Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2003:AF9723

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
10-06-2003
Datum publicatie
10-06-2003
Zaaknummer
161189/KG ZA 03-418/ME
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
KG 2003, 167
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector Handels- en Familierecht

VONNIS van de voorzieningenrechter

in kort geding in de zaak van:

1. de besloten vennootschap

T. VERLAAN BEHEER B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Woerden,

2. CORNELIS VAN SCHAIK,

wonende te Harmelen, gemeente Woerden,

3. REGINA VERMEULEN-LIGTERINK,

h.o.d.n. Exclusive Out of Africa,

wonende en zaakdoende te Harmelen,

gemeente Woerden,

4. de besloten vennootschap

CARL SIEGERT HOLDING B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Harmelen,

gemeente Woerden,

5. de besloten vennootschap

HOLDING EDA B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Harmelen,

gemeente Woerden,

6. BERNARD WILLEM GERRITSEN,

h.o.d.n. Gerritsen Schilderwerken,

wonende en zaakdoende te Harmelen,

gemeente Woerden,

7. de besloten vennootschap

MIDDEN-HOLLAND HARMELEN BEHEER B.V., gevestigd te Woerden, kantoorhoudende te Harmelen, gemeente Woerden,

8. de besloten vennootschap

MWT HOLDING B.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Harmelen, gemeente Woerden,

9. GILBERT ANDRE CHARLES MAZUREL,

h.o.d.n. Mazurel Timmer- en afbouwbedrijf,

wonende en zaakdoende te Harmelen,

gemeente Woerden,

10. de besloten vennootschap

B.V. HANDELSMAATSCHAPPIJ RICHTER'S

ALGEMENE BOEKCENTRALE,

gevestigd en kantoorhoudende te Harmelen,

gemeente Woerden,

11. CORNELIS JOHANNES ZWAMBAG, h.o.d.n.

C.J. Zwambag, wonende en zaakdoende te Harmelen, gemeente Woerden,

12. de besloten vennootschap

C.A. VAN VLIET BEHEER B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Woerden,

13. de besloten vennootschap

WOUT VAN WIJNGAARDEN HOLDING B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Harmelen, gemeente Woerden,

14. de besloten vennootschap

P. VAN DAM BEHEER B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Papekop, gemeente Oudewater,

e i s e r s,

procureur: mr. R.J. Lucassen,

- t e g e n -

de rechtspersoon naar publiek recht

DE GEMEENTE WOERDEN,

zetelende te Woerden,

g e d a a g d e,

procureur: mr. J.H.A. Verschuur,

Advocaat: mr. H.J. Suyver, te Alphen aan de Rijn.

1. Het verloop van het geding

1.1.

Eisers hebben gedaagde, verder te noemen: de gemeente, in kort geding doen dagvaarden. Op de dienen-de dag, 27 mei 2003, hebben zij van eis geconcludeerd overeenkomstig de inhoud van het exploot van dagvaarding, waarvan een fotoko-pie aan dit vonnis is gehecht.

1.2.

Eisers hebben vervolgens bij monde van hun procureur hun vordering doen toelichten mede aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen en producties. Bij die gelegenheid hebben zij een akte houdende wijziging van eis genomen, waarvan een fotokopie eveneens aan dit vonnis is gehecht. Tegen deze wijziging van eis op zichzelf is door de gemeente geen bezwaar gemaakt.

1.3.

De gemeente heeft bij monde van haar advocaat, verweer gevoerd eveneens mede aan de hand van een overgelegde pleitaantekeningen en producties.

1.4

Namens de gemeente zijn enige inlichtingen verstrekt door haar ambtenaar de heer [betrokkene] en namens eisers door hun adviseur de heer [betrokkene]. Voorts hebben het woord gevoerd eiser sub 2 in persoon en de heren [betrokkenen], respectievelijk namens eisers sub 1, 4 en 8.

1.5.

Partijen hebben tenslotte verzocht vonnis te wijzen.

2. De vaststaande feiten

2.1.

Op 11 december 1997 heeft de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Harmelen een besluit genomen over de uitbreiding van het bedrijventerrein "Putkop" te Harmelen. Met dit besluit aanvaardde de gemeenteraad -behoudens een zich hier niet terzake doende uitzondering- het voorstel d.d. 4 december 1997 van het college van burgemeesters en wethouders van Harmelen. Dit voorstel bevat de volgende tekst:

"Onderwerp: Uitgangspunten exploitatie fase 1 en 2 uitbreiding bedrijventerrein Putkop.

