Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8110

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
03-11-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
122086/KG ZA 00-1064/BL
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 122086/KG ZA 00-1064/BL 3 november 2000

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE UTRECHT

VONNIS van de president van de arrondissementsrechtbank te Utrecht in de

zaak van:

de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging

LIONS CLUB HOUTEN,

gevestigd en kantoorhoudende te Houten,

eiseres,

procureur: mr. C.A. Jonkers,

t e g e n -

[gedaagde],

wonende te Houten,

gedaagde,

procureur: mr. I.M. Jebbink.

1. Het verloop van het geding

1.1. Eiseres, hierna te noemen: de Lions Club, heeft gedaagde, verder te noemen: gedaagde, in kort geding doen dagvaarden en op de dienende dag, 2 november 2000, van eis geconcludeerd overeenkomstig de inhoud van het exploot van dagvaarding, waarvan een fotokopie aan dit vonnis is gehecht.

1.2. De Lions Club heeft haar vordering bij monde van haar procureur doen toelichten mede aan de hand van pleitnotities en producties.

1.3. Gedaagde heeft bij monde van zijn procureur verweer doen voeren mede aan de hand van een pleitnota en producties.

1.4. Na voortgezet debat hebben partijen vonnis gevraagd. Het vonnis is gewezen op het griffiedossier.

2. De vaststaande feiten

2.1. De Lions Club houdt zich onder meer bezig met fundraisingsactiviteiten. Daarbij probeert zij zich dienstbaar te maken aan de plaatselijke samenleving. De leden van de Lions Club hebben in de loop der jaren geheel belangeloos honderden uren vrijwilligerswerk verricht, waarbij onder meer te denken valt aan vervoer van gehandicapten en andere activiteiten.

2.2. Momenteel is de Lions Club bezig met een grote actie om fondsen te werven ten behoeve van het verpleeghuis "Het Houtens Erf". Met het oog daarop brengt zij een spel uit ("Aandeel in Houten").

2.3. Gedaagde is fractievoorzitter van Groen Links, afdeling Houten. Groen Links voert oppositie tegen de wijze waarop in Houten politiek wordt bedreven. Groen Links stelt zich op het standpunt dat de gemeente Houten onvoldoende openheid heeft betracht bij allerhande beslissingen die voor de gemeente, met name ook op financieel terrein, van groot belang zijn. Groen Links maakt haar standpunten onder meer bekend via de website <http://www.houten.com/ groenlinks.> Op deze website plaatst gedaagde in zijn hoedanigheid van fractievoorzitter van Groen Links "persberichten" en andere mededelingen.

2.4. Op 10 oktober 2000 is op de website van Groen Links het volgende artikel geplaatst als bijlage (aanhangsel) bij een persbericht:

"Het Houtense `old boys` netwerk:

Inventarisatie afgerond: 10 oktober 2000

Van het CDA zijn lid:

Voormalig burgemeester ...........................................................................................................................

Van de Lions Houten:

...........................................................................................................................

Bij de Rabobank zijn betrokken:

...........................................................................................................................

En bij de gemeente Houten:

...........................................................................................................................

De conclusie ligt (gezien de overige informatie) voor de hand: in de informele kringen van CDA, Lions, gemeente en Rabobank weet men elkaar de bal aardig toe te spelen.

De verhouding ........ / .... is in dit verband wel een heel merkwaardige.

Eerst blijkt de samenwerking tussen de heren in de "tandem" burgemeester/ gemeentesecretaris in 1996 niet te werken en moet .... het veld ruimen.

Vervolgens wordt hij 'weggepromoveerd' naar het Houtens ontwikkelingsbedrijf. Daar gaat hij ook nog eens meer verdienen en heeft opnieuw veel met ........ te maken die dan inmiddels portefeuillehouder grondzaken is.

