Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2004:AO6738

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
01-04-2004
Datum publicatie
01-04-2004
Zaaknummer
KG nr. 174409/KG ZA 04-171/BL
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Tussen een aantal Suzuki autodealers en hun importeur bestaat verschil van mening over (onder meer) de vraag of de importeur kan vergen dat een dealer verplicht lid wordt van een dealervereniging. Deze discussie houdt ook verband met de inwerkingtreding van een nieuwe vrijstellingsverordening (EG Verordening 1400/2002) voor autodistributienetwerken. De voorzieningenrechter oordeelt dat de dealers zich in de gegeven omstandigheden niet tegen de eis van een verplicht lidmaatschap kunnen verzetten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

KG nr. 174409/KG ZA 04-171/BL

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

VONNIS van de voorzieningenrechter

in het kort geding van:

1. de besloten vennootschap

AUTOPLAN B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Hilversum,

2. de besloten vennootschap

AUTO CAMMINGHA B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Leeuwarden,

3. de besloten vennootschap

SUZUKI ALMERE B.V.,

eiseressen,

gevestigd en kantoorhoudende te Almere,

procureur: mr. E.M. van Zelm,

advocaat : mr. F. Kemp te Amsterdam,

- t e g e n -

de besloten vennootschap

B.V. NIMAG,

gevestigd te Heinenoord, gemeente Binnenmaas, en kantoorhoudende te Vianen,

gedaagde,

procureur: mr. R. Imhof.

Partijen worden hierna genoemd: Autoplan c.s. respectievelijk Nimag.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Het verloop van de procedure is als volgt:

· dagvaarding d.d. 3 maart 2004, waarvan een fotokopie aan dit vonnis is gehecht;

· mondelinge behandeling op 17 maart 2004;

· producties en pleitnotities van beide partijen.

1.2. Partijen hebben vonnis gevraagd.

2. De feiten

2.1. Nimag is in Nederland exclusief importeur van auto's van het merk Suzuki. Zij heeft voor de distributie van de door haar geïmporteerde Suzuki's een netwerk opgezet van door haar geselecteerde en aangestelde dealers. Autoplan c.s. hebben ieder voor zich op 23 januari 1997 een zogenoemde dealerovereenkomst gesloten met Nimag en zijn als officiële dealer aangewezen voor de wederverkoop van Suzuki's in het hun toegewezen rayon. De dealerovereenkomsten hebben als ingangsdatum 1 juli 1996 en houden telkens onder meer in:

"XII. DUUR EN BEËINDIGING VAN DE OVEREENKOMST

1) Duur

De overeenkomst treedt in werking op de ingangsdatum en is aangegaan voor onbepaalde tijd.

2) Beëindiging

Zowel importeur als Dealer zijn gerechtigd de Overeenkomst te allen tijde schriftelijk bij aangetekende brief op te zeggen met inachtneming van een opzegtermijn van twee jaar. Een opzegtermijn van slechts één jaar kan in acht worden genomen indien Dealer door ondertekening van de Overeenkomst voor de eerste maal toetreedt tot het distributienetwerk. Van deze verkorte opzegtermijn van één jaar kan slechts gebruik worden gemaakt binnen een periode van vier jaar na de eerste toetreding.

(...)

4) Bijzondere vormen van beëindiging

Onverminderd de elders in dit artikel opgenomen vormen van beëindiging, kan Importeur de Overeenkomst beëindigen met een opzegtermijn van twaalf maanden, in geval van noodzaak tot reorganisatie van een wezenlijk deel van het distributienet."

Autoplan c.s. zijn met Nimag overeengekomen dat artikel XIII lid 3 van de standaard dealerovereenkomst, waarin - kort gezegd - staat vermeld dat de dealers verplicht lid zijn van de Suzuki dealervereniging, tussen hen niet van toepassing is.

2.2. Nimag heeft aan al haar dealers, waaronder Autoplan c.s., een op 26 september 2002 gedateerde brief verzonden met het opschrift: Betreft: Beëindiging van de dealerovereenkomst". Deze brief houdt onder meer in:

"Zoals u inmiddels zult hebben vernomen, zal de autodistributie in Europa een belangrijke wijziging ondergaan als gevolg van het van kracht worden van de nieuwe EG-groepsvrijstellingsverordening 1400/2002.

De nieuwe verordening voorziet onder andere wat betreft de verkoop van nieuwe automobielen in een keuze tussen selectieve of exclusieve distributie.

