Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX7014

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-09-2012
Datum publicatie
13-09-2012
Zaaknummer
01/849261-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voor een gewelddadige straatroof, bestaande uit het afpakken van een GSM van het slachtoffer waarbij deze een gebroken kaak oploopt, wordt verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/849261-12

Datum uitspraak: 13 september 2012

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1993],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd te in de P.I. HvB Grave (Unit A + B) te Grave.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 30 augustus 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 1 augustus 2012.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 01 mei 2012 te 's-Hertogenbosch op de openbare weg (Het

Kardinaal van Rossumplein) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Blackberry), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden

en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte opzettelijk gewelddadig

- naar die [slachtoffer 1] is toegegaan en/of

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd "Rot op"

en/of

- die mobiele telefoon uit de hand(en) van die [slachtoffer 1] heeft

getrokken en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans éénmaal (met kracht) heeft

gestompt/geslagen op/tegen/in het gezicht,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolg heeft gehad (gebroken

kaak en/of afgebroken tand)

artikel 312 lid 2 sub 1 en 4 Wetboek van Strafrecht;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 01 mei 2012 te 's-Hertogenbosch aan een persoon genaamd

[slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een gebroken kaak en/of

een gebroken tand), heeft/hebben toegebracht, door deze opzettelijk meermalen,

althans éénmaal (met kracht) te stompen en/of slaan op/tegen in het gezicht

en/of het lichaam (waardoor die [slachtoffer 1] ten val is gekomen) en/of het

vervolgens schoppen/trappen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1];

artikel 302 Wetboek van strafrecht;

en/of

hij op of omstreeks 01 mei 2012 te 's-Hertogenbosch opzettelijk een mobiele

telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e)

goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als lener, onder zich

had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

artikel 321 Wetboek van strafrecht;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 01 mei 2012 te 's-Hertogenbosch opzettelijk mishandelend

een persoon (te weten [slachtoffer 1]) meermalen, althans éénmaal (met kracht)

heeft gestompt en/of geslagen op/tegen in het gezicht en/of het lichaam

(waardoor die [slachtoffer 1] ten val is gekomen) en/of (vervolgens) heeft

geschopt/getrapt op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1],

tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (een gebroken kaak en/of een

afgebroken tand), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn

heeft ondervonden;

artikel 300 Wetboek van strafrecht;

en/of

hij op of omstreeks 01 mei 2012 te 's-Hertogenbosch opzettelijk een mobiele

telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e)

goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als lener, onder zich

had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

artikel 321 Wetboek van strafrecht;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie is van oordeel dat het primair tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard op grond van de aangifte en de verklaring van verdachte en de getuige [getuige].

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging stelt zich op de gronden zoals verwoord in de pleitnota op het standpunt dat slechts de verduistering van de telefoon en de eenvoudige mishandeling bewezen kan worden verklaard. Voor het overige dient vrijspraak te volgen.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht het primair tenlastegelegde bewezen op grond van het volgende.

Aangever [slachtoffer 1] verklaart op 1 mei 2012 bij de politie als volgt.

Op 1 mei 2012 tussen 01.30 uur en 02.00 uur bevond ik me ter hoogte van café De Unie, gelegen aan het Kardinaal van Rossumplein, te 's-Hertogenbosch. Daar bevond zich ook een tweetal mannen. Ik voelde dat een van die mannen mijn mobiele telefoon van het merk Blackberry uit mijn handen trok. Daarop voelde ik een klap op de linkerzijde van mijn gezicht. Door de klap viel ik op straat en voelde daardoor pijn. Ik kreeg mijn telefoon niet terug. In het ziekenhuis hoorde ik dat mijn kaak was gebroken. Ook was een tand afgebroken. Ik had aan niemand recht of toestemming gegeven om dit feit te plegen (verklaring aangever [slachtoffer 1], p 37 tot en met 39 van het politiedossier).

Op 21 juni 2012 verklaart [slachtoffer 1] bij de politie nog het navolgende.