Binnen twee jaar gaat het weer mis en vertrekt .... als jonge vijftiger met een uitstekende afvloeiingsregeling. Naar verluid mag hij ook nog eens onbeperkt bijverdienen zonder dat dit op zijn wachtgeld wordt ingehouden.

Als dank wordt er in de groenzone ook nog eens een standbeeld voor hem opgericht! En als klap op de vuurpijl krijgt hij van ........ in 1999 ook nog het voorzitterschap van de Stichting Onze Lieve Vrouwe Broederschap toebedeeld; een prestigieus erebaantje waarin voornamelijk protestanten in de roomse traditie twee keer per jaar voor Sint Nicolaas kunnen spelen. Ook de heer ........ van Challenge maakt deel uit van het bestuur van de broederschap. Burgemeester ........ heeft persoonlijk in 1999, toen hiervoor een aparte Stichting werd opgericht, de bestuursleden voor deze broederschap bijeengezocht.

........ blijft dan overigens, zolang hij burgemeester van Houten is, voorzitter van de Raad van Toezicht van de Broederschap..

Het heeft er alle schijn van dat de beide heren (........ en ....) niet met elkaar kunnen, maar ook niet zonder. Ze zitten op een uiterst merkwaardige wijze aan elkaar vastgebakken.

10-10-'00, [naam gedaagde]."

2.5. In de gemeente Houten wordt huis aan huis het weekblad "Houtens Nieuws" verspreid. In het Houtens Nieuws van 25 oktober 2000 (nummer 43) is op de voorpagina een artikel verschenen met als kop "gedaagde doet weer stof opwaaien" en de volgende - vetgedrukte - inleidende tekst:

"Terwijl de rust in de Houtense politiek nog niet is weergekeerd heeft gedaagde, fractievoorzitter van Groen Links, alweer een opruiend dossier de lucht in gestuurd getiteld "Misstanden in Houten". Hij heeft uitvoerig studie gemaakt van grondtransacties van een paar jaar geleden tussen de gemeente en bepaalde personen. Deze personen zouden volgens gedaagde deel uit maken van een "old boys netwerk" waarin het CDA, de Lions Club en de gemeente Houten een grote rol spelen. Hij suggereert dat in de informele kringen van deze instellingen deze personen "elkaar de bal aardig toespelen. Met name burgemeester ........ krijgt de zwarte piet door gedaagde toegespeeld. Voorts onthult gedaagde hoofdstuk 14 uit het boek dat hij aan het schrijven is. Toevallig gaat dit hoofdstuk over burgemeester ........."

Voorts houdt de tekst van het artikel onder meer in:

"Lijntjes gedaagde stelt ook andere grondtransacties aan de orde waarbij particulieren volgens hem onnodig flinke winst maakten. Hij lijntjes legt tussen de betrokken personen en het "old boys netwerk". Gedaagde zet alle personen nog eens op een rijtje en komt dan tot de conclusie dat betreffende personen allemaal lid zijn van het CDA, de Lions en bij de gemeente Houten zijn betrokken geweest. Op de reactie van deze krant dat het allemaal wel erg suggestief klinkt zegt gedaagde:

"Als de lijntjes niet blijken te kloppen moet dat maar eens bewezen worden"."

3. De vordering en het geschil

3.1. De vordering van de Lions Club strekt ertoe:

primair: A. gedaagde te veroordelen om op zijn kosten een rectificatie te plaatsen op de voorpagina van de eerstkomende editie van het Houtens Nieuws met een minimale afmeting van 10 x 10 centimeter en met een tekst als nader omschreven in het petitum van de dagvaarding, althans tot het plaatsen van een rectificatie met een in goede justitie te bepalen tekst;

B. gedaagde te veroordelen tot gelijke rectificatie op de website van Groen Links en onder de verplichting de rectificatie op de website gedurende vier weken te handhaven;

C. gedaagde te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding aan de Lions Club ter hoogte van f 10.000,-- ten behoeve van de lopende actie van de Lions Club ten gunste van het verpleeghuis "Het Houtens Erf";

subsidiair: een beslissing te nemen als de president in goede justitie zal vermenen te behoren, het voorgaande sub A en B op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure.