In nauwe samenwerking met Suzuki Motor Corporation, heeft B.V. Nimag gekozen voor het systeem van exclusieve distributie. In een exclusief distributiesysteem verkrijgen de dealers een eigen gebied waarbinnen andere Suzuki (sub)dealers niet actief mogen verkopen, zodat daarmee een zekere gebiedsbescherming wordt geboden. Daarnaast kan Suzuki Motor Corporation/B.V. Nimag objectieve kwalitatieve criteria opstellen aan de hand waarvan de officiële dealers zullen worden geselecteerd.

Met het oog op de kwalitatieve selectie van dealers heeft Suzuki Motor Corporation in nauw overleg met de landelijke distributeurs, Suzuki Dealer Standards opgesteld die als absolute basiseisen gelden en door iedere dealer die de officiële Suzuki dealer status binnen het officiële Suzuki dealernetwerk wenst te verwerven of te handhaven, dienen te worden nageleefd. (...)

Als gevolg van de met het nieuwe regime gepaard gaande aanpassingen op distributieniveau zal het distributienetwerk van Suzuki Motor Corporation in Europa dusdanig moeten worden ingericht, dat deze de toekomstige concurrentie het hoofd kan bieden en Suzuki haar huidige marktpositie kan behouden c.q. versterken. Dit vereist een reorganisatie van het huidige dealernetwerk.

In verband met deze reorganisatie zijn wij genoodzaakt de tussen ons gesloten dealerovereenkomst hierbij te beëindigen conform het bepaalde in artikel XII lid 4 van die overeenkomst, met inachtneming van een termijn van 12 maanden en derhalve tegen 1 oktober 2003. Voor het geval deze opzegging met een termijn van één jaar onverhoopt geen rechtsgevolg zou hebben, zeggen wij de Suzuki dealerovereenkomst bij deze subsidiair op met een termijn van twee jaar en derhalve tegen 1 oktober 2004, één en ander met inachtname van het bepaalde in artikel XII lid 2 van de dealerovereenkomst. Volledigheidshalve wijzen wij u erop dat deze opzegging tevens ziet op - indien van toepassing - uw nevenvestigingen. (...)

Op korte termijn zal uw account manager en een afgevaardigde van B.V. Nimag met u een afspraak maken en tezamen met u bezien óf en zo ja, op welke wijze en in welke hoedanigheid u deel kunt gaan uitmaken van het nieuwe Suzuki Dealernetwerk. Voorwaarde is uiteraard wel dat u voldoet aan de voormelde Suzuki Standards en de overige vereisten die aan het voorgestelde dealerschap zijn verbonden.

Tenslotte wensen wij te benadrukken dat ten aanzien van deze collectieve beëindiging overleg is geweest met het bestuur van de Suzuki Auto Dealervereniging. Tevens zullen wij met het bestuur van de Suzuki Auto Dealervereniging binnen het kader dat ons door Suzuki Motor Corporation wordt gegeven - de nieuwe contractuele voorwaarden van de nieuwe Suzuki dealerovereenkomst bespreken."

2.3. Nimag heeft aan al haar dealers, waaronder Autoplan c.s., een op 20 november 2002 gedateerde brief verzonden met het opschrift: Betreft: toekomstige dealerorganisatie Suzuki". Deze brief houdt onder meer in:

"Tijdens de dealermeeting op 23 september jl. in Zeist hebben wij u uitvoerig geïnformeerd over de gevolgen van de nieuwe Europese wetgeving (BER) voor de Suzuki organisatie. Inmiddels wordt steeds duidelijker dat Suzuki wel eens het enige merk zou kunnen zijn dat gebruik gaat maken van een exclusief distributiesysteem. (...)

Daarnaast zijn wij al geruime tijd met de S.A.D. (de dealervereniging van Suzuki, toev. voorzieningenrechter) in overleg over de wijze waarop we het Suzuki dealernetwerk onder de nieuwe BER gaan inrichten. Het was ook de wens van uw bestuur om tot het exclusieve distributiesysteem te komen. (...)

