Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX6862

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-09-2012
Datum publicatie
10-09-2012
Zaaknummer
01/030211-87
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met twee jaar. Gronddelict: Verkrachting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer 01/030211-87

Uitspraakdatum: 10 september 2012

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1964],

verblijvende te[adres], [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch d.d. 11 mei 1988 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beschikking van deze rechtbank van 13 juli 2010 met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 19 april 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 mei 2012 en 27 augustus 2012.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige drs. M.W.Ch. van de Rijdt, de terbeschikkinggestelde (middels een rogatoir verhoor d.d. 28 juni 2012) en zijn raadsman R. Polderman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van de Pompestichting (mw. E.P.M.T. Brouns, eerste geneeskundige), d.d. 1 maart 2012;

- een rapport omtrent de terbeschikkinggestelde van psychiater H.L.C. Morre d.d. 25 maart 2012;

- een rapport omtrent de terbeschikkinggestelde van psycholoog P.K. Kristensen d.d. 25 maart 2012;

- een proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 31 mei 2012;

- een proces-verbaal van rogatoir horen van de terbeschikkinggestelde d.d. 28 juni 2012;

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van poging tot verkrachting, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van de Pompestichting is, zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende gesteld:

Er is bij betrokkene sprake van ernstige persoonlijkheidspathologie en wellicht een stoornis binnen het autistisch spectrum. Betrokkene overschat zichzelf en probeert krampachtig zijn positieve zelfbeeld in stand te houden. Hij heeft bewondering van de ander nodig om zich goed te voelen. Wanneer deze bewondering uitblijft, lopen frustraties op en is zijn impulscontrole zwak. Om te voorkomen dat betrokkene gekrenkt wordt, probeert hij krampachtig de controle en macht te houden. Er is geen wederkerigheid in het contact, betrokkene lijkt het sociale contact niet aan te voelen. Daarnaast is er sprake van rigiditeit in denken en het krampachtig vasthouden aan rituelen en patronen. Doorbreking hiervan is voor betrokkene moeilijk te verdragen. Onduidelijk is of betrokkene lijdt aan een obsessief compulsieve stoornis (zoals in het verleden gediagnosticeerd) of dat er sprake is van een stoornis binnen het autisme spectrum. De symptomatologie blijft hetzelfde. De problematiek is nimmer bespreekbaar geweest tijdens de TBS behandeling. Ook binnen de huidige longstay situatie wordt hem de mogelijkheid geboden om hierover in gesprek te gaan om te onderzoeken of er nog verandering mogelijk is. Tot op heden blijkt dit vruchteloos en is er dan ook nog sprake van een onverminderd hoog delictgevaar. Wanneer spanningen oplopen is betrokkene geneigd deze door middel van seksueel grensoverschrijdend gedrag te uiten. Ook wanneer hij onmachtig is probeert hij deze balans te 'herstellen' door macht uit te oefenen op zijn slachtoffer. In het verleden heeft dit geleid tot meerdere seksueel agressieve delicten. In de huidige situatie is er nog altijd sprake van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de vorm van exhibitionisme. Wanneer betrokkene zich exhibitioneert, ensceneert hij een situatie waarin hij de ander tot een

object maakt dat op passieve wijze precies doet wat hij wil. Zo krijgt hij, in zijn hoofd, alsnog de waardering die hij verdient. Net zoals in het verleden wordt ook nu nog het exhibitioneergedrag als delictgedrag gezien. Het structurerende, begeleidende, ondersteunende en beveiligende kader dat hem nu geboden wordt werkt beschermend. Echter ook binnen dit kader heeft betrokkene enkele malen grensoverschrijdend gedrag laten zien. Gedrag dat hij ook nog altijd legitimeert. De maatregel TBS met dwangverpleging wordt als noodzakelijk gezien om het delictgevaar tot een minimum te beperken. Wanneer vrijheden toenemen, is betrokkene onvermogend hiermee om te gaan. Krenkingen en spanningen nemen toe waarbij betrokkene's copingmechanismen ontoereikend zijn. Hij zal niet anders kunnen dan dit middels seksueel agressief gedrag uitageren. Waar dit binnen een beveiligende instelling beperkt blijft tot exhibitioneren, zal dit zonder deze kaders kunnen uitmonden in (pogingen tot) verkrachtingen.

Het huidige multidisciplinaire behandelteam is van mening dat er geen significante ontwikkeling op het gebied van de psychopathologie is waargenomen en concludeert dat de problematieken van betrokkene en het daarmee samenhangende delictrisico nog steeds zodanig groot zijn en de behandelmogelijkheden nog zodanig gering blijven dat een beveiligde setting met veel structuur en controle binnen het kader van langdurig forensisch psychiatrische zorg nodig geacht wordt om de problematiek van betrokkene in toom te houden om ernstig grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Betrokkenes problematiek en het daaruit voortvloeiende gedrag wat hij ook in de afgelopen periode heeft laten zien, bewijzen de noodzaak voor een structurerend, toezichthoudend en ondersteunend kader. Daarbij blijft onverlet dat de huidige longstay-tenuitvoerlegging door zijn behandelaars als een zware ingreep in het leven en vrijheid van betrokkene beoordeeld wordt. Op basis van bovenstaande adviseren wij de TBS met dwangverpleging te verlengen met de duur van twee jaar.

