Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2002:AD8334

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
22-01-2002
Datum publicatie
22-01-2002
Zaaknummer
139533/KG ZA 01-1285/WV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector Handels- en Familierecht

VONNIS van de voorzieningenrechter in kort geding in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met

beperkte aansprakelijkheid

STAM UTRECHT B.V.,

2. de besloten vennootschap met

beperkte aansprakelijkheid

STAM NIEUWEGEIN B.V.,

3. de besloten vennootschap met

beperkte aansprakelijkheid

STAM MAARSSEN B.V.,

alle gevestigd te Maarssen,

e i s e r e s s e n ,

procureur: mr. F.W. Henstra,

advocaat : mr. J.C. Meijroos te 's-Gravenhage,

- t e g e n -

[gedaagde],

handelende onder de naam

AUTOBEDRIJF STAM,

wonende en zaakdoende te Maarssen,

g e d a a g d e,

procureur: mr. B.E.J.M. Tomlow,

advocaat : mr. E.Tj. van Dalen te Groningen.

1. Het verloop van het geding

1.1. Eiseressen, hierna te noemen: Stam Maarssen c.s., hebben gedaagde, verder te noemen: Autobedrijf Stam, in kort geding doen dagvaarden. Op de dienende dag, 8 januari 2002, hebben zij van eis geconcludeerd overeenkomstig de inhoud van het exploot van dagvaarding, waarvan een fotokopie aan dit vonnis is gehecht.

1.2. Stam Maarssen c.s. hebben vervolgens bij monde van hun advocaat hun vordering doen toelichten mede aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen en producties. Bij die gelegenheid hebben Stam Maarssen c.s. hun eis gewijzigd in die zin dat zij tevens vorderen dat bepaald wordt dat de in de beschikking van de kantonrechter bedoelde dwangsom pas verbeurd wordt nadat een periode van twee weken na de betekening van het in deze te wijzen vonnis is verstreken. Tegen deze eiswijziging heeft Autobedrijf Stam geen bezwaar gemaakt.

1.3. Autobedrijf Stam heeft hierop bij monde van zijn advocaat verweer doen voeren mede aan de hand van een overgelegde pleitnota en overgelegde producties.

1.4. Na voortgezet debat, waarbij ook enige inlichtingen zijn verschaft door [de directeur van Maarsen c.s.] (directeur van Stam Maarssen c.s.) en door [gedaagde] (gedaagde), hebben partijen vonnis gevraagd.

2. De vaststaande feiten

2.1. [gedaagde] (gedaagde) drijft sinds 2 januari 1972 een garagebedrijf in Maarssen onder de naam "Autobedrijf Stam".

2.2. Sinds het begin van het jaar 2001 exploiteren Stam Maarssen c.s. garagebedrijven onder de naam "Stam Utrecht", "Stam Nieuwegein" en "Stam Maarssen".

2.3. Bij beschikking d.d. 26 juni 2001, bekend onder rekestnummer 221716-EJ-01-2261, verder te noemen: de beschikking, heeft de kantonrechter te Utrecht Stam Maarssen c.s. veroordeeld om de door hen gevoerde handelsnamen zodanig te wijzigen dat daarin de eigen naam Stam niet meer voorkomt, zulks op straffe van een dwangsom van fl. 5.000,-- per dag.

2.4. Bij vonnis d.d. 25 september 2001 heeft de president van deze rechtbank de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

2.5. Bij brief d.d. 15 oktober 2001 hebben Stam Maarssen c.s. aan Autobedrijf Stam het volgende medegedeeld:

"Inmiddels heeft cliënte uitvoering gegeven aan het bevel van de president, t.w.

- de naam STAM is in Maarssen van de gevel,

- de naam STAM werd voor wat betreft de vestiging Maarssen in het Handelsregister doorgehaald (kopie I),

- de telefoondienst werd verzocht om per de eerst volgende mogelijkheid de naam STAM voor wat betreft de vestiging Maarssen te verwijderen (kopie II),

- de relaties van cliënte zijn schriftelijk op de hoogte gesteld van de nieuw ontstane situatie (kopie III)

Teneinde misverstanden te voorkomen verzoek ik U mij schriftelijk te bevestigen, dat hiermee aan het vonnis van de Kantonrechter c.q. de President werd voldaan. De verschuldigde proceskosten zijn inmiddels aan de executerend deurwaarder betaald.