Afgelopen vrijdag hebben wij in dit kader weer overleg gevoerd en zijn wij tot de slotsom gekomen dat wij (de S.A.D. en BV Nimag) het niet eens konden worden over de wijze waarop zo'n regio zou moeten worden ingericht. Voornamelijk de contractuele randvoorwaarden bleken een te groot obstakel. Op grond van die situatie hebben wij besloten om de gesprekken over de vorming van regio's te staken en de huidige werkwijze te handhaven. (…)

Hierdoor ontstaat natuurlijk een nieuwe situatie. In feite blijft de huidige netwerkstructuur grotendeels intact en krijgt in principe iedere Suzuki dealer die thans van ons netwerk deel uitmaakt een nieuw contract aangeboden, mits desbetreffende dealer aan de alsdan geldende Suzuki dealernormen en voorwaarden voldoet. Vorenstaande neemt evenwel niet weg, dat wij het Suzuki netwerk in enkele gebieden dienen in te krimpen en derhalve in enkele gevallen toch van een aantal dealers afscheid zullen moeten nemen. In die gevallen zullen wij de termijn van een jaar waarmee wij de huidige dealerovereenkomst hebben opgezegd, verlengen tot een termijn van in totaal twee jaren, derhalve tot 1 oktober 2004 (mits en voor zolang desbetreffende dealer aan zijn contractuele verplichtingen voldoet), met dien verstande dat daar waar nodig voor de periode 1 oktober 2003 tot 1 oktober 2004, de huidige dealerovereenkomst in lijn zal worden gebracht met de nieuwe dealerovereenkomst en de BER."

2.4. Bij brief van 29 september 2003 heeft Nimag aan Autoplan c.s. onder meer medegedeeld dat zij voor de periode van 1 oktober 2003 tot het einde van de dealerovereenkomsten op 1 oktober 2004 een aantal aanpassingen in de contractuele relatie aanbrengt, teneinde deze voor de resterende tijd in overeenstemming te doen zijn met EG-Verordening 1400/2002.

2.5. Nimag heeft aan Autoplan c.s. een nieuwe dealerovereenkomst aangeboden. Partijen hebben vervolgens overleg gevoerd over de voorwaarden van de nieuwe dealerovereenkomst. Autoplan c.s. maken met name bezwaar tegen de verplichting in de nieuwe dealerovereenkomst dat zij lid worden van de Suzuki- dealervereniging. Nimag stelt dit als eis voor het sluiten van een nieuwe overeenkomst. Alle overige Suzuki-dealers aan wie nieuwe dealerovereenkomsten waren aangeboden, hebben deze voorwaarde inmiddels geaccepteerd.

2.6. Nadat was gebleken dat partijen geen overeenstemming over een nieuwe dealerovereenkomst konden bereiken, heeft Nimag haar aanbod tot het sluiten van nieuwe dealerovereenkomsten met Autoplan c.s. ingetrokken. Nimag heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat de dealerovereenkomsten met Autoplan c.s. zijn beëindigd met ingang van 1 oktober 2004 door de opzegging van 26 september 2002.

3. De vordering en het verweer

3.1. De vordering van Autoplan c.s. strekt, kort weergegeven, ertoe Nimag te veroordelen om tot het moment dat bij eindvonnis ten gronde zal zijn vastgesteld dat de tussen partijen gesloten dealerovereenkomsten zijn beëindigd, alle verplichtingen die voortvloeien uit of samenhangen met de op 23 januari 1997 gesloten dealerovereenkomsten ten aanzien van elk van hen na te komen, dit met inachtneming van de bepalingen die voortvloeien uit EG-Verordening 1400/2002 en zoals vastgelegd in de brief van 29 september 2003 van Nimag, het voorgaande op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van Nimag in de proceskosten.

3.2. Op de verweren van Nimag zal hierna, voor zoveel nodig, worden ingegaan.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. Vaststaat dat Nimag bij brief van 26 september 2002 de dealerovereenkomsten met Autoplan c.s. heeft opgezegd. Autoplan c.s. stellen zich primair op het standpunt dat dit uiteindelijk niet tot opzegging heeft geleid, omdat Nimag bij brief van 20 november 2002 de opzegging heeft ingetrokken. Nimag betwist dit een en ander. Derhalve dient, voorzover mogelijk in dit kort geding, in de eerste plaats te worden beoordeeld of Nimag bij laatstgenoemde brief de eerdere opzegging van de dealerovereenkomsten heeft ingetrokken, althans of Autoplan c.s., gelet op alle omstandigheden van het geval, aan de inhoud van die brieven het gerechtvaardigde vertrouwen mochten ontlenen dat Nimag de opzegging had ingetrokken.

