Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX8368

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-09-2012
Datum publicatie
27-09-2012
Zaaknummer
01/025177-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging ter beschikkingstelling met een jaar, beslissing verlenging dwangverpleging aangehouden. Gronddelicten: verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/025177-04

Uitspraakdatum: 27 september 2012

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1954],

verblijvende in de [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 1 maart 2005 is betrokkene ter beschikking gesteld.

Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beschikking van deze rechtbank van 7 september 2011 met één jaar verlengd. Tevens is toen besloten de beslissing omtrent de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging voor maximaal 3 maanden aan te houden. Voorts is besloten aan de betrokken reclasseringsinstantie opdracht te geven tot het opstellen van een plan omtrent de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van betrokkene - in geval van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging - in het maatschappelijk verkeer zou dienen te geschieden en aan de [kliniek] opdracht te geven tot het opstellen van een rapport omtrent de mogelijkheden om de ter beschikking gestelde (via Fados) in een andere setting te plaatsen.

Bij vonnis van de rechtbank van 13 maart 2012 is het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging afgewezen.

Bij arrest van het gerechtshof te Arnhem van 30 juli 2012 is het vonnis van de rechtbank van 13 maart 2012 met overneming van de gronden bevestigd. Tevens is besloten het verzoek tot het doen opmaken van een maatregelrapport afgewezen, omdat daartoe geen noodzaak aanwezig wordt geacht.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 17 juli 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 september 2012.

Hierbij zijn de officier van justitie, de getuige/deskundige, J.C.J.M. Koolen en de

ter beschikking gestelde en zijn raadsman, mr. T.P. Klaasen, gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van mw. A. Verhaert, hoofd behandeling, drs. P. Schoor, psychiater en drs. J.C.J.M. Koolen, locatiedirecteur behandeling en zorg en plv. hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 6 juni 2012;

- een rapport van drs. L. van Rens, GZ-psycholoog d.d. 17 juni 2011;

- een rapport van E.M.M. Mol, psychiater d.d. 6 juni 2011;

- de omtrent de ter beschikking gestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van ter beschikking gestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is, zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende gesteld:

Betrokkene heeft het afgelopen jaar opnieuw 7 positieve urinecontroles gehad. Gebleken is dat hij moeizaam aanspreekbaar is wanneer hij onder invloed is. Het lukt betrokkene niet om openheid te geven over zijn middelengebruik. Tevens zorgen de negatieve consequenties van zijn gebruik voor nog meer spanningen. Hij is niet gemotiveerd om te stoppen met softdrugs. (...) Betrokkene streeft in het kader van zijn middelengebruik nog steeds een onmiddellijke behoeftenbevrediging na. Hij kan niet of nauwelijks komen tot uitstel en is hierin niet corrigeerbaar, ondanks diverse therapieën en ondersteuning die hij hiervoor heeft gehad.

Betrokkene is een man die is opgegroeid in een emotioneel en pedagogisch verwaarlozende omgeving. Tegen deze achtergrond ontwikkelde hij een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en paranoïde trekken. Samenvattend kunnen we stellen dat betrokkene gemotiveerd is voor behandeling. Hij werkt mee aan therapieën en sociotherapeutische

interventies. Betrokkene is langdurig afhankelijk geweest van middelen. Zijn softdruggebruik vormt een obstakel voor zijn behandeltraject, inclusief verloftraject. Streven is om richting verslavingskliniek te werken.

Het is de komende periode van belang dat betrokkene een goede afleiding heeft en zijn alternatieve coping verder ontwikkelt, onder andere met behulp van begeleid verlof. Gedurende de komende periode zal verder voortgeborduurd worden op de weg die momenteel bewandeld wordt wat betreft behandeling en zal het verdere resocialisatietraject verder uitgestippeld worden. Concreet is de verwachting dat betrokkene in therapeutische zin het maximale bereikt heeft aangezien hij niet in staat is zijn kernproblematiek binnen de therapie aan te pakken. Echter zal betrokkene blijvende inspanningen moeten leveren om een geschikt risicomanagement mogelijk te maken gezien de resterende risico's, die hoog blijven. Dit traject zal minimaal nog twee jaar in beslag nemen.

