Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BY6600

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-12-2012
Datum publicatie
19-12-2012
Zaaknummer
01/993206-11
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2014:1613, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf van 6 jaren met aftrek voorarrest voor strafbare voorbereidingshandelingen gericht op de productie van synthetische drugs. Gevangenneming van verdachte.

Verkrijging van beelden met behulp van een camera op een loods valt onder het bereik van het afgegeven bevel stelselmatige observatie. Het nalaten van een bevel 126g Sv levert geen onherstelbaar vormverzuim op.

Verdachte wordt vrijgesproken van het overtreden van de Wet Voorkoming Misbruik Chemicaliën [hierna: WVMC] omdat verdachte geen markdeelnemer in de zin van de WVMC is en omdat APAAN geen geregistreerde stof in de zin van de WVMC is

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/993206-11

Datum uitspraak: 19 december 2012

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 oktober, 13, 14, 16, 19, 27 en 29 november en 5 december 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 19 september 2012.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 13 november 2012 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011

tot en met 20 maart 2012 te Waalre, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in

het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het

opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken,

vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van

(een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of van

(een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA,(telkens) zijnde

(een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of (een)

hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende (een)(ander(e))

middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden

en/of te bevorderen,

- (telkens) zich of een ander gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen

tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- (telkens) (een) voorwerp(en) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of (een)

stof(fen) en/of gelden en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft

gehad waarvan hij wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat zij

bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben hij en/of zijn, verdachtes, mededaders (telkens)

opzettelijk daartoe (een) materia(a)l(en) bestemd voor de productie van

amfetamine en/of MDMA en/of (een) (ander(e)) middel(en) vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst I en/of BMK (1-fenyl-2-propanon) en/of PMK

(3,4-methyleendioxyfenylpropaan-2-on), te weten

- (een) vacuümafscheider(s) en/of

- (een) droogkast(en) en/of

- (een) koelspira(a)l(en) en/of

- (een)rondbodemkolf/rondbodemkolven en/of

- (een) mobiele productie unit(s) en/of

- (een) stempel(s) en/of

- (een) gasbrander(s)

gemaakt en/of voorhanden gehad; (zaaksdossier 2)

(artikel 10a Opiumwet)

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 november

2010 tot en met 17 februari 2011 te Gastel, gemeente Cranendonck, en/of

Waalre, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van

artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken,

verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of

buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van

een materiaal bevattende amfetamine en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van een

materiaal bevattende MDMA, (telkens) zijnde (een) middel(en) vermeld op de bij

de Opiumwet behorende lijst I, en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een)

materia(a)l(en) bevattende (een) (ander(e)) middel(en) vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- (telkens) zich of een ander gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen

tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- (telkens) (een) voorwerp(en) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of (een)

stof(fen) en/of gelden en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft

gehad waarvan hij wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat zij

bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en), immers heeft/hebben hij

en/of zijn, verdachtes, mededaders (telkens) opzettelijk daartoe:

- (een) materia(a)l(en), te weten (onder andere) (een)

rondbodemkolf/rondbodemkolven en/of (een) scheitrechter(s) en/of een MDF-plank

met twee (op maat) gezaagde openingen en/of een plastic 100 liter vat met

aftapkraan en/of (een) emmer(s) en/of (een) maatbeker(s) en/of (een) actief

koolfilter(s) en/of een verrijdbare metalen mengketel voorhanden gehad en/of

opgeslagen en/of

- (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) PMK glycidate

(methyl-3-[3`4'-(methyleendioxy)phenyl]-2-methyl glycidate) (bestemd voor de

productie van PMK (3,4 methylenedioxyphenylpropan-2-on)), voorhanden gehad

en/of opgeslagen en/of

- twee, althans een, gasfles(sen) bevattende butaan/propaan voorhanden gehad

en/of opgeslagen en/of

- een (grote) hoeveelheid, in elk geval 9, jerrycan(s) (à 20 liter) bevattende

zoutzuur voorhanden gehad en/of opgeslagen en/of

- een (grote) hoeveelheid PMK (3,4 methylenedioxyphenylpropan-2-on) voorhanden

gehad en/of opgeslagen en/of

- (een) materia(a)l(en) bestemd voor het maken van een zgn.

productieopstelling (voor de productie van BMK (1-fenyl-2-propanon))

aangeschaft en/of

- (vervolgens) die productieopstelling geassembleerd en/of opgebouwd en/of

- (in die productieopstelling) water en zwavelzuur samen gevoegd en/of

- een grote hoeveelheid, in elk geval 25, althans (een) doos/dozen (à 20 kg)

inhoudende de stof APAAN (alpha phenylacetoacetonitril) (bestemd voor de

productie van BMK (1-fenyl-2-propanon)) voorhanden gehad en/of opgeslagen en/of

- een grote hoeveelheid, in elk geval 28, althans (een) jerrycan(s) (à 25

liter) zwavelzuur voorhanden gehad en/of opgeslagen en/of

- een loods gehuurd;

(zaaksdossier 1)

(artikel 10a Opiumwet)

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari

2011 tot en met 26 oktober 2011 te Oisterwijk en/of Waalre, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,

afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied

van Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende

amfetamine, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende (een)

(ander(e)) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te

bereiden en/of te bevorderen,

- (telkens) zich of een ander gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen

tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- (telkens) (een) voorwerp(en) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of (een)

stof(fen) en/of gelden en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft

gehad waarvan hij wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat zij

bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en), immers heeft/hebben hij

en/of zijn, verdachtes, mededaders (telkens) opzettelijk daartoe:

- (een) materia(a)l(en) bestemd voor het maken en van (een)

productieopstelling(en) (voor de productie van BMK (1-fenyl-2-propanon)), te

weten (onder andere) (een) blauwe ton(nen) en/of (een) zwarte ton(nen) en/of

(een) mixer(s) en/of (een) roermotor(en) en/of (een)(plastic) slang(en) en/of

(een) buis/buizen aangeschaft en/of voorhanden gehad en/of

- (vervolgens) die productieopstelling(en) gemaakt en/of

- (vervolgens) die productieopstelling(en) geassembleerd en/of opgebouwd en/of

- APAAN (alpha phenylacetoacetonitril) en/of water en/of zwavelzuur samen

gevoegd en/of (vervolgens) verwarmd (waardoor BMK (1-fenyl-2-propanon) is

verkregen) en/of

- een grote hoeveelheid, in elk geval 21, althans (een) doos/dozen (à 20 kg)

inhoudende de stof APAAN (alpha phenylacetoacetonitril) (bestemd voor de

productie van BMK (1-fenyl-2-propanon)) voorhanden gehad en/of opgeslagen

en/of

- een grote hoeveelheid, in elk geval 17, althans (een) jerrycan(s) zwavelzuur

voorhanden gehad en/of opgeslagen en/of

- een grote hoeveelheid, in elk geval 8 liter, van een stof bevattende BMK

(1-fenyl-2-propanon) voorhanden gehad en/of opgeslagen en/of

- (een) aantekening(en) en/of (een) notitie(s) met betrekking tot de

productie van synthetische drugs en/of precursoren voorhanden gehad en/of

- een loods en/of (een) voertuig(en) ter beschikking gesteld; (zaaksdossier 3)

(artikel 10a Opiumwet)

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011

tot en met 4 november 2011 te Weert en/of Waalre, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een

feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te

weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,

verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland

brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine,

(telkens) zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I

en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende (een)

(ander(e)) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te

bereiden en/of te bevorderen,

- (telkens) zich of een ander gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen

tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- (telkens) (een) voorwerp(en) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of (een)

stof(fen) en/of gelden en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft

gehad waarvan hij wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat zij

bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en), immers heeft/hebben hij

en/of zijn, verdachtes, mededaders (telkens) opzettelijk daartoe:

-(een) materia(a)l(en) bestemd voor het maken van (een)

productieopstelling(en) (voor de productie van BMK (1-fenyl-2-propanon)), te

weten (onder andere) (een) blauwe ton(nen) en/of (een) zwarte ton(nen) en/of

(een) mixer(s) en/of (een) roermotor(en) en/of (een)(plastic) slang(en) en/of

(een) buis/buizen aangeschaft en/of

- (vervolgens) die productieopstelling(en) gemaakt en/of

- (vervolgens) die productieopstelling(en) geassembleerd en/of opgebouwd en/of

- APAAN (alpha phenylacetoacetonitril) en/of water en/of zwavelzuur samen

gevoegd en/of (vervolgens) verwarmd (waardoor BMK (1-fenyl-2-propanon) is

verkregen) en/of

- een loods ter beschikking gesteld en/of die loods voorzien van een

luchtafvoersysteem en/of elektriciteit en/of

- (een) aantekening(en) en/of (een) notitie(s) met betrekking tot de productie

van synthetische drugs en/of precursoren voorhanden gehad en/of

-(een) doos/dozen inhoudende de stof APAAN (alpha phenylacetoacetonitril)

(bestemd voor de productie van BMK (1-fenyl-2-propanon)) en/of (een)

jerrycan(s) zwavelzuur en/of BMK (1-fenyl-2-propanon) voorhanden gehad en/of

opgeslagen; (zaaksdossier 4)

(artikel 10a Opiumwet)

5.

hij als marktdeelnemer, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de

periode 16 november 2010 tot en met 20 maart 2012 te Gastel, gemeente

Cranendonck, en/of Oisterwijk en/of Weert in elk geval in Nederland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) geregistreerde stof(fen) van categorie I

van bijlage 1 van de Verordening nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de

Raad, te weten

- (een) hoeveelhe(i)d(en) van een stof met/inhoudende 1-fenyl-2-propanon (BMK)

en/of

- (een) hoeveelhe(i)d(en) van een stof met/inhoudende

alpha phenylacetoacetonitril (APAAN) en/of

- (een) hoeveelhe(i)d(en) van een stof met/inhoudende

3,4 methylenedioxyphenylpropan-2-on (PMK) en/of

- een hoeveelheid met/inhoudende

methyl-3-[3'4'-(methyleendioxy)phenyl]-2-methyl glycidate (PMK-glycidate),

zonder een door de bevoegde instanties afgegeven vergunning, met het oog op

levering in de Europese Gemeenschap, in zijn bezit heeft gehouden en/of heeft

opgeslagen en/of heeft vervaardigd en/of heeft verwerkt en/of (aldus) in de

handel heeft gebracht;

(De terminologie is gebruikt in de zin van de Wet voorkoming misbruik

chemicalien, de Verordening (EG) nummer 273/2004 van het Europees Parlement

en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren)

(artikel 2 Wet Voorkoming Misbruik Chemicaliën)

6.

hij in of omstreeks de periode 1 januari 2011 tot en met 20 maart 2012 te

Waalre en/of elders in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, te

weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen (waartoe

behoorden [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of

een of meer andere personen), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van

misdrijven, namelijk

het voorbereiden en/of bevorderen van Opiumwetdelicten door (onder andere)

- het maken van (onderdelen van) (een) productieopstelling(en) (voor de

productie van BMK (1-fenyl-2-propanon) en/of amfetamine en/of PMK (3,4

methylenedioxyphenylpropan-2-on) en/of MDMA en/of

- het assembleren en/of opbouwen van dat/die productieopstelling(en) en/of

- het produceren van BMK en/of PMK

en/of

het zonder vergunning in bezit houden en/of opslaan en/of vervaardigen en/of

verwerken en/of in de handel brengen van BMK (1-fenyl-2-propanon) en/of APAAN

(alpha phenylacetoacetonitril) en/of PMK (3,4 methylenedioxyphenylpropan-2-on)

en/of methyl 3-[3'4'-(methyleendioxy)phenyl]-2-methyl glycidate (PMK

glycidate); (zaaksdossier 2)

(artikel 140 Wetboek van Strafrecht)

7.

hij op of omstreeks 07 november 2011 te Waalre tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in / uit een elektriciteitshuisje heeft weggenomen een video

opname apparaat en/of een compact flash card en/of een camera en/of een

switchbox, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de

Belastingdienst/FIOD, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het

weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door

middel van braak, verbreking en / of inklimming immers heeft hij en/of zijn

mederverdachte(n) de deur van een elektriciteitshuisje geforceerd;

(artikel 311 juncto 310 Wetboek van Strafrecht)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

De officieren van justitie achten, op gronden in het schriftelijk requisitoir en het schriftelijk repliek verwoord, de onder 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 5, feit 6 en feit 7 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Meer specifiek overweegt de rechtbank ten aanzien van feit 5:

Door de verdediging is aangevoerd dat verdachte niet kan worden aangemerkt als marktdeelnemer in de zin van artikel 2, onder d, van de Verordening (EG) nummer 273/2004 van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren. Volgens de verdediging is niet komen vast te staan dat er door verdachte APAAN of BMK is geleverd, noch dat hij met het oog op levering van die stoffen handelingen heeft verricht, noch dat dit binnen de Gemeenschap zou zijn gebeurd.

