Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2002:AE4503

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
14-06-2002
Datum publicatie
24-06-2002
Zaaknummer
146046/KG ZA 02-253
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
KG 2002, 196

Uitspraak

RECHTBANK TE UTRECHT

Sector handels- en familierecht

VONNIS van de voorzieningenrechter

in het kort geding van:

[eiser],

wonende te Utrecht,

e i s e r,

procureur: mr. E.J. Bakker,

- t e g e n -

stichting FOKUS EXPLOITATIE,

gevestigd te Groningen,

g e d a a g d e,

advocaat: mr. J.J. van der Molen te Groningen.

1. Het verloop van het geding

1.1 Eiser (hierna: [eiser]) heeft gedaagde (hierna: Fokus) in kort geding doen dagvaarden. Op de dienende dag, 10 juni 2002, heeft hij van eis geconcludeerd overeenkomstig de inhoud van het exploot van dagvaarding, waarvan een kopie aan dit vonnis is gehecht.

1.2 [eiser] heeft zijn vordering bij monde van zijn procureur doen toelichten, mede aan de hand van overgelegde pleitnotities en producties.

1.3 Fokus heeft bij monde van haar advocaat verweer gevoerd, mede aan de hand van overgelegde pleitnotities.

1.4 In verband met het feit dat de door advocaat van Fokus overgelegde producties gelet op het late tijdstip van indienen door de voorzieningenrechter niet zijn geaccepteerd, is de behandeling van het geding aangehouden tot 14 juni 2002.

1.5 Bij de voortgezette behandeling op 14 juni 2002 hebben de raadslieden gerepliceerd en gedupliceerd, mede aan de hand van de overgelegde producties.

1.6 Het debat is hierop voortgezet. Daarbij zijn ook enige inlichtingen verstrekt door [eiser] in persoon en [medewerker van Fokus], regiomanager bij Fokus.

1.7 Tenslotte hebben partijen gevraagd vonnis te wijzen. De voorzieningenrechter heeft partijen meegedeeld dat zij op zo kort mogelijke termijn uitspraak zal doen, met dien verstande dat de motivering van de uitspraak pas later volledig op schrift zal worden gesteld.

1.8 Overeenkomstig het voorgaande heeft de voorzieningenrechter op 14 juni 2002 uitspraak gedaan. Aan partijen is vervolgens de grosse gezonden van het uittreksel uit het audiëntieblad waarin de hierna nogmaals te vermelden beslissing is vastgelegd.

2. De vaststaande feiten

2.1 [eiser] verkrijgt sinds 1993 zogenaamde ADL-assistentie, assistentie voor de algemene dagelijkse levensbehoeften, van Fokus. [eiser] is sinds ongeveer 10 jaar vanaf zijn nek verlamd en is zelf op geen enkele wijze in staat om dergelijke zaken zelfstandig te verrichten. De assistentie houdt in dat [eiser] gedurende 24 uur per dag oproepen kan plaatsen voor het verlenen van assistentie op het moment dat hij deze assistentie nodig heeft.

2.2 Fokus is een projectorganisatie en aangewezen instelling voor zogenaamde ADL-assistentie voor een groot aantal clusterprojecten in Nederland, waaronder in Utrecht;

2.3 Een cluster is een groep woningen die aan zwaar lichamelijk gehandicapten de mogelijkheid biedt tot integratie in zelfstandig wonen in de buurt van niet-gehandicapten. In een dergelijk complex is een ADL-unit geprojecteerd, waar ADL-assistenten 24 uur per dag beschikbaar zijn om de gehandicapte bewoners, die via een intercomsysteem hulp kunnen inroepen, bij te staan bij algemene dagelijkse levensverrichtingen, zoals hulp bij het eten en drinken, verplaatsen, eenvoudige medische behandeling, persoonlijke hygiëne en toilet maken. Dankzij genoemde assistentie woont [eiser] zelfstandig op een zogenaamde ADL-eenheid, op welk complex meerdere cliënten van Fokus die ADL-assistentie behoeven, zijn gehuisvest.

3. De vordering en het verweer

3.1 Voor de volledige inhoud en de grondslagen van de vordering wordt verwezen naar de aangehechte dagvaarding. Kort weergegeven vordert [eiser] dat Fokus wordt veroordeeld tot voortzetting van de ADL-assistentieverlening op de gebruikelijke wijze en tijden, althans deze assistentie op de gebruikelijke wijze en tijden voort te zetten totdat een andere oplossing voor de verzorging van [eiser] is getroffen welke het voor eiser mogelijk maakt om zelfstandig te blijven wonen, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag.

3.2 [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [eiser] op 16 april 2002 een schrijven heeft ontvangen van Fokus, waarin is aangekondigd dat de assistentie welke door Fokus werd verleend per 17 juni 2002 gestaakt zal worden. Reden daartoe zou een reeks van incidenten, onheuse bejegening van medewerkers en manipulatief gedrag zijn. Stopzetting van de hulpverlening zou ernstige consequenties hebben voor [eiser], nu hij geen alternatieven voorhanden heeft, in ieder geval niet op korte termijn.

3.3 Fokus heeft hiertegen verweer gevoerd en gesteld dat [eiser] door de ADL-assistenten wordt gevreesd vanwege psychologische oorlogsvoering. Fokus stelt dat [eiser] de ADL-assistenten respectloos behandelt, uitscheldt en bedreigt en ook volstrekt niet voldoende zelfredzaam is om in een FOKUS woning te kunnen functioneren. Een en ander heeft geleid tot een hoog ziekteverzuim onder de ADL-assistenten. Na een incident, het zogenaamde 'voetbalincident' in 2000 wordt [eiser] door twee assistenten geholpen in plaats van èèn, omdat ADL-assistentie door een ADL-hulp niet langer verantwoord was. [eiser] gebruikt veel en zware medicatie, uit regelmatig doodswensen en treedt dreigend op naar de assistenten toe. Bovendien heeft [eiser] in de praktijk 50 uur ADL-assistentie in plaats van de 30 uren waar de indicatiestelling van uitging. De thuiszorg die huishoudelijke hulp aan [eiser] geeft is daarmee medio 2001 in verband met intimidatie gestopt.