3.2. Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op de verweren zal hierna, voor zoveel nodig, worden ingegaan.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. In het onderhavige kort geding zijn twee publicaties aan de orde, te weten (i) de publicatie op de website van Groen Links, zulks voorzover het betreft het artikel dat is weergegeven in nummer 2.4 van dit vonnis, en (ii) de publicatie in het "Houtens Nieuws" van 25 oktober 2000, nummer 43, gedeeltelijk weergegeven in nummer 2.5 van dit vonnis. De beoordeling van de vraag of gedaagde zich schuldig heeft gemaakt aan een onrechtmatige publicatie en of rectificatie op zijn plaats is, blijft op grond van het volgende evenwel beperkt tot het gewraakte artikel op de website.

4.2. Ten aanzien van het krantenartikel is niet gesteld of aannemelijk dat gedaagde op enige wijze bij de publicatie daarvan was betrokken, anders dan dat hij een korte telefonische reactie heeft gegeven op de opmerking van de betrokken journalist dat zijn standpunt "wel erg suggestief klinkt", welke reactie als volgt in het artikel is weergegeven: "Als de lijntjes niet blijken te kloppen moet dat maar eens bewezen worden". Deze reactie kan in deze zin worden opgevat, dat gedaagde persisteert bij hetgeen hij op de website heeft gepubliceerd, doch voegt voor het overige daaraan niets toe en doet evenmin daaraan iets af.

4.3. Op grond van het voorgaande moet het ervoor worden gehouden dat de verdere tekst van het krantenartikel uitsluitend is gebaseerd op de inhoud van de litigieuze website. Onder deze omstandigheden valt niet in te zien waarom de publicatie van het krantenartikel een zelfstandige onrechtmatige gedraging van gedaagde jegens de Lions Club vormt, zoals laatstgenoemde stelt. Hierin ligt besloten dat de tekst van het krantenartikel hierna niet meer aan de orde kan zijn. Terzijde wordt opgemerkt dat hetzelfde geldt voor het op 21 oktober 2000 in het Utrechts Nieuwsblad gepubliceerde krantenartikel over deze kwestie. De Lions Club heeft niet gesteld - terwijl ook in zoverre niet aannemelijk is -, dat gedaagde voor die publicatie aansprakelijk is.

4.4. Bij de beantwoording van de vraag of gedaagde tot publicatie van de onderhavige mededelingen op de website mocht overgaan is niet van belang of deze publicatie ten aanzien van de daarin met name genoemde personen juist is. Thans ligt uitsluitend voor de vraag of de Lions Club als zodanig terecht bezwaar maakt tegen de publicatie. Daarbij is niet in geschil dat de Lions Club als zodanig op geen enkele wijze betrokken is bij de gedragingen waartegen Groen Links (in de persoon van gedaagde) in het onderhavige artikel ageert. Dit brengt mee dat thans niet hoeft te worden ingegaan op de juistheid van de door gedaagde genoemde gedragingen en het beweerdelijke verband dat hij daartussen legt.

4.5. Niet in geschil is dat gedaagde bedoelde mededelingen heeft gedaan in zijn hoedanigheid van fractieleider van Groen Links. Aangenomen moet derhalve worden dat deze mededelingen verband houden met doelstellingen die gedaagde als politicus nastreeft.

