Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2004:AO4534

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
25-02-2004
Datum publicatie
09-03-2004
Zaaknummer
148908/HAZA 02-1423 en 155196/ HAZA 02-2372
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Non-conformiteit; Schending waarschuwingsplicht in verband met in brand vliegen auto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

VONNIS

van de rechtbank Utrecht, enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken,

in de hoofdzaak met rolnummer 148908 HA ZA 02-1423 van:

[eiser],

wonende te [woonplaats] (Polen),

e i s e r,

procureur: mr. J.J.W. Remme,

- t e g e n -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VOLVO SERVA B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

g e d a a g d e,

procureur: mr. M. Leijstra,

alsmede in de vrijwaringszaak met rolnummer 155196 HA ZA 02-2372 van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VOLVO SERVA B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

e i s e r e s in vrijwaring,

procureur: mr. C.D. van Vliet,

- t e g e n -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VOLVO NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Beesd,

g e d a a g d e in vrijwaring,

procureur: mr. E.H. de Jonge - Wiemans.

1.

Het verloop van de procedures

IN DE HOOFDZAAK

Het verloop van deze procedure blijkt uit het vonnis van 6 november 2002, en voorts uit de volgende processtukken:

- conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie;

- conclusie van repliek in conventie tevens antwoord in reconventie;

- conclusie van dupliek in conventie tevens repliek in reconventie met producties.

Eiser in conventie, gedaagde in reconventie heeft vervolgens afgezien van het nemen van een conclusie van dupliek in reconventie, waarna partijen vonnis hebben gevraagd.

IN DE VRIJWARINGSZAAK

Het verloop van deze procedure blijkt uit de volgende processtukken:

- de dagvaarding d.d. 11 december 2002;

- akte aan de zijde van eiseres in vrijwaring;

- conclusie van antwoord in vrijwaring met productie;

- conclusie van repliek in vrijwaring;

- conclusie van dupliek in vrijwaring.

Partijen hebben vervolgens vonnis gevraagd.

IN DE HOOFDZAAK

2.

De feiten

In conventie en in reconventie:

2.1

Eiser in conventie, verweerder in reconventie, hierna te noemen: "[eiser]", heeft op 11 november 1998 van gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna: "Volvo Serva", een (nieuwe) Volvo V70 ADW Automatic gekocht (hierna: "de Auto"). De koopprijs voor de Auto, die was voorzien met het Poolse kenteken [nummer], was ƒ 114.000,00 (inclusief BTW en BPM).

2.2.

Eind september 2000 ontstond er, tijdens een rit van Polen naar Nederland in Duitsland, brand aan de achterzijde van de Auto. Deze brand is door [eiser] geblust. De Auto is vervolgens naar de werkplaats van Volvo Serva vervoerd. [Eiser] heeft Volvo Serva opdracht gegeven de Auto te repareren.

2.3

Op 20 december 2000 heeft de ANWB in opdracht van [eiser] een expertiserapport met betrekking tot de Auto opgesteld. De conclusie van dat rapport luidt als volgt:

"5. Conclusie en overleg

Uit de aard en omvang van de onvolkomenheden aan de aandrijving blijkt dat hieraan een beperkte schade aanwezig is; zijnde enige kenmerken van thermische overbelasting en enige slijtage aan de lagers. Dit schadebeeld kan mogelijk optreden door het rijden met een verschillende bandenmaat, onder vooromschreven omstandigheden.

Geconcludeerd moet worden dat het niet aannemelijk is dat de brand ontstaan is vanuit de aandrijving, het thermische schadebeeld hieraan is daarvoor te beperkt. Gesteld kan worden dat de oorzaak van de brand kennelijk ontstaan is door een technisch gebrek aan het brandstofsysteem.".