In artikel 2 van de Verordening (EG) nummer 273/2004 van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren wordt voor de toepassing van de verordening onder d) "marktdeelnemer" verstaan: "elke natuurlijke of rechtspersoon die betrokken is bij het in de handel brengen van geregistreerde stoffen."

Onder "in de handel brengen" wordt blijkens de definitie van artikel 2 onder c) van de verordening verstaan: "elke levering, al dan niet tegen betaling, van geregistreerde stoffen in de Gemeenschap, dan wel, met het oog op de levering ervan in de Gemeenschap, de opslag, vervaardiging, productieverwerking, de handel, distributie of handelsbemiddeling in deze stoffen."

Gelet op de wetsgeschiedenis van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën en eerdere gerechtelijke uitspraken, heeft de wet tot doel te voorkomen dat grondstoffen terecht komen bij personen die zich bezig houden met de vervaardiging van verdovende middelen uit die grondstoffen. Het verbod betreft de levering van die grondstoffen aan derden. Om als marktdeelnemer te kunnen worden aangemerkt moet bewezen worden dat de verdachte als dader of mededader betrokken is bij het afleveren van geregistreerde stoffen aan een ander, dan wel bij de opslag, vervaardiging, productieverwerking, de handel, distributie of handelsbemiddeling in geregistreerde stoffen met het oog op het afleveren van geregistreerde stoffen aan een ander.

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte betrokken is geweest bij het vervaardigen van BMK uit APAAN. BMK is een geregistreerde stof als bedoeld in artikel 2, onder a, van de Verordening (EG) nummer 273/2004 van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren. Niet is echter komen vast te staan dat verdachte en zijn mededader(s) BMK hebben vervaardigd of opgeslagen met het oog op levering van die BMK aan een derde of dat er van een levering van BMK aan een derde sprake is geweest. De officieren van justitie hebben dit afgeleid uit de omstandigheid dat noch in het omzettingslaboratorium, noch bij verdachte of zijn mededader(s) BMK is aangetroffen terwijl dit wel is vervaardigd. Met de verdediging is de rechtbank echter van oordeel dat niet ondenkbeeldig is dat verdachte en zijn mededader(s) de BMK op een andere plaats hebben opgeslagen of zelf hebben gebruikt als grondstof voor de vervaardiging van synthetische drugs.

Gelet op de twijfel die bij de rechtbank bestaat over de bestemming van de vervaardigde BMK dient verdachte van dit feit worden vrijgesproken omdat hij geen marktdeelnemer is in de zin van de verordening.

Wat betreft de stof APAAN is de rechtbank anders dan de officieren van justitie van oordeel dat dit geen geregistreerde stof betreft. In artikel 2 onder a van de Verordening (EG) nummer 273/2004 van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren, wordt onder een geregistreerde stof verstaan: "elke in bijlage I genoemde stof, met inbegrip van mengsels en natuurproducten die dergelijke stoffen bevatten."

Voorts bepaalt dit artikel dat uitgesloten zijn geneesmiddelen, farmaceutische preparaten, mengsels, natuurproducten en andere preparaten die geregistreerde stoffen bevatten die zodanig zijn vermengd dat ze niet gemakkelijk met eenvoudige of economisch rendabele middelen kunnen worden gebruikt of geëxtraheerd.

Anders dan de officieren van justitie kennelijk menen, is de rechtbank van oordeel dat het bij de beslissing of APAAN wel of niet onder de definitie geregistreerde stof valt, niet van doorslaggevende betekenis of BMK op eenvoudige of economisch rendabele wijze uit APAAN kan worden verkregen.

Voordat aan de beantwoording van die vraag kan worden toegekomen, zal eerst de vraag moeten worden beantwoord of APAAN een mengsel of natuurproduct is dat BMK bevat.

In de beschikking van 31 oktober 2012 heeft de raadkamer van deze rechtbank beslist dat dit niet het geval is en dat APAAN geen geregistreerde stof is in de zin van de verordening en de Wet voorkoming misbruik chemicaliën.

Dit oordeel is juist. Bij gelegenheid van zijn repliek is door de officier van justitie een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut overgelegd van de deskundige dr. J.D.J. van den Berg van 6 juni 2011. Uit dit rapport blijkt dat de chemische stof APAAN, te weten a-fenylacetoacetonitril (CAS-nummer 4468-48-8) niet is vermeld in bijlage I van de Verordening (EG) nummer 273/2004. De stof is volgens de deskundige geen stereoisomerische vorm of zout van BMK. Voorts betreft APAAN volgens de deskundige geen mengsel of preparaat dat BMK bevat. BMK wordt pas vervaardigd uit APAAN door een chemische reactie met een sterk zuur al dan niet in combinatie met verhitten van het reactiemengsel.

Uit deze conclusie van de NFI-deskundige leidt de rechtbank af dat APAAN niet is vermeld op bijlage I van de Verordening (EG) nummer 273/2004 van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren, noch een mengsel of natuurproduct is in de zin van die Verordening dat BMK bevat.

Meer specifiek overweegt de rechtbank ten aanzien van feit 6:

Aan verdachte wordt verweten dat hij zou hebben deelgenomen aan een criminele organisatie, te weten een samenwerkingsverband van onder meer verdachte zelf, [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4].

Naar het oordeel van de rechtbank is weliswaar bewezen dat verdachte met [medeverdachte 3] enerzijds en met [medeverdachte 4] anderzijds zich heeft schuldig gemaakt aan strafbaar feiten, maar niet blijkt van factoren als een onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten waaruit ook een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen deze personen zou kunnen worden afgeleid.