Ten behoeve van de ontwikkeling van de uitbreiding van het bedrijventerrein Putkop hebben wij een exploitatieopzet voor fase 1 en fase 2 gemaakt. Wij zijn er daarbij van uitgegaan dat de eerste helft van fase 1 in 1998 wordt uitgegeven tegen een grondprijs van 260 gulden per m2, exclusief BTW. Dit bedrag wordt voor 1999, wanneer de uitgifte van de tweede helft fase 1 is gepland, en opeenvolgende jaren, verhoogd met 3 % per jaar. We geven de gronden uit tot het hart van de sloot. De vorenvermelde grondprijs is op initiatief van de Stuurgroep Projecten tot stand gekomen en komt in de plaats van de door ons eerder voorgestelde 255 gulden. De reden van de verhoging is gelegen in de compensatie van reeds bekende en eventueel toekomstige financiële tegenvallers.

De prijs van de gronden achter de Energieweg/Industrieweg hebben we gesteld op 135 gulden (exclusief BTW) indien de gronden in 1998 verkocht kunnen worden. Vanaf 1999 en volgende jaren geldt ook hiervoor een verhoging van 3 % per jaar. Het bedrag van 135 gulden is tot stand gekomen door de verkoopprijs in 1987, zijnde 100 gulden, te indexeren met 3 % per jaar.

De gronden fase 2 willen we in 2000 bouwrijp maken, in welk jaar tevens een begin wordt gemaakt met de uitgifte, met een doorlooptijd tot 2006. Het voorgestane tempo van uitgifte is schematisch weergegeven en ligt voor u ter inzage. Ook hiervoor geldt dat de verkoopprijs wordt geïndexeerd.

Voor een overzicht van de uitgangspunten verwijzen wij naar de vertrouwelijke stukken in de raadsmap, waar ook de exploitatieopzet voor u ter inzage ligt.

Voorstel:

Wij vragen u in te stemmen met de uitgangspunten exploitatieopzet fase 1 en fase 2.

Zoals hierboven en in de vertrouwelijke bijlage genoemd."

2.2.

Fase 1 van de gronduitgifte is door de toenmalige gemeente Harmelen conform planning gestart in 1998. Met de gronduitgifte in fase 2 is echter in afwijking van de planning geen aanvang gemaakt in 2000. Dit hield mede verband met de omstandigheid dat de gemeente Harmelen per 1 januari 2001 is opgeheven en opging in de toen nieuw ingestelde gemeente Woerden.

2.3.

Sinds de invoering van de Wet Dualisering Gemeentebestuur berust de bevoegdheid besluiten over gronduitgiftes te nemen niet langer bij de gemeenteraden maar bij de colleges van burgemeester en wethouders. Het college van de gemeente Woerden heeft medio mei 2002, in afwijking van het eerdere besluit van de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Harmelen, besloten, dat de kavels in de fase 2 van Putkop voor een prijs van 195 euro per vierkante meter zouden worden uitgegeven en dat daarnaast per vierkante meter een bijdrage van 5,50 euro exclusief BTW in rekening zou worden gebracht als bijdrage voor de aanleg van nutsvoorzieningen. Daarbij is tevens besloten dat toewijzing zou plaatsvinden door middel van loting in vier urgentiecategorieën. De gemeente heeft de bedrijven die in het verleden hun belangstelling voor een kavel in (de tweede fase van) Putkop kenbaar hadden gemaakt bij brief van 10 juli 2002, verzonden op 25 juli 2002, van dit besluit in kennis gesteld.

2.4.

Bij brieven van latere datum en tijdens een voorlichtingsbijeenkomst op 25 september 2002 heeft de gemeente de gegadigden nader geïnformeerd over de te volgen procedure. Op 2 respectievelijk 22 oktober 2002 hebben de lotingen plaatsgevonden. Hiervan is bij notariële akte proces-verbaal opgemaakt. Eisers zijn daarbij allen ingeloot. De gemeente heeft hun ieder een concept-koopovereenkomst toegezonden waarin een grondprijs is opgenomen overeenkomstig het collegebesluit van medio mei 2002.

2.5.

