Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2005:AT3556

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
06-04-2005
Datum publicatie
14-04-2005
Zaaknummer
184592/HAZA 04-2070
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres sub 1 is eigenaar van een perceel grond van circa 2357 m2, gelegen aan het Achterpad. Eisers sub 2 hebben in eigendom een perceel van circa 1689 m2 aan het Achterpad. In december 1982 heeft Gedeputeerde Staten (GS) in de provincie Utrecht goedkeuring onthouden aan het bij gemeenteraadsbeluit vestgestelde bestemmingsplan "Wilhelminapark Noord" voor zover dit betrekking had op de percelen van eisers. Nadien heeft de gemeenteraad geen nieuw bestemmingsplan in procedure gebracht voor dit deel van het plangebied. Eisers hebben een villa gebouwd op één van de genoemde percelen. De bouwvergunning op basis waarvan zij tot bouw van die villa zijn overgegaan is vernietigd.

Wetsverwijzingen
Wet op de Ruimtelijke Ordening 30
Wet op de Ruimtelijke Ordening 33
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

VONNIS

van de rechtbank Utrecht, enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken,

in de zaak van:

1. de vennootschap onder firma

V.O.F. Achterpad,

gevestigd te [Baarn],

2. [a. en b. eisers sub 2]

wonende te [woonplaats],

e i s e r s,

hierna gezamenlijk te noemen: Achterpad c.s.,

procureur: mr. P.J.M. van Galen,

- t e g e n -

de openbare rechtspersoon

De Gemeente Baarn,

zetelende te Baarn,

g e d a a g d e,

hierna te noemen: de gemeente,

procureur: mr. B.F. Keulen.

1.

Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 27 september 2004;

- akte inbreng producties aan de zijde van Achterpad c.s.;

- conclusie van antwoord met producties;

- tussenvonnis van 1 december 2004 waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- proces-verbaal van comparitie van partijen na antwoord van 16 februari 2005.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2.

De feiten

2.1

Eiseres sub 1 is eigenaar van een perceel grond van circa 2357 m2, gelegen aan het Achterpad in de gemeente Baarn. Eisers sub 2 hebben in eigendom een perceel van circa 1689 m2 aan het Achterpad in de gemeente Baarn, kadastraal bekend als gedeelte van de percelen gemeente Baarn, sectie K, nummers 1757 en 1758.

2.2

In december 1982 heeft Geduputeerde Staten (GS) van de provincie Utrecht goedkeuring onthouden aan het bij gemeenteraadsbesluit vastgestelde bestemmingsplan “Wilhelminapark Noord” voor zover dit betrekking had op (onder meer) de percelen van Achterpad c.s. Nadien heeft de gemeenteraad geen nieuw bestemmingsplan in procedure gebracht voor dit deel van het plangebied.

2.3

Achterpad c.s. hebben een villa gebouwd op één van de genoemde percelen. De bouwvergunning op basis waarvan zij tot bouw van die villa zijn overgegaan is vernietigd bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 juli 2003.

3.

De vordering en het verweer

3.1

Achterpad c.s. vorderen dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. verklaart voor recht dat de gemeente onrechtmatig handelt jegens haar door na te laten op grond van het bepaalde in artikel 33 Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) met inachtneming van de overwegingen van GS, zoals weergegeven in het besluit van 21 december 1982, een bestemmingsplan in procedure te brengen ten aanzien van het Achterpad en omgeving, en deswege schadeplichtig is jegens haar;

2. de gemeente te veroordelen om binnen een maand na het ten deze te wijzen vonnis met inachtneming van de overwegingen van GS zoals weergegeven in het besluit van 21 december 1982, een bestemmingsplan in procedure te brengen ten aanzien van het Achterpad en omgeving, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 100.000,- per dag voor iedere dag dat de gemeente daarmee in gebreke blijft;

3. de gemeente te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2

Achterpad c.s. stellen dat de gemeente onzorgvuldig heeft gehandeld jegens haar, als rechthebbenden op de bouwpercelen, nu de gemeente haar wettelijke plicht tot invulling van de bouwbestemming via een nieuw bestemmingsplan achterwege laat. Het niet tijdig nemen van besluiten en het weigeren om aan een wettelijke plicht te voldoen is, naar Achterpad c.s. stellen, onrechtmatig jegens haar. Zij stellen dat indien de gemeente tijdig een bestemmingsplan zou hebben vastgesteld, duidelijk geweest zou zijn of er wel of niet gebouwd mocht worden en zouden zij niet ten onrechte kosten gemaakt hebben.

3.3

De gemeente voert onder meer aan dat het niet voldoen aan artikel 30 en 33 WRO geen onrechtmatig handelen jegens Achterpad c.s. oplevert en dat de gestelde termijnen slechts termijnen van orde zijn.

4.

De beoordeling

4.1

Krachtens artikel 30, eerste lid, WRO stelt de gemeenteraad een nieuw bestemmingsplan vast binnen een jaar nadat door GS de goedkeuring aan een bestemmingsplan is onthouden. Vast staat dat GS in december 1982 voor onderhavige percelen goedkeuring heeft onthouden aan het bestemmingsplan “Wilhelminapark Noord” en dat de gemeenteraad sindsdien voor deze percelen geen nieuw bestemmingsplan heeft vastgesteld. Derhalve heeft de gemeente de norm van artikel 30 WRO geschonden.

4.2

Met de gemeente is de rechtbank echter van oordeel dat hieruit niet voortvloeit dat de gemeente gehouden is om (mogelijk) dientengevolge geleden schade van Achterpad c.s. te vergoeden. Naar het oordeel van de rechtbank moet artikel 30 WRO naar huidig recht met name worden gezien als een instructienorm aan de gemeente, waarin tot uitdrukking wordt gebracht dat de wetgever - vanuit ruimtelijke ordeningsperspectief - groot belang hecht aan de planvaststellingsverplichting van de WRO. De geschonden norm strekt echter niet tot bescherming tegen de schade van burgers ten gevolge van het ontbreken van een bestemmingsplan. Derhalve kan niet nader worden ingegaan op de specifieke omstandigheden van dit geval.

4.3

In artikel 33, eerste lid, WRO is bepaald dat een bestemmingsplan tenminste eenmaal in de tien jaren wordt herzien. Uit de stellingen van partijen vloeit voort dat het ten aanzien van onderhavige percelen gedurende meer dan tien jaar geen herziening van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden. Nu de gemeenteraad beslist omtrent de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de gemeente deze norm geschonden.

4.4

Ten aanzien van deze schending is de rechtbank echter evenzeer van oordeel dat Achterpad c.s. hieraan geen rechten kunnen ontlenen. Immers, ook dit artikel bevat een termijn die zich - vanuit het belang van een goede ruimtelijke ordening - richt tot de gemeente en die voor een individuele burger niet afdwingbaar is.

4.5

Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen zullen worden afgewezen. Achterpad c.s. zullen derhalve worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de gemeente.

5.

De beslissing

De rechtbank:

5.1

wijst de vorderingen af;

5.2

veroordeelt Achterpad c.s. in de proceskosten aan de zijde van de gemeente gevallen, tot op deze uitspraak begroot op € 241,-- aan verschotten en op € 904,-- aan salaris. Verklaart dit vonnis voor wat betreft deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J.H. van Meegen en is in het openbaar uitgesproken op woensdag 6 april 2005.