2.4

Bij e-mail van 8 januari 2001heeft een consulente customer relations van Volvo Nederland B.V. (hierna: "Volvo Nederland") aan [eiser] (onder meer) het volgende medegedeeld:

"Onze importeurswerkplaats is na onderzoek en diverse testen tot de volgende conclusie gekomen:

- het is na testen alsnog noodzakelijk gebleken de visco-koppeling van uw Volvo te vervangen.

- Het defect aan de haakse overbrenging en de visco-koppeling is te wijten aan het verschil in banden, waardoor een permanente overbelasting van beide systemen is ontstaan.

- Door langdurige olielekkage aan de achteras -ontstaan door een verkeerd aangebrachte keerring in het achter-differentieel- is de eindaandrijving zo heet geworden dat daardoor het expansievat is gesmolten en de benzine die hieruit is gelopen is in brand gevlogen. Tevens is de eindaandrijving zelf hierdoor defect geraakt.".

2.5

Bij brief van 8 februari 2001 aan [eiser] heeft de raadsman van Volvo Nederland gewezen op het feit dat ten tijde van de brand onder de Auto banden waren gemonteerd van verschillende afmetingen en profieldiepte, waarbij de omtrek van de voor- en achterbanden in onbelaste toestand ongeveer 5 centimeter bedroeg.

2.6

Volvo Serva heeft [eiser] ter zake de reparatie van de Auto en het ter beschikking stellen van een leenauto een bedrag van € 10.095,96 in rekening gebracht. [Eiser] heeft dit bedrag niet betaald, als gevolg waarvan Volvo Serva de Auto aanvankelijk niet aan [eiser] heeft afgegeven met een beroep op een retentierecht.

2.7

Teneinde afgifte van de Auto te bewerkstelligen heeft [eiser] Volvo Serva vervolgens in kort geding gedagvaard voor de President van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht. Bij vonnis van 9 oktober 2001 heeft de President Volvo Serva veroordeeld om de Auto aan [eiser] af te geven.

3.

De vordering en het verweer

3.1

[Eiser] vordert, veroordeling van Volvo Serva, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, tot betaling aan hem van een bedrag van € 5.597,06, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 4 januari 2002, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der algehele voldoening, met veroordeling van Volvo Serva in de kosten van de procedure.

3.2

[Eiser] stelt daartoe dat met betrekking tot de Auto sprake is van non-conformiteit, nu de Auto niet binnen twee jaar na aankoop spontaan in brand zou behoren te vliegen. Volvo Serva had in ieder geval op adequate en afdoende wijze dienen te waarschuwen voor mogelijke risico's, hetgeen zij heeft nagelaten. Als gevolg van de brand en de daaruit voortvloeiende omstandigheid dat [eiser] gedurende een jaar niet de beschikking over de Auto heeft gehad, heeft [eiser] schade geleden, voor welke schade Volvo Serva aansprakelijk is.

3.3

Volvo Serva voert gemotiveerd verweer tegen de vorderingen van [eiser]. Voorts vordert Volvo Serva in reconventie dat [eiser] wordt veroordeeld, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, tot betaling aan haar van een bedrag van € 10.095,96, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 1.134,00, alsmede vermeerderd met wettelijke rente, met veroordeling van [eiser] in de kosten van het geding in reconventie.

3.4

Volvo Serva stelt daartoe dat zij voor [eiser] reparatiewerkzaamheden heeft verricht alsmede dat zij [eiser] voor de periode dat de Auto gerepareerd werd een leenauto ter beschikking heeft gesteld. De voor deze werkzaamheden aan [eiser] overhandigde facturen zijn onbetaald gebleven. [Eiser] voert gemotiveerd verweer tegen de vordering in reconventie.

4.