Eisers hebben de gemeente bij verschillende gelegenheden kenbaar gemaakt te willen vasthouden aan de uitgangspunten voor verkoop zoals destijds door de gemeenteraad van Harmelen vastgesteld. Uiteindelijk heeft hun raadsman de gemeente bij brief van 4 april 2003 gesommeerd de aan eisers gedane grondaanbiedingen in die zin aan te passen dat uitgegaan zal worden van een grondprijs van 136,77 euro per vierkante meter (het equivalent van f. 260,-- + indexering van 3% per jaar) en af te zien van de bijdrage voor nutsvoorzieningen.

2.6.

De gemeente heeft geweigerd aan deze sommatie gehoor te geven.

3.

Het geschil en de beoordeling ervan

3.1.

Voor de volledige inhoud en de grondslagen van de vor-dering wordt verwezen naar de aangehechte dagvaarding en de akte houdende wijziging van eis. Samengevat komt de vordering van eisers op het volgende neer:

primair:

- dat de gemeente wordt veroordeeld tot nakoming van de tussen haar en elk van eisers afzonderlijk tot stand gekomen koopovereenkomst betreffende een bouwkavel op het bedrijventerrein Putkop te Harmelen, in die zin dat zij haar medewerking zal verlenen aan de levering daarvan, met de bepaling dat als koopprijs zal gelden het in de koop begrepen aantal vierkante meters grond vermenigvuldigd met -het equivalent in euro van- f. 260,-- vermeerderd met een indexering van 3 % per jaar vanaf 1999, exclusief BTW, en met de bepaling dat geen aanvullende vergoeding voor voorzieningen zal worden bedongen;

- dat zal worden bepaald dat, indien de gemeente haar medewerking aan de levering niet binnen de daartoe in het vonnis gestelde termijn mocht verlenen, dit vonnis in de plaats van (een deel van) de akte van levering zal treden, althans dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als deze akte, althans dat een door de voorzieningenrechter aan te wijzen vertegenwoordiger de rechtshandeling(en) tot levering zal verrichten;

subsidiair:

- dat de gemeente wordt veroordeeld een koopovereenkomst aan te gaan met elk van de eisers afzonderlijk betreffende een bouwkavel op het bedrijventerrein Putkop te Harmelen en medewerking te verlenen aan de levering van die kavel, met de bepaling dat als koopprijs zal gelden zoals hierboven in het primaire deel van de vordering vermeld en met de bepaling dat geen aanvullende vergoeding voor voorzieningen zal worden bedongen;

- dat zal worden bepaald dat, indien de gemeente haar medewerking aan het opmaken van de koopakte en of de akte van levering niet binnen de daartoe in het vonnis gestelde termijn mocht verlenen, dit vonnis in de plaats van (een deel van) die koopakte c.q. die akte van levering zal treden, althans dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als die koop- c.q. leveringsakte, ofwel dat een door de voorzieningenrechter aan te wijzen vertegenwoordiger de benodigde rechtshandelingen zal verrichten;

meer subsidiair:

- dat de gemeente wordt veroordeeld om de onderhandelingen gericht op de totstandkoming van een schriftelijke koopovereenkomst betreffende een bouwkavel op het bedrijventerrein Putkop te Harmelen met elk van de eisers afzonderlijk te hervatten en naar eisen van redelijkheid en billijkheid voort te zetten, waarbij uitgangspunt zal zijn een koopprijs zoals hierboven in het primaire deel van de vordering vermeld en met de bepaling dat geen aanvullende vergoeding voor voorzieningen zal worden bedongen dan wel met inachtneming van zodanige voorwaarden als de voorzieningenrechter in goede justitie vermag te bepalen;

Eisers vorderen daarnaast dat de gemeente wordt verboden om met anderen dan eisers in overleg dan wel onderhandeling te treden over verkoop van de aan eisers verkochte c.q. te koop aangeboden kavels.

3.2.

Eisers hebben aan het primaire deel van hun vordering het volgende ten grondslag gelegd. Het raadsbesluit van 11 december 1997 van de toenmalige gemeente Harmelen behelst een onherroepelijk en onvoorwaardelijk openbaar aanbod inhoudende dat aan diegenen, die zich na inschrijving en loting als koper zouden hebben gekandideerd, bouwkavels in Putkop fase 1 en fase 2 gedurende het gehele uitgiftetijdvak van 1998 tot 2006 zouden worden uitgegeven voor eenzelfde prijs, te weten f. 260,-- per vierkante meter en geïndexeerd vanaf 1999 met 3 % per jaar. Door hun inschrijving voor een kavel hebben eisers te kennen gegeven dit aanbod te aanvaarden. Voorwaarde voor de totstandkoming van de koopovereenkomst was in feite alleen dat de gegadigde moest voldoen aan de selectiecriteria en moest worden ingeloot. Nu die voorwaarde is vervuld is tussen de gemeente en elk van eisers en de gemeente een koopovereenkomst tot stand gekomen. Als rechtsopvolger van de gemeente Harmelen is de gemeente Woerden aan die overeenkomst gebonden. Zij dient de voor haar uit die overeenkomst voortvloeiende verplichting tot levering na te komen.