In het algemeen moet aan een politicus de vrijheid worden gelaten om feitelijke gedragingen waartegen zijn politieke partij zich verzet en waarbij andere politieke partijen zijn betrokken op niet mis te verstane wijze publiekelijk aan de orde te stellen, zulks op grond van de vrijheid van meningsuiting in combinatie met de mogelijkheid om brede aandacht voor dergelijke onderwerpen te krijgen. Deze vrijheid is niet onbeperkt. Rekening dient onder meer te worden gehouden met de aard van de mededelingen en met de belangen van anderen die daardoor geraakt worden. Voorts dienen de mededelingen in hun onderlinge samenhang en context te worden beoordeeld, waarbij niet alleen op de gebruikte feiten moet worden gelet, maar ook op de tussen die feiten gelegde of gesuggereerde verbanden en de daaraan uitdrukkelijk of impliciet verbonden gevolgtrekkingen.

4.6. De bezwaren van de Lions Club richten zich in het bijzonder op het artikel van 10 oktober 2000 op de website van Groen Links. De daarbij gepubliceerde uitingen hebben als titel "Het Houtense "old boys" netwerk". In het artikel worden vervolgens een aantal personen genoemd die lid zijn van respectievelijk het CDA, en/of de Lions Club en/of de Rabobank en/of de gemeente Houten, gevolgd door de tekst: "De conclusie ligt (gezien de overige informatie) voor de hand: in de informele kringen van CDA, Lions, gemeente en Rabobank weet men elkaar de bal aardig toe te spelen". Aannemelijk is dat deze mededelingen door een gemiddelde lezer in deze zin zullen worden opgevat dat in Houten een cultuur bestaat waarbij personen van de door gedaagde genoemde organisaties elkaar bevoordelen bij transacties met onroerend goed. Dit is onmiskenbaar de strekking van het artikel. Bovendien wordt in het artikel verwezen naar de verdere mededelingen op de website van Groen Links over dit onderwerp, welke mededelingen een vergelijkbare inhoud en strekking hebben.

4.7. Terecht stelt de Lions Club dat deze mededelingen een negatieve strekking hebben, en dat het artikel de indruk wekt dat haar organisatie als zodanig bij dergelijke gedragingen is betrokken. Hieraan doet onvoldoende af dat in het artikel niet meer dan vier leden van de Lions Club met name worden genoemd en dat wordt gesproken over "informele kringen" binnen de betrokken organisaties. Vaststaat dat de Lions Club Houten in totaal 22 leden heeft, hetgeen gedaagde bekend was, zodat het zeer wel mogelijk moet worden geacht dat een gemiddelde lezer zal aannemen dat, indien vier leden van de Lions Club van gedragingen als de onderhavige worden beticht, dit in feite voor alle leden van de Lions Club geldt, en daarmee voor de Lions Club als zodanig. Gedaagde heeft uitdrukkelijk verklaard dat dit laatste niet het geval is, zodat het onderhavige artikel in zoverre -voor wat betreft de Lions Club - een misleidend karakter heeft. Dit misleidende karakter wordt niet in wezenlijke mate weggenomen door het feit dat in het artikel staat vermeld "(gezien de overige informatie)".

4.8. De Lions Club heeft een evident belang om van mededelingen als de onderhavige verschoond te blijven. Vaststaat immers dat zij zich dienstbaar maakt aan de plaatselijke samenleving door zich belangeloos in te zetten voor goede doelen. Aannemelijk is dat zij bij het realiseren van deze doelstellingen nadeel ondervindt van mededelingen als de onderhavige, nu deze schadelijk zijn voor haar imago en ook overigens afbreuk doen aan haar goede reputatie en de (mede) daarvan afhankelijke mogelijkheid om fondsen te werven waarmee zij haar activiteiten voor het goede doel financiert. Nu de mededelingen zijn gepubliceerd en deze, naar voorshands wordt geoordeeld, gezien hun inhoud en strekking onrechtmatig zijn jegens de Lions Club, is krachtens artikel 6:167 BW plaats voor een rectificatie. Het betoog van gedaagde dat artikel 6:167 BW in het onderhavige geval geen grondslag biedt voor rectificatie stuit af op hetgeen hiervóór is overwogen over het misleidende karakter van de mededelingen in combinatie met het feit dat daaruit niet, althans onvoldoende, blijkt dat deze niet betrekking hebben op de Lions Club als zodanig.