De beoordeling

In conventie en in reconventie:

Aansprakelijkheid

4.1

De kern van het geschil van partijen is gelegen in de vraag naar de (meest waarschijnlijke) oorzaak van de brand in de Auto. [Eiser] is van mening dat de oorzaak gelegen is in een technisch gebrek aan het brandstofsysteem. Hij baseert zich op de bevindingen van C.M. Butter, de door hem ingeschakelde expert van de ANWB. Volvo Serva stelt zich daarentegen op het standpunt dat het verschil in omtrek van de voor- en achterbanden, gecombineerd met het lange tijd in een heuvelachtig landschap rijden met lage snelheid en een zwaarbeladen auto, heeft geleid tot de brand. Door deze omstandigheden is volgens Volvo Serva de viscokoppeling zodanig verhit, dat dientengevolge de brand is ontstaan. Ook de geconstateerde stug- en taaiheid van de keerring zou zijn veroorzaakt door de hitte van de viscokoppeling. Hierdoor zou olie zijn gaan lekken die vlam heeft gevat, hetgeen beschadiging van de brandstoftank tot gevolg heeft gehad. De door [eiser] ingeschakelde expert van de ANWB acht het evenwel, op basis van het door hem geconstateerde thermisch schadebeeld, niet aannemelijk dat de brand is ontstaan vanuit de aandrijving van de Auto.

4.2

In het midden kan blijven wat de oorzaak van de brand in de Auto is geweest. Indien de rechtbank veronderstellenderwijs aanneemt dat Volvo Serva zou slagen in het bewijs van de door haar aangedragen oorzaak van de brand, zal zij aansprakelijkheid niet ontlopen, nu de door [eiser] aangedragen subsidiaire grondslag voor zijn vorderingen, te weten het schenden door Volvo Serva van de op haar rustende waarschuwingsplicht, in ieder geval slaagt. Indien immers het verschil in omtrek van de voor- en achterbanden, gecombineerd met het lange tijd in een heuvelachtig landschap rijden met lage snelheid en een zwaarbeladen auto, de oorzaak zou zijn geweest van de brand, had het op de weg van Volvo Serva gelegen om [eiser] afdoende voor deze (combinatie van) omstandigheden te waarschuwen. In het door Volvo Serva aan [eiser] ter hand gestelde gebruikershandleiding met betrekking tot de Auto is slechts opgenomen dat auto's met vierwielaandrijving of een viscokoppeling altijd wielen van gelijke afmetingen moeten hebben op dezelfde as. Deze aanwijzing is niet eenduidig. In ieder geval volgt uit deze aanwijzing niet onomstotelijk dat alle vier de banden van de Auto dezelfde afmeting dienden te hebben. Hieraan doet ook niet af de opmerking van de Poolse garagehouder op een werkplaatsfactuur, onder het kopje "voorziene reparaties", dat de banden verwisseld zouden moeten worden. Indien de Poolse garagehouder expliciet had gewaarschuwd voor het rijden met banden van verschillende omtrek -naar [eiser] stelt en Volvo Serva niet, althans onvoldoende, betwist, bevatte de werkplaatsfactuur ruimte voor "Uwagi" (=waarschuwingen)- was Volvo Serva mogelijk een beroep op deze waarschuwing toegekomen. Het voorgaande klemt temeer nu er in de gebruikershandleiding geen waarschuwing is opgenomen voor (de combinatie van) het lange tijd in een heuvelachtig landschap rijden met lage snelheid en een zwaarbeladen auto.

4.4

Uit het voorgaande volgt dat Volvo Serva aansprakelijk is voor de door [eiser] als gevolg van de brand in de Auto geleden schade. Zulks impliceert tevens dat de reconventionele vordering van Volvo Serva voor afwijzing gereed ligt. Zij was immers gehouden de schade aan de Auto kosteloos te herstellen en [eiser] kosteloos vervangend vervoer ter beschikking te stellen.

Schade

4.5

De door [eiser] gevorderde schade valt in een aantal posten uiteen, te weten (i) waardevermindering van de Auto ten bedrage van € 2.722,68, (ii) betaalde Wa-verzekeringspremie gedurende een jaar ten bedrage van € 324,13, (iii) reiskosten ten bedrage van in totaal € 1.531,45, (iv) opgenomen vrije dagen voor terugbrengen leenauto en ophalen van de Auto met een waarde van € 907,56 en (v) buitengerechtelijke kosten wegens inschakeling deskundige met oog op bepaling waardevermindering ten bedrage van € 111,24. Volvo Serva voert gemotiveerd verweer tegen de verschillende schadeposten.

