Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX6921

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-09-2012
Datum publicatie
12-09-2012
Zaaknummer
01/045105-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met een jaar. Gronddelict: Poging tot doodslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/045105-02

Uitspraakdatum: 12 september 2012

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1977],

verblijvende in [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 14 augustus 2002 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beschikking van deze rechtbank van 28 september 2011 met een jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 31 juli 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van een jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 augustus 2012.

Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige en de terbeschikkinggestelde en haar raadsvrouwe gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van J.H.M. Nijhuis, directeur/hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, en H. de Boer, psychiater, d.d. 3 juli 2012;

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van poging tot doodslag, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

"Bij patiënte is in de huidige diagnose psychotische problematiek, persoonlijkheids- en

middelenproblematiek vastgesteld. In haar functioneren is deze problematiek nog steeds zichtbaar. Haar gedrag en opstelling kenmerken zich door paranoïde psychotische belevingen (wanen en hallucinaties). Zo heeft patiënte beïnvloedingswanen, waarbij het gevoel ontstaat dat haar gedachten gestuurd worden door medepatiënten. Tevens is zij achterdochtig naar haar medepatiënten alsmede naar haar behandelaren. Patiënte hoort regelmatig stemmen van haar behandelaren die negatief over haar praten, terwijl blijkt dat deze gesprekken niet daadwerkelijk plaatsgevonden hebben. Wanneer bij patiënte de vermoeidheid en/of de spanningen toenemen, nemen ook haar psychotische symptomen toe en laat zij meer vijandigheid in haar gedrag zien, wat zich uit in schreeuwen, schelden en gooien met spullen.

Vanuit de beperking in haar persoonlijkheidsstructuur kan haar wispelturigheid en grillig

functioneren worden verklaard. Zo gooit patiënte een koffiezetautomaat kapot omdat er niet direct wordt tegemoet gekomen aan haar wens om een hogere dosering van een ondersteunend medicament (Akineton). Als zij dit medicament eenmaal heeft, stopt ze er na een paar dagen mee omdat ze de dosering te hoog vindt.

Vanuit haar identiteitsonzekerheid lijkt patiënte onvoldoende in staat om haar grenzen aan te

geven op seksueel en emotioneel gebied naar haar vriend. Zo gaat ze een aantal keren met een ontkleed (onder) lijf voor het raam van haar kamer staan om haar lichaam aan de medepatiënt te tonen op wie zij verliefd is. Ook stemt zij in met gezamenlijke toekomstplannen terwijl ze bij haar zorgplanners aangeeft dat ze dit eigenlijk helemaal niet wil, maar bang is dat hij anders ongelukkig is. Dit leidt uiteindelijk tot zoveel spanningen dat zij zich terugtrekt uit de groep.

Door de combinatie van haar psychiatrische -en persoonlijkheidsproblematiek en haar gebrekkige coping-vaardigheden heeft patiënte moeite om haar spanningen op een adequate wijze te kunnen reguleren. Dit heeft de afgelopen periode geleid tot uitspraken over suïcide en vervolgens rust nemen in de veilige kamer.

Haar sterk instabiel psychiatrisch toestandsbeeld en het impulsieve, seksueel

grensoverschrijdende en vijandige gedrag wat patiënte in haar huidig functioneren vertoont kan verklaard worden door haar gebrekkige vaardigheden om zichzelf stabiel te kunnen houden. Dit, inclusief haar gebrekkige probleeminzicht en de gevoeligheid voor middelengebruik, maakt dat patiënte veel externe structuur, steun en medicatie nodig heeft om chronische ontregeling te voorkomen.

Dit klinische beeld komt overeen met de meeste recente risicotaxatie (mei 2012).

Positief is dat afgelopen periode patiënte een duidelijke voortgang laat zien in de mate waarin haar problematiek zich manifesteert, ten opzichte van de vorige periode. Na het aanhalen van het contact met haar vader en stiefmoeder en de positieve intake toont patiënte een grotere mate van stabiliteit in haar gedrag en is haar begeleidbaarheid verbeterd. Vijandig gedrag is afgenomen en patiënte is beter in de samenwerking. Met haar is afgesproken dat als zij deze stabiliteit en mate van begeleidbaarheid voortzet bij opname in de FPA en zij geen ernstige incidenten veroorzaakt, de mogelijkheid ontstaat om in het najaar beëindiging van de maatregel ter beschikkingstelling te adviseren en een Rechterlijke Machtiging aan te vragen.

