Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2003:AN9776

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
09-12-2003
Datum publicatie
09-12-2003
Zaaknummer
Kg.nr: 168860/KGZA 03-1025 LvR
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De president van de rechtbank te Utrecht, mr. H.N. Brouwer, heeft op 9 december 2003 een aantal personen en organisaties die zich bezighouden met de ondersteuning van Filippijnse zeevarenden veroordeeld tot rectificatie van een open brief aan diverse personen en instanties (waaronder de ambassadeur van de Filippijnen).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Kg.nr: 168860/KGZA 03-1025/LvR 9 december 2003

RECHTBANK UTRECHT

(sector handels- en familierecht)

VONNIS

van de voorzieningenrechter,

in het kort geding:

in de zaak van:

1. [eiser sub 1],

wonende te Zoetermeer,

2. de stichting

Stichting Steungroep Fillippijnse Zeelieden,

gevestigd te Rotterdam,

e i s e r e s s e n ,

hierna gezamenlijk te noemen [eiseressen] en afzonderlijk te noemen respectievelijk [eiser sub 1] en PSAP,

procureur: mr. M.J. Jeths,

- t e g e n -

1. [gedaagde sub 1],

wonende te Utrecht,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te Capelle aan de IJssel,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te Den Hoorn,

4. de stichting

Stichting Kapithbahayang Filipino SA Spijkenisse,

gevestigd te Spijkenisse,

5. de vereniging met beperkte rechtsbevoegheid

Federation of Filipino Organizations in the Netherlands,

gevestigd te 's-Gravenhage,

6. de stichting

Stichting Kaibigan Ng United Filipino Seafarers "Friends of U.F.S.",

gevestigd te Rotterdam,

7. [gedaagde sub 7],

wonende te Rotterdam,

g e d a a g d e n,

hierna gezamenlijk te noemen [gedaagden] en afzonderlijk te noemen respectievelijk [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3], de stichting Kaptihbahayang, de vereniging FFON, de stichting FUFS en [gedaagde sub 7],

advocaat mr. M.A. Oosterveen te Rotterdam.

1. Het verloop van de procedure

1.1

[eiser sub 1] c.s hebben [gedaagden] in kort geding doen dagvaarden bij exploot d.d. 6 november 2003. Een fotokopie is aan dit vonnis gehecht.

1.2

[eiseressen] hebben hun vorderingen jegens de aanvankelijk gedaagden de stichting Sangguniang Nayon, gevestigd te Rozenburg, de stichting "MGA KababaYan" SA Netherlands, gevestigd te Rozenburg en [een derde] voor de behandeling van dit kort geding ingetrokken.

1.3

[eiseressen] hebben hun vorderingen bij monde van hun procureur doen toelichten mede aan de hand van een pleitnota en producties.

1.4

[gedaagden] hebben bij monde van hun advocaat hun standpunt doen toelichten mede aan de hand van een pleitnotitie en producties.

1.5

Na voortgezet debat hebben partijen vonnis gevraagd.

2. De vaststaande feiten

2.1

[eiser sub 1] is sedert ongeveer drie jaar als programmamanager werkzaam voor de PSAP, een steungroep voor Filippijnse zeelieden.

Het PSAP is verbonden aan de Stichting Zeemanshuis Rotterdam (hierna te noemen SZR), een centrum waarin meerdere steungroepen voor zeevarenden zijn ondergebracht.

2.2

De stichting Kapithbahayang, de vereniging FFON en de stichting FUFS houden zich eveneens bezig met de ondersteuning van Filippijnse zeevarenden. [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3], en [gedaagde sub 7] zijn -deels in de hoedanigheid van bestuurder- bij (een van) die organisaties betrokken.

2.3

[eiser sub 1] heeft op 14 mei 2003 een e-mail bericht verzonden naar [belanghebbende], verbonden aan het SZR.

De inhoud van dit e-mail bericht is ter kennis gekomen van [gedaagden] dan wel één van hen.

2.4

In juni 2003 is "An open letter of concern" (hierna te noemen de open brief) verzonden aan onder andere de ambassadeur en de Honorary Consul van de Filippijnen, de directie van de SZR, de Novib en andere organisaties.

