Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX8155

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-09-2012
Datum publicatie
26-09-2012
Zaaknummer
01/849275-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van een drietal gekwalificeerde diefstallen. Voor het doen van een valse aangifte wordt verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 102 dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/849275-12

Datum uitspraak: 26 september 2012

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1984],

wonende te [woonplaats], Ruijsdaelstraat 144.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 september 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 9 augustus 2012.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 12 september 2012 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 13 april 2012 te Heeswijk, gemeente Bernheze, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de [adres 1]) weg

te nemen een of meer goed(eren) van zijn hun/gading, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of

die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van

braak, verbreking en/of inklimming, een of meer ra(a)m(en) en/of deur(en)

heeft/hebben geforceerd en/of (vervolgens) de woning is/zijn binnengegaan

en/of deze woning heeft/hebben doorzocht, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 311/45 Wetboek van Strafrecht)

2. hij op of omstreeks 13 april 2012 te Den Dungen, gemeente Sint-Michielsgestel,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning (aan de [adres 2]) heeft weggenomen drie, althans een of meer laptops, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en / of inklimming, een of meer ra(a)m(en) en/of deur(en)

heeft/hebben geforceerd en/of (vervolgens) de woning is/zijn binnengegaan;

(artikel 311 Wetboek van Strafrecht)

3. hij in of omstreeks de periode van 13 april 2012 tot en met 14 april 2012 te

's-Hertogenbosch ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de

[adres 3]) weg te nemen een of meer goed(eren) van zijn/hun gading,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de

toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren)

onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of

inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen een of meer

ra(a)m(en) heeft/hebben geforceerd en/of (vervolgens) de woning is/zijn binnen

gegaan en/of deze woning heeft/hebben doorzocht, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 311/45 Wetboek van Strafrecht)

4. hij op of omstreeks 14 april 2012 te 's-Gravenhage aangifte heeft gedaan dat

een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit niet was gepleegd,

immers heeft verdachte toen aldaar ten overstaan van verbalisant [verbalisant 1]

opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van diefstal van (zijn)

personenauto (Seat Ibiza; 1.9 Tdi, kenteken [kenteken]);

Artikel 188 wetboek van strafrecht

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2.

De officier van justitie is op de gronden zoals weergegeven in zijn schriftelijk requisitoir van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte deze beide feiten heeft gepleegd.

De raadsvrouwe heeft bij gebreke van voldoende wettig en overtuigend bewijs vrijspraak bepleit.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte van deze feiten dient te worden vrijgesproken omdat de beide aangiften onvoldoende worden ondersteund door ander wettig bewijs. Daarmee is het wettig en overtuigend bewijs niet geleverd.

Ten aanzien van feit 3.

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken. Ook bij dit feit wordt de aangifte onvoldoende ondersteund door ander wettig bewijs.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 4.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie is op de gronden zoals weergegeven in zijn schriftelijk requisitoir van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe heeft bij gebreke van voldoende wettig en overtuigend bewijs vrijspraak bepleit.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen op grond van het volgende.

Op 14 april 2012 te 15.55 uur doet verdachte op het politiebureau in 's-Gravenhage ten overstaan van verbalisant [verbalisant 1] aangifte van diefstal van zijn personenauto van het merk Seat Ibiza, 1,9 Tdi, gekentekend [kenteken]. Hij verklaart dat deze diefstal heeft plaatsgevonden tussen 13 april 2012 te 22.00 uur en 14 april 2012 te 14.00 uur vanaf de [adres 4] in 's-Gravenhage nadat zijn zus de auto aldaar had geparkeerd (verklaring verdachte bij de politie d.d. 14 april 2012, p. 421 tot en met 423 van het politiedossier).

Op 22 april 2012 verklaart [getuige 1] bij de politie het volgende.

Ik ben die avond (de rechtbank begrijpt dat dit 13 april 2012 is geweest) door mijn broer (rechtbank: verdachte) gebeld met de mededeling dat hij had gedronken en niet kon rijden. Ik ben toen naar de [adres 5] gereden alwaar hij in de auto zat. Ik ben toen achter het stuur gaan zitten en ben toen naar de [adres 4] in 's-Gravenhage gereden. Ik denk dat ik hem heb opgehaald tussen 21.00 uur en 22.00 uur. Ik was rond 22.00 uur in de [adres 4]. Ik heb daar de auto toen geparkeerd (verklaring [getuige 1] bij de politie d.d. 22 april 2012, p. 430 tot en met 432 van het politiedossier).