Constaterende dat er sprake is van een hoog recidiverisico op middellange en lange termijn op het moment dat de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden beëindigd;

Gezien het feit dat er sprake is van een persoonlijkheidsstoornis in combinatie met middelenafhankelijkheid en een seksueel delict;

Gezien de noodzaak tot behandeling en controle hierop;

Overwegende dat betrokkene veel externe motivatie nodig heeft om zelfstandig tot actie te komen en dat vast te houden in het zoeken naar een vervolgvoorziening;

Gezien het feit dat er met betrokkene geen overeenstemming is over de abstinentie van softdruggebruik en nu hij van oordeel is dat het systeem maar moet veranderen, adviseren wij om de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.

De ter beschikking gestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Op dit moment gaat het niet goed met mij. Ik zit al 9 jaar opgesloten en heb al alle therapieën gehad die in de Rooyse Wissel worden gegeven. Ik blow al 38 jaar. Wanneer ik in een andere setting zou zitten, waarin ik niet psychisch word geterroriseerd, dan was het mij misschien gelukt met blowen te stoppen. Ik ben al 42 keer met begeleid verlof gegaan. Dat kost me heel veel energie. Om de twee maanden mag ik naar mijn zoon toe. Ik bestrijd ten zeerste dat ik bepaalde afspraken niet nakom. Als ik buiten de muren van de kliniek kom zal ik nog wel een paar jaar begeleiding nodig hebben. Er is al heel veel gebeurd, echter tot op heden is er nog niets concreet geworden. Er zijn 6 instellingen waar ik terecht kan. Iedereen moet daaraan dan wel medewerking verlenen.

De getuige/deskundige J.C.J.M. Koolen, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Hij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Volgens de kliniek is er bij betrokkene sprake van een verslavingsproblematiek. Hij gebruikt drugs omdat dit spanningregulerend werkt, hij daar rustig van wordt.

Indien de terbeschikkingstelling nu zou worden beëindigd dan stuit dit op problemen, aangezien het voor betrokkene niet mogelijk is abstinent te blijven. We denken dat er dan sprake zal zijn van een glijdende schaal die mogelijk kan leiden tot het plegen van een verkrachting dan wel andere misdrijven. Betrokkene is in de afgelopen periode 9 maal positief bevonden op gebruik van drugs. Verder heeft hij 6 maal de test geweigerd. Zolang betrokkene drugs gebruikt zijn vervolginstanties niet bereid hem te behandelen. Het is echter niet zo dat wij van mening zijn dat betrokkene voor zijn behandeling achter de hoge muren en hekken van een TBS-instelling dient te blijven zitten. Betrokkene kan niet zelfstandig functioneren. Hij is impulsief en heeft zijn gedragingen onvoldoende onder controle. Betrokkenes neiging naar depressiviteit en somberheid speelt naar alle waarschijnlijkheid een rol in zijn passieve opstelling. Mocht het zo zijn dat de reclassering er in slaagt een voor betrokkene geschikte begeleide woonvorm te vinden, waarbij sprake is van een dagbesteding, dan is de kliniek bereid betrokkene daarin te begeleiden. Dit zal dan via de weg van de voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling dienen te gaan. Op dit moment zie ik het nog vrij somber in, omdat het nog maar de vraag is, mocht er een instelling worden gevonden, of betrokkene daar dan ook naar toe wil. Ik weet niet in hoeverre de reclassering contact heeft opgenomen met de instellingen waarvan betrokkene zegt terecht te kunnen.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Er is nog steeds sprake van een stoornis en ook het gevaar op recidive is nog steeds aanwezig. Vraag is of de terbeschikkingstelling met twee jaar dient te worden verlengd. Betrokkene heeft zelf een aantal pogingen ondernomen om een voor hem geschikte vervolginstelling te vinden. Ik verwijs naar het arrest van het gerechtshof Arnhem d.d. 30 juli 2012. Bovendien is duidelijk dat de externe deskundigen, die in juni 2011 hebben gerapporteerd, aansturen op een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling. Ik vind het jammer dat de deskundige Koolen niet kan vertellen hoe de contacten met de reclassering zijn geweest. De kliniek is daarin tekort geschoten. Ik ben het eens met de deskundige dat betrokkene niet al te duidelijk is naar welke vervolginstelling hij toe wil.

Ik wil de rechtbank verzoeken de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen en de behandeling van de zaak voor drie maanden aan te houden, teneinde de reclassering in de gelegenheid te stellen te rapporteren omtrent de voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling.