In overleg met FPA Vught blijkt echter dat patiënte zonder de maatregel van terbeschikkingstelling het huidige traject niet kan volgen, ook niet wanneer zij een RM heeft. In plaats daarvan zou zij versneld door moeten stromen naar afdelingen met minder beveiliging, minder structuur en zorg.

Gelet op haar multicomplexe problematiek, gebrekkige probleeminzicht, haar wens om medicatie af te bouwen en opnieuw alcohol te nuttigen, wordt dit niet wenselijk geacht door FPA Vught. Er bestaat dan een te groot risico op destabilisatie en terugval in delict(gerelateerd) gedrag, waarmee we het doel van de resocialisatie voorbijschieten.

Gelet op de regressie waarin patiënte is getreden na terugplaatsing vanuit het FPA Kompas naar [kliniek] in 2010 wordt het niet wenselijk geacht dat patiënte in de toekomst nog eens zodanig decompenseert dat zij teruggeplaatst moet worden. De doelstelling blijft om haar zo snel als mogelijk, maar ook zo zorgvuldig als mogelijk, te integreren in de reguliere psychiatrie in haar regio van herkomst.

In de komende adviesperiode zullen de behandelinspanningen enerzijds gericht zijn op het

handhaven van de stabiliteit in het toestandsbeeld van patiënte. Daarnaast zal verder aangestuurd worden op het vinden van de maximale balans tussen zorg en toezicht enerzijds en kwaliteit van leven en zelfstandigheid anderzijds.

Patiënte heeft gedurende het afgelopen jaar grote stappen gezet in het realiseren van haar traject. Zoals hierboven beschreven is zij overgegaan naar FPA Vught, is haar begeleidbaarheid verbeterd, haar sociale netwerk verstevigd en haar impulsiviteit en vijandigheid verminderd.

Duidelijk wordt echter ook dat patiënte nauwelijks probleeminzicht heeft, op korte termijn graag zelfstandig wil wonen, een gezin wil, alcohol wil drinken en wil stoppen met haar medicatie. Opnieuw blijkt dat patiënte het lastig vindt om zich te verzoenen met de visie dat zij haar hele leven afhankelijk zal blijven van (een waarschijnlijk hoge mate) van zorg en extern aangeboden structuur. Het lijkt nauwelijks mogelijk hierin verandering aan te brengen, daar een dergelijk verlies van perspectief een diepe rouw teweeg zou brengen.

De maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging biedt binnen de Reinier van Arkelgroep de mogelijkheid om patiënte geleidelijk aan te laten wennen aan meer zelfstandigheden. Met kleine stapjes, en hiermee kleinere kans op destabilisatie, kan getoetst worden welke mate van zorg en toezicht nu, maar ook in de toekomst, noodzakelijk zal blijven om een adequaat risicomanagement te blijven voeren. Om dit traject vorm te geven heeft patiënte aldaar gesprekken met haar behandelcoördinator en wordt zij op dagelijkse basis begeleid door sociotherapie, waaronder ook haar persoonlijk begeleider. Patiënte heeft gesprekken met de psychiater om afspraken te maken over haar medicatie.

Vanuit de Reinier van Arkelgroep is patiënte onlangs aangemeld voor een beschermd wonenafdeling.

Vanuit de FPA kan hier naartoe gewerkt worden. Aankomende periode zal de

Reclassering gevraagd worden een maatregelrapport op te stellen aangaande proefverlof.

Wanneer een machtiging proefverlof wordt toegekend zal de begeleiding van [kliniek] meer op de achtergrond komen en zal de Reclassering het toezicht deels overnemen.

Gezien het bovenstaande adviseren wij u de terbeschikkingstelling van mevrouw [terbeschikkinggestelde] te verlengen met één jaar. Dit kader biedt de mogelijkheid om de vrijheden en de mate van zelfstandigheid geleidelijk aan uit te breiden, aanvankelijk binnen FPA Vught en daarna via afdelingen van de Reinier van Arkelgroep die geleidelijk aan meer zelfstandigheid bieden."

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik verblijf sinds 26 april jl. in Vught. Het gaat goed. Ik ben vooruit gegaan en er is nog meer vooruitgang te boeken door overplaatsing naar begeleid wonen met een rechterlijke machtiging.