Ad (i) waardevermindering

4.6

Met betrekking tot de door [eiser] gevorderde waardevermindering van de Auto overweegt de rechtbank in de eerste plaats dat er in beginsel steeds door tijdsverloop sprake is van waardevermindering van een auto. Nu evenwel de kilometerstand van de Auto, blijkens het rapport van CED Bergweg B.V, nadrukkelijk een rol speelt bij de berekening van de waardevermindering en [eiser] niet met de Auto heeft gereden in de periode dat deze zich bij Volvo Serva bevond, concludeert de rechtbank dat de waardevermindering van de Auto groter zou zijn geweest indien [eiser] het gebruikelijke door hem gereden aantal kilometers van bijna 50.000 per jaar met de Auto had gereden. [Eiser] heeft met betrekking tot de waarde van de Auto derhalve geen nadeel ondervonden van het feit dat hij gedurende circa één jaar geen gebruik heeft kunnen maken van de Auto. De rechtbank zal de vordering van [eiser] op dit onderdeel afwijzen.

Ad (ii) Wa-verzekeringspremie

4.7

De door [eiser] als schade gevorderde Wa-verzekeringspremie voor een jaar was [eiser] ook verschuldigd geweest indien hij gedurende het betreffende jaar gewoon gebruik had kunnen maken van de Auto. Het betreft derhalve niet door [eiser] geleden schade als gevolg van de non-conformiteit met betrekking tot de Auto. Ook dit gedeelte van de vordering van [eiser] zal derhalve niet worden toegewezen.

Ad (iii) reiskosten

4.8

[Eiser] vordert reiskosten voor het vier maal vanuit Polen naar Nederland reizen in verband met de schade aan de Auto. De schade bestaat volgens [eiser] uit een vergoeding per aldus gereden kilometer. Daarnaast vordert [eiser] de kosten van het vliegticket voor het overkomen naar Nederland in verband met het tussen partijen gevoerde kort geding. Volvo Serva betwist de opgevoerde schade en stelt zich op het standpunt dat de door [eiser] gevorderde schade in het geheel niet is onderbouwd. Tevens stelt Volvo Serva dat niet valt uit te sluiten dat [eiser] telkens primair naar Nederland kwam om redenen die niet met (schade aan) de Auto te maken hadden.

4.9

Uit de stellingen van [eiser] en de door hem in het geding gebrachte stukken valt in de eerste plaats niet op te maken of, en hoe vaak, [eiser] vanuit Polen naar Nederland is gereisd in verband met de (schade aan) de Auto. In de tweede plaats ontbreekt tot dusverre een onderbouwing van de gevorderde sommen. De rechtbank zal [eiser] dan ook in de gelegenheid stellen zijn vordering op dit onderdeel bij akte te onderbouwen door middel van bewijsstukken. Volvo Serva zal desgewenst in de gelegenheid worden gesteld te reageren.

Ad (iv) vrije dagen

4.10

[Eiser] vordert een vergoeding van € 907,56 voor vijf door hem opgenomen vrije dagen in verband met het terugbrengen van de leenauto en het ophalen van de Auto. Hij stelt deze vergoeding te baseren op 1/20 gedeelte van zijn netto-maandsalaris. Volvo Serva stelt zich op het standpunt dat [eiser] niet heeft onderbouwd dat hij vijf vrije dagen heeft moeten opnemen en dat er tevens bewijsstukken ontbreken met betrekking tot het netto-maandsalaris van [eiser].