De omstandigheid dat zij medepleger zijn van een strafbaar feit, dat zij in elkaars gezelschap zijn gezien of dat [medeverdachte 3], zoals hij heeft verklaard, tegen betaling klusjes heeft verricht voor [verdachte] is daartoe onvoldoende. [medeverdachte 4] kent verdachte al lange tijd en [medeverdachte 3] had een relatie met de zus van verdachte, kluste met de vader van verdachte, woonde in het huis van verdachte en kwam ook om die reden vrijwel dagelijks op het adres waar verdachte stond ingeschreven.

De rechtbank zal verdachte derhalve bij gebreke van wettig en overtuigend bewijs vrijspreken van deelneming aan een criminele organisatie.

Meer specifiek overweegt de rechtbank ten aanzien van feit 7:

Weliswaar zijn er aanwijzingen dat verdachte en [medeverdachte 2] op 4 november 2011 de door het Team opsporingsondersteuning in het elektriciteitshuisje, gelegen op de hoek van de Molenzicht 1 te Waalre, geplaatste camera met toebehoren hebben ontdekt, maar uit geen enkel bewijsmiddel volgt dat verdachte degene is geweest die het elektriciteitshuisje heeft opengebroken en de apparatuur daaruit heeft ontvreemd of daarbij als medepleger betrokken is geweest.

Verdachte wordt mitsdien vrijgesproken van dit aan hem verweten misdrijf.

Bewijs

Het standpunt van de officieren van justitie.

De officieren van justitie achten, op gronden in het schriftelijk requisitoir en het schriftelijk repliek verwoord, de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

De officieren van justitie hebben ten aanzien van feit 3 bij repliek gesteld dat de wettelijke grondslag voor de opnamen, die zijn gemaakt van de roldeur van de loods aan de [adres 1] door middel van een camera, te vinden is in artikel 3 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten dat een zelfde strekking heeft als artikel 2 van de Politiewet 1993. Voorts is gewezen op de Schütznorm. Het verweer dient volgens hen derhalve te worden afgewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Feit 1 kan gedeeltelijk wettig en overtuigend bewezen worden geacht. Bij de bepaling van de strafmaat dient de rol van verdachte in het juiste kader te worden gezien. Hij had geen betrokkenheid bij het daadwerkelijke productie- of omzettingsproces. Niet kan worden bewezen dat ten aanzien van de voorbereidingshandelingen "de koelspiraal/koelspiralen, de mobiele productie-unit, stempels en de gasbrander" zijn gebruikt.

Door de verdediging is wat betreft feit 2 naar voren gebracht dat vrijspraak zal dienen te volgen ten aanzien van het productie/omzettingsproces en dat niet is komen vast te staan dat [verdachte] APAAN in de loods heeft gebracht.

Door de verdediging is ten aanzien van feit 3 aangevoerd dat de camerabeelden van de loods aan de [adres 1] op onrechtmatige wijze zijn verkregen omdat er geen afdoende wettelijke grondslag bestond voor de verkrijging en overdracht van die beelden. Er is sprake van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering en dit dient te leiden tot bewijsuitsluiting.

De wettelijke grondslag is volgens de verdediging niet het bevel ex artikel 126k van het Wetboek van Strafvordering. Dit bevel betreft het betreden van een besloten plaats (inkijk) en biedt geen wettelijke grondslag voor het plaatsen van een camera die gedurende een langere periode beelden opneemt op tijdstippen dat er geen inkijk plaatsvindt of gaat plaatsvinden. Dat is in deze strafzaak wel gebeurd.

Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat artikel 126k van het Wetboek van Strafvordering wel een wettelijke grondslag zou bieden, dan is de verdediging van oordeel dat er sprake is van détournement de pouvoir omdat de camerabeelden niet zijn gebruikt ten behoeve van het uitvoeren van inkijkoperaties in de loods, maar voor bewijsvergaring. Bovendien beslaan de afgegeven bevelen ex artikel 126k van het Wetboek van Strafvordering niet de volledige periode en zijn er waarnemingen aan het dossier toegevoegd die gedaan zijn op dagen (18 oktober 2011, deel van 19 oktober 2011, 23 en 24 oktober 2011) dat er geen bevel van kracht was. Ook zijn de beginselen van proportionaliteit en subsidiairiteit geschonden omdat voor de ondersteuning van de inkijk had kunnen worden volstaan met minder ingrijpende middelen waaronder inzet van andere opsporingsambtenaren op het moment van de inkijk.

De wettelijke grondslag is volgens de verdediging evenmin het bevel ex artikel 126g van het Wetboek van Strafvordering tegen verdachte [verdachte], aangezien het dossier ter zake het doel en het gebruik van de camera in de zaak Oisterwijk daar niets over behelst, het bevel tot observatie in de zaak [verdachte] al op 29 september 2011 was afgegeven en het gebruik van die camera in Oisterwijk toen niet speelde en er geen aanvulling of wijziging van het bevel observatie in de zaak [verdachte] is gevraagd of verleend.

Voor zover de rechtbank van oordeel is dat de wettelijke grondslag wel kan worden gevonden in het bevel tot observatie ex artikel 126g van het Wetboek van Strafvordering, afgegeven tegen verdachte [verdachte], is de verdediging van oordeel dat een keuringsrapport in de zin van het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering ontbreekt, zodat op die grond er sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs.

Concluderend stelt de verdediging zich ten aanzien van feit 3 op het standpunt dat primair vrijspraak dient te volgen en dat subsidiair in ieder geval een partiële vrijspraak dient te volgen vanwege de te lange periode zoals genoemd in de tenlastelegging.

De verdediging heeft gesteld dat verdachte van feit 4 vrijgesproken dient te worden.

Daartoe is aangevoerd dat uit de beelden van IGW niet blijkt dat personen daadwerkelijk in de loods zijn geweest. Er is slechts te zien dat er personen lopen in de richting van de loods. Voorts is [verdachte] slechts éénmaal op 4 november 2011 in Weert gezien.

Het oordeel van de rechtbank1.

Ten aanzien van feit 1:

De rechtbank heeft acht geslagen op de bewijsmiddelen zoals uitgewerkt in het bij dit vonnis gevoegde bewijsmiddelenoverzicht ter zake deelonderzoek "Waalre" (PV02).

Ten aanzien van feit 2:

De rechtbank heeft acht geslagen op de bewijsmiddelen zoals uitgewerkt in het bij dit vonnis gevoegde bewijsmiddelenoverzicht ter zake deelonderzoek "Gastel" (PV01) en overweegt voorts het volgende.