4.9. Vervolgens rijst de vraag of gedaagde in privé tot het plaatsen van een rectificatie kan worden veroordeeld. Niet in geschil is dat hij de onderhavige mededelingen heeft gepubliceerd in zijn hoedanigheid van fractievoorzitter van Groen Links. Gedaagde stelt dat de Lions Club daarom de vordering tegen Groen Links had moeten instellen. Dit betoog wordt verworpen. Het feit dat de onderhavige mededelingen in feite dienen te worden beschouwd als mededelingen van Groen Links, kan gedaagde niet ontslaan van iedere verantwoordelijkheid voor de inhoud daarvan. Daarbij is van belang dat de mededelingen buiten het eigenlijke politieke spectrum vallen voorzover zij niet-politieke organisaties, waaronder de Lions Club, regarderen.

4.10. Hetgeen in onderdeel 4.5 is vermeld over de vrijheid die een politicus heeft is in zoverre niet van toepassing. In plaats daarvan had het op de weg van gedaagde gelegen - zowel in privé als in zijn hoedanigheid van fractievoorzitter van Groen Links - om te voorkomen dat een organisatie waarvan hij zelf uitdrukkelijk de integriteit onderschrijft als zodanig in opspraak zou kunnen geraken door enige publicatie van of namens Groen Links, te meer nu het instantie betreft die zich richt op goede doelen en die voor het werven van fondsen in hoge mate afhankelijk moet worden geacht van haar eer en goede naam. Het feit dat gedaagde niet overeenkomstig de in acht te nemen zorgvuldigheid heeft gehandeld, doet hem in privé aansprakelijk zijn jegens de Lions Club wegens de onrechtmatige publicatie en legt bovendien op hem de verplichting de nadelige gevolgen daarvan ongedaan te maken.

4.11. Aangenomen moet worden dat een rectificatie de meest geschikte methode is om de nadelige (na)werking van de publicatie weg te nemen. Het feit dat de Lions Club zelf zich onlangs tot de pers heeft gewend over deze kwestie neemt het (spoedeisende) belang van haar bij een door gedaagde te plaatsen rectificatie niet weg, nu daarvan naar het lezerspubliek toe een grotere impact moet worden verwacht. Gedaagde zal dienovereenkomstig op de hierna te vermelden wijze worden veroordeeld.

4.12. Nu het tegendeel niet gesteld of aannemelijk is, moet worden aangenomen dat gedaagde het als fractievoorzitter van Groen Links in zijn macht heeft een rectificatie op de website van Groen Links te plaatsen. Voorts zal gedaagde worden veroordeeld de rectificatie in het "Houtens Nieuws" te plaatsen. Uit hetgeen onder 4.2 en 4.3 is overwogen vloeit weliswaar voort dat gedaagde voor de inhoud van dat artikel naast de inhoud van de website niet afzonderlijk aansprakelijk is, maar anderzijds geldt dat de plaatsing van het krantenartikel kennelijk het directe gevolg is van hetgeen gedaagde op de website heeft gepubliceerd. Daarmee rust op gedaagde de plicht om ook in zoverre publiekelijk de negatieve strekking die de website voor de Lions Club heeft ongedaan te maken.

4.13. Bij de formulering van de rectificatie zal rekening worden gehouden met hetgeen gedaagde dienaangaande ter zitting heeft verklaard, te weten dat het nooit zijn bedoeling was om de Lions Club in diskrediet te brengen en dat hij iedere suggestie dienaangaande wenst weg te nemen. Voorts zal de dwangsom worden gematigd en aan een maximum worden gebonden. Bovendien zal worden bepaald dat de dwangsom vatbaar is voor verder matiging, voorzover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, zulks mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.

