Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8299

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
14-11-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
022020-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 022020-00

Datum uitspraak : 14 november 2000

Tegenspraak Verkort vonnis

Raadsman: mr. E.H. Terheggen

V O N N I S

van de arrondissementsrechtbank te Utrecht, meervoudige kamer voor strafza-ken, in de zaak tegen:

[verdachte]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzit-ting van

31 oktober 2000.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan geldt als hier inge-voegd.

2. Overweging

Bij de beraadslaging in raadkamer is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. Met name acht de rechtbank zich onvoldoende ingelicht ten aanzien van de persoon van de verdachte. De rechtbank zal het onderzoek derhalve heropenen.

Gelet op het verhandelde ter terechtzitting d.d. 31 oktober 2000 neemt de rechtbank in overweging om overeenkomstig artikel 317, eerste lid van het Wetboek van Strafvorde-ring te bevelen dat verdachte ter observatie zal worden overgebracht naar het Pieter Baan Cen-trum te Utrecht, om aldaar een onderzoek naar de geestvermogens te ondergaan.

Alvorens daarover echter een definitieve beslissing te nemen, zal de rechtbank ingevolge artikel 346 juncto 317, tweede lid, Wet-boek van Strafvordering, bepalen dat het onderzoek zal worden hervat ter terechtzitting van 12 december 2000 te 13.30 uur, op welke zitting de officier van justitie, de raadsman en de verdachte in de gelegenheid zullen worden gesteld om ter zake te worden gehoord. Tegen laatstgenoemde datum en laatstgenoemd tijdstip zal eveneens worden opgeroepen de in deze zaak door de rechter-commissaris benoemde deskundige, de heer G.W.C. van den Berg, psychiater, teneinde ter terechtzitting diens oordeel omtrent het voornemen van de rechtbank in te winnen.

3. Beslissing

De rechtbank beslist als volgt:

Heropent het onderzoek.

Schorst het onderzoek tot de terechtzitting van 12 december 2000 te 13.30 uur, met aanzegging aan verdachte en de raads-man dan zonder nadere oproeping weer aanwezig te zijn.

Beveelt de oproeping van de getuige-deskundige de heer G-.W.C. van den Berg, psychia-ter, en de gemachtigde van de benadeelde partij tegen laatstgenoemde datum en laatstgenoemd tijdstip.

Handhaaft de voorlopige hechtenis op de bestaande gronden.

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door:

mrs. H.W. Koksma, H.A. Gerritse en N.J. van Weelden-de Ruijter, bijgestaan door

R.H. Boekelman als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 november 2000.