De brief vermeldt als afzender:

"Concerned Groups:

[belanghebbende sub 2], Friends of the United Filipino Seafarers, Rotterdam

[belanghebbende sub 3], Community Advocacy for Seafarer's Concerns (C.A.S.C.O),

[belanghebbende sub 4], Sangguniang Nayon,Rozenburg,

[belanghebbende sub 5], Stichting Kababayan, Spijkenisse,

[belanghebbende sub 6], FFNON, Den Haag,

[...] FCC, Rotterdam,

[belanghebbende sub 7], Rotterdan,

[belanghebbende sub 8], Rotterdam."

2.5

De hiervoor onder 2.4 in de Engelse taal opgestelde brief vermeldt -voor zover hier van belang en zoals deze luidt in de door de raadsman van [eiser sub 1] als productie 3 overgelegde vertaling in de Nederlandse taal, die is opgemaakt door drs. P.M. Wijsman, beëdigd vertaler in de Engelse taal-:

(…)

Hij (lees: [eiser sub 1]) is erg egocentrisch en behandelt sommige zaken op een onverantwoordelijke wijze. Ten aanzien van alles wat hij zegt verklaart hij een alwetende God te zijn omdat hij gelooft zijn manier van handelen de enige juiste manier is. Gedrag van een gefrustreerd iemand waar niemand voordeel van heeft maar dat alleen chaos kan creëren en verwarring.

Het is de gewoonte van de heer [eiser sub 1] en zijn PSAP-kameraden om roddels te verspreiden en verzonnen verhalen rond te doen gaan (…)

De heer [eiser sub 1] en zijn organisatie, de PSAP, zijn experts in het produceren van verzonnen rapporten en onderzoeken om bewijs te leveren van hun prestaties om subsidies te krijgen (…)

Om de waarheid te vertellen, is de heer [eiser sub 1] een man die van haat en jaloezie vervuld is, met een ego en een arrogantie die onvergelijkbaar groot zijn. (…) en zij zich moeten schamen dat hij in dit land blijft, waar hij gedurende vele jaren geprofiteerd heeft. Het is triest om het te moeten constateren, maar deze persoon heeft vele gezichten en kan niet worden vertrouwd.

(…) en die alleen bij elkaar kan worden verzonnen door iemand met een kwaadwillende geest (…)

(…) Alleen iemand met een gestoorde geest kan zulke dingen doen.

Voorzover wij begrijpen, hebben de heer [eiser sub 1] en zijn personeel zich misdragen en geen rekening gehouden met het standaardbeleid van het centrum voor zeelieden of dit naast zich neergelegd. Zo hebben zij o.a. zonder de juiste toestemming gebruik gemaakt van de faciliteiten van het centrum. (…)

(…) Hij (lees: [eiser sub 1]) en zijn bendes willen de hand die hen voedt, opeten.

(…) Hij (lees: [eiser sub 1]) is een paria in de Filippijnse gemeenschap in Rotterdam, hij is de termiet in de zeevaartindustrie waarvan hij zich zo graag als vertegenwoordiger uitgeeft. (…) Hij werkt alleen voor het geld, niet om te dienen of van dienst te kunnen zijn.

(Wij vragen ons af of mensen zoals deze nog aanwezig zouden zijn als zij geen vergoedingen kregen, die zij van welzijnsinstellingen hebben verkregen, welke bedragen zij als extra salaris gebruiken).

(…)

2.6

Nadat [eiseressen] op de hoogte waren gesteld van de inhoud van de brief, heeft de raadsman van [eiseressen] bij brief van 17 juli 2003 de afzenders van de brief aangeschreven.

De C.A.S.C.O en FCC hebben zich gedistantieerd van de inhoud van de brief en meegedeeld dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] op persoonlijke titel hebben gehandeld.

2.7

Bij brief, gedateerd 19 juli 2003, hebben [gedaagden] aan de raadsman van [eiseressen] meegedeeld -voor zover hier van belang-:

(…)

Hoewel wij kunnen erkennen dat de brief wellicht in wat scherpe bewoordingen is gesteld en enigszins emotioneel is, staan wij als bezorgde Filippijnse organisaties echter weldegelijk achter de inhoud.