Op 17 februari 2011 werd in een loods aan de [adres 2] een productie opstelling ten behoeve van de omzetting van APAAN met zwavelzuur in BMK aangetroffen. Daarnaast werd er PMK en PMK-glycidaat aangetroffen. BMK en PMK zijn grondstoffen die worden gebruikt bij de productie van synthetische drugs.

Uit de verklaring van [medeverdachte 5] blijkt, dat verdachte begin januari 2011 in de loods aan de [adres 2] bezig is geweest. De door [medeverdachte 5] beschreven goederen, die hij heeft gezien in de loods, nadat, naar zeggen van zijn moeder, [verdachte] in de loods was geweest, stemmen precies overeen met de door het LFO aangetroffen goederen op 17 februari 2011. De rechtbank verwijst dan met name naar de door [medeverdachte 5] genoemde 'ton op wielen'. Door het LFO zijn sporen aangetroffen onder andere op een door [medeverdachte 5] verborgen vat, waaruit kan worden opgemaakt dat er daadwerkelijk PMK is geproduceerd in de loods. Ook is er op 17 februari 2011 in de loods een zogenaamde de procesopstelling geschikt voor het omzetten van APAAN met zwavelzuur in BMK aangetroffen. Op een pvc buis die was gemonteerd op die procesopstelling is een afdruk van de linkerwijsvinger van [verdachte] aangetroffen. Daarnaast bevindt zich een DNA profiel van de verdachte op een gelaatsmasker dat in de loods is aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat op grond van deze bewijsmiddelen het onder feit 2 tenlastegelegde kan worden bewezen. Nu dit bewijs zich slechts uitstrekt over de periode van begin januari 2011 tot en met 17 februari 2011, zal de bewezenverklaring in die zin worden aangepast.

Ten aanzien van feit 3:

De rechtbank is van oordeel dat de wettelijke grondslag voor de verkrijging van beelden met behulp van de op 17 oktober 2011 te Oisterwijk geplaatste camera is het bevel tot observatie ex artikel 126g van het Wetboek van Strafvordering en de verlenging daarvan, afgegeven in de strafzaak tegen verdachte [verdachte]. Voorts is door de rechtbank vastgesteld dat deze camera was goedgekeurd in de zin van het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering.

De verweren worden door de rechtbank verworpen.

Op 13 juli 2011 is in de strafzaak tegen [verdachte] een bevel tot stelselmatige observatie ex artikel 126g van het Wetboek van Strafvordering aangevraagd (BOB-02-001, p. 6131-6133). De verdenking tegen [verdachte] betrof overtreding van de artikelen 2 en 10a van de Opiumwet en 2 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën. Het onderzoeksteam vond het van belang zicht te krijgen op de contacten van [verdachte], zijn positie ten opzichte van andere verdachten, zijn werkwijze en door hem bezochte (mogelijke aflever)adressen. Verzocht werd in het kader van de observaties gebruik te mogen maken van technische hulpmiddelen, te weten plaatsbepalingapparatuur en foto- en videoapparatuur om opnamen te maken van personen en/of voertuigen.

Op 14 juli 2011 heeft de officier van justitie dit bevel afgegeven voor de duur van drie maanden, eindigend op 6 oktober 2011. Toegestaan werd om in het kader van de observaties gebruik te maken van onder meer foto- en videoapparatuur om opnamen te maken van personen en/of voertuigen (BOB-02-001A, p. 6134).

Dit bevel werd na een verzoek daartoe door de officier van justitie op 29 september 2011 verlengd tot en met 29 december 2011 (BOB-02-041A, p. 6362).

Naar het oordeel van de rechtbank valt de plaatsing van de camera gericht op de loods gelegen aan de [adres 1] onder de werking van dit bevel stelselmatige observatie tegen [verdachte]. Op 14 oktober 2011 werd gezien dat [verdachte] en [medeverdachte 4] in Waalre goederen, waaronder een grote rol zwarte slang, in de BMW van [medeverdachte 4] laadden en daarmee vertrokken. Vervolgens werd door het observatieteam een ontmoeting van [verdachte] en [medeverdachte 4] met [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] in Oisterwijk vastgesteld en werd gezien dat er spullen, waaronder zwarte slang, vanuit de BMW werden overgeladen in een Mercedes op naam van [naam] en dat deze goederen naar de loods aan de [adres] werden vervoerd. Ook werd gezien dat alle voornoemde personen, en dus ook [verdachte], deze loods betraden en/of later verlieten. Uit deze waarnemingen volgt, gelet op de verdenking tegen [verdachte] en de onderzoeksbevindingen tot dan toe, redelijkerwijs het vermoeden dat in de loods overtredingen van de Opiumwet werden begaan en daarmee het onderzoeksbelang om zicht te krijgen op personen die met [verdachte] van deze loods gebruik maakten.

Door het team opsporingsondersteuning is op 1 november 2011 een proces-verbaal van inzet technisch hulpmiddel opgemaakt (OBS-02-009, p. 6757-6759). Uit dit proces-verbaal volgt dat in opdracht van de officier van justitie in het onderzoek tegen [verdachte] een bevel stelselmatige observatie is afgegeven en dat zij op 17 oktober 2011 een videoconfiguratie hebben geplaatst en een camera hebben gericht op het adres [adres 1]. Deze videoconfiguratie voldeed aan de eisen van het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering. De conformiteitverklaring nummer 4097 is bijgevoegd.

In de aanvraag van het bevel artikel 126 K van het Wetboek van Strafvordering, inkijk [adres 1] (BOB-002-50, p. 6409-6413) is gesteld dat het van belang is dat kan worden vastgesteld wat er zich in de loods afspeelde en of daar een omzettingslaboratorium werd opgebouwd. Het is volgens de aanvragers daarom van belang dat zicht wordt gekregen op de werkzaamheden die in de loods plaatsvinden. In dat kader wordt gevraagd gebruik te mogen maken van technische hulpmiddelen.

Dit alles valt onder het bereik van artikel 126k van het Wetboek van Strafrecht.

