn gedragingen en lijkt hij de feiten te bagatelliseren.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 24 februari 2005, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld;

- een voorlichtingsrapport betreffende de verdachte, van de Stichting Reclassering Nederland, unit Utrecht, d.d. 25 februari 2005, opgemaakt door C. van Schaik, reclasseringswerkster;

- een voorlichtingsrapport betreffende de verdachte, van de Stichting Reclassering Nederland, unit Utrecht, d.d. 15 april 2005, opgemaakt door C. van Schaik, reclasseringswerkster;

- een omtrent verdachte opgemaakt rapport d.d. 17 maart 2005 van drs. J.W.G.M. van Soest, psycholoog, voor zover -zakelijk weergegeven- inhoudende

als diagnostische overwegingen:

“Onderzochte is een in zichzelf teruggetrokken man, die eerder introvert dan extravert genoemd kan worden. Hij koestert wantrouwen jegens mensen uit de buitenwereld, die hij met achterdocht beschouwt. Er zijn geen aanwijzingen voor een paranoïde stoornis, maar wel voor achterdocht en wantrouwen. Er zijn aanwijzingen voor narcistische en vermijdende persoonlijkheidstrekken.”

als antwoord op de vraag of verdachte ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten lijdende was aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens:

“Bij onderzochte kon geen gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens of een ziekelijke stoornis van de geestvermogens worden aangetroffen tijdens onderhavig onderzoek. Wel worden mogelijke pedofiele gevoelens (parafilie) waarschijnlijk geacht door onderzoeker. Er worden voorts vermijdende en narcistische trekken aangetroffen die niet als een persoonlijkheidsstoornis zijn te diagnosticeren.

Ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten was er mogelijk sprake van deze pedofiele geaardheid. De genoemde persoonlijkheidstrekken lijken van latere datum te zijn.

Onderzochte lijkt de grens tussen vader en stiefdochter te hebben overschreden en lijkt moeite te hebben gehad om de natuurlijke grens qua intimiteit in acht te nemen. Zijn gedrag was grensoverschrijdend en hij hield in onvoldoende mate rekening met de schadelijke gevolgen van zijn gedrag voor zijn stiefdochter.

Er kan als gevolg van de psychosociale problematiek tot een lichte vermindering van de toerekeningsvatbaarheid worden geconcludeerd.”

als beantwoording van de vraag naar de kans op recidive:

“Onderzochte lijkt middels zijn e-mails onvoldoende de natuurlijke grens tussen vader en stiefdochter op het intieme seksuele vlak in ogenschouw te hebben genomen, waardoor de kans op herhaling niet uitgesloten kan worden. Onderzochte geeft weer zijn eigen gedrag ook niet te kunnen begrijpen, hetgeen aannemelijk maakt dat hij verward is over zijn gevoelens in dat opzicht. Door de teruggetrokken levensstijl is onderzochte ook met andere mensen minder in staat gebleken tot intimiteit, hetgeen een risicofactor is voor het ontwikkelen van parafilie.”

als beantwoording van de vraag binnen welk juridisch kader interventies gerealiseerd kunnen worden:

“Een behandeling door De Waag als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel wordt geadviseerd.”

De rechtbank neemt de conclusie van deze deskundige wat betreft de toerekenbaarheid over en maakt deze tot de hare.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte ter zake van de onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot -kort gezegd-

een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met reclasseringscontact als bijzondere voorwaarde, ook indien dit een behandeling bij De Waag inhoudt.

De rechtbank acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Onttrekking aan het verkeer:

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten 16 cd-rom’s/DVD’s, 1 harddisk, serienummer D740X-6L en 1 harddisk, serienummer G209P5Z zullen worden onttrokken aan het verkeer, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het onder 2, 3 en 4 bewezenverklaarde is begaan.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering.

De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van de onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feit, te weten een bedrag van € 782,25 wegens materiële schade en een bedrag van € 10.000,00 wegens immateriële schade.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door de ten aanzien van verdachte bewezenverklaarde feiten. De immateriële schade wordt bij wijze van voorschot naar billijkheid vastgesteld op € 7.500,00 en de materiële schade wordt begroot op € 782,25. De vordering zal daarom tot een totaalbedrag van € 8.282,25 worden toegewezen.

Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij dat betrekking heeft op de immateriële schade is niet van zo eenvoudige aard dat dit onderdeel van de vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij zal daarin niet-ontvankelijk worden verklaard met bepaling dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De verdachte zal worden verwezen in de tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten, die worden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Na te noemen maatregel wordt opgelegd omdat verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36b, 36c, 36f, 57, 240b, 244, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING:

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor vermeld, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair, 2, 3 en 4 telkens meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde strafbaar is en dat dit de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 36 (ZESENDERTIG) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (ZES) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast.

Stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- de veroordeelde na te melden bijzondere voorwaarde niet naleeft:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de door of namens de Stichting Reclassering Nederland, Unit Utrecht, te geven aanwijzingen, zolang die reclasseringsinstelling dat nodig acht, ook indien dit behandeling bij De Waag te Utrecht, centrum voor ambulante forensische psychiatrie, inhoudt, met opdracht aan de Stichting Reclassering Nederland de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer: 16 cd-rom’s/DVD’s, 1 harddisk, serienummer D740X-6L en 1 harddisk, serienummer G209P5Z.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij], wonende te Utrecht, ten dele toe tot een bedrag van € 8.282,25 (zegge achtduizendtweehonderdtweeëntachtig euro en vijfentwintig eurocent). Veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen kwijting aan deze benadeelde partij te betalen.

Verwijst de veroordeelde in de kosten door de benadeelde partij tot op heden gemaakt, vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering voor wat betreft het hiervoor omschreven gedeelte en dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt aan de veroordeelde de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij voornoemd te betalen € 8.282,25 (zegge achtduizendtweehonderdtweeëntachtig euro en vijfentwintig eurocent) bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 165 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Indien en voor zover door de veroordeelde dit bedrag aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij is betaald, vervalt daarmee de verplichting van veroordeelde om voormeld bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Andersom vervalt de verplichting tot betaling aan de Staat indien en voor zover door de veroordeelde voormeld bedrag aan de benadeelde partij is betaald.

Dit vonnis is gewezen door mrs. A. Wassing, voorzitter, V.M.M. van Amstel en

G.K. Sluiter, rechters, bijgestaan door mr. J.A. van Wageningen als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 juni 2005.

Mr. Sluiter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.