Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2001:AD5007

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
19-10-2001
Datum publicatie
01-11-2001
Zaaknummer
136920/KGZA 01-1039/BA
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

136920/KGZA 01-1039/BA 19 oktober 2001

V O N N I S van de president

van de arrondissementsrechtbank

te Utrecht in het kort geding van

de vereniging

RENAULT-DEALER VERENIGING,

gevestigd te Bunnik,

e i s e r e s,

procureur: mr. J.W.M. Wagenaar,

advocaat: mr. drs. P.A.J.M. Lodestijn

te Apeldoorn,

- t e g e n -

[gedaagde],

in zijn hoedanigheid van gevolmachtigd vertegenwoordiger van 34 anonieme leden van eiseres, kantoorhoudende te Amsterdam,

g e d a a g d e,

procureur: mr. B.F. Keulen.

Het verloop van het geding

1.1. Eiseres, hierna ook 'de RDV' te noemen, heeft gedaagde in kort geding gedagvaard. Op de dienende dag, 19 oktober 2001, heeft de RDV van eis geconcludeerd overeenkomstig het exploot van dagvaarding, waarvan een kopie aan dit vonnis is gehecht.

1.2. De RDV heeft haar vordering toegelicht, mede aan de hand van producties en een pleitnota.

1.3. Gedaagde heeft daarop verweer gevoerd, mede aan de hand van producties en een pleitnota. Bij die gelegenheid heeft gedaagde aangekondigd een eis in reconventie te willen instellen, zulks echter onder het voorbehoud dat de president bevoegd is kennis te nemen van de vordering in conventie.

1.4. Nadat de behandeling van de zaak was gesloten heeft de president later op de dienende dag mondeling uitspraak gedaan. De motivering van de uitspraak is eerst later op schrift gesteld.

De vaststaande feiten

2.1. De RDV heeft blijkens artikel 2 van haar statuten onder meer ten doel het behartigen van de belangen van haar leden, namelijk Renaultdealers, subdealers en filiaalhouders in Nederland, alsmede het stimuleren van de samenwerking, het verlenen van bemiddeling en het leggen en onderhouden van contacten met de fabrikant en de importeur van auto's van Renault en het vertegenwoordigen van haar leden en hun belangen in nationaal en internatonaal verband.

2.2. Artikel 25 van de statuten bepaalt dat jaarlijks, uiterlijk 6 maanden na afloop van het verenigingsjaar, een algemene vergadering wordt gehouden. Voorts bepaalt dat artikel:

c. "Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.

d. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte der stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na indiening van het verzoek. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 28 of bij advertentie in tenminste een ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad.

De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en met het opstellen van de notulen.".

2.3. Tijdens een vergadering van het bestuur van de RDV op 18 september 2001 is besloten tot het houden van een algemene ledenvergadering op 7 november 2001, zulks op de voet van artikel 25 sub c van de statuten. Blijkens de statuten van de bestuursvergadering is daartoe besloten naar aanleiding van ontstane onrust binnen de dealerorganisatie over het functioneren van de RDV en in verband daarmee te nemen belangrijke beslissingen. Bij brief van 19 september 2001 zijn alle 189 leden voor de algemene ledenvergadering op 7 november 2001 opgeroepen.

2.4. Bij brief van 21 september 2001 schrijft gedaagde aan het bestuur van de RDV:

"Tot mij wendden zich 34 leden van de Renault Dealer Vereniging (…). Bij cliënten bestaat al geruime tijd onvrede over de wijze waarop het bestuur de belangen van de leden ten opzichte van Renault Nederland ("RN") behartigt. (…)

Overigens dient dit schrijven niet als een opzegging zijdens cliënten te worden beschouwd van hun lidmaatschap. Zij wensen slechts dat de RDV de werkelijke doelstellingen nastreeft waarvoor zij is opgericht. Dit is in het belang van zowel de dealers als RN. Het bestuur kan daarbij niet ongewijzigd worden gehandhaafd. Cliënten verzoeken daarom met inachtneming van het daaromtrent in de statuten bepaalde een algemene ledenvergadering uit te schrijven, waar het functioneren van het bestuur en de structuur van de RDV aan de orde zullen worden gesteld. (…)".

2.5. In antwoord op deze brief heeft de voorzitter van het bestuur gedaagde medegedeeld dat reeds een algemene ledenvergadering was uitgeschreven en heeft hij hem verzocht de gewenste agendapunten kenbaar te maken, zodat deze in de agenda voor 7 november 2001 konden worden opgenomen.

2.6. Gedaagde heeft in de zaterdageditie van de Telegraaf van 13 oktober 2001 een advertentie doen plaatsen waarbij de leden van de RDV zijn opgeroepen om te verschijnen op een algemene ledenvergadering op 22 oktober 2001 om 15.00 uur in het Bovag-huis te Bunnik (zulks overigens conform hetgeen in artikel 25 sub sub d van de statuten is bepaald omtrent de mogelijke wijzen van oproeping door leden van de RDV in het daar bedoelde geval).

2.7. De RDV heeft op 17 oktober 2001 aan alle leden een brief geschreven waarin zij meedeelt dat het bestuur van oordeel is dat de oproep voor een vergadering op 22 oktober 2001 onrechtmatig en volstrekt nodeloos is en dat zij er op rekent dat alle leden op 7 november 2001 (en niet op 22 oktober 2001) zullen verschijnen.

