Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8886

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
05-12-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
Kort-gedingnr.121049/KG ZA 00-980
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

VONNIS van de president van de

arrondissementsrechtbank te Utrecht

in het kort geding van:

1. de vennootschap naar buitenlands

recht

CINC Ltd.,

gevestigd en kantoorhoudende te

St. Helier op de Kanaaleilanden,

Verenigd Koninkrijk,

2. [eiser sub 2],

wonende te New York,

Verenigde Staten,

3. [eiser sub 3],

wonende te Amsterdam,

eisers,

procureur: mr. E.M. van Zelm,

advocaat : mr. G.V.M. Veldhoen,

te Amsterdam,

- t e g e n -

de besloten vennootschap

CHATEAU DE LA GARDE B.V.,

statutair gevestigd en kantoor-

houdende te Maartensdijk,

gedaagde,

procureur: mr. B. Tomlow,

advocaat : mr. O. Hammerstein,

te Amsterdam.

1.

Het verloop van het geding

1.1

Eisers (hierna voor zover nodig elk afzonderlijk: Cinc, [eiser sub 2] en [eiser sub 3]) hebben gedaagde (hierna: Château de la Garde) in kort geding doen dagvaarden en op de dienende dag, 21 november 2000, van eis geconcludeerd overeenkomstig de inhoud van het exploot van dagvaarding, waarvan een fotokopie aan dit vonnis is gehecht.

1.2

Eisers hebben hun vordering bij monde van hun advocaat toegelicht, mede aan de hand van op voorhand toegezonden producties en een overgelegde pleitnota.

1.3

Château de la Garde heeft daarop bij monde van haar advocaat verweer gevoerd, mede aan de hand van op voorhand toegezonden producties en een overgelegde pleitnota.

1.4

Na voortgezet debat hebben partijen vonnis gevraagd.

2.

De vaststaande feiten

2.1

Château de la Garde houdt zich bezig met het beheren van wijndomeinen en het produceren van wijnen.

2.2

Op of omstreeks 10 april 1997 hebben Château de la Garde en [eiser sub 2] de navolgende overeenkomst gesloten:

"Ondergetekenden Château de la Garde b.v. hierna te noemen

[Chateau de la Garde] en [eiser sub 2] hierna te noemen [eiser sub 2],

komen het volgende overeen:

[eiser sub 2] maakt twee kunstwerken t.b.v. het gebruik voor wijn-

etiketten voor [Chateau de la Garde]. [eiser sub 2] ontvangt hiervoor

een royaltie van 2% van de groothandelsprijs per fles met z'n etiket.

(Uit te betalen in wijn)

[Chateau de la Garde] is gerechtigd het kunstwerk te gebruiken voor

overige promotiedoeleinden voor de wijn zoals, folders, TV, etc.

Affiches en ander gebruik van de ontwerpen van [eiser sub 2] gemaakt

met het oogmerk die te verkopen en te verhandelen mogen

alleen gebruikt worden met uitdrukkelijke schriftelijke

toestemming van [eiser sub 2].

Afrekening aan [eiser sub 2] of [...] door [Chateau de la Garde] volgt

elke eerste januari na overleg door [Chateau de la Garde] van de

verkoopcijfers, op faktuur van [eiser sub 2] of van [...].

2.3

[eiser sub 2] heeft voor het etiket van de door Château de la Garde uit te brengen flessen rosé met de naam "Tulipe de la Garde" een afbeelding van een tulp vervaardigd. [eiser sub 2] heeft ook de lay-out van het etiket verzorgd. De typografie van de tekst (met gebruikmaking van het reeds bestaande lettertype Minion en Interstate) is in opdracht van [eiser sub 2] en naar diens aanwijzingen verzorgd door [eiser sub 3], een zelfstandig werkend grafisch vormgever.

2.4

Château de la Garde heeft bij brief van 29 januari 1998 aan [eiser sub 2] het navolgende medegedeeld:

"bijgaand de fakturen van onze rosé. We hebben uiteindelijk

3791 flessen à f 6.60 gefaktureerd voor een bedrag van

25020,60. 2% = f 500,41.

1996 is een geslaagd experiment en dit jaar gaan we echt

beginnen. Via Albert Heijn gaan we zo'n 30.000 à 40.000

flessen '97 verkopen, dus dat komt wel goed."

