Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BY7232

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
21-12-2012
Datum publicatie
24-12-2012
Zaaknummer
Awb 12 / 1314 en Awb 12 / 1267
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2013:1457, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanpassing hoogspanningslijn. Beroep artikel 8 EVRM.

Samenvatting:

Het geschil gaat over een omgevingsvergunning voor de bouw van een aantal verbindingsmasten met het oog op het gedeeltelijk verwijderen van een bestaande 150 KV verbinding en het samenvoegen van deze verbinding op de 380 KV verbinding. Centraal staat de vraag of deze vergunning is verleend in strijd met artikel 8 van het EVRM. Eisers vrezen voor hun gezondheid. Er kan pas een beroep op artikel 8 van het EVRM worden gedaan als de negatieve effecten op de gezondheid voldoende ernstig zijn. Om dit te beoordelen moet worden getoetst aan de beleidsbrieven van de minister voor volksgezondheid. Deze beleidsbrieven zijn gebaseerd op de wetenschappelijke inzichten. Volgens deze beleidsbrieven zijn wijzigingen aan bestaande lijnen waardoor het aantal gevoelige bestemmingen in de specifieke zone niet toeneemt, niet bezwaarlijk. Omdat niet is gebleken dat in de nieuwe situatie meer / of nieuwe woningen of andere gevoelige objecten in de magneetveldzone van de hoogspanningslijn komen te liggen, is de nieuwe situatie volgens de beleidsbrieven niet bezwaarlijk. Daarom is er geen aanleiding voor het oordeel dat verlening van de omgevingsvergunning in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/1314

AWB 12/1267

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2012 in de zaak tussen

VVE De Biezenlaan West, te Helmond, eiseres 1,

(gemachtigde: J.B.J. Bombeeck),

VVE De Biezenlaan Oost, te Helmond, eiseres 2,

(gemachtigde: F. Swinkels),

Tezamen te noemen: eisers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond, verweerder

(gemachtigden: mevr. M.C. Boelens, mr. K.J.A. de Vries).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: TenneT TSO BV, te Arnhem (verder: TenneT), gemachtigde: mr. A.A. Kleinhout.

Procesverloop

Bij besluit van 15 december 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder aan TenneT een omgevingsvergunning verleend voor het vervangen/verplaatsen van de 150 en 380 KV verbindingsmasten nabij de percelen de Voort, Brandevoortse Dreef, Kaldersedijk, Brandevoort en Broekstraat.

Bij besluit van 14 maart 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 november 2012. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. TenneT heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft verweerder bij brief van 30 november 2013 op verzoek van de rechtbank de ter zitting toegezegde volgende informatie nagezonden: de legenda bij de plankaarten van de toepasselijke bestemmingsplannen en alle bijlagen bij de aanvraag omgevingsvergunning.

Overwegingen

1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan. Eisers zijn gevestigd aan de Biezenlaan te Helmond in de directe nabijheid van een 380 KV hoogspanningslijn die wordt beheerd door TenneT. De appartementen van de leden van eisers zijn gelegen nabij hoogspanningsmast nummer 118.

2. Het primaire besluit is een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en voorziet in de bouw van een aantal verbindingsmasten met het oog op het gedeeltelijk verwijderen van een bestaande 150 KV verbinding en het samenvoegen van deze verbinding op de 380 KV verbinding nabij eiseres. Hierbij wordt de 150 KV verbinding gehangen aan de masten van de 380 KV verbinding. De bezwaren van eisers tegen dit besluit zijn in bezwaar ongegrond verklaard.

3.1 Eisers zijn van mening dat de aanvraag voor omgevingsvergunning onvolledig is geweest omdat niet alle tekeningen bij aanvraag zijn overgelegd. Dit is volgens eisers in strijd met de regeling omgevingsrecht nu verweerder ambtshalve toestemming heeft verleend om de betreffende gegevens nader te overleggen. Op basis van de gegevens bij de aanvraag kon verweerder volgens eisers geen deugdelijke beoordeling verrichten. Niet duidelijk is of de constructieve veiligheid is gegarandeerd. Eisers beklagen zich er over dat het op deze manier niet mogelijk is om zelf de gegevens te laten toetsen in de bezwaarfase.

