Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2000:AA7656

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
19-10-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
Kort-gedingnr.119885/KG ZA 00-894/WV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
KG 2000, 227
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE UTRECHT

VONNIS van de president van de

arrondissementsrechtbank te Utrecht in het kort geding van:

de besloten vennootschap met

beperkte aansprakelijkheid

Jcvn B.V.,

[....],

gevestigd en kantoorhoudende te Maarsbergen,

gemeente Maarn,

e i s e r e s,

procureur: mr. H.C.E. de Vries,

advocaat : mr. M.J.W. van Ingen te Rosmalen,

- t e g e n -

de naamloze vennootschap

Fortis Bank (Nederland) N.V.,

mede handelende onder de naam Generale Bank,

gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,

g e d a a g d e,

procureur: mr. B.F. Keulen,

advocaat : mr. W.A.M. Schellekens te Rotterdam.

1. Het verloop van het geding

1.1. Eiseres, hierna te noemen: JCVN, heeft gedaagde, verder te noemen: Fortis, in kort geding doen dagvaarden. Op de dienende dag, 5 oktober 2000, heeft zij van eis geconcludeerd overeenkomstig de inhoud van het exploot van dagvaarding, waarvan een fotokopie aan dit vonnis is gehecht.

1.2. JCVN heeft vervolgens bij monde van haar advocaat haar vordering doen toelichten mede aan de hand van overgelegde pleitnotities en producties.

1.3. Fortis heeft hierop bij monde van haar advocaat verweer doen voeren mede aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen en producties.

1.4. Na voortgezet debat, waarbij ook enige inlichtingen zijn verschaft door [de directeur van JCVN] [....] en door [het Hoofd Juridische Zaken van Fortis] en [de directeur van het filiaal Zeist van Fortis], hebben partijen vonnis gevraagd.

2. De vaststaande feiten

2.1. Begin 1997 heeft JCVN van een klant, de Italiaanse onderneming Europig S.R.L., een cheque ontvangen ten bedrage van ITL 85.500.000,-- (ruim NLG 97.000,--), getrokken op de bank Credito Italiano S.P.A. te Milaan, hierna te noemen: de cheque.

2.2. JCVN heeft de cheque aangeboden aan het filiaal Zeist van Fortis.

2.3. Op 11 april 1997 heeft Fortis de cheque verzonden naar haar correspondentbank in Italië. De cheque is vervolgens in het ongerede geraakt.

2.4. Op 17 april 1997 heeft Fortis de bankrekening van JCVN onder gewoon voorbehoud gecrediteerd.

2.5. Op 8 augustus 1997 heeft Fortis aan Credito Italiano een kopie van de cheque gezonden met een zogenaamde Letter of Indemnity.

2.6. Bij brief d.d. 14 oktober 1997 deelt Europig desgevraagd aan Credito Italiano mee, dat zij geen toestemming verleent om op de kopie van de cheque uit te betalen en dat zij terzake contact zal opnemen met JCVN.

2.7. Bij Swift-bericht d.d. 22 mei 1998 deelt Credito Italiano aan Fortis - voor zover relevant - het volgende mee:

"(..) please be informed that the drawer contacted by us, for payment of above mentional lost cheque declare that he doesn't want to honour it and he will contact beneficiary directly (..)"

2.8. Bij brief d.d. 1 september 1998 heeft Fortis aan JCVN medegedeeld dat Credito Italiano niet tot betaling op de kopie van de cheque zal overgaan en dat Fortis de afrekening onder gewoon voorbehoud terug zal draaien en de rekening van JCVN voor het bedrag van de cheque zal belasten.

3. Het geschil en de beoordeling ervan

3.1. Voor de volledige inhoud en de grondslagen van de vordering wordt verwezen naar de aangehechte dagvaarding. Kort weergegeven houdt de vordering in dat Fortis veroordeeld wordt bij wege van voorschot aan JCVN te betalen een bedrag van f. 125.000,--.