4.2. Uit de brief van 26 september 2002 blijkt dat de inwerkingtreding van EG-Verordening 1400/2002 volgens Nimag leidde tot een noodzakelijke reorganisatie van haar dealernetwerk. Dit laatste was volgens genoemde brief de directe aanleiding voor de opzegging. Op zichzelf genomen voeren Autoplan c.s. terecht aan, dat Nimag in haar brief van 20 november 2002 de opzegging niet langer baseert op de noodzaak van een reorganisatie van haar dealerorganisatie. Dit neemt echter niet weg, dat uit die brief blijkt dat Nimag wel bij het standpunt blijft dat alle op dat moment nog lopende dealerovereenkomsten dienen te worden beëindigd in verband met de inwerkingtreding van EG-Verordening 1400/2002. In de brief wordt immers melding gemaakt van het aanbieden van een nieuw contract aan dealers die aan de alsdan geldende Suzuki-normen voldoen, terwijl in enkele gevallen als gevolg van inkrimping dealers geen nieuw contract krijgen aangeboden. In die laatste gevallen heeft Nimag de termijn waarmee de dealerovereenkomsten zijn opgezegd verlengd tot twee jaren. In dit laatste ligt besloten dat in alle andere gevallen een opzegtermijn van een jaar blijft gelden.

4.3. Tekst en strekking van de brief van 20 november 2002 laten voorshands derhalve geen andere uitleg toe, dan dat Nimag ten aanzien van alle dealers zou vasthouden aan de opzegging van de lopende dealerovereenkomsten, hetzij teneinde deze te vervangen door nieuwe, op EG-Verordening 1400/2002 afgestemde overeenkomsten (in welk geval een opzegtermijn van een jaar zou gelden), hetzij om in sommige gevallen haar dealernetwerk in te krimpen (in welk geval een opzegtermijn van twee jaar zou gelden). Autoplan c.s. hebben tegen deze achtergrond onvoldoende onderbouwd dat zij erop mochten vertrouwen dat de opzegging in de brief van 26 september 2002 was ingetrokken. Uitgangspunt is derhalve verder dat Nimag de opzegging van de dealerovereenkomsten met Autoplan c.s. ook na 20 november 2002 heeft gehandhaafd en dat Autoplan c.s. dat zo ook moesten begrijpen.

4.4. Autoplan c.s. hebben vervolgens aan hun vordering de stelling ten grondslag gelegd dat de opzegging niet rechtsgeldig was. In dat verband rijst in de eerste plaats de vraag of Nimag een juiste opzegtermijn in acht heeft genomen. Vaststaat dat Nimag feitelijk een opzegtermijn van twee jaar hanteert, maar Autoplan c.s. voeren aan dat zij pas vanaf medio 2003 werkelijk rekening hoefden te houden met de mogelijkheid dat hun dealerovereenkomsten zouden eindigen zonder overeenstemming over een nieuwe overeenkomst. Voorzover Autoplan c.s. daarmee betogen dat de effectieve opzegtermijn korter was dan twee jaar, kan dit betoog hen niet baten. Immers, nadat zij bekend waren geworden met de opzeggingsbrief van 26 september 2002 hadden Autoplan c.s. rekening moeten houden met de mogelijkheid dat zij geen overeenstemming zouden bereiken met Nimag over de inhoud van de nieuwe dealerovereenkomst, dit wegens het niet door hen voldoen aan de "Suzuki Standards". Volgens de opzeggingsbrief van 26 september 2002 zou dit laatste ertoe leiden dat Autoplan c.s. niet langer deel uitmaken van het Suzuki Dealernetwerk. Deze mogelijkheid was reëel blijkens hetgeen hierna aan de orde komt over de eis van Nimag dat al haar dealers lid zijn van de Suzuki dealervereniging. Deze eis is onderdeel van de Suzuki Standards (NL.standards Sales versie 2.1).