3.2 Verweerder heeft aangegeven dat de gegevens wel voldoende waren, alsmede dat de ontbrekende gegevens tijdig conform de daartoe strekkende voorwaarde in de omgevingsvergunning zijn aangeleverd en akkoord bevonden.

3.3 Ingevolge artikel 2.2, eerste lid, van de Regeling omgevingsrecht (Mor) dient de aanvrager bij de aanvraag de in dat artikel genoemde constructieve gegevens te verstrekken. Ingevolge artikel 2.5 van de Mor dient de aanvrager de volgende gegevens en bescheiden ten behoeve van de toetsing aan de criteria uit de welstandsnota te verstrekken:

a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;

b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk;

c. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing;

d. opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan (uitwendige scheidingsconstructie). In ieder geval worden opgegeven het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten en boeidelen en de dakbedekking.

Ingevolge artikel 2.7, eerste lid, van de Mor wordt in de vergunning voor een bouwactiviteit, indien de aanvrager een verzoek tot latere aanlevering heeft ingediend, bepaald dat uiterlijk binnen een termijn van drie weken voor de start van de uitvoering van de desbetreffende handeling worden overgelegd de gegevens en bescheiden met betrekking tot belastingen en belastingcombinaties (sterkte en stabiliteit) en de uiterste grenstoestand van alle (te wijzigen) constructieve delen van het bouwwerk alsmede van het bouwwerk als geheel, voor zover het niet de hoofdlijn van de constructie dan wel het constructieprincipe betreft.

3.4 Tot de bijlagen bij de aanvraag behoren onder meer (per type) schetsen van het vooraanzicht van de hoogspanningsmast alsmede in perspectief en constructiegegevens.

De rechtbank is van oordeel dat de hoofdlijn van de constructie en het constructieprincipe voldoende blijken uit de gegevens die bij de aanvraag zijn overgelegd. Er is daarom geen sprake van strijd met artikel 2.7, eerste lid van de Mor en verweerder heeft hierbij niet onzorgvuldig gehandeld. De klacht van eisers dat zij niet in de gelegenheid zijn geweest de constructieve gegevens te laten toetsen in de bezwaarfase leidt niet tot een ander oordeel. De mogelijkheid van latere aanlevering wordt geboden op basis van de Mor. Deze mogelijkheid bestond overigens ook onder het recht voor de inwerkingtreding van de Wabo. Van strijd met een goede procesorde of het fair play beginsel is daarom geen sprake. Deze beroepsgrond faalt.

4.1 Eisers stellen voorts dat de omgevingsvergunning is verleend in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voorziet niet in de plaatsing van nieuwe masten met een hogere spanning.

4.2 Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het gehele project past binnen de bestemmingsplannen “Brandevoort I”, “Brandevoort II”, “Geldropseweg West”, “Wijzigingsplan Geldropseweg West/ verlegging hoogspanningslijn” en “Administratieve herziening hoogspanningsleiding”. TenneT heeft zich bij dit standpunt aangesloten.

4.3 De rechtbank is van oordeel dat de bestreden omgevingsvergunning niet is verleend in strijd met de voorschriften van de bestemmingsplannen die voorzien in de bouw van hoogspanningsmasten, zoals door TenneT aangevraagd. De bestemmingsplannen bevatten evenmin voorschriften dat de bundeling van de 150 KV en de 380 KV hoogspanningslijn in de weg staat. Dit wordt bevestigd door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: ABRvS) van 29 februari 2012 (LJN: BV7264) waarin is overwogen dat bundeling van de 150 kV hoogspanningslijn met de 380 kV hoogspanningslijn in de omgeving van de woningen van de leden van eisers in de gemeente Helmond planologisch reeds mogelijk is. Deze beroepsgrond faalt.