3.3.

Voor zover geoordeeld zou moeten worden dat geen koopovereenkomst tussen de gemeente en eisers tot stand is gekomen hebben eisers zich, ter onderbouwing van het subsidiaire en meer subsidiaire onderdeel van hun vordering, op het standpunt gesteld dat de gemeente onrechtmatig handelt dan wel in strijd handelt met de precontractuele eisen van redelijkheid en billijkheid door, de prijs van de grond tijdens het proces van gronduitgifte te verhogen en daarboven een toeslag te bedingen, zonder rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van eisers, de bij hen opgewekte verwachtingen en de overwegingen die de raad van de voormalige gemeente Harmelen destijds hebben gebracht tot vaststelling van de grondprijs. Eisers hebben voorts aangevoerd dat de gemeente aldus tevens in strijd heeft gehandeld met enkele algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name het vertrouwensbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur.

3.4.

De gemeente heeft betwist dat het raadbesluit van 11 december 1997 dient te worden beschouwd als een onherroepelijk en onvoorwaardelijk aanbod als door eisers gesteld en stelt zich dan ook op het standpunt dat tussen haar en eisers nog geen koopovereenkomst tot stand is gekomen. Volgens de gemeente behelst het raadsbesluit van 11 december 1997 niet meer dan een interne opzet of begroting, waarin slechts de uitgangspunten voor de exploitatie zijn vastgelegd. Volgens de gemeente betreft het hier een stuk uitsluitend voor intern gebruik en kunnen derden daaraan geen rechten ontlenen. De gemeente stelt dan ook, dat zij volledige vrijheid heeft de prijs en de overige verkoopvoorwaarden nader vast te stellen.

3.5.

De voorzieningenrechter is met de gemeente van oordeel, dat tussen de gemeente en eisers geen koopovereenkomst tot stand is gekomen. Het raadsbesluit van 11 december 1997 kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet worden opgevat als een aanbod in de zin van artikel 6:217 BW. Daarvoor is het aanbod onvoldoende bepaald. Zo blijkt daaruit bijvoorbeeld niet wat de grootte en de ligging van de onderscheiden kavels zal zijn. Uit het raadsbesluit blijkt evenmin van de wil van de gemeente om in geval van aanvaarding gebonden te zijn, terwijl het in het besluit opgenomen tijdpad niet kan worden aangemerkt als een termijn die het "aanbod" onherroepelijk zou maken. Daarnaast is van aanvaarding in de zin van artikel 6:217 BW evenmin sprake geweest. Het enkele blijk geven van belangstelling voor een kavel of het zich doen plaatsen op een lijst van gegadigden is daarvoor onvoldoende. Daaruit blijkt immers niet van de wil van de gegadigden definitief gebonden te zijn.

3.6.

De voorzieningenrechter deelt niet het standpunt van de gemeente dat, het raadsbesluit van 11 december 1997 slechts een intern stuk is. In dit besluit heeft de gemeente het door haar te voeren beleid voor de uitgifte van de gronden in Putkop vrij exact omschreven, althans wat betreft de prijsstelling. Partijen zijn het er, blijkens de door hun ingenomen stellingen, over eens dat het raadsbesluit aldus moet worden gelezen dat het daarin genoemde uitgangspunt van f. 260,-- per vierkante meter ook betrekking heeft op de tweede fase van Putkop.

Bij gebreke van betwisting door de gemeente kan als vaststaand worden aangenomen dat de gemeente -zoals eisers stellen- aan haar in het raadsbesluit vastgelegd beleid ook onverkort uitvoering heeft gegeven in de eerste fase van de exploitatie van Putkop. Onder die omstandigheden is het begrijpelijk, dat bij eisers de verwachting is ontstaan dat ook zij, indien ingeloot, in aanmerking zouden komen voor gronden volgens een prijs zoals aangegeven in het raadsbesluit. De vraag is echter of deze gewekte verwachtingen van een zodanige aard zijn, dat het de gemeente niet meer vrij staat om de op voornoemde wijze tot stand gekomen grondprijs te wijzigen.

