Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX6859

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-09-2012
Datum publicatie
10-09-2012
Zaaknummer
01/015570-79
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met een jaar. Gronddelict: diefstal met geweld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/015570-79

Uitspraakdatum: 10 september 2012

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats], [1954],

verblijvende in de [kliniek] te [plaats].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van deze rechtbank van 10 april 1980 is betrokkene ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst bij beschikking van deze rechtbank van 7 september 2011 met één jaar verlengd. Bij beslissing van het Gerechtshof Arnhem d.d. 26 januari 2012 is de beslissing van de rechtbank bevestigd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 26 juli 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 augustus 2012. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige Y.M. van den Berg-Lotz, de terbeschikking-gestelde en zijn raadsman mr. Y. Quint gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van drs. H.J. van der Lugt (hoofd van de inrichting), drs. E.A.M. Schouten (psychiater a.i.) en drs. Y.M. van den Berg-Lotz (hoofd behandeling), allen verbonden aan de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 28 juni 2012;

- een rapport omtrent de terbeschikkinggestelde van psychiater R.A. de Graaff d.d. 12 juni 2012;

- een rapport omtrent de terbeschikkinggestelde van forensisch psycholoog prof. dr. J.J. Baneke d.d. 29 juni 2012;

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van diefstal met geweld, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft en (gekwalificeerde) doodslag, terwijl de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van de inrichting is, zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende gesteld:

Betrokkene is over het algemeen met zichzelf en zijn eigen leven bezig; er komt weinig invoeling met het slachtoffer naar voren. De kans op recidive tijdens een begeleid verlof gelijkend op de delicten waarvoor betrokkene de tbs maatregel opgelegd heeft gekregen wordt ingeschat als laag. Immers, onder voortdurende begeleiding is het voor hem niet mogelijk om terug te vallen in delictgedrag. Bovendien hebben de delicten een wat langere aanloop gehad, waardoor er tijdig zou kunnen worden ingegrepen. Het risicomanagementplan - in zoverre van toepassing tijdens begeleid verlof - voorziet in de voornaamste risicofactoren. Indien betrokkene niet goed in de samenwerking zou zijn, als er sprake is van softdruggebruik of als zich een incident heeft voorgedaan, kan het verlof geen doorgang vinden. Zoals hierboven gesteld is het recidivegevaar van een delict gelijkend op het tbs indexdelict op de korte termijn (bij begeleid verlof) laag. Op de

lange termijn, zonder verdere behandeling of controle, is het recidivegevaar hoog, gezien het gebrekkige probleeminzicht, en de tekortschietende vaardigheden. Het toekomstige risicomanagementplan zal moeten voorzien in voldoende controle en begeleiding, teneinde het recidiverisico aanvaardbaar laag te houden. Het huidige risicomanagement is geldig voor de duur van het begeleide verlof. Daarna zal het indien nodig worden bijgesteld.

Als betrokkene op dit moment ontslag uit de TBS zou krijgen moet het recidivegevaar als hoog worden beschouwd. Betrokkene is sinds zeer veel jaren uit de maatschappij en zal geleidelijk zijn plaats in de maatschappij moeten innemen opdat dit op een veilige manier zal verlopen. Er zal gewerkt moeten worden aan beschermende factoren zoals werk of dagbesteding, huisvesting met passende begeleiding, voldoende netwerk om op terug te vallen en maatregelen of middelen om het softdrugsgebruik binnen de perken te houden en een overgang op harddrugs te voorkomen. Nog in 2011 is in het rapport van de onafhankelijk deskundigen de antisociale persoonlijkheidsstoornis opnieuw vastgesteld. Betrokkene is sindsdien nog niet zo veranderd dat dit nu niet meer aan de orde is, al