De raadsman van de ter beschikking gestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

In het voorstel van de officier van justitie kan ik me vinden. Mijn cliënt gebruikt binnen de setting waar hij thans verblijft nog steeds cannabis. De externe deskundige Dr. Mol is van mening dat mijn cliënt wat ouder en milder geworden. Inmiddels is het recidiverisico teruggebracht tot een aanvaardbaar risico. Volgens het gerechtshof moet worden ingezet op resocialisatie. Mijn cliënt heeft 10 instellingen benaderd, waarvan hij er zes heeft doorgegeven aan zijn toenmalige behandelaar van de reclassering. Volgens de reclassering is een indicatiestelling van het NIFP noodzakelijk. Nog niet zo lang geleden heb ik een gesprek gehad met de reclassering. Daarbij was ook dr. Mol aanwezig. Duidelijk is dat mijn cliënt binnen de klinische setting is uitbehandeld. Ik ben derhalve van mening dat mijn cliënt de kans moet krijgen te laten zien of hij buiten de kliniek zijn leven kan hervatten.

Ik verzoek daarom de zaak aan te houden, teneinde de reclassering in de gelegenheid te stellen een maatregelenrapport uit te brengen. Hopelijk zit er bij de 10 instellingen die mijn cliënt heeft benaderd één bij die met hem in zee wil gaan.

De ter beschikking gestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik kan mij vinden in hetgeen door de officier van justitie en mijn raadsman is voorgesteld. Nog 2 jaar zitten in de huidige setting kan ik niet meer opbrengen.

Gelet op de inhoud van het advies en hetgeen de getuige/deskundige ter zitting heeft aangevoerd en gezien de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de ter beschikkingstelling eist.

De rechtbank verenigt zich echter niet geheel met het advies van voornoemde inrichting en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de getuige/deskundige.

De rechtbank zal de termijn gedurende welke betrokkene ter beschikking is gesteld met één jaar verlengen. Voorts overweegt de rechtbank dat een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging als door de officier van justitie voorgesteld en door de verdediging verzocht en door de externe deskundigen in juni 2011 geadviseerd thans wederom in de rede ligt. Voor de vorming van haar eindoordeel acht de rechtbank het noodzakelijk zich nader te doen voorlichten omtrent de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van de ter beschikking gestelde in het maatschappelijk verkeer zou kunnen geschieden. Hierbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de ter beschikking gestelde kennelijk in de Rooyse Wissel is uitbehandeld en dat hij diverse pogingen heeft ondernomen om een voor hem geschikte begeleide woonvorm te vinden. Zes van de tien door hem benaderde instellingen heeft hij doorgegeven aan de reclassering. Ter zitting heeft de deskundige verklaard dat, indien door de reclassering een voor betrokkene geschikte instelling wordt gevonden, de kliniek bereid is betrokkene te begeleiden als hij daaraan zijn medewerking verleent.

Verder acht de rechtbank het aangewezen dat de reclassering rapporteert over de acties die worden ondernomen met betrekking tot de plaatsing van de ter beschikking gestelde in een voor hem geschikte vervolginstelling.

DE BESLISSING

De rechtbank:

- verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar;

- houdt de beslissing omtrent de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging voor maximaal 3 maanden aan;

- verzoekt de Reclassering een plan op te stellen omtrent de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van betrokkene in de maatschappij op verantwoorde wijze zou kunnen geschieden in geval van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging. Tevens dient de Reclassering in de rapportage aan te geven welke acties zijn ondernomen om voor de ter beschikking gestelde een plaats in een voor hem geschikte vervolginstelling te realiseren;

- beveelt de oproeping van de ter beschikking gestelde en de getuige/deskundige tegen het tijdstip van de nadere behandeling, met kennisgeving van dat tijdstip aan de raadsman van de ter beschikking gestelde, mr. T.P Klaasen, advocaat te Helden;

- stelt de stukken met dat doel in handen van de officier van justitie.

Deze beslissing is gegeven door

mr. W.M. Weerkamp, voorzitter,

mr. M. Lammers en mr. B. Damen, leden,

in tegenwoordigheid van F.H.M. Klerkx, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 september 2012.

Mr. Damen is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

5

Parketnummer: 01/025177-04

[terbeschikkinggestelde]