3.7.

Bij de beantwoording van deze vraag dient voorop te worden gesteld, dat de gemeente bij de uitoefening van de aan haar toekomende bevoegdheden gebonden is aan de geschreven en ongeschreven regels van publiekrecht, waaronder het vertrouwensbeginsel. Toetsing van beleidswijzigingen door de overheid aan het vertrouwensbeginsel dient door de burgerlijke rechter echter met terughoudendheid te geschieden. De discussie over dergelijke wijzigingen en de afweging van de daarbij betrokken belangen, waaronder het algemeen belang, dient primair plaats te vinden binnen het openbaar bestuur, i.c. de Woerdense politiek en met name in de gemeenteraad en in het college van burgemeester en wethouders van Woerden. Vaststaat dat de wijziging van de gronduitgifteprijs heeft plaatsgevonden binnen het daartoe thans geldende democratische kader.

3.8.

Met inachtneming van het hiervoor onder 3.7. gestelde zijn naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de gewekte verwachtingen van eisers in deze echter niet van zodanige aard dat zij met een beroep op het vertrouwensbeginsel de gemeente kunnen beletten haar gewijzigde beleidsinzichten tot uitdrukking te doen komen in een nieuwe prijsstelling. Hoewel zoals reeds gesteld de verwachtingen van eisers begrijpelijk zijn, kan gezien de tekst van het raadsbesluit niet worden geoordeeld dat de gemeente daarmee een ongeclausuleerde en ondubbelzinnige toezegging heeft gedaan aan eisers als gegadigden voor een kavel in Putkop fase 2. Het raadsbesluit bevat blijkens zijn inhoud niet meer dan uitgangspunten voor de exploitatie. Daarbij is rechtens van belang dat de gemeente Woerden tot haar beleidswijziging kwam, nadat een behoorlijk aantal jaren waren verstreken, waarin een aantal relevante omstandigheden is gewijzigd. Een van die omstandigheden is, dat de gemeente Harmelen heeft opgehouden te bestaan en onderdeel is geworden van een andere, grotere gemeente. Dit brengt mee dat een hernieuwde belangenafweging noodzakelijk kan zijn, omdat met meerdere belangen dan voorheen rekening dient te worden gehouden, mede om recht te doen aan het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur. Zo is in Woerden een min of meer vergelijkbaar bedrijventerrein gelegen, dat eveneens in ontwikkeling is en ten aanzien waarvan de gemeente heeft gesteld, dat zij daaraan veel gewicht heeft toegekend bij de vaststelling van de gewijzigde prijs voor Putkop.

Een andere relevante wijziging is de zeer forse stijging van de grondprijzen die zich de laatste jaren heeft voorgedaan. De gemeente heeft in dit verband overigens onbetwist gesteld dat de huidige door haar gevraagde prijs marktconform is. Blijkens de notulen van de vergadering van de gemeenteraad van Harmelen van 11 december 1997, heeft ook deze raad toen als uitgangspunt gehad de gronden tegen marktconforme prijzen uit te geven. In zoverre past het nieuwe collegebesluit in het door de gemeenteraad van Harmelen vastgestelde beleid en kan ook niet geoordeeld worden, dat met de belangen van eisers onvoldoende rekening is gehouden. Zij komen immers nog steeds in aanmerking voor een kavel tegen een marktconforme prijs, gelijk destijds ook de ondernemers die een kavel in fase 1 hebben weten te bemachtigen.

3.9.

De voorzieningenrechter oordeelt op grond van het bovenstaande, dat van schending van het vertrouwensbeginsel of van enig ander beginsel van behoorlijk bestuur geen sprake is en dat het handelen van de gemeente evenmin als onrechtmatig of in strijd met de redelijkheid en billijkheid kan worden geacht. Dit betekent dat de gevraagde voorzieningen zullen worden geweigerd.

3.10.

Eisers zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van dit geding worden veroordeeld.

4.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

4.1.

weigert de gevraagde voorzieningen;

4.2.

veroordeelt eisers in de kosten van deze procedure aan de zijde van de gemeente gevallen en begroot deze op € 205,-- aan verschotten en op € 703,-- aan salaris van haar procureur;

4.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.N. Brouwer en is in het openbaar uitgesproken op

10 juni 2003.