komt het anti-sociale element uiteraard in de kliniek niet zo tot uiting. Betrokkene is voornamelijk gericht op zijn resocialisatie en veel minder op behandeling (wat na zoveel jaren TBS ook begrijpelijk is). Er zal ook vooral veel aandacht moeten worden besteed aan de resocialisatie. Een aanvraag begeleid verlof wordt ten tijde van dit schrijven naar het ministerie gestuurd. Het zou de voorkeur hebben om na een niet al te lange fase van begeleide verloven gefaseerd onbegeleide verloven in te kunnen zetten, zodat in de behandeling de nadruk komt te liggen op hulp aan betrokkene bij zijn terugkeer in de maatschappij. Het hangt uiteraard mede van toestemming van het ministerie af of het traject inderdaad zo zal kunnen lopen. Aangezien het voor betrokkene belangrijk is om een perspectief op uitstroom te houden, is een verlenging van de TBS met een jaar geïndiceerd. Dit betekent niet dat betrokkene over een jaar al klaar zou zijn met de behandeling of herintrede in de maatschappij. Betrokkene weet wat de kliniek voor plannen met hem heeft. Hij weet tevens dat dit mede afhankelijk is van zijn inzet en het oordeel van het ministerie. Betrokkene wil graag resocialiseren.

In voornoemd advies van psychiater R.A. de Graaff is, zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende gesteld:

De aan betrokkene opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling dient te worden verlengd. Ondergetekende adviseert de TBS-maatregel voor de duur van twee jaren te verlengen. Het recidivegevaar wordt in de huidige situatie, met toezicht, begeleiding en beperkingen ten aanzien van het middelengebruik als relatief gering, hanteerbaar en aanvaardbaar ingeschat. Bij het wegvallen van een kader van toezicht en begeleiding kan het recidiverisico opnieuw toenemen. Betrokkene verblijft sinds 1980 in justitiële instituten. De TBS-behandeling is gestart in 1988. In de jaren ervoor is hij niet in staat geweest in voldoende mate voor zichzelf te zorgen. Op grond van de nog aanwezige persoonlijkheidsproblematiek, die mede een rol speelde bij het komen tot de TBS-delicten, is betrokkene in beperkte mate in staat om problemen en spanningen te kunnen hanteren. De rigide opstelling kan gemakkelijk aanleiding geven tot onbegrip en escalerende conflicten met anderen. Hij laat zich daarin slechts beperkt door anderen bijsturen. Bij terugval in ernstig middelengebruik neemt de kans op ontsporen en conflicten met anderen verder toe. Een kader van toezicht, begeleiding en controle ten aanzien van middelengebruik blijft vooralsnog geïndiceerd. Binnen het kader van de intramurale TBS-setting is het niet te verwachten dat nog grote veranderingen ten aanzien van de persoonlijkheidsproblematiek zullen optreden. De persoonlijkheidsproblematiek en de wijze waarop betrokkene met anderen interacteert en communiceert, is door de behandeling slechts in geringe mate bewerkt. De beperkte behandelresultaten waren in 2006 aanleiding tot plaatsing in een longstay-voorziening. In de rapportages uit 2008 en 2011 werd geadviseerd om alsnog een poging tot resocialisatie te ondernemen gericht op uiteindelijk verblijf buiten de muren van de TBS-kliniek. Er lijkt zeker in die mate stabilisatie te zijn opgetreden dat het te verwachten is dat ook in een setting met meer vrijheden, bij voldoende inzet en coöperatie van betrokkene, het recidivegevaar op de lange duur beperkt kan blijven. Van belang hierbij zijn begeleiding, beperken van middelengebruik en aandacht voor het hanteren van conflicten in sociale situaties. Betrokkene neigt ertoe eigen capaciteiten te overschatten. Begeleiding wordt vooralsnog als noodzakelijk ingeschat. Gezien de eigenzinnigheid en daaruit voortvloeiende moeizame samenwerking met betrokkene is een verplicht kader van begeleiding en toezicht zeker nog langere tijd geïndiceerd. Ondanks kritiek op de behandeling en behandelklimaat kan betrokkene wel enkele positieve effecten benoemen van de behandeling, zoals de psychotherapeutische begeleiding in de periode in de Dr. van Mesdagkliniek. In de toekomst zou een vast ambulant langer durend psychotherapeutisch behandelcontact bij een forensische polikliniek of gespecialiseerde GGZ-instelling wellicht nog kunnen bijdragen aan enige toename van gevoelens van veiligheid en hechting, in combinatie met een verdere afname van angsten, onzekerheden en achterdocht in zijn relaties tot anderen. Hiervan zou nog een verder stabiliserend en risico-verlagend effect kunnen uitgaan. Voorwaardelijk beëindigen van de TBS-maatregel wordt nu als te prematuur en niet realistisch ingeschat. Betrokkene realiseert zich onvoldoende de ernst van zijn problematiek en ziet daardoor onvoldoende de noodzaak tot langer durende begeleiding. De persoonlijkheidsproblematiek zet gemakkelijk aan tot herhaling van conflictmatige interactiepatronen. Een begeleiding in het kader van voorwaardelijke beëindiging van de TBS-maatregel heeft, gezien de tekortschietende motivatie, inzet en mogelijkheden om zich aan het gestelde kader te conformeren, geen serieuze kans van slagen. Betrokkene zal zich vermoedelijk onvoldoende aan de gestelde grenzen en noodzakelijke voorwaarden met betrekking tot een toezicht kunnen conformeren. Binnen het kader van transmuraal en proefverlof zijn wel voldoende mogelijkheden tot begeleiding, omdat betrokkene in dat kader bij te hoog oplopende samenwerkingsproblemen of terugval in middelengebruik eventueel kan worden teruggeplaatst binnen de klinische intramurale setting.