4.5. In dit kort geding wordt derhalve vooralsnog uitgegaan van een door Nimag in acht genomen (effectieve) opzegtermijn van twee jaar. Deze opzegtermijn correspondeert met de termijn die is genoemd in artikel XII van de opgezegde dealerovereenkomsten, alsook met de bepalingen van EG-Verordening 1475/95 die, naar niet in geschil is, op de opzegging van toepassing zijn. Autoplan c.s. stellen dat de opzegging desondanks niet rechtsgeldig was, omdat een reden ontbreekt die een voldoende zwaarwegende grond voor beëindiging oplevert, althans de aangevoerde reden later onjuist bleek. Autoplan c.s. verwijzen in dit kader naar rechtspraak waarin - kort samengevat - is geoordeeld dat de opzeggende partij onder bepaalde omstandigheden geen gebruik mag maken van haar opzegbevoegdheid, althans niet zonder vergoeding van het door de wederpartij geleden nadeel. Nimag daarentegen stelt dat, nu zij feitelijk de dealerovereenkomst volgens de vereiste formaliteiten heeft opgezegd met een opzegtermijn van twee jaar, op grond van EG-Verordening 1400/2002 en de inhoud van de opgezegde dealerovereenkomsten geen reden voor de opzegging behoeft te worden aangevoerd.

4.6. Dit laatste dient voorshands juist te worden geacht. Nu partijen een opzegtermijn van twee jaar zijn overeengekomen en deze termijn effectief in acht is genomen, is sprake van een rechtmatige opzegging, ongeacht de motieven die aan de opzegging ten grondslag lagen. Noch uit de dealerovereenkomst noch uit EG-verordening 1475/95 volgt dat aan een reguliere opzegging op een termijn van twee jaar een gerechtvaardigde reden ten grondslag dient te liggen. Blijkens de toelichting op die verordening is bij het vaststellen van de minimumtermijnen voor de opzegging gelet op de mogelijkheid die een dealer moet hebben om zijn investeringen terug te verdienen, waartoe een opzegtermijn van twee jaar voldoende moet worden geacht.

4.7. Voorzover in het onderhavige geval bij de opzegging aspecten van redelijkheid en billijkheid een rol spelen, blijven deze beperkt tot de vraag of zich hier het zeer uitzonderlijke geval voordoet dat de opzegging van de dealerovereenkomst leidt tot een onaanvaardbaar resultaat. Daarbij is niet maatgevend óf de dealer door de opzegging enig nadeel lijdt. Zulks dient in het algemeen inherent te worden geacht aan de opzegging van een (dealer)overeenkomst. Dit ligt anders indien dit nadeel, gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de in acht genomen opzegtermijn, zodanig disproportioneel is, dat toepassing van de desbetreffende opzegbevoegdheid in de dealerovereenkomsten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (vgl. artikel 6:248 lid 2 BW). Autoplan c.s. hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit geval zich hier voordoet. Ten slotte kan niet worden gezegd dat de aangevoerde reden voor opzegging dusdanig onjuist is, dat aan de opzegging geen rechtsgevolg kan worden verbonden. De uiteindelijke aanleiding voor de opzegging was, zoals blijkt uit de brief van 26 september 2002, gelegen in het van kracht worden van EG-Verordening 1400/2002, terwijl in die brief reeds melding wordt gemaakt van het voornemen van Nimag om nieuwe dealerovereenkomsten te sluiten met dealers die voldoen aan de "Suzuki Standards".

4.8. Voor wat betreft de eis van het voldoen aan bedoelde standards is het volgende van belang. Autoplan c.s. hebben aangevoerd dat Nimag niet van hen kan vergen dat zij lid worden van de Suzuki dealervereniging. Autoplan c.s. verwijzen daarbij naar de opgezegde dealerovereenkomst. Het enkele feit echter dat Autoplan c.s. bij de vorige dealerovereenkomst met Nimag hebben bedongen dat deze voorwaarde niet ten aanzien van hen zou gelden, brengt niet mee dat Nimag thans, in het kader van de nieuwe dealerovereenkomst, deze voorwaarde niet alsnog mag stellen. Het staat partijen immers vrij na een rechtmatige beëindiging van een eerdere contractuele relatie te onderhandelen over een nieuwe contractuele relatie en daarbij nieuwe voorwaarden te bedingen. Dit volgt uit het beginsel van contractsvrijheid. Nimag heeft, naar voorshands wordt geoordeeld, dit beginsel niet geschonden door Autoplan c.s. een standaardcontract aan te bieden. In dit verband is voorts het volgende belang.