Voor de goede orde houd ik U nog voor, dat zo cliënte in hoger beroep alsnog in het gelijk wordt gesteld, alle door haar geleden en nog te lijden schade op Uw cliënt zal worden verhaald."

2.6. Bij brief d.d. 30 november 2001 heeft Autobedrijf Stam aan Stam Maarssen c.s. - voor zover relevant - het volgende medegedeeld:

"Bij brief d.d. 15 oktober 2001 heeft u te kennen gegeven dat uw cliënte uitvoering zou hebben gegeven aan het bevel van de President.

(…)

Gelet op het bovenstaande stelt cliënte zich dan ook op het standpunt dat uw cliënte zich niet aan de beschikking van de Kantonrechter d.d. 26 juni 2001 en het vonnis van de President van de Rechtbank Utrecht heeft gehouden. Het vonnis is op 4 oktober 2001 aan uw cliënte betekend. Dit betekent dat de dwangsommen op 2 november j.l. zijn gaan lopen. Uw cliënte is derhalve tot op de dag van vandaag een bedrag van 28 x f 5.000,-- = f 140.000,-- aan cliënte verschuldigd.

Namens cliënte maak ik aanspraak op betaling van dit bedrag binnen een week na heden (…).

Het spreekt vanzelf dat cliënte haar recht op het incasseren van verdere dwangsommen zich onverkort voorbehoudt.

Bij niet tijdige betaling zal ik genoodzaakt zijn de deurwaarder te vragen de dwangsommen aan uw cliënte aan te zeggen en eventueel tot executie daarvan over te gaan."

2.7. Bij vonnis d.d. 12 december 2001 heeft deze rechtbank de beschikking van de kantonrechter d.d. 26 juni 2001 bekrachtigd en de daarin gegeven veroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3. Het geschil en de beoordeling ervan

3.1. De vordering, zoals in het petitum van de dagvaardig vermeld onder 1, bevat een kennelijke schrijffout. De zinsnede "en te verbieden" zal in het navolgende als niet geschreven worden beschouwd.

3.2. Voor de volledige inhoud en de grondslagen van de vor-dering wordt verwezen naar de aangehechte dagvaarding en hetgeen onder 1.2 en 3.1 is weergegeven. Kort weergegeven houdt de vordering in:

a. dat Autobedrijf Stam bevolen wordt de in de brief van 30 november 2001 aangekondigde executiemaatregelen te staken en gestaakt te houden;

b. dat bepaald wordt dat de in de beschikking bedoelde dwangsom pas verbeurd wordt nadat een periode van twee weken na de betekening van dit vonnis is verstreken.

3.3. Het verweer van Autobedrijf Stam komt in het volgende voor zoveel nodig aan de orde.

3.4. Kern van het geschil van partijen betreft het antwoord op de vraag of Stam Maarssen c.s. hebben voldaan aan de beschikking van de kantonrechter.

3.5. Anders dan Stam Maarssen c.s. kennelijk stellen, is bij de beantwoording van deze vraag niet van belang of Autobedrijf Stam binnen een redelijke termijn aan hen heeft bevestigd dat zij aan de beschikking hebben voldaan. Het is immers de verantwoordelijkheid van de veroordeelde om ervoor zorg te dragen dat aan een gerechtelijke uitspraak wordt voldaan.

3.6. Uit de beschikking van de kantonrechter kan - anders dan Stam Maarssen c.s. hebben betoogd - niet worden afgeleid dat de door hem uitgesproken veroordeling om de gevoerde handelsnamen te wijzigen slechts betrekking heeft op de handelsnaam "Stam Maarssen". Afgezien van het feit dat de handelsnamen waarop de veroordeling betrekking heeft, met zo veel woorden in het dictum van de beschikking zijn opgenomen, dient te worden geconstateerd dat de kantonrechter onder punt 4 van de motivering van de beschikking heeft geconcludeerd dat bij het publiek verwarring bestaat tussen het bedrijf van verzoeker, Autobedrijf Stam, en dat van (alle) verweerders, Stam Maarssen c.s. (met een in deze niet relevante uitzondering). De rechtbank heeft deze conclusie van de kantonrechter - blijkens het onder 4.6 tot en met 4.8 van het in hoger beroep gewezen vonnis overwogene - ook overgenomen.