4.14. De Lions Club vordert daarnaast nog gedaagde te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding. Blijkens de mondelinge toelichting strekt deze vordering tot betaling van materiële én immateriële schadevergoeding. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan aanleiding, als het bestaan (en de omvang) van de vordering in hoge mate aannemelijk is, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het eventuele restitutierisico niet aan toewijzing in de weg staat.

4.15. Voor toekenning van een voorschot op de materiële schadevergoeding is geen plaats. Niet duidelijk is geworden of als gevolg van de publicatie de Lions Club daadwerkelijk minder fondsen zal kunnen verwerven voor de door haar nagestreefde doelen. Bovendien worden de eventueel negatieve gevolgen van de publicatie ondervangen door de rectificatie die gedaagde op korte termijn zal moeten plaatsen. Tegenover dit alles is de betalingsverplichting van gedaagde niet met een boven redelijke twijfel verheven mate van waarschijnlijkheid komen vast te staan.

4.16. Dit laatste geldt tevens voor de immateriële schadevergoeding. Onduidelijk is of de Lions Club als organisatie dusdanig in diskrediet is gebracht, dat in een eventuele bodemprocedure enig bedrag terzake van immateriële schadevergoeding aan haar zal worden toegewezen. Toekenning van een voorschot daarop aan de Lions Club is in dit kort geding derhalve niet aan de orde. Ook de overige vorderingen van de Lions Club zullen worden afgewezen.

4.17. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de kosten van dit geding worden gecompenseerd op de hierna te bepalen wijze.

5. De beslissing

De president:

5.1. veroordeelt gedaagde om op zijn kosten op de voorpagina van de eerstkomende editie van het "Houtens Nieuws" die publicatietechnisch mogelijk is, een rectificatie te plaatsen met een minimale afmeting van 10 x 10 centimeter en met de volgende tekst:

" RECTIFICATIE INGEVOLGE VONNIS VAN DE PRESIDENT VAN DE

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK UTRECHT VAN 3 NOVEMBER 2000

De (fungerend) president van de arrondissementsrechtbank te Utrecht heeft geoordeeld dat door publicaties op de website van Groen Links (<http://www.houten.com/ groenlinks>) de indruk kan ontstaan dat de Lions Club Houten als zodanig is betrokken bij gedragingen waarbij personen elkaar bevoordelen bij transacties met onroerend goed. Dit geldt in het bijzonder voor het op 10 oktober 2000 op de website gepubliceerde artikel met als opschrift "Het Houtense "old boys" netwerk", waarin staat vermeld dat in informele kringen van een aantal organisaties, waaronder de Lions Club Houten, men "elkaar aardig de bal weet toe te spelen". De (fungerend) president heeft deze uitlatingen onrechtmatig bevonden jegens de Lions Club en deswege deze rectificatie gelast.

Het is nooit mijn bedoeling geweest de Lions Club Houten op enige wijze in diskrediet te brengen. Bij deze publicatie wil ik de verkeerde indruk die door de publicaties is ontstaan wegnemen.

[naam gedaagde] fractievoorzitter van Groen Links "

5.2. veroordeelt gedaagde om op zijn kosten voorts de onder 5.1 weergegeven tekst te plaatsen op de website van Groen Links, afdeling Houten, zulks binnen twee dagen na betekening van dit vonnis en met gebod aan gedaagde de rectificatie gedurende vier weken op de website te handhaven;

5.3. bepaalt dat gedaagde een dwangsom van f 5.000,-- verbeurt voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij na de betekening van dit vonnis niet mocht voldoen aan hetgeen onder 5.1 en/of onder 5.2 is bepaald, met dien verstande dat boven de som van f 100.000,-- geen dwangsommen meer worden verbeurd, alsmede met bepaling dat de dwangsom vatbaar is voor matiging, voorzover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, zulks mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding;

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5. wijst af het meer of anders gevorderde;

5.6. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.M.E. van der Burg-van Geest, fungerend president, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2000.