Vervolgens wordt gesteld: "Tevens zal om zicht op het pand te kunnen houden een camera worden geplaatst op de toegangsdeur van het pand, ten einde zicht te houden op personen die daar komen en/of gaan." Dit valt naar het oordeel van de rechtbank onder het bereik van het bevel stelselmatige observatie afgegeven in de strafzaak tegen [verdachte]. Het plaatsen van de camera is niet in een afzonderlijk bevel aanvulling 126g van het Wetboek van Strafvordering opgenomen. De rechtbank is evenwel van oordeel dat het nalaten van het afgegeven van een dergelijk bevel geen onherstelbaar vormverzuim is in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering er was immers een bevel stelselmatige observatie tegen [verdachte] afgegeven en dit bevel was niet in plaats beperkt en strekte zich derhalve ook uit tot Oisterwijk.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de bewijsmiddelen zoals uitgewerkt in het bij dit vonnis gevoegde bewijsmiddelenoverzicht terzake deelonderzoek "Oisterwijk" (PV03).

Ten aanzien van feit 4:

Op 4 november 2011 is in een door houten schotten afgebakende ruimte in een loods aan de [adres] te Weert een omzettings-laboratorium aangetroffen waar Alpha-phenylacetacetonitrille (hierna: APAAN) werd omgezet naar 1-Fenyl-2 propanon (hierna: BMK).

BMK is een grondstof die gebruikt wordt en nodig is voor de productie van synthetische drugs, te weten amfetamine en metamfetamine.

De voornoemde loods was in gebruik bij het bedrijf [bedrijf] waarvan [medeverdachte 9] en [medeverdachte 10] directeur waren. Dit bedrijf importeerde en verkocht scooters en quads en was geen chemisch bedrijf waar gewerkt werd met een laboratorium. [medeverdachte 3] was bij dit bedrijf werkzaam in het kader van zijn re-integratie na voorwaardelijke invrijheidstelling. In de loods én in het bedrijfspand van [bedrijf] aan de [adres] te Weert zijn (resten van) APAAN en BMK en andere benodigdheden voor een omzettingslaboratorium aangetroffen. Tevens werden in het pand aan [adres], documenten die te maken hebben met de productie van (precursoren van) synthetische drugs en twee paar schoenen aangetroffen, met op de zolen sporen van APAAN en BMK. In de loods werden gezichtsmaskers, mondkapjes en handschoenen gevonden. Op enkele van deze voorwerpen werd DNA van [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 9] aangetroffen. In de loods in de nabijheid van het laboratorium werd de portemonnee van [medeverdachte 10] aangetroffen met daarin geld, zijn id-kaart en betaalpassen.

Bij inkijkoperaties in augustus en september 2011 in de schuren achter de woning van [verdachte] aan de [adres] te [woonplaats] werden onderdelen (zoals een vacuümafscheider, droogkast, droogbakken en een koel-disstillatiespiraal) van laboratoria voor chemische drugs aangetroffen. Deze onderdelen werden herkend als soortgelijk aan onderdelen van een laboratorium in Duitsland. Verdachte [verdachte] is in 2001 wegens betrokkenheid bij dit laboratorium in Duitsland veroordeeld tot gevangenisstraf.

Op de camerabeelden gemaakt vanaf 5 augustus 2011 achter die woning is te zien dat een aantal personen onder wie [verdachte] en [medeverdachte 3] voorwerpen zoals roermotoren en vaatjes in en uit de schuren/auto's laadt. Deze voorwerpen zijn soortgelijk aan voorwerpen die in de loods in Weert zijn aangetroffen. Ook wordt op 7 september 2011 [medeverdachte 9] gezien op de plaats achter de woning van [verdachte]. Getuige [getuige] heeft verklaard dat [medeverdachte 9] en [verdachte] elkaar al lange tijd kennen.

Op camerabeelden gemaakt in en rond [adres] is gezien dat [medeverdachte 9] op 2, 3 en 4 november 2011 heen en weer bewoog tussen bedrijfspand en de loods waarin zich toen het laboratorium bevond. Tevens is gezien dat [medeverdachte 9] op de avond van 4 november zijn kleding heeft verwisseld. [medeverdachte 10] is op de beelden gezien op 2 en 3 november. [verdachte] is met zekerheid op 4 november 2011 op de beelden gezien toen hij (met een Citroen Berlingo) bij de loods kwam en tussen bedrijfspand en loods heen en weer bewoog. De rechtbank acht het mede gezien het proces-verbaal uitkijken beelden (AH084) niet aannemelijk dat de personen die zich bewogen in de richting van de loods een andere bestemming hadden dan die loods. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat geen van de verdachten een andere aannemelijke reden heeft opgegeven waarvoor men toen en met die frequentie op het terrein van [adres] moest zijn.

Uit telefoontaps en/of verklaringen van de [medeverdachte 3] volgt dat hij, [medeverdachte 3] in opdracht van [verdachte], [medeverdachte 9] en [medeverdachte 10] werkzaamheden verrichtte. Zo heeft hij voor [verdachte] met 'spullen gesjouwd'. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij de in Weert bij het laboratorium aangetroffen voorwerpen heeft vastgehouden en in de auto heeft gelegd. In het omzettingsproces is koeling een onderdeel. In opdracht van [medeverdachte 9] heeft hij op 21 oktober 2011 blauwe tonnen besteld en opgehaald en in de week vóór 4 november in opdracht van [medeverdachte 10] 40 dozen van 2 kilo ijsklontjes heeft gekocht.

In een OVC-gesprek opgenomen op 14 oktober 2011 achter de woning van [verdachte] in [woonplaats] is te horen dat [verdachte] en [medeverdachte 3] spreken over 'stroom'. Er wordt gezegd dat "hij, die [naam 1] genoeg stroom heeft liggen", en "dat hij het uit de hal zou halen". Nu ook uit de bewijsmiddelen blijkt dat vanuit de hal in het bedrijfspand aan de [adres] een stroomkabel liep naar de loods aan de [adres] en de voornaam van [medeverdachte 9] luidt: [naam 2] of [naam 1], gaat de rechtbank er van uit dat dit gesprek betrekking heeft op [medeverdachte 9] en de stroomvoorziening in de loods aan de [adres].

Later in dat gesprek wordt gesproken over 'motoren die daar al liggen, tonnetjes, temperatuurmeters en proefdraaien'. De rechtbank maakt daar uit op dat het gesprek ook betrekking had op laboratoria voor (precursoren van) chemische drugs.