Ondergetekende ondersteunt het in de Pro Justitia rapportages uit 2008 en 2011 geformuleerde beleid om zo snel mogelijk begeleide en onbegeleide vrijheden aan te vragen en daarmee te oefenen. Het risico op recidive van ernstige geweldsdelicten hierbij wordt, indien sprake is van een kader van voldoende behandeling en begeleiding, als gering en in maatschappelijk opzicht alleszins acceptabel ingeschat. Ook wordt het als wenselijk en passend gezien met spoed te zoeken naar een vervolgplaatsing zoals een extramurale kliniekwoning, RIBW of desnoods tussenplaatsing in een FPA in de eigen regio, van waaruit verdere resocialisatie mogelijk is. Het vinden van een passende vervolgvoorziening, die de benodigde begeleiding kan bieden, met voldoende inbedding en aanwezige deskundigheid, en tegelijkertijd enigszins recht doet aan de door betrokkene verlangde vrijheid, zal vermoedelijk langere tijd vragen. Gezien de benodigde tijd ten aanzien van het achtereenvolgens aanvragen van de verschillende verlofprocedures is het realistisch ervan uit te gaan dat de TBS-maatregel voor de duur van twee jaren dient te worden verlengd.

In voornoemd advies van forensisch psycholoog prof. dr. J.J. Baneke is, zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende gesteld:

Bij betrokkene is sprake van een ernstige (maar inmiddels afgevlakte) persoonlijkheidsstoornis cluster B, waarvan momenteel vooral oppositionele en paranoïde trekken, in mindere mate antisociale trekken naar voren komen. Het kinderlijke van betrokkene kan men als egocentrisch en narcistisch benoemen, maar ondergetekende ziet geen duidelijk narcisme als expliciete persoonlijkheidstrek in dit onderzoek. Psychotische kenmerken zijn momenteel in het geheel niet aanwezig en er zijn in de stukken ook geen aanwijzingen dat die eerder evident aanwezig waren. Wel is vanaf het begin sprake geweest van paranoïde vertekeningen van de realiteit, soms in sterkere mate onder invloed van middelengebruik.

Afhankelijkheid van cannabis is nog steeds aanwezig, in het verleden is sprake geweest van misbruik van diverse hard drugs, maar dit is langdurig in remissie. Vooral ten aanzien van de psychotische stoornis verschilt onderzoeker met de kliniek (althans Pompekliniek) van mening. De kliniek geeft een GAF-score van 70, d.w.z. een gemiddeld niveau van psychisch functioneren. Dat geeft al aan dat betrokkene redelijk gestabiliseerd is.