(…)

2.8

De raadsman van [eiseressen] heeft in reactie op de hiervoor onder 2.7 vermelde brief [gedaagden] bij brief van 11 september 2003 gesommeerd aan de geadresseerde van de open brief een rectificatie toe te zenden en om van die rectificatie uiterlijk op 20 augustus 2003 een concept aan hem toe te zenden.

2.9

Bij brief van 2 september 2003 hebben [gedaagden] aan de raadsman van [eiseressen] een afschrift doen toekomen van de brief die zij op 2 september 2003 aan de in de adressering genoemde ambassadeur en organisaties hebben geschreven.

2.10

Bij brief van 23 september 2003 heeft de raadsman van [eiseressen] aan [gedaagden] meegedeeld -voor zover hier van belang-:

(…)

Kennelijk heeft u gemeend om zonder voorafgaand overleg een brief toe te zenden aan de geadresseerde, waarin geen enkele sprake is van rectificatie van de open brief. Sterker nog, cliënt wordt wederom door u negatief afgeschilderd en in een kwaad daglicht gesteld.

(…)

2.11

In het juli/augustus nummer van het jaar 2003 is in de Engelstalige Filippijnse krant Tinig ng Marino (hierna te noemen de krant) een publicatie over [eiser sub 1] verschenen, getiteld "Shaming Hannibal".

3. De vordering en het verweer

3.1

Voor de volledige inhoud en de gronden van de vordering wordt verwezen naar de fotokopie van de aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

De vordering van [eiseressen] -zoals ter zitting gewijzigd- strekt ertoe, kort weergegeven-, dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

a. [gedaagden] zal veroordelen om binnen 24 uur na betekening van het vonnis, een lijst openbaar te maken van de geadresseerden van de open brief van juni 2003 op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 2.5000,-- per dag voor iedere dag dat [gedaagden] in gebreke blijven aan dit bevel te voldoen;

b. [gedaagden] zal veroordelen om binnen 24 uur na betekening van het vonnis een rectificatie aan de onder a genoemde lijst van geadresseerden van de open brief van juni 2003 en de brief van september 2003 toe te zenden en de daarvan een verzendbewijs van over te leggen welke rectificatie opgesteld dient te zijn in de Engelse taal, op kosten van de verzenders opgesteld door een beëdigd vertaler, met de in het petitum van de dagvaarding vermelde tekst;

c. [gedaagden] zal veroordelen om na betekening van het vonnis in de eerst volgende editie van de Munting Nayond de onder b genoemde rectificatie op kosten van [gedaagden] te plaatsen op de voorpagina van deze krant op een goed leesbare plaats. Een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,-- per dag voor iedere dag dat [gedaagden] in gebreke blijven aan dit bevel te voldoen;

d. [gedaagden] zal veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan [eiser sub 1] te betalen een voorschot aan schadevergoeding op de door [eiser sub 1] geleden materiële schade ad € 2.208,11 en een voorschot op de immateriële schade ad € 7.500,--;

e. althans een zodanige beslissing zal nemen als de voorzieningenrechter in goede justitie meent te behoren;

f. [gedaagden] zal veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2

[gedaagden] hebben gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde, met veroordeling van [eiseressen] in de kosten van het geding.

3.3

Op de afzonderlijke onderdelen van de stellingen en de verweren van partijen zal hierna -voor zoveel nodig- worden ingegaan.

4. De beoordeling van het geschil

4.1

In dit geding gaat het om de vraag of [gedaagden] door hun uitlatingen zoals vermeld in de open brief en in de publicatie in de krant onrechtmatig jegens [eiseressen] hebben gehandeld.

[eiseressen] hebben in dit verband gesteld, dat [eiseressen] door die onjuiste uitlatingen in hun eer en goede naam zijn aangetast en hun reputatie is geschaad.

4.2

In een kwestie als deze, waarbij twee fundamentele rechten tegen over elkaar staan, moet bezien worden of -alle omstandigheden in aanmerking nemend- het aan [eiseressen] toekomend recht op eer en goede naam zwaarder dient te wegen dan, en derhalve een beperking rechtvaardigt van, het aan [gedaagden] toekomend recht op vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 10 van het EVRM.

4.3

Allereerst zal worden ingegaan op hetgeen door partijen naar voren is gebracht in verband met de door [gedaagden] gedane uitlatingen in de open brief.

