Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2002:AE0317

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
19-03-2002
Datum publicatie
19-03-2002
Zaaknummer
16/205955-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van:

als werkgever (53) vreemdelingen in Nederland arbeid laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning.

Taakstraf, bestaande uit 53 uren werkstraf te vervangen door 53 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE UTRECHT

Parketnummer : 16/205955-01

Datum uitspraak: 19 maart 2002

Tegenspraak Verkort vonnis

Raadsvrouwe: mr. P.A. Willemse, advocate te Wateringen

G/T: Nee

V O N N I S

van de economische politierechter in de rechtbank te Utrecht, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 06 maart 2002.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven.

Op vordering van de officier van justitie is wijziging van de onder 1 ten laste gelegde feiten ter terechtzitting toegestaan.

Van de dagvaarding en van de vordering tot wijziging van de tenlastelegging zijn kopieën als bijlagen I en II aan dit vonnis gehecht. De inhoud van deze bijlagen geldt als hier ingevoegd.

2. De bewijsbeslissing

2.1 Vrijspraak

Niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte onder 2 en 3 is ten laste gelegd.

De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

2.2 De bewezenverklaring

De economische politierechter acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 ten laste gelegde feiten heeft begaan op de wijze als is vermeld in bijlage III van dit vonnis. De inhoud van deze bijlage geldt als hier ingevoegd.

Voor zover in het bewezenverklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De economische politierechter grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

3. De strafbaarheid van de feiten

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, 53 maal gepleegd.

4. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

5. Motivering van de op te leggen sancties

Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de economische politierechter rekening

gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de

persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft de

economische politierechter in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen:

- de Wet arbeid vreemdelingen is er blijkens de wetsgeschiedenis op gericht schijnconstructies met betrekking tot het in Nederland te werk stellen van buitenlandse werknemers, tegen te gaan. Voorts dient deze wet het belang van de bescherming van de buitenlandse werknemers. Het gebruik maken van buitenlandse werknemers zonder een wettelijke status kan gemakkelijk leiden tot uitbuiting van deze buitenlandse werknemers. In het licht daarvan acht de economische politierechter deze overtredingen van ernstige aard;

- met betrekking tot het aandeel van verdachte in het bewezenverklaarde handelen heeft de economische politierechter tevens rekening gehouden met de omstandigheid dat aannemelijk is geworden, dat verdachte daarin slechts een bijrol heeft vervuld.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de economische politierechter in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 24 januari 2002, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder met justitie in aanraking is gekomen.

Op grond van het bovenstaande acht de economische politierechter een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

6. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 22c, 22d, 47 en 62 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten.

7. DE BESLISSING:

De economische politierechter beslist als volgt:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feiten, zoals vermeld in bijlage III van dit vonnis, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar is en dat dit de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een TAAKSTRAF, bestaande deze straf uit:

een werkstraf voor de duur van in totaal 53 uren, te vervangen door hechtenis voor de duur van 53 dagen indien de veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht, aldus:

tot 53 werkstraffen van elk 1 uur, te vervangen door hechtenis voor de duur van telkens 1 dag indien de veroordeelde deze straffen niet naar behoren verricht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. Herstel, bijgestaan door mr. J. van den Eijnden als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze economische politierechter van 19 maart 2002.