De definitieve kroon op de tand wordt pas in juli 2012 geplaatst. Er zitten nog steeds stalen plaatjes in mijn kaak en die moeten er een half jaar in blijven zitten en dan operatief worden verwijderd. Er waren ook pinnen in mijn kaak geplaatst en die zijn na 6 weken operatief verwijderd. In die 6 weken heb ik alleen maar vloeibaar voedsel kunnen en mogen eten. Ik heb nog steeds een verdoofd gevoel in mijn linker onderkaak. Ik heb ongeveer 6 weken niet kunnen werken (verklaring aangever [slachtoffer 1], proces-verbaal politie PL21XO 2012045597-45).

Uit een medische verklaring van B. Buiting, arts-assistent neurologie, mede namens dr. E.S. Louwerse, kliniekneuroloog, blijkt dat aangever [slachtoffer 1] van 1 mei 2012 tot en met 2 mei 2012 opgenomen is geweest op de afdeling neurologie van het Jeroen Bosch Ziekenhuis en dat hij een kaakfraktuur had opgelopen (verklaring B. Buiting, p 41 van het politiedossier).

Verdachte verklaart op 16 mei 2012 bij de politie als volgt.

In de nacht van Koninginnedag op 1 mei 2012 bevond ik me samen met een ander op een pleintje bij een café in de buurt van de Zuid-Willemsvaart in 's-Hertogenbosch. Daar bevond zich ook een jongen die een gsm in zijn handen droeg. Mijn vriend schreeuwde naar die jongen of wij zijn gsm mochten gebruiken. Ik hoorde dat die jongen zei dat hij geen gsm had en hij zei ook iets van "Voor jou niet patjakker." Even later kreeg ik zijn gsm van het merk Blackberry toch in mijn bezit en liep daarmee weg. Kort daarop werd het mij duidelijk dat hij zijn gsm terug wilde. Ik pakte daarop de gsm in mijn linker hand en sloeg hem met mijn rechter vuist in zijn gezicht, tegen zijn kaak. Ik merkte dat het een harde klap was omdat ik al vaker mensen had geslagen. Daarop viel die jongen. Ik zag daarna dat het gezicht van die jongen er vreemd uitzag. Ik heb de gsm van die jongen mee naar huis genomen en later verkocht (p. 18 tot en met 22 van het politiedossier).

Op de terechtzitting van 30 augustus 2012 heeft verdachte verklaard dat het incident zich heeft afgespeeld op de openbare weg het Kardinaal van Rossumplein in 's-Hertogenbosch in de nacht van 1 mei 2012 (verklaring verdachte, proces-verbaal ter terechtzitting van 30 augustus 2012).

De rechtbank oordeelt dat er op grond van het vorenstaande sprake is van diefstal met geweld. De rechtbank gaat uit van de eerste verklaring van aangever [slachtoffer 1] van 1 mei 2012, aangezien die kort na het voorval is afgelegd en daarmee geacht wordt het meest waarheidsgetrouw te zijn.

De rechtbank is voorts, op basis van voormelde verklaringen van het slachtoffer en voormelde medische verklaring, van oordeel dat het bij het slachtoffer ontstane letsel als zwaar lichamelijk letsel dient te worden aangemerkt.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

op 01 mei 2012 te 's-Hertogenbosch op de openbare weg (Het Kardinaal van Rossumplein) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Blackberry), toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat verdachte opzettelijk gewelddadig:

- die mobiele telefoon uit de hand(en) van die [slachtoffer 1] heeft getrokken en

- die [slachtoffer 1] éénmaal (met kracht) heeft geslagen in het gezicht,

terwijl dit feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolg heeft gehad (gebroken kaak en/of afgebroken tand).