2.5

Château de la Garde heeft vervolgens een bedrag van f 500,41 op de door [eiser sub 2] aangewezen rekening voldaan.

2.6

[eiser sub 2] heeft Château de la Garde bij faxbericht van 18 februari 1998, kort weergegeven, te kennen gegeven niet in te stemmen met het gebruik van zijn naam of ontwerp(en) in een door Albert Heijn te voeren reclame campagne. Bij brief van 23 februari 1998 heeft [eiser sub 2] aan Château de la Garde onder meer het navolgende medegedeeld:

"(...) volgens onze afspraak dd: 10.04.1997 ("Overeenkomst")

heeft alléén Chateau de la Garde toestemming om een repro-

ductie van één van mijn kunstwerken ("Tulipe1997") als

etiket te gebruiken op de "Tulipe de la Garde Rosé".

Toen jou indertijd die toestemming is verleend betrof het

een exclusieve en genummerde oplage van etiketten die deze

wijn zou sieren. De "Tulipe de la Garde Rosé" zou dan ook

alleen verkrijgbaar zijn in exclusieve eetgelegenheden

zoals 'Le Garage" en wijnhandels zoals "De Logie" in Amster-

dam. (...)

Ik heb van AH vernomen dat de wijn nog in vaten zit en nog

niet is gebotteld zodat ik je vriendelijk wil verzoeken af

te zien van het gebruik van dit etiket. (...)

Voor élk ander dan het oorspronkelijk bedoeld gebruik

-d.w.z. in een exclusieve en genummerde oplage- is zoals

overeengekomen mijn uitdrukkelijke en schriftelijke

toestemming vereist."

2.7

Château de la Garde heeft de voor Albert Heijn bestemde flessen rosé "Tulipe de la Garde" voorzien van een ander etiket. Dit etiket is voorzien van een door [de zoon van de directeur van Chateau de la Garde] vervaardigde afbeelding van een tulp, en is voor het overige, wat betreft opmaak en gebruikt lettertype, nauwelijks gewijzigd.

2.8

Château de la Garde produceert daarnaast nog flessen rosé "Tulipe de Garde" (cuvée prestige gastromique) speciaal voor de horeca. Deze rosé is alleen te bestellen via het Internet en is niet in de gewone handel verkrijgbaar. Deze flessen zijn sedert 2000 voorzien van een etiket met de door [eiser sub 2] vervaardigde tulp, maar komen voor het overige, wat betreft opmaak, lettertype en kleur van de letters, niet overeen met het originele ontwerp uit 1997.

2.9

In het tijdschrift Privé van 19 september 1998 is een artikel verschenen over [de bestuurder van Chateau de la Garde]. In het betreffende artikel, waarboven met vetgedrukte letters wordt vermeld: 'Wat [eiser sub 2] kon, kan mijn zoon ook', staat onder meer het navolgende:

"[de bestuurder van Chateau de la Garde]: 'In 1996 produceerde ik nog

slechts 4687 flessen.

Daarna werden dat er 45.000 die door een razend enthousiaste

Albert Heijn werden opgekocht. In de eerste instantie had ik

onze vriend [eiser sub 2] gevraagd het etiket voor mijn rosé te

ontwerpen. Zoiets deed hij eigenlijk nooit, maar hij stemde

toch toe.In de vorm van een tulp. Maar toen hij hoorde dat

zijn etiket massaal 'tussen de wasmiddelen' zouden komen te

liggen, voelde hij zich daar als kunstenaar te groot voor.

De etiketten met de tulp van [eiser sub 2] prijken nu alleen

nog op een speciale genummerde oplage rosé-wijnen voor

gerenommeerde restaurants. Toen zat ik in mijn maag met het

etiket voor de veel grotere oplage voor Albert Heijn. Ik

kocht wat verf en penselen en klodderde zelf wat aan. Maar mijn hoofd

staat te veel naar muziek. Er kwam niets uit.

Nadat ik mijn verfspullen op tafel had laten liggen, zag ik

de volgende morgen een schitterende schets van een tulp. Dat

had mijn 8-jarige zoon [...] gedaan. Albert Heijn vond het

ook geweldig en op mijn etiket zal dan ook altijd het beken-

de 'Pere et Fils', vader en zoon [...] blijven prijken!'