4.4

Vooropgesteld moet worden, dat tijdens de behandeling van dit kort geding is gebleken, dat [gedaagde sub 7] de open brief slechts in zijn hoedanigheid als bestuurder van de stichting FUFS heeft ondersteund en ook uit dien hoofde als afzender op die brief staat vermeld.

Nu derhalve niet is gebleken dat [gedaagde sub 7] in verband met die open brief in privé heeft gehandeld en voorts niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde sub 7] (overigens) in privé onrechtmatig jegens [eiseressen] heeft gehandeld, dient het tegen [gedaagde sub 7] in privé gevorderde reeds op grond daarvan te worden afgewezen.

4.5

Weliswaar behelst de open brief een opinie van de afzenders als reactie op de hiervoor onder 2.3 vermelde e-mail, maar dit neemt niet weg, dat de vrijheid van meningsuiting ook in een dergelijk geval is gebonden aan grenzen, welke onder andere hierin zijn gelegen dat uitingen in een dergelijke open brief niet zijn gedaan met de bedoeling om te kwetsen en dat met het oog op het te dienen belang de gebezigde bewoordingen niet onnodig grievend en/of onjuist zijn.

4.6

De door [gedaagden] gedane uitlatingen zoals hiervoor onder 2.5 vermeld en met name de zinnen " (…) behandelt sommige zaken op een onverantwoordelijke wijze" en "De heer [eiser sub 1] en zijn organisatie, de PSAP, zijn experts in het produceren van verzonnen rapporten en onderzoeken om bewijs te leveren van hun prestaties om subsidie te krijgen (…)" wekken ondubbelzinnig de indruk dat [eiser sub 1] zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig wangedrag.

Dat die uitlatingen enige feitelijke grondslag hebben is op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt.

Uit de door [gedaagden] als producties in het geding gebrachte verklaringen blijkt dit niet. Daaruit valt slechts af te leiden dat [eiseressen] en [gedaagden] van mening verschilden omtrent het al dan niet samenwerken dan wel de wijze waarop en de wijze van dienstverlening aan de Filippijnse zeelieden en voorts dat [eiser sub 1] kennelijk niet door een ieder als een aimabel persoon wordt aangemerkt.

4.7

Daar komt bij dat de door [gedaagden] gedane uitlatingen zoals hiervoor onder 4.6 vermeld alsmede zoals onder 2.5 weergegeven onnodig grievend zijn, mede gelet op de verdere inhoud van de open brief, daarbij in aanmerking nemend de toonzetting van de daarin gedane overige uitlatingen en de gekozen bewoordingen.

In die open brief wordt van [eiser sub 1] immers een beeld gecreëerd als zou hij te beschouwen zijn als een "kwaadwillige" en "gestoorde geest" die "alleen voor het geld werkt".

Onvoldoende gesteld of gebleken is, dat [gedaagden] bij het aan de kaak stellen van de situatie binnen de PSAP en de persoon van [eiser sub 1] een dusdanig belang hadden dat dit deze onnodige grievende bewoordingen zou kunnen rechtvaardigen. Immers [gedaagde sub 1] c,.s. hadden ook het meningsverschil dat tussen [eiseressen] en [gedaagden] speelt op een andere wijze ter kennis kunnen brengen van anderen.

[gedaagden] wisten althans behoorden dan ook te weten dat zij met hun uitlatingen in die open brief [eiser sub 1] zouden kwetsen.

4.8

De stelling van de zijde van [gedaagden], dat de in de open brief vermelde uitlatingen een reactie waren op de inhoud van de hiervoor vermelde e-mail van [eiser sub 1], het door [eiser sub 1] ten toon gespreide gedrag en de door hem onjuist gebleken beschuldigingen van betrokkenheid van twee personen bij een drugssmokkel, rechtvaardigt geen andere conclusie.

Weliswaar is -zoals tijdens de behandeling van het kort geding onweersproken is betoogd- de ene persoon vrijgesproken en is de zaak tegen de andere persoon geseponeerd, maar ten tijde van het opstellen van de e-mail bevonden beide personen zich nog in voorarrest op verdenking van betrokkenheid bij drugssmokkel.