Vervolgens heeft de kantonrechter alle verweerders veroordeeld om de door hen gevoerde handelsnamen (meervoud) te wijzigen. Indien de kantonrechter had beoogd alleen de handelsnaam van Stam Maarssen B.V te doen wijzigen, zou hij het verzoek van Autobedrijf Stam ten aanzien van de overige verweerders hebben afgewezen.

De - in het dictum van de beschikking voorkomende - zinsnede "van de door hen gedreven ondernemingen gevestigd aan respectievelijk Sterrenbaan 8 te Maarssen en Sterrenbaan 3 te Maarssen" kan in het licht van het voorgaande in redelijkheid dan ook slechts worden opgevat als een nadere omschrijving van de ondernemingen waarvan de handelsnaam diende te worden gewijzigd, en niet als een geografische beperking van de reikwijdte van de veroordeling.

3.7. Vaststaat dat Stam Maarssen c.s. niet tot wijziging in het handelsregister van de handelsnamen van Stam Utrecht B.V. en Stam Nieuwegein B.V. is overgegaan.

Voorts staat vast dat de handelsnaam van Stam Maarssen B.V. tot 3 december 2001 en de handelsnamen van de overige eisende partijen ook thans nog op de website van de Stam-groep zijn vermeld.

Daarnaast kan uit de overgelegde producties worden afgeleid dat Stam Maarssen B.V. in ieder geval tot 22 november 2001 facturen heeft gebruikt die voorzien waren van de handelsnaam "Stam Maarssen".

Bovendien is van belang dat de handelsnamen "Stam Utrecht" en "Stam Nieuwegein" nog steeds in advertenties in kranten worden gebruikt. In deze advertenties zijn de woorden "Stam" en "Maarssen" bovendien op een dermate duidelijke wijze met elkaar verbonden, dat deze advertenties - ook voor zover het de handelsnaam "Stam Maarssen" betreft - in strijd zijn met de beschikking van de kantonrechter.

Tenslotte is niet gebleken dat de handelsnaam van Stam Nieuwegein B.V. en Stam Utrecht B.V. van de bedrijfspanden van deze vennootschappen zijn verwijderd.

3.8. Uit het voorgaande dient geconcludeerd te worden dat Stam Maarssen c.s. voor een belangrijk deel niet aan de beschikking van de kantonrechter hebben voldaan. Stam Maarssen c.s. hebben in redelijkheid ook niet kunnen menen dat zij door het verrichten van de onder 2.5 vermelde handelingen hebben voldaan aan de beschikking van de kantonrechter.

De omstandigheid dat Stam Maarssen c.s. gedeeltelijk wèl aan de beschikking hebben voldaan, brengt in beginsel met zich dat de dwangsom in beginsel naar evenredigheid is verbeurd. Nu voormelde handelingen - blijkens het onder 3.8 overwogene - echter slechts een klein deel vormen van hetgeen ter uitvoering van de door de kantonrechter gegeven veroordeling door Stam Maarssen c.s. diende te worden verricht, is er geen aanleiding om Autobedrijf Stam thans te verbieden de executie van een deel van de verbeurde dwangsommen te staken. Voor het bepalen van een termijn als bedoeld onder 3.2 sub b is evenmin voldoende aanleiding. De vorderingen zullen dan ook worden afgewezen.

3.9. Stam Maarssen c.s. zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van dit geding worden veroordeeld.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

4.1. wijst de vorderingen af;

4.2. veroordeelt Stam Maarssen c.s. in de kosten van dit geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Autobedrijf Stam begroot op € € 703,-- (zevenhonderddrie euro) voor salaris van zijn procureur en op € € 193,-- (honderddrieënnegentig euro), inclusief BTW voor verschotten;

4.3. verklaart onderdeel 4.2 van het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schepen en is in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2002.