4.9. Vaststaat dat partijen over de kwestie van het verplichte lidmaatschap van de Suzuki dealervereniging in het verleden (te weten in het kader van het sluiten van de vorige, thans opgezegde, dealerovereenkomst) reeds de nodige discussie hebben gevoerd. Blijkens hetgeen partijen hebben aangevoerd stond daarbij de wens van Nimag dat haar dealers lid zouden zijn van de dealervereniging lijnrecht tegenover de weigering van Autoplan c.s. om lid te worden van die vereniging. Uit de brieven van 26 september 2002 en 20 november 2002 blijkt dat Nimag ook voor de nieuwe situatie een belangrijke rol heeft toebedeeld aan de dealervereniging. Specifieke omstandigheden waaruit zou volgen dat Autoplan c.s. in redelijk-heid geen rekening hoefden te houden met de wens van Nimag dat in de toekomst zonder uitzondering al haar dealers lid zijn van de dealervereniging (hetgeen in feite de reden was voor Autoplan c.s. om de nieuwe dealercontracten niet te accepteren), zijn niet gesteld of aannemelijk geworden. Autoplan c.s. hadden derhalve kunnen voorzien dat ook in het kader van de nieuwe dealerovereenkomsten deze kwestie opnieuw aan de orde zou zijn en, zoals uiteindelijk is gebleken, zeer wel een breekpunt zou kunnen vormen.

4.10. Ook overigens kan niet worden gezegd dat de opzegging, althans de wens van Nimag om uitsluitend een nieuw contract met Autoplan c.s. te sluiten indien laatstgenoemden akkoord gaan met het verplicht lidmaatschap van de dealervereniging (artikel 23 lid 4 van de nieuwe dealerovereenkomst), in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Nimag heeft aangevoerd dat de eis dat al haar dealers lid zijn van de dealervereniging is gebaseerd op de wens om onderwerpen die de dealers gezamenlijk betreffen met een georganiseerd verband te bespreken in plaats van met elke dealer afzonderlijk. De bezwaren die Autoplan c.s. daartegen hebben aangevoerd treffen voorshands geen doel althans zijn niet van een zodanig gewicht dat zij tot het oordeel kunnen leiden dat Nimag die eis in redelijkheid niet kan stellen danwel dat sprake is van een ongeoorloofd pressiemiddel. Onvoldoende aannemelijk is immers geworden dat Nimag aldus beoogt de concurrentie te verminderen of dat dit het effect van een verplicht lidmaatschap is. In dit kader is nog van belang dat Autoplan c.s. zelf ter zitting hebben verklaard dat ook in hun visie de "harde kernbepalingen" van EG-Verordening 1400/2002 een verplicht lidmaatschap van een dealervereniging niet verbieden, hetgeen wel voor de hand had gelegen indien sprake was geweest van een concurrentiebeperkend effect van een dergelijk verplicht lidmaatschap.

4.11. Ten aanzien van de mogelijkheid die de dealervereniging heeft om namens haar leden contractuele verplichting aan te gaan stellen Autoplan c.s. dat de bevoegdheid daartoe onvoldoende in de statuten is bepaald. Dit kort geding is evenwel niet het juiste forum om die kwestie te beoordelen. Ten aanzien van de gebondenheid aan besluiten van de dealervereniging wijst Nimag er overigens terecht op, dat de laatste versie van de statuten een dispensatieregeling bevatten in artikel 6 lid 6 van die statuten. Onderdeel van deze regeling is de mogelijkheid om een afwijzende beslissing op een dispensatieverzoek voor te leggen aan een onafhankelijke instantie. Dat het hier een bindend advies betreft en geen rechterlijke instantie, is voorshands geen aanleiding om reeds op die grond de eis van het verplicht lidmaatschap onredelijk of nietig te achten, te minder nu artikel 3 lid 6 van EG-Verordening 1400/2002 in sommige gevallen juist als voorwaarde voor de vrijstelling stelt, dat bepaalde geschillen aan een onafhankelijke deskundige of scheidsrechter worden voorgelegd. Deze wijzen van geschillenbeslechting kunnen zeer wel op één lijn worden gesteld met een bindend advies. Ook in zoverre treffen de bezwaren van Autoplan c.s. geen doel.

4.12. De vordering zal derhalve worden afgewezen. Autoplan c.s. zullen, nu zij in het ongelijk zijn gesteld, in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1. wijst de vordering af;

5.2. veroordeelt Autoplan c.s. in de kosten van het geding, tot aan dit vonnis aan de zijde van Nimag begroot op € 703,-- voor salaris van de procureur en op € 241,-- voor verschotten; verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.S. Elkhuizen-Koopmans, voorzieningenrechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 2004.

w.g. griffier w.g. rechter