Bovendien behelst die e-mail, zoals uit de inhoud blijkt, een weergave van hetgeen [eiser sub 1] kennelijk daaromtrent te weten is gekomen en spreekt hij daarover -in niet onnodig grievende bewoordingen- zijn verontrusting uit.

4.9

Gelet op het hiervoor overwogene moet dan ook worden geconcludeerd, dat de door [gedaagden] in de open brief gedane uitlatingen onjuist zijn, onnodig grievend, en derhalve onrechtmatig.

4.10

Tijdens de behandeling van dit kort geding is gebleken, dat [gedaagden] de open brief hebben verzonden aan in het totaal 16 instanties en personen, waaronder instanties en/of personen waarvan [eiseressen] -zoals onweersproken is gesteld- subsidiegelden ontvingen.

Gelet hierop zijn de te verwachten gevolgen door de gedane uitlatingen in de open brief waardoor de eer en goede naam alsmede de reputatie van [eiseressen] zijn aangetast, dermate ernstig dat het aan [eiseressen] toekomend recht op eer en goede naam, dat door die handelwijze geschaad is, in de gegeven omstandigheden zwaarder dient te wegen dan het aan [gedaagden] toekomend recht op vrijheid van meningsuiting.

4.11

De door [eiseressen] gevorderde rectificatie van de open brief zal dan ook worden toegewezen zoals in het dictum vermeld.

Aan de stelling van [gedaagden] dat zij in hun brief van 2 september 2003 al een rectificatie hebben doen uitgaan, moet worden voorbij gegaan. Immers, die brief valt niet te duiden als een rectificatie die de aantasting van de eer en goede naam van [eiseressen] en het toegebrachte nadeel met betrekking tot hun reputatie genoegzaam kunnen wegnemen.

Dat in die brief van 2 september 2003 zodanige uitlatingen zijn gedaan, dat die brief eveneens -zoals door [eiseressen] gevorderd- rectificatie behoeft is onvoldoende gesteld of aannemelijk geworden.

4.12

De door [eiseressen] onder a. gevorderde openbaarmaking van een lijst met geadresseerden zal worden afgewezen, nu [eiseressen] bij die vordering niet langer een rechtens te respecteren belang hebben.

Immers, [gedaagden] hebben die geadresseerden tijdens de behandeling van dit kort geding, en zoals neergelegd in de pleitnotitie van de zijde van [gedaagden] onder 3, reeds aan [eiseressen] bekend gemaakt.

4.13

De door [eiseressen] onder c. gevorderde rectificatie in de krant zal eveneens worden afgewezen.

Niet gesteld of aannemelijk geworden is immers, dat het in de krant verschenen artikel tot stand is gekomen door toedoen van [gedaagden] dan wel één van hen.

De enkele omstandigheid dat -naar [eiseressen] stellen- dit artikel kennelijk gebaseerd is op de open brief leidt daar niet toe.

4.14

Gelet op het hiervoor overwogene is vooralsnog genoegzaam gebleken, dat [eiser sub 1] c.s in hun eer en goede naam zijn aangetast en dat zij dientengevolge nadeel hebben geleden

Derhalve is het zeer waarschijnlijk dat de bodemrechter -later oordelend- op grond van het bepaalde in artikel 6:106 BW aan [eiser sub 1] een schadevergoeding zal toekennen.

Nu [eiser sub 1] echter niet heeft gesteld, dat met betrekking tot het gevorderde voorschot op deze geldvordering een onmiddellijke voorziening is vereist, zal dit voorschot worden afgewezen.

4.15

De door [eiser sub 1] gevorderde materiële schadevergoeding is evenmin voor toewijzing vatbaar.

[eiser sub 1] heeft ook ten aanzien van het gevorderde voorschot op deze geldvordering niet gesteld dat een onmiddellijke voorziening is vereist, zodat reeds op grond daarvan het gevorderde voorschot moet worden afgewezen.

Die schade betreft bovendien de door de raadsman gemaakte buitengerechtelijke kosten.

