Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2003:AF8812

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
12-05-2003
Datum publicatie
05-08-2003
Zaaknummer
SBR 02/1139
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Weigering wijziging geboortedatum in Gemeentelijke Basis Administratie.

Wetsverwijzingen
Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens 83
Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens 36
Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens 37
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Reg. nr.: SBR 02/1139

UITSPRAAK van de rechtbank Utrecht, enkelvoudige kamer voor de behandeling van bestuursrechtelijke zaken, in het geding tussen:

[eiseres],

wonende te Amersfoort,

e i s e r e s,

en

het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amersfoort,

v e r w e e r d e r.

1. INLEIDING

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 22 april 2002 waarbij verweerder het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 3 december 2001 ongegrond heeft verklaard. Bij laatstgenoemd besluit heeft verweerder geweigerd de geboortedatum van eiseres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) te wijzigen.

Het geding is behandeld ter zitting van de rechtbank van 27 maart 2003.

Eiser is, na kennisgeving daartoe, niet verschenen.

Verweerder is verschenen bij gemachtigden mr. N. Boelens en B. van der Post, werkzaam bij de gemeente Amersfoort.

2. OVERWEGINGEN

Feiten

Eiseres heeft verweerder op 23 november 2001 verzocht haar geboortedatum in de GBA te wijzigen van 1942 naar 10 maart 1938. Eiseres heeft daartoe een afschrift van een nieuw paspoort overgelegd. Eiseres heeft voorts een afschrift van een uittreksel uit het geboorteregister, gedateerd 1 maart 2001, en een afschrift van een Turkse identiteitskaart overgelegd waarin als geboortedatum 10 maart 1938 staat vermeld.

Bij besluit van brief van 3 december 2001 heeft verweerder geweigerd de geboortedatum in de GBA aan te passen, omdat eiseres bij haar inschrijving in de GBA in Nederland in 1968 als geboortedatum 1942 heeft opgegeven en zij sedert 27 december 1989 bij verweerder onder die datum staat ingeschreven. Eiseres heeft die geboortedatum sedertdien gebruikt zonder ooit eerder stukken te hebben ingeleverd met een juiste geboortedatum. Zij is in het maatschappelijk verkeer onder die datum bekend en verweerder ziet geen aanleiding nu over te gaan tot wijziging.

Eiseres heeft bij verweerder bezwaar tegen dit besluit aangetekend.

Bij besluit op bezwaar van 22 april 2002 heeft verweerder vervolgens, onder aanvulling van gronden, het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiseres heeft op 3 juni 2002 beroep tegen dit besluit ingesteld.

Standpunten partijen

Eiseres stelt zich in beroep op het standpunt dat door gebrekkige registratie van geboortegegevens in Turkije haar geboortedatum onjuist in haar oude paspoort uit 1988 staat vermeld. Eiseres lijdt aanzienlijke schade door het niet wijzigen van heer geboortedatum. Voorts had verweerder op grond van artikel 36, tweede lid, aanhef en onder c van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA), alleen al op grond van de geboorteakte over moeten gaan tot wijziging. Die geboorteakte heeft ten grondslag gelegen aan de in haar paspoort opgenomen geboortedatum.

Verweerder heeft zich, na heroverweging, op het standpunt gesteld dat er twee paspoorten, een uittreksel uit het geboorteregister (formül A) en een identiteitskaart (nüfus) aanwezig zijn die alle als brondocument als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onder d, van de Wet GBA kunnen worden aangemerkt. Verweerder heeft daarbij overwogen dat het uittreksel uit het geboorteregister geen zelfstandige betekenis heeft omdat het is opgemaakt na afgifte van het paspoort op 27 februari 2000 en naar alle waarschijnlijkheid is opgemaakt naar aanleiding van dit paspoort. Nu de documenten verschillende gegevens laten zien is het aannemelijk dat op een of meerdere documenten onjuiste gegevens staan vermeld. Gezien artikel 37, derde lid, van de Wet GBA kan dan niet tot wijziging worden overgegaan.

Toepasselijk recht

Ingevolge artikel 36, tweede lid van de Wet GBA worden de gegevens over de burgerlijke staat, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan,

ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e:

a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de Nederlandse burgerlijke stand;

b. een in Nederland gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende feit die in kracht van gewijsde is gegaan;

c. een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke uitspraak, of bij gebreke daarvan een akte van bekendheid of beëdigde verklaring, bedoeld in artikel 45 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

d. een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld;

e. een verklaring die betrokkene ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend.

Ingevolge het derde lid van artikel 37 van de Wet GBA worden aan een geschrift als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onder d en e geen gegevens ontleend, indien aannemelijk is dat de gegevens onjuist zijn.

Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat de algemene en fundamentele functie van de gegevens opgenomen in de GBA met zich brengt dat die gegevens aan hoge eisen van betrouwbaarheid en duidelijkheid dienen te voldoen. De mate van zekerheid omtrent de juistheid van die gegevens is afhankelijk van de wijze van verkrijging en vaststelling daarvan en wordt in belangrijke mate bepaald door de regeling omtrent de bronnen waaraan gegevens ontleend mogen worden en de procedures voor opneming van de gegevens uit die bronnen in de GBA.

Bezien in het licht van die betrouwbaarheid kunnen de gegevens van een in de GBA ingeschreven persoon slechts onder omstandigheden - na overtuigend bewijs - worden gewijzigd en dan nog uitsluitend indien daartoe een door de wet aangewezen geschikt document wordt overgelegd.