Er zijn geen duidelijke aanwijzingen voor een direct risico op gewelds- en overige delicten.

Wel zijn er vooral historische risicofactoren, maar feitelijk heeft betrokkene geen geweld of soortgelijk gedrag laten zien in de huidige context. Het cannabisgebruik zou problematisch kunnen zijn, maar is dat feitelijk niet gebleken tot op heden. Het grootste risico ligt in verbreking van een relatie. Begeleiding daarin zou passen bij verdere resocialisatie.

Onderzoeker meent dat in de risicotaxatie zoals die is beschreven in de laatste stukken

van de Pompekliniek teveel wordt vastgehouden aan factoren die in het verleden als risicovol zijn genoemd. Onderzoeker begrijpt wel de zorgen van de kliniek, zeker gezien

eerdere mislukte trajecten. Maar het is ook van belang te zien hoe bij die mislukkingen

vasthouden aan bijvoorbeeld - het verbod op cannabisgebruik en antipsychotische

medicatie een rol hebben gespeeld, terwijl diverse deskundigen hebben aangegeven te

twijfelen aan het nut van dergelijke voorwaarden. Geadviseerd wordt het huidige traject van geleidelijke resocialisatie via verloven en andere vormen van toenemende vrijheid en afnemende structuur voort te zetten, zodat feitelijk getoetst kan worden in hoeverre betrokkene in staat is voldoende te re-integreren en welke mate van structuur en begeleiding hij in de toekomst (b.v. via een RIBW) nodig zal hebben.

Geadviseerd wordt de maatregel terbeschikkingstelling te verlengen met 1 jaar, omdat

ondanks de noodzakelijke geleidelijkheid toch ook wel enig tempo gevraagd mag worden

om de resocialisatie te effectueren. Geadviseerd wordt de verpleging te continueren.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik heb ernstige delicten gepleegd, maar ik zit inmiddels langer in de TBS dan dat ik vast zat voor deze delicten. Ik heb genoeg verlof gehad en dat is altijd goed verlopen.

Er is onlangs nog een aanvraag begeleid verlof geweest en ik heb al twee keer begeleid verlof gehad. Ik zou in totaal vijf keer begeleid verlof moeten hebben met een personeelslid samen, dan drie keer met slechts één personeelslid, dan drie keer met iemand van het netwerk en dan mag ik op onbegeleid verlof. Mijn volgende begeleid verlof staat als alles goed gaat gepland voor komende maandag, maar ik ben positief bevonden op cannabisgebruik.

U vraagt mij wat ik vind van een verlenging van de TBS-maatregel met één jaar. Ik heb liever een 509t Sv, een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Ik wil graag resocialiseren.

U bespreekt met mij het rapport van de psychiater. Deze man heeft ook altijd in de FPA en de GGZ gewerkt en ik vind het dubieus en raar dat als ik in een kliniek zit, waar ik één keer per maand met een psychiater en psycholoog praat, er dan ineens iemand komt voor drie uurtjes die weer wat anders opschrijft. Het is steeds wat anders. Als ik de zekerheid heb dat ik vrij kom, dan stop ik wel met het gebruiken van softdrugs. Er zijn mensen in de longstay die gestopt zijn met blowen die er nog wel zitten en er zijn er ook die harddrugs gebruiken, die wel naar buiten mochten. Het is mij niet duidelijk.