In voornoemd advies van psycholoog P.K. Kristensen is, zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende gesteld:

Er is bij betrokkene sprake van een ernstige narcistische persoonlijkheidsstoornis, een obsessiefcompulsieve stoornis in combinatie met exhibitionisme.

Ondergetekende kan zich vinden in de diagnostische bevindingen van de kliniek. Er is bij betrokkene sprake van een hoog recidivegevaar op een (gewelddadig) seksueel delict.

Ondergetekende is het met de risicoprognose van de kliniek eens. Voortzetting van een verblijf in een beveiligde omgeving zoals deze waarin betrokkene zich thans bevindt is noodzakelijk om het recidivegevaar te voorkomen. Betrokkene wijst een behandeling af, ook een medicamenteuze behandeling, omdat hij van mening is dat hij uitbehandeld is en er niets met hem aan de hand is. Betrokkene heeft het huidige niveau van ondersteuning en beveiliging nodig. Hij is gebaat bij de duidelijke en begrenzende bejegening. Paradoxaal is wel het feit dat juist het hem in zijn waarde laten en hem zoveel mogelijk zelf te laten bepalen om zijn spanning en daarmee het recidivergevaar laag te houden in de hand werkt dat betrokkene gesterkt wordt in zijn onrealistische zelfbeeld. Een behandeling met een antidepressivum met een libidodempende bijwerking is alleen mogelijk bij een goede samenwerking in de behandeling omdat het onderzoeken van de voortgang afhankelijk is van de rapportage hierover door betrokkene. Ondergetekende beoordeelt deze als adequaat en effectief. De bejegening is erop gericht om betrokkene een zo goed mogelijk leven te laten leiden waarin hij het gevoel heeft zijn leven onder controle te hebben. De afwezigheid van behandeldruk zorgt ervoor dat hij binnen de gegeven context redelijk kan functioneren. Neemt de behandeldruk toe, loopt de spanning bij betrokkene onmiddellijk op.

Ondergetekende adviseert om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.

De dwangverpleging dient gecontinueerd te worden. Bij een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging bestaat een grote kans op recidive in een seksueel geweldsdelict.

In voornoemd advies van psychiater H.L.C. Morre is, zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende gesteld:

Op het moment van onderzoek is betrokkene ruim 23 jaren in behandeling/begeleiding binnen verschillende Forensisch Psychiatrische Centra. Hij is gedurende 11 jaren behandeld binnen de Dr. S. van Mesdagkliniek te Groningen en vervolgens nog eens 6 jaren binnen Flevo Future, vestiging Amsterdam (thans Oostvaarderskliniek). De laatste 6 jaren verblijft betrokkene binnen de Langdurige Forensisch Psychiatrische Zorg van de [kliniek]

te[adres]. De persoonlijkheidsstoornis (met vooral narcistische kenmerken) die, volgens het rapport Pro Justitia d.d. 8 oktober 1987 van collega mr. J.A.F. Peeters, zenuwarts verboden aan het Pieter Baan Centrum te Utrecht, aanwezig was ten tijde van het plegen van het indexdelict is nog altijd onverminderd aanwezig, ook na 23 jaren behandeling.

Later, in de loop van het behandeltraject, zijn de diagnosen exhibitionisme en obsessief-compulsieve stoornis ook op betrokkene van toepassing verklaard. Het exhibitionisme is er nog altijd, ook op de afdeling waar betrokkene nu verblijft en ook de obsessief-compulsieve gedragingen van betrokkene zijn onmiskenbaar. De psychopathologie van betrokkene is al met al aan te merken als "nagenoeg onveranderd" waarbij ik wil aantekenen dat betrokkene verschillende constructieve behandelvoorstellen zijn gedaan (waaronder libidoremmers) maar dat hij daar weloverwogen en doelbewust van afzag. Hij is nimmer echt in behandeling gekomen. Recent werd door de heer Van Helvoirt, GZ-psycholoog, nog een nieuwe diagnostische overweging geïntroduceerd. Ook moet worden opgemerkt dat het risico op delictrecidive, zowel op grond van het klinische beeld als op grond van gestructureerde risicotaxatie, moet worden aangemerkt als matig tot hoog. Deze beide factoren (onveranderde psychopathologie matig tot hoog recidiverisico) maken dat, naar mijn mening, de terbeschikkingstelling van betrokkene dient te worden verlengd. Het risicomanagement dat betrokkene momenteel ten deel valt is adequaat. Hij voelt zich op de huidige longstay afdeling ook op zijn plaats en heeft er zijn draai duidelijk gevonden maar hij bestrijdt de longstaystatus en twijfelt anderzijds of hij moet ingaan op het aanbod van een nieuwe klinische observatie.