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

Een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering, een meldingsgebod bij de reclassering en deelname aan gedragsinterventies. De officier van justitie betrekt daarbij met name de ernst van het feit, het door het slachtoffer opgelopen letsel, het gebruik van alcohol door verdachte en het feit dat hij het feit heeft gepleegd in de proeftijd van een eerdere veroordeling terzake een soortgelijk feit.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft bepleit aan verdachte een straf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijk deel niet langer is dan de reeds ondergane voorlopige hechtenis. Daarnaast dient hem een taakstraf en/of een voorwaardelijk strafdeel te worden opgelegd met als bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering, een meldingsgebod bij de reclassering en deelname aan gedragsinterventies. In die situatie kan verdachte een opleiding gaan volgen zodat hij op die manier positief aan zijn toekomst kan werken.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden in het nadeel van verdachte:

- verdachte werd eerder voor een soortgelijke feit veroordeeld;

- verdachte heeft het onderhavige strafbare feit gepleegd tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling;

- verdachte heeft zijn slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toegebracht, welk letsel ook nu nog niet volledig is genezen;

- de mate van het leed dat aan het slachtoffer is aangedaan, te weten een ernstige aantasting van lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer, alsmede dat verdachte zich om het lot van het slachtoffer volstrekt niet heeft bekommerd;

- verdachte heeft tot op de dag van de zitting nagelaten te informeren naar het welzijn van het slachtoffer en evenmin zijn excuses aangeboden;

- verdachte verkeerde tijdens het plegen van het feit onder invloed van alcohol, waarvan hij de negatieve werking op zijn gedrag kende.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

De rechtbank zal deze straf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Aan deze voorwaardelijke straf zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie is van oordeel dat de vordering, met uitzondering van de maximale vergoeding tandartskosten 2012 ten bedrage van 250,-- euro, integraal kan worden toegewezen tot een bedrag van 3.800,51 euro, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de kosten van ziekenhuisopname (52,00 euro) en de reiskosten (14,31 euro) voor toewijzing vatbaar zijn en dat de gevorderde immateriële schade dient te worden beperkt. De overig gevorderde kosten zijn niet voor toewijzing vatbaar.

Beoordeling.

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade een bedrag van 2.800,51 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van de toekomstige ziektekosten ten bedrage van 1.000,-- euro en de maximale vergoeding tandartskosten 2012 ten bedrage van 250,-- euro.

De rechtbank is van oordeel is dat behandeling van dit deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd en daarmee een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 310, 312.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

t.a.v. primair:

Diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij

betrapping op heter daad, het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl

het feit wordt gepleegd op de openbare weg en zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

T.a.v. primair:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2

jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar

feit en

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan

het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld

in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d,

tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt gedurende de proeftijd als bijzondere voorwaarden:

1. dat veroordeelde zich binnen 2 dagen na zijn detentie meldt bij de

Reclassering Nederland op het adres Eekbrouwersweg 6 te 's-Hertogenbosch.

Hierna dient veroordeelde zich te blijven melden zo frequent en zolang als de

reclassering dit noodzakelijk acht.

2. dat veroordeelde deelneemt aan de volgende gedragsinterventies:

a. de training alcohol en geweld en wanneer deze training niet haalbaar is

b. de agressieregulatietraining.

T.a.v. primair:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 2800,51, subsidiair 38 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 2.800,51

(zegge: tweeduizendachthonderd euro en eenenvijftig eurocenten), bij gebreke

van betaling en verhaal te vervangen door 38 dagen hechtenis. Het bedrag

bestaat uit een bedrag van EUR 1.800,-- immateriële schadevergoeding en EUR

1.000,51 materiële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van

het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte

mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1],

van een bedrag van EUR 2.800,51 (zegge: tweeduizendachthonderd euro en

eenenvijftig eurocenten), te weten EUR 1.800,-- immateriële schadevergoeding en

EUR 1.000,51 materiële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de

datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is ten aanzien van de

gevorderde toekomstige ziektekosten ten bedrage van EUR 1.000,-- en de maximale

vergoeding tandartskosten 2012 ten bedrage van EUR 250,--.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.C.M. de Klerk, voorzitter,

mr. C.B.M. Bruens en mr. A.B. Baumgarten, leden,

in tegenwoordigheid van G.A.M. de Laat, griffier,

en is uitgesproken op 13 september 2012.

Mr. Baumgarten is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

9

Parketnummer: 01/849261-12

[verdachte]