De deskundige mw. drs. Y.M. van den Berg-Lotz, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Het gebruik van softdrugs door betrokkene is ook eerder al beschreven. Hij kan niet vanwege het blowen zolang binnen blijven, maar als je zo redeneert heb je nog steeds een probleem bij het aanvragen van verlof. Met deze rapporten in de hand heb ik zeker iets voor bij een volgende verlofaanvraag en ook richting de kliniek. Dat blowgedrag van betrokkene moet niet de hinderpaal zijn. Wel is het zo dat het niet de spuigaten uit moet lopen. Het moet gecontroleerd zijn. Ik had wel de ervaring dat het Ministerie daar minder ruim over denkt. Verloven worden voorzichtig aangevraagd. Een van de voorwaarden is een schone urinecontrole en daar is best met [terbeschikkinggestelde] aan te werken. Hij doet het eigenlijk heel goed in de kliniek. Hij wilde geen begeleiding want hij zit al zo lang vast. Toen betrokkene met anderen uit de longstay kwam ging ik er vanuit dat hij de behandeling niet helemaal opnieuw ging doen. Hij heeft psychotherapie gekregen en is daar enthousiast over want hij steekt er toch wat van op. Wil ik een aanvraag insturen dan moet hij deze therapie volgen en dat doet hij heel goed. Het contact is steeds beter. Het is soepel en prettig. De samenwerking gaat goed komen. [terbeschikkinggestelde] is een paar weken clean geweest, maar was dat de laatste controle niet. Hij heeft een aantal belastende medische onderzoeken achter de rug en ook het feit dat de zitting eraan kwam, heeft ertoe bijgedragen dat hij weer drugs heeft gebruikt. Ik wil bij de kliniek aankaarten of het allemaal wel zo strak moet gaan. Ik werk wel bij de kliniek, maar de situatie in de TBS is door de jaren heen verstrakt. Met de onafhankelijke rapportages zie je toch een ommekeer. [terbeschikkinggestelde] moet inderdaad niet afglijden wat betreft zijn middelengebruik en richting de harddrugs gaan. Er moet gekeken worden wat écht gevaarlijk is. Een collega heeft het bij het Ministerie voor elkaar gekregen dat een score van 500 qua middelengebruik geen sanctie oplevert.

Wij willen een verlenging van één jaar want [terbeschikkinggestelde] moet naar buiten zodat hij uiteindelijk onbegeleid met verlof kan. Als het Ministerie toch moeilijk doet dan moeten we volgend jaar bekijken of een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging mogelijk is. In het verleden werd [terbeschikkinggestelde] psychotisch decompenseren zeker geluxeerd door maandenlang middelengebruik. Hij zegt wel dat hij nog stemmen hoort. Als hij een positieve UC heeft dan daalt dat langzaam en moet ik wachten tot het onder de 50 is voordat een nieuwe aanvraag ingediend kan worden. Er zijn goede en praktische afspraken met hem te maken. Hij wil naar buiten en wij willen dat ook.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard:

Ik ben het voor het grootste deel eens met de deskundige. Het gaat mij echter niet snel genoeg. Stel dat ik voor mezelf kan gaan zorgen, dan zou het voor mij makkelijker te dragen zijn.

De deskundige heeft verklaard:

Betrokkene moet naar een resocialisatieafdeling. Werk vinden is niet zo gemakkelijk en je moet dan wel zonder begeleiding kunnen. De resocialisatieafdeling zit aan de rand van de kliniek.

Ik vond het advies van de psychiater voor twee jaar verlenging wat té voorzichtig en niet gewenst. Het blijft een eindeloze herhaling van de twee jaar. Resocialisatie is precies wat we van plan zijn. De externe rapporten gaan hierbij zeer zeker helpen en worden ook vermeld bij een volgende aanvraag voor verlof.

Wat betreft de rigide opstelling van het Ministerie kan ik het volgende zeggen. Er is een aantal tendensen. De onafhankelijke rapportages tenderen naar "het duurt te lang" en naar voorwaardelijke beëindiging. Onze directie had het idee dat het bij het Ministerie niet doordrong dat het zo werkt. Ik hoop dat het nu wel duidelijk zal worden. Je moet je altijd afvragen of dat, wat we aan het doen zijn, ook in een ambulant kader kan plaatsvinden.