In Vught doe ik boodschappen en ik ga naar mijn zus en naar mijn ouders. Ik hoor geen stemmen meer. Ik vind niet dat ik de rest van mijn leven begeleiding nodig heb.

Ik ben het niet eens met de diagnose schizofrenie die is gesteld. Ik heb alleen borderline.

Ik heb een drugspsychose gehad. Ik ga verder met de medicatie-afbouw en er wordt gekeken of ik ook zonder medicatie kan.

De psychiater heeft tegen mij gezegd dat ik met medicijnen zo uit de kliniek kan. Ik ben alleen maar een borderliner. Daarvoor is een ter beschikkingstelling niet nodig en kan ik ook toe met een rechterlijke machtiging.

Ik kan de garantie wel geven dat het goed gaat. Ik ben aangemeld bij de Haarsteeg. Tegen mij is gezegd dat ik er heen mag zodra er plaats is.

De deskundige mevrouw L.L.D. Seegers, behandelcoördinator/psycholoog, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Via geleidelijke stappen wordt toegewerkt naar beschermd wonen. Cliënte is aangemeld voor begeleid wonen. Daar kan zij met een rechterlijke machtiging verblijven.

Cliënte verblijft nu in Reinier van Arkel te Vught. Er zijn geen nieuwe inzichten in de diagnose. Er vindt medicatie-afbouw plaats totdat cliënte instabiel blijkt. Gelet op de symptomen denken wij niet dat cliënte helemaal zonder medicijnen kan.

Er is veel vooruitgang geweest. Wij zien echter de multicomplexe problematiek bij cliënte in de huidige situatie nog terug. Over een jaar als er voldoende stabiliteit is, zien we wat dan ons advies is. We gaan proefverlof voor cliënte aanvragen. Het recidiverisico op korte en op lange termijn is hoog.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

In het verleden is er van alles geprobeerd met betrokkene. Nu in de Forensisch Psychiatrische Afdeling in Vught is er een stijgende lijn te zien. De vrijheden moeten met kleine stapjes worden uitgebreid. Ik persisteer bij mijn vordering.

De raadsvrouwe van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Cliënte wilde op een goede plek terecht komen; deze is gevonden in de FPA van Reinier van Arkel te Vught. Cliënte is aangemeld voor de Haarsteeg.

Dat er een rechterlijke machtiging moet komen in plaats van een ter beschikkingstelling, daarover wordt al jaren gesproken. Cliënte vindt het nu tijd om verder te gaan. De Rechterlijke Machtiging past daar bij. Bij een rechterlijke machtiging is het de behandelaar die de beslissing neemt en in TBS-land is het, in dit geval, Oldenkotte en de toetsingscommissie van het ministerie.

Een rechterlijke machtiging is passender bij deze plaats en bij cliënte. Ik verzoek de behandeling aan te houden voor drie maanden met het verzoek aan de kliniek om de rechterlijke machtiging voor te bereiden en aan te vragen. De aanmelding in de Haarsteeg loopt door; het loopt dan tegen het einde van het jaar als dat zijn bestek krijgt.

De TBS-maatregel loopt nu al tien jaar. De proportionaliteit gaat steeds meer een rol spelen. Als op verantwoorde wijze beëindiging kan plaatsvinden dan verlangt art. 5 EVRM en het beginsel van proportionaliteit dat daar niet van wordt afgeweken. Voor de overgang van de terbeschikkingstelling naar de rechterlijke machtiging en de juiste juridische uiteenzetting daaromtrent verwijs ik naar de uitspraken AF3555 en BM5271.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van de raadsvrouwe tot aanhouding van de behandeling, teneinde in die periode de kliniek een rechterlijke machtiging voor te laten bereiden en aan te laten vragen, gelet op de stukken en de uiteenzetting van de deskundige ter zitting, thans nog niet aan de orde is. De rechtbank wijst het verzoek van de raadsvrouwe af.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met een jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. M.M. Klinkenbijl, voorzitter,

mr. J.G. Vos en mr. W. Schoorlemmer, leden,

in tegenwoordigheid van L.F.M. Schulte, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 september 2012.

Mr. W. Schoorlemmer is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

6

Parketnummer: 01/045105-02

[terbeschikkinggestelde]