5.1 Eisers zijn van mening dat de gezondheidsaspecten, met name het corona-effect, en de aantasting van het woongenot in de belangenafweging meegenomen hadden moeten worden. Eisers stellen verder dat de omgevingsvergunning moet worden vernietigd vanwege strijd met het voorzorgsbeginsel. Eisers verwijzen naar de beleidsbrief van de staatssecretaris van VROM van 3 oktober 2005 (“Advies met betrekking tot hoogspanningslijnen”) en de aanvullende beleidsbrief van 4 november 2008 van de minister van VROM (verder: de beleidsbrieven). Eisers zijn van mening dat sprake is van een nieuwe situatie en zijn van mening dat de bundeling van de hoogspanningslijn in strijd is met de beleidsbrieven.

5.2 Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat niet aan het voorzorgbeginsel kan worden getoetst. Artikel 2.10, eerste lid van de Wabo voorziet in een limitatief-imperatief stelsel. Als de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voldoet aan de voorwaarden in dit artikel moet de vergunning worden verleend. Overigens acht verweerder het project niet in strijd met de beleidsbrieven. De gemeente Helmond heeft onderzoek laten verrichten door onder meer het bureau Petersburg Consultants BV dat in diverse rapportages concludeert dat de als gevolg van het project de magneetveldzone wordt verkleind. Deze rapportages worden verder aangeduid als de rapporten van Petersburg. TenneT heeft zich bij het standpunt van verweerder aangesloten onder een verwijzing naar de uitspraak van de ABRvS van 9 mei 2012 (BW5264) inzake een beroep tegen een eerder verleende bouwvergunning voor (een andere uitvoering van) de hoogspanningslijn nabij de wijk Brandevoort.

5.3 De rechtbank stelt voorop dat het limitatief-imperatieve toetsingskader van artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo, verweerder verplicht om slechts te toetsen aan de in dit artikel genoemde voorwaarden en, de vergunning ingevolge artikel 2.1, eerste lid onder a, van de Wabo te verlenen als aan deze voorwaarden wordt voldaan. De rechtbank verstaat de beroepsgrond van eisers aldus dat zij verlening van de omgevingsvergunning op basis van het geldende bestemmingsplan in strijd achten met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

5.4 Ingevolge vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) bijvoorbeeld de uitspraken van 9 juni 2005 (LJN: AU0858) en 26 februari 2008, (LJN: BD3996) dient voor een geslaagd beroep op artikel 8 van het EVRM sprake zijn van een situatie waarin klagers direct worden geraakt in hun privéleven/huisrecht. Voorts moeten de negatieve effecten voldoende ernstig zijn. Bij de beantwoording of de negatieve effecten voldoende ernstig zijn, wordt gekeken naar de omstandigheden van het geval, zoals de intensiteit en duur van de overlast en de effecten op de fysieke en psychische gezondheid alsmede de aard van de omgeving. Het EHRM betrekt hierbij de heersende wetenschappelijke inzichten.

5.5 In de uitspraak van de ABRvS van 29 december 2010, (LJN: BO9217) in een procedure over een rijksinpassingsplan overweegt de ABRvS kort samengevat dat er geen grond is voor het oordeel dat het beleid in de beleidsbrieven, met inbegrip van de beleidskeuze voor een magneetveldzone van 0,4 microtesla voor nieuwe situaties niet in redelijkheid aan het rijksinpassingsplan ten grondslag kan worden gelegd. Eerder was de ABRvS eenzelfde oordeel toegedaan in de uitspraak van 10 maart 2010, (LJN: BL7010). De rechtbank ziet geen aanleiding voor een ander oordeel. Met de enkele verwijzing naar mogelijke andere effecten van een hoogspanningslijn hebben eisers onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de beleidsbrieven niet zijn gebaseerd op de heersende wetenschappelijke inzichten. Om te beoordelen of eisers een beroep toekomt op artikel 8 van het EVRM kan naar het oordeel van de rechtbank worden volstaan met een toets aan de beleidsbrieven.