2.10

De raadsvrouwe van [eiser sub 2] heeft Château de la Garde bij brief van 16 augustus 2000 onder meer te kennen gegeven dat [eiser sub 2] zowel het gebruik van de etiketten voorzien van de door [de zoon van de directeur van Chateau de la Garde] vervaardigde tulp als de recent gewijzigde etiketten waarop het door hemzelf vervaardigde ontwerp is afgebeeld, als inbreuk op zijn auteursrecht beschouwd.

Château de la Garde is daarbij aansprakelijk gesteld voor de schade die [eiser sub 2] tengevolge van die inbreuk heeft geleden. [eiser sub 2] protesteert tevens tegen afbeelding van zijn ontwerp op de kartonnnen dozen waarin de flessen rosé worden verpakt en geleverd.

2.11

[eiser sub 3] heeft in een op 1 september 2000 gedateerd schrijven,

door hem aangeduid als "akte", zijn auteursrechten op het in 1997 ontworpen etiket, met terugwerkende kracht tot de datum van vervaardiging, overgedragen aan [eiser sub 2].

Cinc is de auteursrechthebbende van alle werken van [eiser sub 2] en houdt zich onder meer bezig met het beheer en de exploitatie van die rechten.

3.

Het geschil

3.1

Eisers stellen dat Cinc niet alleen een auteursrecht op de door [eiser sub 2] vervaardigde tulp maar op het gehele door [eiser sub 2] en [eiser sub 3] in 1997 ontworpen etiket van de "Tulipe de la Garde" heeft, te meer omdat [eiser sub 2] ook de naam "Tulipe de la Garde" heeft bedacht. Eisers stellen voorts dat Château de la Garde dat etiket zonder toestemming van de rechthebbende heeft gewijzigd en thans etiketten gebruikt waarop een bewerking of nabootsing in gewijzigde vorm in de zin van artikel 13 Auteurswet aanwezig is. Eisers stellen tevens dat Château de la Garde een afbeelding van het ontwerp van [eiser sub 2] op haar kartonnen dozen gebruikt terwijl een dergelijk gebruik ingevolge de overeenkomst van 10 april 1997 toestemming van [eiser sub 2] behoeft. Op grond van het voorgaande stellen eisers dat Château de la Garde toerekenbaar is tekortgeschoten in de op haar rustende verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst van 10 april 1977 en daarbij onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld door inbreuk te maken op het auteursrecht van Cinc en de persoonlijkheidsrechten van [eiser sub 2] en [eiser sub 3].

Eisers stellen voorts dat zij, gelet op de in diverse publicaties genoemde verkoopcijfers, goede gronden hebben om te twijfelen aan de juistheid van de afrekening van Château de la Garde in januari 1998 en het uitblijven van enige verdere uitbetaling van royalties. [eiser sub 2] heeft nog gesteld dat Château de la Garde bij monde van haar enig aandeelhouder en bestuurder [...], de eer en goede naam van [eiser sub 2] heeft aangetast door zich tegenover een journalist van het tijdschrift Privé, laatdunkend over [eiser sub 2] en zijn werk uit te laten. [eiser sub 2] stelt dat hij daarvoor schade lijdt.

3.2

Op grond van het voorgaande vorderen eisers, verkort weergegeven, Château de la Garde te veroordelen om de vervaardiging, verkoop en distributie van de genoemde inbreukmakende etiketten te staken en gestaakt te houden, en door middel van een verklaring van een registeraccountant een schriftelijke opgave te doen van de hoeveelheid vervaardigde etiketten en exacte aantallen uitgeleverde, en in voorraad aanwezige (getiketteerde) flessen en dozen, alsmede opgave te doen van de groothandelsprijs van de flessen en van alle inkomsten die Château de la Garde als gevolg van de verkoop of anderszinds in het verkeer brengen van de wijn heeft verkregen. Ook vorderen zij een opgave van alle zaken die hebben gediend tot de vervaardiging van de inbreukmakende etiketten en een opgave ex artikel 27a Auteurswet van de door Château de la Garde genoten winst uit verkoop van de wijnen voorzien van de inbreukmakende etiketten. Een en ander op straffe van een dwangsom.