Bij een doorzoeking op 20 maart 2012 in Waalre is een zuigmonster genomen van de vloer van de schuur achter de woning waarin sporen zijn aangetroffen van onder meer methamfetamine, PMK, a-fenylacetoacetonitril, BMK en piperonal.

Op 20 maart is de woning van [medeverdachte 9] aan de aan de [adres] te [woonplaats] doorzocht. In die woning werd onder meer een document gevonden met daarop een overzicht van diverse chemicaliën waarvan bekend is dat deze chemicaliën gebruikt worden in het productieproces van synthetische drugs. Ook is op een USB-stick een document aangetroffen dat een becijfering van bedragen voor "fles, lucht, electro en vatpomp" bevat, Deze voorwerpen staan in relatie staan met het productieproces van synthetische drugs.

Op basis van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden in samenhang met de overige bewijsmiddelen, zoals uitgewerkt in het bij dit vonnis gevoegde bewijsmiddelenoverzicht ter zake deelonderzoek "Weert" is de rechtbank van oordeel dat verdachte medepleger was dit feit. Dat verdachte slechts éénmaal is gezien bij de loods en het bedrijfspand te Weert doet daar niet aan af. Uit de bewijsmiddelen valt op te maken dat verdachte zich veeleer bezighield met het faciliteren van onder meer dit laboratorium (door de hardware te leveren) en dat medeverdachten zich bezighielden met het chemische omzettingsproces.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

in de periode van 1 januari 2011 tot en met 20 maart 2012 te Waalre, in elk geval in Nederland om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken,

vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van

(een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en MDMA, zijnde

middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of hoeveelheden van materialen bevattende andere middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, of een ander middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten, immers heeft hij opzettelijk daartoe materialen bestemd voor de productie van amfetamine en/of MDMA en/of (een) (ander(e)) middel(en) vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst I en/of BMK (1-fenyl-2-propanon) en/of PMK

(3,4-methyleendioxyfenylpropaan-2-on), te weten

- een vacuümafscheider en

- een droogkast en

- een koelspiraal en

- rondbodemkolven en

- mobiele productie units en

- een gasbrander

gemaakt en voorhanden gehad;

2.

in de periode van 1 januari 2011 tot en met 17 februari 2011 te Gastel, gemeente Cranendonck, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, zijnde middelen vermeld op de bij

de Opiumwet behorende lijst I, of een ander middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- zich gelegenheid en middelen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en

- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist, dat zij

bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en), immers heeft/hebben hij

en/of zijn, verdachtes, mededaders opzettelijk daartoe:

- materialen, te weten een rondbodemkolf en een scheitrechter en een MDF-plank

met twee op maat gezaagde openingen en een plastic 100 liter vat met

aftapkraan en emmers en maatbekers en een verrijdbare metalen mengketel voorhanden gehad en opgeslagen en

- hoeveelheden PMK glycidate (methyl-3-[3`4'-(methyleendioxy)phenyl]-2-methyl glycidate) bestemd voor de productie van PMK (3,4 methylenedioxyphenylpropan-2-on), voorhanden gehad en

- 9, jerrycans à 20 liter bevattende zoutzuur voorhanden gehad en opgeslagen en

- een hoeveelheid PMK (3,4 methylenedioxyphenylpropan-2-on) voorhanden

gehad en

- materialen bestemd voor het maken van een productieopstelling voor de productie van BMK (1-fenyl-2-propanon)geassembleerd en opgebouwd en

- in die productieopstelling water en zwavelzuur samen gevoegd en

- 25 dozen à 20 kg inhoudende de stof APAAN (alpha phenylacetoacetonitril)bestemd voor de productie van BMK (1-fenyl-2-propanon) voorhanden gehad en opgeslagen en

- 28 jerrycans à 25 liter zwavelzuur voorhanden gehad en opgeslagen.

3.

in de periode van 1 oktober 2011 tot en met 26 oktober 2011 te Oisterwijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende

amfetamine, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, of een ander middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- zich of een ander inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en

- voorwerpen en vervoermiddelen en stoffen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist, dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en), immers hebben hij en zijn, verdachtes, mededaders opzettelijk daartoe:

- materialen bestemd voor het maken van een productieopstelling voor de productie van BMK (1-fenyl-2-propanon), te weten onder andere blauwe tonnen en zwarte tonnen en mixers en roermotoren en plastic slangen en buizen aangeschaft en/of voorhanden gehad en

- (vervolgens) die productieopstelling gemaakt en

- (vervolgens) die productieopstelling geassembleerd en opgebouwd en

- APAAN (alpha phenylacetoacetonitril) en water en zwavelzuur samen gevoegd en vervolgens verwarmd waardoor BMK (1-fenyl-2-propanon) is verkregen en

- 21 dozen inhoudende de stof APAAN (alpha phenylacetoacetonitril) bestemd voor de

productie van BMK (1-fenyl-2-propanon) voorhanden gehad en opgeslagen en

- 17 jerrycans zwavelzuur voorhanden gehad en opgeslagen en

- 8 liter van een stof bevattende BMK (1-fenyl-2-propanon) voorhanden gehad en

- aantekeningen en notities met betrekking tot de productie van synthetische drugs en/of precursoren voorhanden gehad en

- voertuigen ter beschikking gesteld

4.

in de periode van 1 augustus 2011 tot en met 4 november 2011 te Weert, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I of een ander middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- zich of een ander gelegenheid en inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en

- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist, dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en), immers hebben hij en zijn, verdachtes, mededaders opzettelijk daartoe:

- materialen bestemd voor het maken van een productieopstelling voor de productie van BMK (1-fenyl-2-propanon), te weten onder andere blauwe tonnen en zwarte tonnen en mixers en roermotoren en plastic slangen en buizen aangeschaft en

- die productieopstelling gemaakt en

- die productieopstelling geassembleerd en opgebouwd en

- APAAN (alpha phenylacetoacetonitril) en water en zwavelzuur samengevoegd en vervolgens verwarmd (waardoor BMK (1-fenyl-2-propanon) is verkregen) en

- een loods ter beschikking gesteld en die loods voorzien van een luchtafvoersysteem en elektriciteit en

- aantekeningen en notities met betrekking tot de productie van synthetische drugs en/of precursoren voorhanden gehad en

- dozen inhoudende de stof APAAN (alpha phenylacetoacetonitril) bestemd voor de productie van BMK (1-fenyl-2-propanon) en jerrycans zwavelzuur en BMK (1-fenyl-2-propanon) voorhanden gehad en/of opgeslagen

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officieren van justitie.