5.6 In de beleidsbrieven wordt, kort samengevat, geadviseerd om bij de vaststelling van bestemmingsplannen en van tracés van bovengrondse hoogspanningslijnen, dan wel bij wijzigingen in bestaande plannen of van bestaande hoogspanningslijnen, zo veel als redelijkerwijs mogelijk te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Wijzigingen aan bestaande lijnen of bestemmingsplannen waardoor het aantal gevoelige bestemmingen in de specifieke zone niet toeneemt, zijn niet bezwaarlijk. De beleidskeuze is beperkt tot nieuwe situaties vanwege de grote maatschappelijke gevolgen in bestaande situaties. Voor bestaande situaties wordt aangesloten bij de referentiewaarde van 100 microtesla in de aanbeveling van de Europese Commissie van 12 juli 1999.

5.7 De rechtbank is van oordeel dat in dit geval sprake is van een nieuwe situatie, omdat het gaat om een aanpassing aan de bestaande 380 KV lijn nabij eisers. De enkele omstandigheid dat de aanpassing in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan is niet doorslaggevend, omdat in de beleidsbrieven expliciet wordt aangegeven dat ook bij wijzigingen van bestaande hoogspanningslijnen moet worden vermeden dat nieuwe situaties ontstaan. Ingevolge de beleidsbrieven is echter een wijziging aan een bestaande lijn waarbij het aantal gevoelige objecten niet toeneemt, niet bezwaarlijk. Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat de woningen van leden van eisers in de oude situatie zijn gelegen in de magneetveldzone van 0,4 microtesla bij de oude 380 KV hoogspanningslijn. Dit volgt onder meer uit de rapportages van Petersburg en is tussen partijen niet in geschil. In de rapportages van Petersburg is berekend dat de magneetveldzone in de nieuwe situatie kleiner zal worden. Dit leidt tot de conclusie dat in de nieuwe situatie geen nieuwe gevoelige objecten in de magneetveldzone komen te liggen en dat de nieuwe situatie ingevolge de beleidsbrieven niet bezwaarlijk is. Dat in diverse rapporten verschillende meetresultaten naar voren komen, wat hier verder ook van zij, leidt niet tot een ander oordeel nu eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat de hiervoor genoemde conclusie onjuist is. Eisers hebben evenmin aannemelijk gemaakt dat de magneetveldzone in de nieuwe situatie groter wordt dan in de oude situatie.

5.8 Eisers hebben nog aangevoerd dat elders in het project wel sprake is van een toevoeging van een nieuw gevoelig object, namelijk de basisschool in Stepekolk waar kinderen van enkele leden van eisers naar school zullen gaan. Volgens verweerder en TenneT ligt deze school buiten de magneetveldzone. Beiden baseren zich hierbij op de rapporten van Petersburg. De rechtbank overweegt hierover het volgende. Weliswaar is de school niet in gebruik genomen ten tijde van het bestreden besluit, van de zijde van verweerder is aangegeven dat het wel de bedoeling is de school in gebruik te nemen als het project is afgerond. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op basis van de rapporten van Petersburg heeft kunnen concluderen, dat ook ingebruikname van deze school niet leidt tot een toename van het aantal gevoelige objecten. Volgens de rapporten van Petersburg ligt de school in de nieuwe situatie buiten de magneetveldzone. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat de uiteindelijke berekeningen van bureau Petersburg van de magneetveldzone in de nieuwe situatie bij de school onjuist zijn. Eisers hebben evenmin aannemelijk gemaakt dat in de nieuwe situatie de school wel binnen de magneetveldzone komt te liggen. Dat er wisselende berichten zijn van het gemeentebestuur inzake garanties omtrent de veiligheid van de school, wat hier verder ook van zij, leidt niet tot het oordeel dat de vergunning niet had mogen worden verleend, temeer nu deze berichtgeving dateert van na het bestreden besluit.

5.9 De rechtbank concludeert dat de samenvoeging van de hoogspanningslijn in overeenstemming is met de beleidsbrieven. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is daarom onvoldoende gebleken dat sprake is van voldoende ernstige effecten op de gezondheid van de leden van eisers en is geen aanleiding voor het oordeel dat verlening van de omgevingsvergunning in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Deze beroepsgrond faalt.

6. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is het beroep ongegrond.

Voor een veroordeling van één der partijen in de door de andere partij gemaakte kosten of een vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.M. Belt - Brouns, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 december 2012.

griffier rechter

De griffier is buiten staat

deze uitspraak te ondertekenen.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.