Betrokkene lijdt aan een tweetal ziekelijke stoornissen van zijn geestvermogens, te weten aan exhibitionisme en aan een obsessief-compulsieve stoornis.

Ook bestaat er bij hem een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een narcistische persoonlijkheidsstoornis.

De diagnostische conclusies van de kliniek zijn gelijk aan mijn eigen diagnostische conclusies. Ik onderschrijf de conclusies van de kliniek ten volle.

Onder verwijzing naar de gestructureerde risicotaxatie, beschreven onder § 9 van voorliggend rapport, wordt het algemene risico op recidive door mij beoordeeld als matig tot hoog en wordt het risico op een seksueel-gewelddadig recidief zelfs als hoog beoordeeld. Mijn risicotaxatie en de risicotaxatie van de kliniek zijn (nagenoeg) gelijk. In het rapport Pro Justitia van de heer Van Helvoirt, GZ-psycholoog, wordt (in voorzichtige bewoordingen en voor zover mij bekend voor de eerste maal) de diagnostische overweging •pervasieve ontwikkelingsstoornis• geopperd. Indien deze diagnose voor betrokkene daadwerkelijk blijkt op te

gaan, is er mogelijk nog enig behandelperspectief en dient de huidige longstaystatus van betrokkene, naar mijn mening, te worden heroverwogen.

Naar verluidt (bron: betrokkene zelf) heeft de Landelijke Adviescommissie Plaatsing (LAP) Longstay Forensische Zorg zich recent op het standpunt gesteld dat de door de heer Van Helvoirt opgeworpen diagnostische overweging nader dient te worden onderzocht en heeft men betrokkene het voorstel gedaan om zich voor een klinische observatie (opnieuw) te laten plaatsen in het Pieter Baan

Centrum te Utrecht. Ik heb zelf, bij mijn eigen onderzoek, geen overtuigende aanwijzingen gevonden voor een pervasieve ontwikkelingsstoornis en heb dit betrokkene ook kenbaar gemaakt. Anderzijds laat hij mij bij herhaling

weten dat hij van mening is dat de longstaystatus hem niet past en dat hij streeft naar beëindiging daarvan. Ik heb hem desgevraagd laten weten dat ik, in zijn geval en uitgaande van de uitdrukkelijke wens om de longstaystatus te beëindigen, het aanbod van een klinische observatie zou omarmen. Het is naar mijn idee de enige mogelijkheid voor betrokkene om, binnen zijn terbeschikkingstelling, opnieuw

in behandeling te worden genomen. Betrokkene zelf toont zich wat dit betreft ambivalent. Hij denkt nog na over het aanbod. Uitgaande van de diagnosen die door mij worden onderschreven (exhibitionisme, obsessiefcompulsieve

stoornis en narcistische persoonlijkheidsstoornis) zijn de begeleiding en het risicomanagement die betrokkene momenteel worden geboden, alleszins adequaat.

Ik adviseer het rechtscollege om de terbeschikkingstelling van betrokkene te verlengen met een termijn van twee jaren. Ook als de diagnostische overweging pervasieve ontwikkelingsstoornis wordt bevestigd en betrokkene opnieuw in behandeling wordt genomen is het aangewezen om de terbeschikkingstelling met

twee jaren te verlengen omdat een nieuwe behandelpoging zeker meer dan twee jaar zal gaan duren. Het bevel tot verpleging van betrokkene van overheidswege dient te worden gecontinueerd.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij mijn vordering tot verlenging van de TBS-maatregel met twee jaar.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik heb het proces-verbaal van het rogatoir verhoor van cliënt gelezen. Hij zegt daarin dat hij niet langer delictgevaarlijk is en dat hij de TBS inmiddels te lang vindt duren. Het rapport van het Pieter Baan Centrum heb ik nog niet gezien. Wat betreft de delictgevaarlijkheid verwijs ik naar hetgeen de kliniek daarover zegt. Wat betreft de proportionaliteit heeft mijn cliënt echter wel een punt. Hij zit al 24 jaar in de TBS. Hier moet kritisch naar gekeken worden. Ik verzoek u dan ook om de TBS-maatregel met slechts één jaar te verlengen.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting van 31 mei 2012 gegeven toelichting door de deskundige en met de conclusies en adviezen als verwoord in de rapportages van de externe deskundigen.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. Wielders, voorzitter,

mr. Hermans en mr. De Vries, leden,

in tegenwoordigheid van mr. Cox-Wentholt, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 september 2012.

7

Parketnummer: 01/030211-87

[terbeschikkinggestelde]