Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BY1460

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-10-2012
Datum publicatie
29-10-2012
Zaaknummer
01/845175-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat een vordering op grond van art. 66a Sv ook kan worden gedaan na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank 's-Hertogenbosch

BEVEL GEVANGENNEMING TER TERECHTZITTING

INGEVOLGE ARTIKEL 66A VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING

Parketnummer: 01/845175-11

Ter openbare terechtzitting van 24 oktober 2012 van de meervoudige kamer in de rechtbank 's-Hertogenbosch is de strafzaak behandeld tegen de verdachte genaamd:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [1967]

wonende te [woonplaats] aan de [adres]

De hiervoor genoemde verdachte wordt verdacht van overtreding van artikel 242 en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

Gebleken is dat meer dan negentig dagen zijn verstreken sinds de laatste pro forma behandeling waarbij inhoudelijk is geoordeeld ten aanzien van de voorlopige hechtenis.

De officier van justitie heeft vandaag een vordering tot gevangenneming ingediend, onder andere ter zake de strafbare feiten genoemd in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging met parketnummer 01/845175-11.

De rechtbank heeft ter zitting van 24 oktober 2012 gehoord de officier van justitie, de verdachte en zijn raadslieden mr. B.G.M. Frencken en R.J.M. Oerlemans advocaten te 's-Hertogenbosch.

De verdediging heeft aangevoerd dat een vordering als bedoeld in artikel 66a van het Wetboek van Strafvordering uitsluitend kan worden ingediend tot het moment dat de behandeling ter terechtzitting is aangevangen. Zij hebben in dit verband gewezen op de toelichting bij dit artikel zoals opgenomen in het Wetboek van Strafvordering, Tekst & Commentaar, en de twee ter zitting overgelegde uitspraken.

De rechtbank stelt vast dat in tekst van artikel 66a, eerste lid, van het Wet van Strafvordering, onder meer is bepaald: "Wanneer de geldigheidsduur van een bevel tot gevangenhouding of gevangenneming is verstreken (...)".

De rechtbank leidt hieruit af dat de vordering als bedoeld in artikel 66a van het Wetboek van Strafvordering ook kan worden ingediend na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting, aangezien de rechtbank slechts na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting de gevangenneming van een verdachte kan bevelen. Om die reden verwerpt de rechtbank het verweer van de verdediging.

De rechtbank stelt vast dat het eerdere bevel voorlopige hechtenis van kracht was ter zake van feiten die worden bedreigd met een gevangenisstraf van acht jaar of meer. De rechtbank stelt tevens vast dat ter zake van deze feiten ernstige bezwaren bestaan en gronden (12-jaarsgrond met geschokte rechtsorde en recidivegrond), een en ander zoals hierna in detail aan te geven onder het kopje 'motivering van de gevangenneming'.

Gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 66a, 67, 67a en 78 van het Wetboek van Strafvordering.

BEVEELT de gevangenneming van verdachte. Deze voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in een huis van bewaring in het arrondissement 's-Hertogenbosch, danwel in een huis van bewaring elders in Nederland.

Aldus gedaan op 24 oktober 2012 door de meervoudige kamer in de rechtbank te 's-Hertogenbosch, bestaande uit mr. A.M. Kooijmans-de Kort, voorzitter,

mr. W.A.F. Damen en mr. H.H.E. Boomgaart, leden,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.W.A. Kap-Knippels.

MOTIVERING VAN DE GEVANGENNEMING

A. ERNSTIG GEVAAR VOOR VLUCHT VAN VERDACHTE blijkende uit:

1. de gedragingen van verdachte, daarin bestaande dat:

a. verdachte zich aan de aanhouding door de politie heeft getracht te onttrekken door zich langere tijd verborgen te houden;

b. verdachte reeds eerder heeft getracht te vluchten/gevlucht is;

2. de verdachte persoonlijk betreffende omstandighe(i)d(en) dat:

geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland van verdachte kan worden vastgesteld en te verwachten is dat verdachte zich aan strafvervolging zal onttrekken;

a. verdachte buitenlander is en te verwachten is dat verdachte zich aan de Nederlandse strafvervolging zal onttrekken.

B. EEN GEWICHTIGE REDEN VAN MAATSCHAPPELIJKE VEILIGHEID, welke de onverwijlde vrijheidsbeneming van verdachte vordert, hieruit blijkende:

1. dat er sprake is van verdenking van een feit waarop naar wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer is gesteld en de rechtsorde door dat feit ernstig is geschokt;

2. dat op grond van de mentaliteit van verdachte - zoals deze blijkt uit de aard van het onderhavige feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede uit het verdachte betreffende uittreksel justitiële documentatie - er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte een misdrijf zal begaan;

waarop naar wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld, namelijk een misdrijf soortgelijk aan dat waarvan verdachte thans wordt verdacht;

a. waardoor de gezondheid of de veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht en/of algemeen gevaar voor goederen kan ontstaan;

b. als omschreven in de artikelen 285, 300, 310, 311, 321, 322, 323a, 326, 326a, 350, 416, 417 bis, 420bis of 420quater van het Wetboek van Strafrecht, terwijl verdachte thans wordt verdacht van een van genoemde misdrijven en er nog geen vijf jaar zijn verlopen sedert de dag waarop de verdachte wegens een van deze misdrijven onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of een taakstraf is veroordeeld;

c. a. dat de voorlopige hechtenis in redelijkheid noodzakelijk is voor het anders dan door verklaringen van verdachte aan de dag brengen van de waarheid nu er op grond van de houding van verdachte voor het opsporingsonderzoek gevaar te duchten is dat verdachte dat onderzoek zal bemoeilijken door bewijsmateriaal onbruikbaar of weg te maken of mogelijke getuigen te beïnvloeden;

b. doordat verdachte hem/haar uit het opsporings- of gerechtelijk (voor)onderzoek bekende feiten,

waarvan de onbekendheid bij de vermoedelijke mededader(s) van verdachte een voorwaarde is voor het slagen van het onderzoek tegen hen en daardoor tegen verdachte, aan deze mededader(s) zal mededelen.

paraaf griffier, paraaf voorzitter/rechter.

De officier van justitie gelast de tenuitvoerlegging van dit bevel tot gevangenneming van de hiervoor genoemde verdachte.

's-Hertogenbosch,

De officier van justitie.

Gezien door de directeur van het huis van bewaring te

op

pagina4 van 4