Het geschil en de beoordeling in conventie

3.1. De RDV vordert gedaagde te gebieden uiterlijk op zaterdag 20 oktober 2001 het bestuur, alsmede de leden van de RDV, per fax en/of per e-mail mee te delen dat de door hem op maandag 22 oktober 2001 vanaf 15.00 uur in het Bovag-huis te Bunnik bijeengeroepen algemene ledenvergadering geen doorgang zal vinden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van ƒ 100.000,-.

3.2. De RDV voert daartoe aan dat gedaagde - althans, de 34 anonieme leden die hun identiteit ondanks een daartoe gedaan verzoek niet kenbaar hebben willen maken , namens wie Gedaagde optreedt - in strijd handelt met de rechtsregel dat een rechtspersoon en degenen die daarbij zijn betrokken zich jegens elkaar moeten gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd (artikel 2:8 BW), nu de oproeping door gedaagde onnodig grote onrust onder de (overige) leden van de RDV veroorzaakt.

3.3. Gedaagde voert in de eerste plaats ten verwere aan dat de president van de rechtbank te Utrecht niet bevoegd is van het geschil kennis te nemen, omdat hij zowel kantoor houdt als woont in het arrondissement Amsterdam en niet in het arrondissement Utrecht.

3.4. Dit verweer treft geen doel. Nu de vordering ertoe strekt de in Bunnik geplande vergadering af te gelasten, wordt gevraagd een voorlopige voorziening te treffen die haar werking heeft in het arrondissement Utrecht. De president van de rechtbank te Utrecht is op die grond derhalve bevoegd van de vordering kennis te nemen.

3.5. Gedaagde voert voorts ten verwere aan dat zijn cliënten, die uit angst dat hun dealercontract wordt opgezegd hun namen niet willen prijsgeven, het bestuur hebben verzocht om conform de statuten een algemene vergadering uit te roepen - derhalve een oproeping binnen een termijn van twee weken voor een vergadering uiterlijk binnen vier weken na het verzoek daartoe - maar dat RDV aan dat verzoek geen gehoor heeft gegeven. Op grond van artikel 25 van de statuten hebben de leden, zo voert gedaagde aan, derhalve zelf een algemene vergadering kunnen uitroepen. De omstandigheid dat het bestuur de leden ook al voor een algemene vergadering had opgeroepen doet daaraan, nu die vergadering niet binnen een termijn van vier weken na hun verzoek is gelegen en temeer nu de agenda voor die vergadering ten tijde van de oproeping nog niet vaststond, niet af.

3.6. Naar het oordeel van de president heeft gedaagde onvoldoende aannemelijk gemaakt welk belang zijn cliënten er bij hebben om de algemene ledenvergadering niet op 7 november 2001 maar al op 22 oktober 2001 te laten plaatsvinden. Gesteld noch gebleken is in ieder geval dat er door de vergadering - in hun visie - besluiten zouden moeten worden genomen waarmee niet nog (ruim) twee weken gewacht kan worden.

3.7. Het verzoek tot het uitroepen van een algemene vergadering wordt bovendien niet rechtsgeldig geacht. Als gevolg van de anonimiteit kan het bestuur niet vaststellen of aan het quorumvereiste is voldaan. Gedaagde heeft niet aannemelijk gemaakt dat er in dit geval een grond bestaat voor het maken van een uitzondering.

3.8. Het vorenstaande betekent dat het zeer twijfelachtig is of op 22 oktober 2001 door de alsdan aanwezige leden rechtsgeldige besluiten kunnen worden genomen, hetgeen de onrust in de vereniging alleen nog maar kan vergroten.

3.9. Uit een en ander volgt dat de vordering in conventie zal worden toegewezen, met inbegrip van de gevraagde dwangsom nu daartegen geen specifiek verweer is gevoerd.

3.10. Als de in het ongelijk gestelde partij zal gedaagde in de kosten van het geding worden veroordeeld.

De beoordeling van de vordering in reconventie

4.1. Gedaagde, in zijn hoedanigheid van gevolmachtigd vertegenwoordiger van 34 anonieme leden van de RDV, vordert in reconventie de RDV te gebieden uiterlijk op zaterdag 20 oktober 2001 haar leden per fax en/of per e-mail mee te delen dat de brief van 17 oktober 2001 (zie overweging 2.7) onjuist was en dat de op 22 oktober 2001 bijeengeroepen algemene ledenvergadering rechtsgeldig bijeen is geroepen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van ƒ 100.000,-.

4.2. Een anonieme partij kan geen vordering instellen. Nu gedaagde niet zelf een vordering in reconventie instelt maar deze namens een anoniem gebleven partij wenst in te stellen en deze anonimiteit ook ter zitting is gehandhaafd, zal tegen hem verstek verleend worden.

De beslissing

De president:

in conventie:

5.1. gebiedt gedaagde uiterlijk op zaterdag 20 oktober 2001 het bestuur van eiseres per telefax en/of per e-mail mee te delen dat de door hem op 22 oktober 2001 vanaf 15.00 uur in het BOVAG-huis te Bunnik bijeengeroepen Algemene Ledenvergadering van eiseres geen doorgang zal vinden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van ƒ 100.000,- voor het niet of niet volledig naleven van dit gebod;

5.2. veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding aan de zijde van eiseres gevallen, waarin begrepen de kosten van het uitbrengen van de dagvaarding, ƒ 1.550,00 voor salaris van de procureur en ƒ 400,00 griffierecht;

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4. wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie:

5.5. verleent verstek tegen de in reconventie anoniem gebleven eisers.

Aldus gewezen door mr. H.J. Schepen, fungerend president, en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2001.