Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2001:AB0394

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
23-02-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
126902/KG ZA 01-205/RS
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE UTRECHT

VONNIS van de president van de

arrondissementsrechtbank te Utrecht in het kort geding van:

de vereniging

Supporters Vereniging F.C. Utrecht,

gevestigd te Utrecht,

e i s e r e s,

procureur: mr. C. van der Mark,

- t e g e n -

de Stichting

Stichting Football Club Utrecht,

gevestigd te Utrecht,

g e d a a g d e,

procureur: mr. J.G. Kabalt.

1. Het verloop van het geding

1.1 Eiseres, hierna ook te noemen: de supportersvereniging, heeft gedaagde, verder ook te noemen: de Stichting, in kort geding doen dagvaarden. Op de dienende dag, 23 februari 2001, heeft zij van eis geconcludeerd overeenkomstig de inhoud van het exploot van dagvaarding, waarvan een fotokopie aan dit vonnis is gehecht.

1.2 De supportersvereniging heeft vervolgens bij monde van haar procureur haar vordering doen toelichten mede aan de hand van een overgelegde pleitnota en overgelegde producties. Bij die gelegenheid heeft zij haar eis gewijzigd in die zin dat zij - bij toewijzing van de vordering - heeft aangegeven op welke wijze volgens haar de kaartverkoop dient plaats te vinden.

1.3 De Stichting heeft hierop bij monde van haar procureur

zich vooraleerst tegen de eiswijziging verzet, welke verzet gegrond is verklaard nu de Stichting hierdoor onevenredig in haar verdediging is geschaad.

Vervolgens heeft de Stichting verweer doen voeren tegen de vordering van de supporters vereniging mede aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen en overgelegde producties.

1.4 Na voortgezet debat, hebben partijen vonnis gevraagd.

1.5 Vervolgens heeft de president partijen meegedeeld later op de dienende dag mondelinge uitspraak te zullen doen waarbij de motivering later volledig op schrift zal worden gesteld.

2. De vaststaande feiten

2.1 Bij brief van 5 mei 2000 heeft de Stichting aan alle seizoenkaart houders van het seizoen 1999/2000 - voor zover hier van belang - het volgende meegedeeld:

"(...)

Met veel plezier bieden wij u hierbij het aanvraagformulier voor de nieuwe Seizoen Club Card aan.

(....)

Veel voordelen, reageer snel

Een van de voordelen van de Seizoen Club Card is dat u de openingswedstrijd gratis kunt bezoeken. Tevens kunt u met voorrang extra toegangsbewijzen voor thuis- en uitwedstrijden van FC Utrecht kopen.

(...).

2.2 Bij brief van 13 december 2001 heeft de Stichting - voor zover hier van belang - het volgende aan seizoenkaarthouders meegedeeld:

"(....)

Onlangs heeft het bestuur van FC Utrecht besloten tot de uitgifte van een zogenaamde " uitkaart ". Deze uitkaart is speciaal bedoeld voor diegenen die (regelmatig) uitwedstrijden van FC Utrecht bezoeken. Om in aanmerking te komen voor deze uitkaart moet wel aan een aantal criteria worden voldaan.

Waarom een uitkaart?

De uitgifte van de uitkaart heeft 2 belangrijke redenen. In de eerste plaats krijgen de houders van een FC Utrecht uitkaart het eerste en enige recht op het kopen van uitwedstrijden van FC Utrecht. In de tweede plaats worden de kaarten weer via de Ticketboxen verstrekt. Hierdoor kunt u als vanouds weer bij u in de buurt tijdens openingstijden van de winkels terecht.

Bovendien wil FC Utrecht nog meer dan in het verleden weten, wie uitwedstrijden van FC Utrecht bezoekt. (...)

(...)

Deze uitkaart is voorzien van een pasfoto en daarom persoonsgebonden en niet overdraagbaar. De FC Utrecht uitkaart kost u éénmalig fl. 35,00.

(...)".

2.3 In verband met de voetbalwedstrijd Ajax-FC Utrecht op zondag 25 februari 2001 heeft de Stichting 1600 kaarten beschikbaar gehad waarvan er ten tijde van de dienende dag 800 kaarten onverkocht waren.

3. Het geschil en de beoordeling ervan

3.1 Voor de volledige inhoud en de grondslagen van de vordering wordt verwezen naar de aangehechte dagvaarding. Kort weergegeven houdt de vordering in de Stichting te bevelen de resterende kaarten voor de uitwedstrijd van Ajax-FC Utrecht d.d. 25 februari 2001 te 14.30 uur, aan de seizoenkaarthouders en de clubcardhouders van FC Utrecht (te koop) aan te bieden, op straffe van een dwangsom.