4.11

Uit de stellingen van [eiser] en de door hem in het geding gebrachte stukken valt inderdaad niet af te leiden of, en zo ja hoeveel, vrije dagen [eiser] heeft moeten opnemen in verband met de (schade aan) de Auto. Tevens heeft [eiser] geen stukken in het geding gebracht, waaruit het door hem gevorderde bedrag valt te destilleren. De rechtbank zal [eiser] dan ook in de gelegenheid stellen zijn vordering ook op dit onderdeel bij akte te onderbouwen door middel van bewijsstukken. Volvo Serva zal desgewenst in de gelegenheid worden gesteld te reageren.

Ad (v) inschakeling expert in verband met waardevermindering

4.12

[Eiser] vordert vergoeding van de kosten van de door hem ingeschakelde expert voor het vaststellen van de waardevermindering van de Auto ten bedrage van € 111,24. Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven onder 4.6 heeft overwogen met betrekking tot de waardevermindering, is de rechtbank van oordeel dat de kosten van de expert voor rekening van [eiser] dienen te blijven. Dit onderdeel van de vordering van [eiser] zal dan ook worden afgewezen.

4.13

De rechtbank zal iedere verder beslissing aanhouden.

5.

De beslissing

De rechtbank:

In conventie:

5.1

Bepaalt dat de zaak zal worden uitgeroepen ter rolle van woensdag 24 maart 2004 voor het nemen van een akte aan de zijde van [eiser] omtrent hetgeen in rechtsoverwegingen 4.9 en 4.11 is overwogen;

5.2.

Houdt iedere verdere beslissing aan.

In reconventie:

5.3

Houdt iedere verdere beslissing aan.

IN DE VRIJWARINGSZAAK

6.

De feiten

6.1

De rechtbank gaat uit van dezelfde vaststaande feiten als in de hoofdzaak.

7.

De vordering en het verweer

7.1

Volvo Serva vordert Volvo Nederland te veroordelen om aan [eiser] te betalen datgene, waartoe zij in de hoofdzaak jegens [eiser] mocht worden veroordeeld met veroordeling van Volvo Nederland in de kosten van het geding in vrijwaring.

7.2

Volvo Serva stelt daartoe dat Volvo Nederland jegens haar aansprakelijk is op grond van artikel 7:25 lid 1 BW, nu Volvo Nederland in de rechtsverhouding met haar als voorman te beschouwen is.

7.3

Volvo Nederland voert gemotiveerd verweer tegen de vordering in vrijwaring van Volvo Serva.

8.

De beoordeling

8.1

Volvo Nederland stelt zich op het standpunt dat met betrekking tot de Auto geen sprake is van non-conformiteit. Aldus Volvo Nederland is het verschil van omtrek van de voor- en achterbanden de belangrijkste oorzaak van de brand geweest, mogelijk in combinatie met een verkeerd aangebrachte keerring in het achterdifferentieel. Daarnaast betwist Volvo Nederland dat de door [eiser] in de hoofdzaak gevorderde schade rechtstreeks verband houdt met een gebrek aan de Auto. Tevens stelt Volvo Nederland dat [eiser] de verschillende schadeposten onvoldoende heeft onderbouwd.

8.2

De rechtbank constateert dat Volvo Nederland niet heeft weersproken dat zij op grond van artikel 7:25 lid 1 BW jegens Volvo Serva aansprakelijk is voor de schade die Volvo Serva lijdt indien [eiser] in de hoofdzaak met succes een beroep op non-conformiteit met betrekking tot de Auto toekomt. Volvo Nederland is mitsdien in beginsel gehouden Volvo Serva te vrijwaren voor de schade die Volvo Serva aldus lijdt. Nu evenwel de rechtbank in de hoofdzaak [eiser] in de gelegenheid heeft gesteld de door hem gevorderde schade op onderdelen te onderbouwen, zal iedere verdere beslissing in de vrijwaringszaak worden aangehouden.

9.

De beslissing

De rechtbank:

9.1

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.M.P. Cremers en is in het openbaar uitgesproken op woensdag 25 februari 2004.

w.g. griffier w.g. rechter