Eisers vorderen daarnaast een bedrag van f 25.000,-- als voorschot op de in de bodemprocedure te vorderen schadevergoeding als gevolg van de onrechtmatige openbaarmaking en verveelvoudiging van hun werk alsmede een bedrag van f 4.500,-- als voorschot op de door eisers gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. [eiser sub 2] heeft ten slotte nog een bedrag van f 10.000,-- gevorderd als voorschot op de in een bodemprocedure te vorderen schadevergoeding wegens inbreuk op zijn eer en goede naam. Een en ander met veroordeling van Château de la Garde in de kosten van dit geding.

3.3

De verweren van Château de la Garde en de overige stellingen van partijen zullen hierna, voor zover nodig, worden besproken.

4.

De beoordeling van het geschil

4.1

Eisers hebben voorshands in onvoldoende mate aannemelijk gemaakt dat de naam "Tulipe de la Garde" van [eiser sub 2] afkomstig is. De standpunten van partijen staan op dit punt diametraal tegenover elkaar. Uit de tekst van de overeenkomst d.d.10 april 1997 valt niet op te maken dat het bedenken van een naam een onderdeel van de opdracht is geweest. Evenmin valt uit de overgelegde correspondentie en de tekst van de uitnodiging bestemd voor de uiteindelijke presentatie van de wijn, een dergelijk verzoek aan [eiser sub 2] af te leiden.

Ook hebben eisers voorshands onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het gehele door [eiser sub 2] en [eiser sub 3] vervaardigde etiket, voor wat betreft de opmaak en het gebruik van het (overigens reeds bestaande) lettertype (Minion en Interstate), auteursrechtelijke bescherming geniet. Het komt de president onwaarschijnlijk voor, dat de op het etiket gecentreerd geplaatste tekst zoals "Grand vin de Bordeaux", "La tulipe de la Garde", "Bordeaux Rose", "appellation bordeaux rosé contrôlée", de vermelding van jaartal en inhoud, in samenhang met het gebruikte lettertype, in termen van lay-out in zulk een mate een eigen of persoonlijk karakter heeft dat het voor een auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. De originaliteit en het onderscheidend vermogen van het etiket zit veeleer in de afbeelding van het door [eiser sub 2] vervaardigde kunstwerk, dat als zodanig wel auteursrechtelijke bescherming geniet.

4.2

Het etiket waarop de tulp van [eiser sub 2] is vervangen door de tulp van [de zoon van de directeur van Chateau de la Garde] wordt, mede in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, voorshands niet inbreukmakend geacht. Het lag immers gelet op de naam van de wijn, enigszins voor de hand dat er weer een afbeelding van een tulp op het etiket zou worden gebruikt en de uitvoering van dit idee is als zodanig niet aan te merken als een inbreukmakende bewerking van het etiket. Ook kan het gebruikte ontwerp van [de zoon van de directeur van Chateau de la Garde], dat qua kleur en opmaak een geheel andere uitstraling heeft dan het ontwerp van [eiser sub 2], niet als nabootsing in gewijzigde vorm worden aangemerkt.

4.3

In dit geding is ook niet in voldoende mate aannemelijk geworden dat het onlangs ten behoeve van de verkoop van de Cuvéee Prestige Gastronomique in 2000 gewijzigde etiket waarop het kunstwerk van [eiser sub 2] is afgebeeld, moet worden aangemerkt als een inbreukmakende bewerking of nabootsing in gewijzigde vorm.

Het kunstwerk als zodanig is in ongewijzigde vorm afgebeeld en de enkele omstandigheid dat de in dat ontwerp geplaatste naam of signatuur van [eiser sub 2], in vergelijking met het originele etiket uit 1997, enige millimeters is verplaatst, wordt hier van ondergeschikt belang geacht.

Daarnaast is ook niet aannemelijk geworden dat dit etiket in strijd is met de tussen [eiser sub 2] en Château de la Garde gesloten overeenkomst uit 1997. [eiser sub 2] heeft immers niet weersproken dat dit etiket in 2000 is verschenen en Château de la Garde immers heeft toegezegd dat zij in januari 2001 conform de overeenkomst van partijen de verschuldigde royalties zal afdragen. Ook heeft [eiser sub 2] onvoldoende gemotiveerd weersproken dat deze etiketten worden gebruikt op de meer exclusieve, speciaal voor de gerenommeerde horeca bestemde flessen rosé.