De officieren van justitie hebben ter zitting gevorderd dat verdachte voor de hem onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar en dat de onder verdachte in beslaggenomen voorwerpen met de nummers 42 tot en met 62 worden vernietigd. De in beslag genomen catalogus "Labware 2000" dient te worden onttrokken aan het verkeer. De officieren van justitie hebben bij hun de eis onder meer rekening gehouden met de eerdere veroordeling van verdachte en de omstandigheid dat hij na het oprollen van het ene omzettingslaboratorium steeds weer een ander nieuw laboratorium opzette.

Voorts hebben de officieren van justitie de rechtbank geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij in het geheel en oplegging van de schademaatregel.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

De officier van justitie maakt kenbaar voornemens te zijn een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe heeft geconcludeerd tot vrijspraak van verdachte van de hem onder 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten en afwijzing van de vordering benadeelde partij.

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde heeft zij gewezen op de rol van verdachte, die niet zelf bij de daadwerkelijke productie betrokken is geweest. Hij leverde slechts de hardware en probeerde desgevraagd problemen op te lossen. De eis van acht jaar gevangenisstraf vindt de raadsvrouwe veel te hoog.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de aan verdachte op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de aard en ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd, alsmede op de persoon van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan strafbare voorbereidingshandelingen gericht op de productie van synthetische drugs. De verdachte had op het perceel van zijn woning te [woonplaats] en in een aangrenzende garagebox zijn werkplaats en opslag voor apparaten en materialen die gebruikt konden worden bij de productie van BMK of PMK, de essentiële grondstoffen voor de productie van amfetamine of MDMA (XTC) en aanverwante synthetische drugs. Hij bezat de kennis en kunde en stelde anderen in staat om met behulp van door hem gebouwde en geleverde apparaten en materialen op grote schaal BMK te maken uit APAAN. Uit afgeluisterde gesprekken volgt dat hij zich daarvoor liet betalen en het ging om grote bedragen die door verdachte werden verdiend. Zo was hij betrokken bij de in Oisterwijk en Weert aangetroffen omzettingslaboratoria en in de periode daaraan voorafgaande heeft verdachte in [gemeente] bij [medeverdachte 5] zelf PMK geproduceerd en was hij ver gevorderd in zijn voorbereidingen van de productie van BMK uit APAAN toen de politie binnenviel.

Op verdachtes strafblad staan meerdere veroordelingen in 1998 en 2000 voor Opiumwetdelicten tot geheel of gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraffen. Ook is verdachte in 2001 in Duitsland aangehouden voor een soortgelijk misdrijf en in die staat veroordeeld tot een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaar. Geen van deze veroordelingen en ondergane straffen heeft verdachte er van kunnen weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan ernstige overtredingen van de Opiumwet.

Ter zitting zijn geen persoonlijke omstandigheden aangevoerd of aannemelijk geworden die tot strafverlaging aanleiding geven. Zijn longziekte is ook in gevangenschap te behandelen.

Gelet op de ernst van de begane misdrijven en de eerdere veroordelingen is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur.

Anders dan het openbaar ministerie is de rechtbank van oordeel dat de productie van precursoren niet even strafwaardig is als de productie van synthetische drugs. Het strafmaximum van artikel 10a van de Opiumwet is lager dan de straf die bij overtreding van artikel 2 van de Opiumwet kan worden opgelegd voor het vervaardigen van drugs.

De onder 42 tot en met 62 op de lijst van in beslag genomen goederen vermelde voorwerpen zullen worden ontrokken aan het verkeer. Het betreft een verzameling van voorwerpen met betrekking tot welke het onder 1 ten laste gelegde is begaan en waarvan het ongecontroleerde bezit in strijd is met de wet en het algemeen belang.

De catalogus is een voorwerp dat vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit een voorwerp is met behulp van welke de feiten zijn begaan of voorbereid en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorden.

De overige in beslag genomen voorwerpen zullen worden teruggegeven aan verdachte.

De vordering van de benadeelde partij FIOD.

[benadeelde partij] heeft als gemachtigde namens de FIOD een vordering tot schadevergoeding ingediend. Het betreft de schade die de FIOD heeft geleden door de ontvreemding van de videoapparatuur met toebehoren, begroot op € 6.105,--. Door de benadeelde partij zijn facturen ter onderbouwing van haar vordering overgelegd.

Nu verdachte zal worden vrijgesproken van de diefstal van deze videoapparatuur met toebehoren, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering.

De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

Bevel gevangenneming

De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie toewijzen en de gevangenneming van verdachte ter zitting de gevangenneming bevelen. Aan de eisen die aan een dergelijk bevel ten grondslag moeten liggen is voldaan.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57, 91;

Opiumwet art. 10, 10a.

DE UITSPRAAK

Vrijspraak

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder feit 5, feit 6 en feit 7 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart het onder ten laste gelegde onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit

T.a.v. feit 2:

medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit

en

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit

T.a.v. feit 3:

medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich of een ander inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit

T.a.v. feit 4:

medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich of een ander gelegenheid en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen en maatregel.

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4:

Gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht

Onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen goederen, als vermeld op de aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen goederen vermelde goederen met de nummer 42 tot en met 62.

Verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen goed, te weten een catalogus

"Labware 2000".

Teruggave inbeslaggenomen goederen, te weten al hetgeen verder onder de verdachte in beslag is genomen, aan de verdachte.

T.a.v. feit 7:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij FIOD in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

Beveelt de gevangenneming van [verdachte] met ingang van heden, 19 december 2012.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.G. Vos, voorzitter,

mr. M.A. Waals en mr. M.M. Klinkenbijl, leden,

in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Cox-Wentholt, griffier,

en is uitgesproken op 19 december 2012.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar een proces-verbaal wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld het proces-verbaal in het onderzoek ''[naam onderzoek]" met dossiernummer 48261, pv-nummer 0-OPV, d.d. 16 mei 2012, aantal doorgenummerde bladzijden: 8862 (incl. het aanvullend eind-dossier).