Daartoe heeft de wetgever in artikel 36, tweede lid, van de Wet GBA bepaald dat verweerder gegevens over de burgerlijke staat, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, slechts kan ontlenen aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e van dat artikellid. Het betreft derhalve een gesloten systeem van brondocumenten waarbij uit een 'lager' document gegevens mogen worden ontleend wanneer op het moment van inschrijving in redelijkheid geen beter document kan worden overgelegd.

Dit exclusieve stelsel van bronnen brengt met zich dat indien aan geen van de in de wet genoemde bronnen het gegeven kan worden ontleend, het desbetreffende gegeven niet in de GBA wordt opgenomen dan wel wordt gewijzigd.

Met betrekking tot het verzoek van eiseres haar geboortedatum in de GBA te wijzigen, zijn de volgende geschriften voorhanden;

- een paspoort [nummer], uitgegeven op 11 november 1988, met als geboortedatum 1942;

- een paspoort nr [nummer], afgegeven op 27 juli 2000, met als geboortedatum 10 maart 1938;

- een uittreksel uit het geboorteregister (Formül-A), afgiftedatum 1 maart 2001; en

- een uittreksel van de identiteitskaart (nüfus), afgiftedatum 1 maart 2001.

Verweerder heeft zijn weigering om de geboortedatum van eiseres te wijzigen gebaseerd op de overweging dat er vier geschriften aanwezig zijn die als brondocument als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onder d, van de Wet GBA kunnen worden aangemerkt, echter uit die geschriften kunnen op grond van artikel 37, derde lid, van de Wet GBA, nu zij verschillende geboortedata bevatten, geen gegevens worden ontleend.

De rechtbank kan verweerder in dit standpunt niet volgen. De wetgever heeft in de Memorie van Toelichting bij het totstandkomen van de Wet GBA (TK 1988-1989, 21123, nr. 3 blz. 110) aangegeven dat onder artikel 36, tweede lid, onder d van de Wet GBA documenten vallen die een aanwijzing kunnen geven over het in te schrijven feit, waarbij bijvoorbeeld kan worden gedacht aan een in een paspoort aangegeven huwelijk. De categorie genoemd onder artikel 36, tweede lid, onder c betreft gegevens ontleend aan de burgerlijke stand van andere landen of buitenlandse rechterlijke uitspraken.

Gelet hierop dient naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval het uittreksel uit het geboorteregister (Formulier-A), afgiftedatum 1 maart 2001, mede gelet op het bepaalde in artikel 8 van de Overeenkomst betreffende de afgifte van meertalige uittreksels uit akten van de burgerlijke stand (Wenen, 8 september 1976, Trb. 1977/70, te worden aangemerkt als een document als bedoeld onder artikel 36, tweede lid, onder c, nu het is ontleend aan het Turkse register van de burgerlijke stand.

Dit houdt echter niet zonder meer in, zoals eiseres in haar beroepschrift heeft gesteld, dat verweerder daarmede gehouden is de door eiseres gevraagde wijziging in de GBA door te voeren. Verweerder zal nader moeten onderzoeken en eiseres zal nader dienen aan te geven op basis van welke - naar objectieve maatstaven gemeten betrouwbare - gegevens de geboortedatum van eiseres in het geboorteregister is gewijzigd. Het vorenstaande klemt te meer omdat eiseres sedert haar inschrijving in 1968, derhalve sedert ruim dertig jaar, in het Nederlands persoonsregister en nadien in de GBA beschreven is geweest zonder dat zij eerder enige twijfel aan de juistheid daarvan heeft geuit.

Verweerder heeft in het bestreden besluit aangegeven dat naar alle waarschijnlijkheid het uittreksel uit het geboorteregister is opgemaakt naar aanleiding van het nieuwe paspoort van eiseres, ten gevolge waarvan aan dit uittreksel geen zelfstandige betekenis kan worden toegekend. Dienaangaande merkt de rechtbank op dat slechts indien wordt vastgesteld dat zulks daadwerkelijk het geval is, aan het uittreksel geen zelfstandige betekenis kan toekomen.

De rechtbank concludeert op grond van het vorenstaande dat verweerders besluit van 22 april 2002 op een onjuiste motivering berust waardoor dat besluit wegens strijd met artikel 7:12 van de Awb niet in stand kan worden gelaten.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 8:74, tweede lid, van de Awb verweerder te gelasten tot het vergoeden van het door eiseres betaalde griffierecht en verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van dit beroep in zoverre heeft moeten maken. Deze kosten zijn begroot op € 322,- als kosten van verleende rechtsbijstand.

Beslist moet worden als volgt.

3. BESLISSING

De arrondissementsrechtbank te Utrecht,

recht doende,

verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 22 april 2002,

bepaalt dat de gemeente Amersfoort het door eiseres betaalde griffierecht in dit geding ad € 109,- aan haar vergoedt,

veroordeelt verweerder in de kosten van eiseres in deze gedingen ad € 322,-

wijst de gemeente Amersfoort aan als rechtspersoon die de genoemde bedragen dient te vergoeden.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2003.

de griffier: het lid van de

enkelvoudige kamer:

de griffier is verhinderd de mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen

uitspraak mede te ondertekenen

Afschrift verzonden op:

Tegen deze uitspraak staat, binnen zes weken na de dag van bekendmaking hiervan, voor belanghebbenden hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.