3.2 De supportersvereniging baseert haar vordering op de stelling dat de Stichting niet eenzijdig de verplichting kan opleggen om een uitkaart aan te schaffen en dat de seizoenkaarthouders voor 2000/2001 ook zonder uitkaart recht hebben op kaarten voor uitwedstrijden van FC Utrecht. De Stichting is door laatstgenoemde kaarten niet aan hen te koop aan te bieden tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst die zij heeft gesloten met de seizoenkaart- en clubcardhouders.

3.3 De Stichting heeft de vordering gemotiveerd betwist. De Stichting heeft ten verwere (onder meer) aangevoerd dat zij - onder verwijzing naar de voorwaarden verstrekking seizoenclub card - de voorwaarden van laatstgenoemde kaart, waarmee een seizoenkaart en een clubcard worden bedoeld, te allen tijde kan wijzigen. Tevens heeft de Stichting ten verwere aangevoerd dat de uitkaart, nu deze is voorzien van een pasfoto, voornamelijk is bedoeld als identificatiemiddel.

3.4 De overige stellingen van partijen - komen voor zoveel nodig - hieronder aan de orde.

3.5 De supportersvereniging heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er een geldig bestuursbesluit is genomen om de onderhavige procedure aan te spannen.

3.6 Voorts wordt de door de supportersvereniging ingestelde vordering niet zo strijdig met haar doelstellingen geacht dat zij daardoor niet-ontvankelijk in haar vordering moet worden verklaard.

3.7 Wat er zij van de beantwoording van de vraag of de supportersvereniging de Stichting op aan het verbintenissenrecht ontleende gronden kan verplichten de kaarten voor uitwedstrijden aan de seizoenkaarthouders voor het seizoen 2000/2001 te koop aan te bieden, zonder dat deze over een uitkaart beschikken, in dit geding vooropgesteld moet worden dat de Stichting streeft naar de toepassing van een systeem waarbij de supporters individueel kunnen worden onderscheiden bij hun vervoer per trein en bij eventuele rellen in verband met de voetbalwedstrijd. Hierbij dient te worden gezocht naar een systeem waarbij toezicht kan worden uitgeoefend op een wijze die ook voor de supportersvereniging aanvaardbaar is.

De supportersvereniging is het hiermee op zichzelf eens en heeft - hoewel zij punten van verbetering naar voren heeft gebracht - zich niet afwijzend opgesteld tegen de invoering van de uitkaart. De supportersvereniging heeft zelfs recentelijk bij brief van 16 februari 2001, welke in het geding is gebracht, aangegeven dat de uitkaart er zo snel mogelijk dient te komen en dat de uitkaart, zoals deze nu is ingevoerd, als een proeftraject werd beschouwd.

Met dit ingenomen standpunt valt niet te rijmen dat - zoals nu door de supporters vereniging wordt verzocht - een zeer groot aantal kaarten wordt verkocht zonder dat de individuele controle, die de supportersvereniging dus ook nastreeft, kan worden uitgeoefend. Dit is te meer van belang, nu het een zo risicovolle wedstrijd als die tegen Ajax betreft.

3.8 Daarbij komt dat de Stichting voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er in de korte termijn die rest tot de aanvang van de wedstrijd op praktische gronden niet die maatregelen meer kunnen worden gerealiseerd, die gewoonlijk ter verzekering van veiligheid van personen en goederen worden getroffen en die ook door de autoriteiten worden geëist. Zo is er niet voldoende treincapaciteit beschikbaar om aan de zogenaamde Combikaartenregeling uitvoering te geven, terwijl ook andere ordemaatregelen niet meer kunnen worden verwezenlijkt. Dat de Stichting zelf vanwege de achterblijvende verkoop van de kaarten voor deze wedstrijd de trein heeft geannuleerd en andere maatregelen heeft afgelast, kan er niet aan afdoen dat dientengevolge niet voldoende veiligheid kan worden gegarandeerd.

Tenslotte moet mede in aanmerking worden genomen dat de Stichting onweersproken heeft gesteld aansprakelijk te zijn voor de schade die door de supporters wordt veroorzaakt.

3.9 Onder deze omstandigheden moet geoordeeld worden dat de belangen van de Stichting bij haar weigering om de kaarten aan de seizoenkaart- en clubcardhouders te verkopen zoveel zwaarder moeten wegen dan die van de supportersvereniging bij het scheppen van de mogelijkheid voor haar leden tot het bijwonen van deze wedstrijd, dat de vordering van de supporters vereniging niet kan worden toegewezen.

3.10 De supportersvereniging zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van dit geding worden veroordeeld.

4. De beslissing

De president:

4.1 weigert de gevraagde voorzieningen;

4.2 veroordeelt de supportersvereniging in de kosten van dit geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op ¦ 1.550,- voor salaris van haar procureur en op

f. 400,- voor verschotten;

4.3 verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenvergoeding uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.M.E. van der Burg-van Geest, fungerend president, en is in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2001.