De officier van justitie heeft aangevoerd:

Het cannabisgebruik van betrokkene is besproken en de ernstige hospitalisatie wordt benoemd. Ik neem voorts de uitspraak van het gerechtshof en het rapport van de psycholoog in aanmerking en neem enigszins afstand van het rapport van de psychiater. Er wordt thans een praktische discussie gevoerd. Het recidiverisico is laag als betrokkene in de kliniek verblijft en vooral hoog buiten de kliniek omdat er nog niet voldoende (on)begeleid verlof is geweest. Ik wijzig mijn vordering in die zin dat ik de rechtbank thans verzoek om de TBS met dwangverpleging met één jaar te verlengen.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Het verhaal van de deskundige is helder. Het is duidelijk dat er stappen gaan en moeten worden gezet. Opvallend is dat de normale weg niet voldoende gevolgd kan worden, maar dat er al wel gesproken wordt over een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Ik verzoek de rechtbank primair om aanhouding van de zaak ex artikel 509t lid 5 van het Wetboek van Strafvordering om de reclassering te laten onderzoeken of een voorwaardelijke beëindiging mogelijk is. De rechtbank kan dan altijd nog beslissen of dat uiteindelijk het geval zal zijn.

Ik wil ook wijzen op de woorden van de advocaat-generaal bij het gerechtshof te Arnhem zoals vermeld in het proces-verbaal van de zitting van 26 januari 2012. Hij acht het namelijk van belang dat de reclassering het komende jaar wordt ingeschakeld.

Er moet bekeken worden of cliënt voldoende structuur geboden kan worden. Clean zijn is geen noodzakelijke voorwaarde voor resocialisatie.

Psychiater De Graaff spreekt op pagina 14 van zijn rapport over een relatief gering en aanvaardbaar recidivegevaar. Natuurlijk kan cliënt niet meteen naar buiten zonder enige structuur en begeleiding, maar ik wil de rechtbank vragen om het te bekijken, mede gelet ook op de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit.

Op pagina 13 van het psychiatrisch rapport wordt gesteld dat het wenselijk is dat het behandelbeleid gericht wordt op een spoedige overplaatsing naar een buiten de kliniek gelegen woonvoorziening. Het té weinig tempo maken heeft klaarblijkelijk ook de nodige risico's.

Het recidiverisico is laag binnen de muren van de kliniek. Misschien kan het ook op een andere manier ingeperkt worden, anders dan door middel van dwangverpleging.

De deskundige heeft verklaard:

De proportionaliteit is een juridische aangelegenheid en dus aan de rechtbank.

Het zou helpen als er in de beschikking komt te staan dat bij een volgende zitting een reclasseringsrapport gereed moet zijn, want dat betekent dat er een NIFP-indicatie kan komen die aangeeft waar [terbeschikkinggestelde] terecht kan.

Onbegeleide verloven gaan volgend jaar pas spelen. Tijdens de volgende zitting in augustus 2013 kun je dan aantonen dat het goed gaat met betrokkene. De meest ideale situatie zou zijn dat de reclassering een half jaar voor de verlengingszitting aan de slag gaat. Ze lopen en kijken dan mee met de kliniek in de periode van onbegeleide verloven en hierdoor win je tijd. Als dit in de beschikking wordt opgenomen, is het aan de kliniek om dit proces te bewaken.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige en met de conclusies en adviezen zoals verwoord in de rapportages van de externe deskundigen (met uitzondering van het advies van psychiater De Graaff om de TBS voor de duur van twee jaar te verlengen).

Gelet op het recidiverisico, gezien de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

Anders dan de raadsman primair heeft verzocht heeft, vindt de rechtbank het, gelet op het feit dat de onbegeleide verloven nog moeten starten, te prematuur om nu reeds een onderzoek te doen naar de mogelijkheden van voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

De rechtbank acht het wel noodzakelijk zich voor de volgende verlengingszitting nader te doen voorlichten omtrent de vraag of en zo ja, de wijze waarop en de voorwaarden waaronder, de dwangverpleging voorwaardelijk kan worden beëindigd. De rechtbank verzoekt de reclassering om - met tussenkomst van de kliniek - hieromtrent vóór het tijdstip van de nadere zitting een rapport te laten opmaken.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. Wielders, voorzitter,

mr. Hermans en mr. De Vries, leden,

in tegenwoordigheid van mr. Cox-Wentholt, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 september 2012.

9

Parketnummer: 01/015570-79

[terbeschikkinggestelde]