3.4 Voorts heeft Fokus gesteld dat sinds de opzeggingsbrief van 15 april 2002 gedurende de opzeg termijn een apart ADL-team is samengesteld, bestaande uit ADL-assistenten uit een ander project en een aantal externe personen uit de particuliere zorg. Uit de brief van zorgbureau Lifecare d.d. 6 juni 2002 blijkt dat ook die zorgverlener, waar gekwalificeerde zorgverleners werkzaam zijn, niet meer hulp willen verlenen aan [eiser] vanwege zijn dreigementen en onheuse bejegening.

4. Beoordeling van de vordering

4.1 Ter zitting heeft [eiser] voldoende aannemelijk gemaakt dat hij spoedeisend belang heeft bij zijn vordering. Staking van de ADL-assistentie kan tot een acute noodsituatie voor [eiser] leiden.

4.2 Bij de beoordeling van de vordering overweegt de voorzieningenrechter dat de overeenkomst tussen partijen aangemerkt dient te worden als een behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 BW, welke overeenkomst blijkens artikel 7: 460 BW slechts wegens gewichtige redenen kan worden opgezegd door de hulpverlener. Wat onder deze gewichtige redenen moet worden verstaan, hangt af van de omstandigheden van het geval.

4.3 Uit het verhandelde ter zitting en de overgelegde stukken is gebleken dat sprake is van een ernstige verstoring van de relatie tussen [eiser] als hulpvrager en Fokus als hulpverlenende instelling. Weliswaar is de verhouding tussen partijen niet constant slecht geweest, er zijn ook periodes dat het beter ging, maar over het algemeen is sprake van voortdurende wrijving en irritaties tussen [eiser] en de ADL-assistenten. Daarnaast heeft 2 jaar geleden een ernstig incident plaatsgevonden, waarbij het optreden van de broer van [eiser] leidde tot een zeer bedreigende situatie voor de betreffende ADL-assistenten.

4.4 Ook de inzet van meer gekwalificeerde krachten heeft niet tot verbetering van de relatie geleid. In een brief van 6 juni 2002 schrijft een medewerker van het bureau First Line: "het uiten van dreigementen werd ondanks de handicap niet geschuwd door de heer [eiser]. Naar eigen zeggen zal de uitvoering van deze dreigementen door familieleden worden gedaan. Het lopen met communicatiemiddelen waarbij een directe verbinding gemaakt kan worden met de politie is daardoor een noodzakelijk kwaad, zo hoog worden de dreigementen ingeschat. (..) De veiligheid en werksfeer bij de heer [eiser] werd dan ook door de meeste zorgverleners als slecht ervaren."

4.5 Hoewel uit stukken niet is gebleken van recente incidenten die geleid hebben tot de opzegging van de overeenkomst, is ter zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat de verhouding tussen partijen zodanig is verstoord dat sprake is van een gewichtige reden die de opzegging van de overeenkomst met inachtneming van opzegtermijn van 2 maanden in beginsel rechtvaardigt.

4.6 Ter zitting heeft Fokus weliswaar gesteld de in de periode voorafgaand aan de opzegging van de overeenkomst in samenwerking met de huisarts, het revalidatie-instituut en de wijkverpleging te hebben gezocht naar alternatieven, maar een concreet alternatief is op dit moment nog niet voorhanden. Onder de gegeven omstandigheden staat het Fokus niet vrij om met ingang van 17 juni 2002, de datum waarop de opzegtermijn eindigt de hulp aan [eiser] te stop te zetten, waardoor [eiser] verstoken zou zijn van de voor hem noodzakelijke hulp. De voorzieningenrechter acht het ongewenst door stopzetting van de hulpverlening bewust een noodsituatie te creëren waardoor een spoedopname in een verpleeghuis mogelijk zou kunnen worden gerealiseerd.

4.7 Wel is ter zitting gebleken dat [eiser] inmiddels een indicatie heeft voor een verpleeghuis en daar ook op de wachtlijst staat. Gelet op deze omstandigheden acht de voorzieningenrechter het aangewezen dat de ADL-assistentie aan [eiser] gedurende een periode van 2 maanden wordt voortgezet. Deze periode dienen partijen aan te wenden om te voorzien in een alternatief in de hulp aan [eiser], dit in de vorm van een verpleeghuisopname dan wel een andere voorziening.

4.8 Op grond van het bovenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vordering dient te worden toegewezen voor een periode van 2 maanden.

4.9 Aangezien partijen over en weer in het ongelijk worden gesteld zullen de proceskosten worden gecompenseerd als hierna vermeld.

5. Beslissing

De voorzieningenrechter:

veroordeelt Fokus om de ADL-assistentieverlening aan [eiser] voort te zetten op de gebruikelijke wijze en tijden, zulks gedurende een periode van 2 maanden na betekening van deze uitspraak;

bepaalt dat Fokus na betekening van deze uitspraak een dwangsom verbeurt van € 500,-- voor elke dag dan wel deel van een dag dat Fokus in gebreke blijft om aan bovenstaande veroordeling te voldoen;

bepaalt dat de hiervoor vermelde dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, zulks mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding;

compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. G.A.M.E. van der Burg-van Geest, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2002.