4.4

Het gebruik van het ontwerp van [eiser sub 2] op de kartonnen dozen waarin de flessen rosé worden verpakt en aan derden worden geleverd wordt evenmin onrechtmatig geacht. Château de la garde heeft gesteld dat het in de branche gebruikelijk is dat het etiket van de fles dan wel een op dat etiket gelijkende afbeelding, wordt afgebeeld op de verpakkin van die flessen. Dit is door [eiser sub 2] niet weersproken. Daarnaast heeft [eiser sub 2] voorshands niet aannemelijk gemaakt dat dit gebruik van zijn ontwerp in het licht van de hiervoor onder 2.2. weergegeven overeenkomst zijn uitdrukkelijke schriftelijke toestemming behoefde.

4.5

In dit geding is niet duidelijk geworden in hoeverre de originele etiketten (naar het ontwerp uit 1997) nog worden gebruikt. [eiser sub 2] heeft in onvoldoende mate aannemelijk gemaakt dat zijn vordering inzake achterstallige royalties over de verkoop in het jaar 1997 van de productie uit 1996 in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Vaststaat immers dat Château de la Garde in januari 1998 een opgave van het verkochte aantal flessen heeft verstrekt en conform die opgave met [eiser sub 2] heeft afgerekend. Indien [eiser sub 2] gegronde redenen had om aan die opgave te twijfelen had hij op dit punt eerder actie moeten ondernemen.

Anderzijds heeft Château de la Garde voorshands onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij ná de afrekening van januari 1998, nog enige opgave van verkochte aantallen flessen dan wel enige betaling, aan [eiser sub 2] heeft afgedragen. Château de la Garde is daartoe ingevolge de overeenkomst gehouden en zij zal derhalve worden veroordeeld om over de verkoop van de productiejaren 1997 en 1998 opheldering te verschaffen. Daarbij worden overigens termen aanwezig geacht om de gevorderde dwangsom te matigen. De gevraagde opgave over de verkoop van het productiejaar 1999 zal worden afgewezen nu de daarover verschuldigde royalties niet eerder dan in januari 2001 verschuldigd zijn.

4.6

Tenslotte wordt de vordering van [eiser sub 2] strekkende tot een voorschot op de vergoeding van de door hem geleden schade voortvloeiende uit de onrechtmatige uitlatingen van [de bestuurder van Chateau de la Garde] tegenover een journalist van het tijdschrift Privé, afgewezen.

Deze vordering voldoet niet aan de eisen die in kort geding aan de toewijzing van een geldvordering worden gesteld. Het is immers zeer de vraag of [eiser sub 2] in een bodemprocedure terzake van een publicatie uit september 1998 nog enig vorderingsrecht geldend kan doen maken, temeer nu [de bestuurder van Chateau de la Garde] heeft betwist dat hij zich tegenover de journalist van Privé badinerend over het werk van [eiser sub 2] heeft uitgelaten. Daarnaast is ook niet gebleken van enige spoedeisendheid op dit punt.

4.7

Aangezien eisers in overwegende mate in het ongelijk zijn gesteld nu niet is gebleken van een inbreuk op het auteursrecht van Cinc dan wel op de rechten die aan [eiser sub 2] en [eiser sub 3] als makers van het werk toekomen, zullen wij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

5.

De beslissing

De president:

5.1

veroordeelt Château de la Garde om binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis schriftelijk, door een registeraccountant gecertificeerde opgave te doen van de aantallen uitgeleverde flessen waarop het door [eiser sub 2] in 1997 vervaardigde etiket is gebruikt, uitgesplitst over de productiejaren 1997 en 1998 alsmede van de groothandelsprijs van de hiervoor bedoelde flessen, op straffe van een dwangsom van f 100,-- (zegge: éénhonderd gulden) per dag voor iedere dag dat gedaagde met de voldoening aan deze veroordeling in gebreke blijft;

5.2

bepaalt dat de hiervoor vermelde dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding;

5.3

veroordeelt eisers in de kosten van dit geding, aan de zijde

van Chateau de la Garde, begroot op f 1.550,-- voor salaris van de procureur en op f 400,-- voor verschotten;

5.4

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

wijst af meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.N. Brouwer, president, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2000.