Door [bedrijf] werd een kentekenregistratie verstrekt met betrekking tot het kenteken [kenteken]. Hieruit volgt onder meer dat dit kenteken op 13 april 2012 te 20.35.02 uur is geregistreerd te 's-Hertogenbosch, op 13 april 2012 te 20.36.39 uur te Den Dungen, op 13 april 2012 te 20.37.43 uur te Berlicum, op 13 april 2012 te 20.39.17 uur te Middelrode, op 13 april 2012 te 21.02.09 uur te Heeswijk-Dinther, op 13 april 2012 te 21.07.05 uur te Berlicum en op 13 april 2012 te 21.10.02 uur te Den Dungen (relaas verbalisant [verbalisant 2], p. 337 tot en met 343 van het politiedossier).

Voornoemde Seat Ibiza, gekentekend [kenteken], werd op 14 april 2012 te omstreeks 01.30 uur door verbalisant [verbalisant 3] geparkeerd aangetroffen in de [adres 6] te Heeswijk Dinther (proces-verbaal bevindingen, p. 137 en volgende van het politiedossier).

Verdachte verklaart ter terechtzitting dat hij op 14 april 2012 in 's-Gravenhage bij de politie aangifte heeft gedaan van diefstal van genoemde auto en dat hij die avond niet met zijn auto in de in genoemde kentekenregistratie genoemde plaatsen is geweest (verklaring verdachte, proces-verbaal ter terechtzitting van 12 september 2012).

Het vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank tot geen andere gevolgtrekking leiden dan dat het onmogelijk is dat voornoemd voertuig op 13 april 2012 te 22.00 uur is ontvreemd te 's-Gravenhage. Daarmee staat vast dat verdachte een valse aangifte heeft gedaan. De rechtbank gaat daarmee voorbij aan verdachtes nadere verklaring dat hij bij de politie het tijdstip van 22.00 uur niet heeft genoemd en dat de auto reeds rond de schemering van 13 april 2012 in de [adres 4] werd geparkeerd, dus veel eerder dan 22.00 uur. Hetzelfde geldt voor de verklaring die [getuige 1] op 3 september 2012 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd en die inhoudt dat zij bij de politie geen tijdstip heeft genoemd waarop zij de auto op de [adres 4] heeft geparkeerd, maar dat het buiten nog licht was toen zij dit deed. De rechtbank houdt beiden aan hun verklaring zoals zij die hebben afgelegd bij de politie en heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid van de terzake op ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Aan de verklaring van de getuige [getuige 2], zoals afgelegd bij de rechter-commissaris op 3 september 2012, kent de rechtbank geen enkele bewijswaarde toe. De rechtbank schuift deze terzijde.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

4.

op 14 april 2012 te 's-Gravenhage aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit niet was gepleegd, immers heeft verdachte toen aldaar ten overstaan van verbalisant [verbalisant 1] opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van diefstal van (zijn) personenauto (Seat Ibiza; 1.9 Tdi, kenteken [kenteken]).

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 4 een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest en verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen auto. De officier van justitie betrekt daarbij de ernst en de aard van de feiten, de recidive en de inbreuk op de privacy van de slachtoffers van de feiten 1 en 2, alsook de calculerende proceshouding van verdachte.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe heeft primair vrijspraak bepleit en subsidiair een straf die gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest. Voorts heeft de raadsvrouwe teruggave bepleit van de inbeslaggenomen auto.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden in het nadeel van verdachte:

- verdachte heeft het onderhavige strafbare feit gepleegd één dag na een eerdere veroordeling tot een gevangenisstraf van drie maanden.

- door verdachtes handelen is het justitieel gezag ondermijnd.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank, anders dan de officier van justitie, van oordeel is dat verdachte ook van de feiten 1 en 2 dient te worden vrijgesproken en voorts van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

De rechtbank acht een straf die gelijk is aan de duur van het voorarrest passend en geboden.

Beslag.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerp aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van het inbeslaggenomen goed.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 188.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1, 2 en 3 is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

t.a.v. feit 4:

Aangifte doen dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

T.a.v. feit 4:

een gevangenisstraf voor de duur van 102 dagen, met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht.

teruggave van de inbeslaggenomen personenauto, kleur zwart, kenteken [kenteken], merk Seat Ibiza aan veroordeelde.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.Th. van Vliet, voorzitter,

mr. N.M. Spelt en mr. P.T. Heblij, leden,

in tegenwoordigheid van G.A.M. de Laat, griffier,

en is uitgesproken op 26 september 2012.

7

Parketnummer: 01/849275-12

[verdachte]