De rechtbank hanteert het uitgangspunt dat het moet gaan om verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

[eiser sub 1] heeft niet gesteld dat hij de gevorderde kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en evenmin is een deugdelijk gespecificeerde omschrijving gegeven van de verrichtingen. Uit de door [eiser sub 1] in het geding gebrachte urenspecificatie blijkt onvoldoende dat de daarop vermelde verrichtingen meer omvatten dan hiervoor vermeld.

Derhalve dient er van te worden uitgegaan, dat vóór de aanvang van het geding geen andere of meer kosten zijn gemaakt dan die welke ter voorbereiding van een geding in het algemeen redelijk en noodzakelijk zijn. Die kosten moeten worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de in de artikelen 237 t/m 240 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten, zodat ook op grond hiervan die gevorderde kosten moeten worden afgewezen.

4.16

[gedaagden] zullen, zulks met uitzondering van [gedaagde sub 7], als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld.

4.17

Nu de vordering van [eiseressen] jegens [gedaagde sub 7] integraal wordt afgewezen, zal [eiseressen] in de kosten van het geding tegen [gedaagde sub 7] worden veroordeeld.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in de zaak tegen [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3], de stichting Kapithbahayang, de vereniging FFON en de stichting FUFS:

4.1

veroordeelt [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3], de stichting Kapithbahayang, de vereniging FFON en de stichting FUFS om binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan:

- de ambassadeur van de Filippijnen te 's-Gravenhage;

- de honorair consul van de Filippijnen te Rotterdam;

- de directeur van de stichting Zeemanshuis te Rotterdam;

- GGD te Rotterdam;

- Novib (Oxfam) Nederland;

- ITF;

- ICSW;

- ICMA;

- UFS Manilla te Manilla, Filippijnen;

- F.W.Z. te Rotterdam;

- Fidoc te Dordrecht;

- Fr. Frits Maas te Rotterdam;

- African Seafarers Assistance Network te Rotterdam;

- Porth Health Center te Rotterdam;

- Mercy Ships te Rotterdam;

- Cardiff University te Groot-Brittannië,

een rectificatie toe te zenden opgesteld door een beëdigd vertaler in de Engelse taal, zulks op kosten van de verzenders, met de navolgende tekst:

" Rectificatie:

In een open brief van juni 2003, welke door ondergetekenden aan u is toegezonden inzake de heer [eiser sub 1] en de door hem vertegenwoordigde PSAP, zijn door ondergetekende uitlatingen gedaan ten aanzien waarvan de voorzieningenrechter te Utrecht bij vonnis van 9 december 2003 heeft geoordeeld dat die uitlatingen onjuist, onnodig grievend, en derhalve onrechtmatig zijn jegens de heer [eiser sub 1] en de PSAP en zijn ondergetekenden bij dat vonnis veroordeeld tot rectificatie daarvan.

[gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3], de stichting Kapitbahayan Rotterdam, de vereniging Federation of Filipino Organizations in the Netherlands, de stichting Kaibigan Ng United Filipino Seafarers "Friends of U.F.S.";

4.2

veroordeelt [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3], de stichting Kapithbahayang, de vereniging FFON en de stichting FUFS aan het hiervoor onder 4.1 vermelde te voldoen onder verbeurte van een dwangsom van € 2.500,-- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat zij in gebreke blijven aan het onder 4.1 vermelde te voldoen;

4.3

bepaalt met betrekking tot de hiervoor onder 4.2 vermelde dwangsom dat boven een bedrag van in het totaal € 50.000,-- geen dwangsommen meer zullen worden verbeurd;

4.4

veroordeelt [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3], de stichting Kapithbahayang, de vereniging FFON en de stichting FUFS in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseressen] begroot op € 603,-- voor salaris procureur en op € 291,15 voor verschotten;

4.5

verklaart de onderdelen 4.1 tot en met 4.4 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.6

wijst het meer of anders jegens [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3], de stichting Kapithbahayang, de vereniging FFON en de stichting FUFS gevorderde af;

in de zaak tegen [gedaagde sub 7]:

4.7

wijst het jegens [gedaagde sub 7] gevorderde af;

4.8

veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde sub 7] begroot op € 100,-- voor salaris procureur en op € 30,-- voor verschotten;

4.9

verklaart onderdeel 4.8 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.N. Brouwer, voorzieningenrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2003.

w.g. griffier w.g. voorzieningenrechter