3.2. Het verweer van Fortis komt in het volgende voor zoveel nodig aan de orde.

3.3. De door JCVN gevraagde voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan aanleiding, als het bestaan (en de omvang) van de vordering in hoge mate aannemelijk is, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling - bij afweging van de belangen van partijen - aan toewijzing niet in de weg staat.

3.4. Ter onderbouwing van haar vordering heeft JCVN aangevoerd dat Fortis aansprakelijk is voor de schade die zij leidt als gevolg van het feit dat Europig niet op de cheque uitbetaalt, nu een en ander te wijten is aan het handelen van Fortis, althans een hulppersoon van Fortis. Zij verwijst in dit kader naar het verlies van de cheque.

3.5. In deze is van belang dat - zoals onweersproken door Fortis is gesteld - de bewuste cheque deel uitmaakte van een pakket van drie door Fortis gezamenlijk naar Italië verzonden cheques. Deze drie cheques hadden met elkaar gemeen dat ze allen getrokken waren op Credito Italiano. De trekker van de twee overige cheques was echter een andere dan die van de onderhavige cheque. Op de kopieën van vorenbedoelde twee cheques - die vergezeld gingen van eenzelfde Letter of Indemnity als de onderhavige cheque - is echter, in tegenstelling tot de onderhavige cheque, door Credito Italiano wèl tot uitbetaling overgegaan. Dit reeds duidt erop dat Credito Italiano niet de standaardregel hanteert dat nimmer op een kopie van een cheque wordt uitbetaald en rechtvaardigt het vermoeden dat het feit dat op de kopie van de cheque niet is uitbetaald niet gelegen was in de omstandigheid dat de originele cheque verloren gegaan was, maar in betalingsonwil aan de zijde van Europig.

3.6. Dit vermoeden wordt bevestigd door de navolgende omstandigheden. Ten eerste zou door Europig - indien deze wel toestemming tot betaling op de kopie van de cheque had gegeven - geen risico worden gelopen ten aanzien van het eventueel opduiken van de originele cheque, nu Fortis Credito Italiano terzake vrijwaarde middels vorenbedoelde Letter of Indemnity.

Ten tweede heeft Europig haar toezegging aan JCVN om op vertoon van de originele cheque tot betaling over te gaan gedaan, nadat zij door haar bank, Credito Italiano, op de hoogte was gesteld van het bestaan van de kopie van de bewuste cheque en de daarbij behorende Letter of Indemnity. Nu Europig uit (het bestaan van) dit laatste stuk heeft afgeleid dan wel af heeft kunnen leiden dat JCVN niet meer beschikte over de originele cheque, kan voormelde betalingstoezegging niet als reëel worden aangemerkt.

3.7. Op grond van het vorenstaande dient ten zeerste te worden betwijfeld of er een causaal verband bestaat tussen het verlies van de originele cheque en de niet-betaling door Europig.

3.8. Ten aanzien van hetgeen JCVN gesteld heeft met betrekking tot het niet, dan wel onvoldoende nakomen door Fortis van haar toezegging om voor eigen rekening te bewerkstelligen dat alsnog op de cheque uitbetaald wordt, overweegt de president dat - zo al zou moeten worden aangenomen dat er in dat geval sprake is van wanprestatie aan de zijde van Fortis - JCVN onvoldoende heeft aangetoond of en op welke wijze deze tekortkoming bijgedragen heeft aan het ontstaan van de door haar gestelde schade.

3.9. Het bestaan en de omvang van de door JCVN gepretendeerde vordering is dan ook niet in hoge mate aannemelijk geworden. De vordering zal worden afgewezen.

3.10. JCVN zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van dit geding worden veroordeeld.

4. De beslissing

De president:

4.1. wijst de vordering af;

4.2. veroordeelt JCVN in de kosten van dit geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Fortis begroot op f. 1.550,-- (éénduizend vijfhonderdvijftig gulden) voor salaris van zijn procureur en op f. 400,-- (vierhonderd gulden) exclusief BTW voor verschotten;

4.3. verklaart onderdeel 4.2 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schepen, fungerend president, en is in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2000.