Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX6675

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
06-09-2012
Datum publicatie
06-09-2012
Zaaknummer
01/89063-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest voor een groot aantal gekwalificeerde ladingdiefstallen en pogingen daartoe en voor deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer dagvaarding: 01/889063-11

Parketnummer vordering: 01/827174-05

Datum uitspraak: 06 september 2012

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1980],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd te: P.I. Breda - HvB De Boschpoort.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 december 2011, 16 februari 2012, 9 mei 2012, 3 augustus 2012, 15 augustus 2012,

16 augustus 2012 en 23 augustus 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 8 november 2011.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 16 februari 2012 en 3 augustus 2012 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 24 februari 2011 tot en met 25 februari

2011 op de parkeerlaats "Tienbaan" te Heerlen tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in / uit een vrachtwagen heeft weggenomen 40 dozen met

sportschoenen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 38], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en /

of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het

weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door

middel van braak, verbreking en / of inklimming te weten door het opensnijden

van zeilen.

(artikel 310/311 Wetboek van Strafrecht) (zaakdossier 3).

2.

hij op of omstreeks 20 april 2011 te Visé (België) ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een vrachtauto weg te nemen één of meer goederen, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die

vrachtwagen te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun

bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een

of meer van zijn mededader(s), althans alleen een zegel van de vrachtwagen

heeft verbroken en/of het zeil heeft opengesneden, terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

(artikel 310/311 Wetboek van Strafrecht) (zaakdossier 21).

3.

hij op of omstreeks 30 mei 2011 op "De Schakel" (Achtseweg Noord) te Eindhoven

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een vrachtwagen heeft

weggenomen 120 dozen koffiezetapparaten (merk Philips type HD8743/11), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en / of inklimming te weten door het opensnijden van zeilen en/of

het forceren van een slot van de oplegger.

(artikel 310/311 Wetboek van Strafrecht) (zaakdossier 7).

4.

hij op of omstreeks 9 juni 2011 te Venlo tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in / uit een vrachtwagen heeft weggenomen 150 Philips Blu-Ray 3d

spelers, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en /

of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het

weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door

middel van braak, verbreking en / of inklimming te weten door het opensnijden

van zeilen.

(artikel 310/311 Wetboek van Strafrecht) (zaakdossier 8).

5.

hij op of omstreeks 12 juni 2011 te Venlo tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in / uit een vrachtwagen heeft weggenomen 16 paar Shorts, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en / of inklimming te weten door het opensnijden van zeilen.

(artikel 310/311 Wetboek van Strafrecht) (zaakdossier 9).

6.

hij op of omstreeks 15 juni 2011 op parkeerplaats "'t Spik" te Roermond

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een vrachtwagen heeft

weggenomen 13 dozen sigaretten en/of shag, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan transportbedrijf [slachtoffer 5], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft /

hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik

heeft / hebben gebracht door middel van braak en / of verbreking te weten door

het opensnijden van zeilen.

(artikel 310/311 Wetboek van Strafrecht) (zaakdossier 10).

7.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 juni 2011 tot

en met 22 juni 2011 te Heerlen en/of te Buchten en/of elders in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening:

- in/uit een vrachtwagen op de parkeerplaats "Tienbaan" te Heerlen en/of

elders in Nederland heeft weggenomen 59 TV's model Smart-led 3d ambilight, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn/hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming te weten door het opensnijden van zeilen,

en/of

- in/uit een vrachtwagen op de parkeerplaats "t Anker" te Buchten en/of elders

in Nederland heeft weggenomen een databank APC model smart UPS type 1000/1500

VA, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

transportbedrijf [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik

heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming

te weten door het opensnijden van zeilen.

(artikel 310/311 Sr) (zaakdossier 12).

8.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 augustus 2011

tot en met 24 augustus 2011 op de parkeerplaats "Oeijenbosch" te Veldhoven

en/of een parkeerplaats "Het Goor" te Bladel en/of elders in Nederland ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf/misdrijven om tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit 18 vrachtwagens weg te nemen

één of meer goederen, geheel of ten dele toebehorende aan:

- de firma [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14]

en/of

- de firma [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17]

en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20]

en/of [slachtoffer 21] en/of [slachtoffer 22] en/of [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en

zich daarbij de toegang tot die vrachtwagen(s) te verschaffen en/of die/dat

weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van

braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s),

althans alleen één of meer zeilen van de/die vrachtwagen(s) opengesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

(artikel 310/311 Sr) (zaakdossier 13).

9.

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 24 augustus 2011 tot en met

25 augustus 2011 op de parkeerplaats "Vossendaal" te Beek en/of elders in

Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen

misdrijf/misdrijven om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit 4 vrachtwagens weg te nemen één of meer goederen, geheel of ten dele

toebehorende aan de firma [slachtoffer 26] en/of de eigenaren van de opleggers

met het Poolse kenteken [kenteken] met de trekker met het Poolse kenteken [kenteken]

en/of de oplegger met het Nederlandse kenteken [kenteken] met de trekker met het

Tjechische kenteken [kenteken] en/of een oplegger met het Belgische kenteken

[kenteken] met de trekker met het Slowaakse kenteken [kenteken], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij

de toegang tot die vrachtwagen(s) te verschaffen en/of die/dat weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking

en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen één of

meer zeilen van de/die vrachtwagen(s) opengesneden, terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

(artikel 310/311 Sr) (zaakdossier 13).

10.

hij op of omstreeks 25 augustus 2011 tot en met 26 augustus 2011 op de

parkeerplaats "Minderhout" te Hoogstraten (België), in elk geval in België,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een vrachtwagen heeft

weggenomen 107 koffiezetapparaten en/of 13 radiatoren, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan de firma [slachtoffer 27], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en / of inklimming te weten door het opensnijden van zeilen.

(artikel 310/311 Sr) (zaakdossier 13).

11.

hij op of omstreeks 29 augustus 2011 tot en met 30 augustus 2011 op de

parkeerplaats "Hoogvonderen" te Roermond en/of elders in Nederland tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een vrachtwagen heeft weggenomen een of

meer jack-hammers (van het merk Atlas), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 28], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming

te weten door het opensnijden van zeilen.

(artikel 310/311 Wetboek van Strafrecht) (zaakdossier 16).

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 29 augustus 2011 tot en met 30 augustus

2011 op de parkeerplaats "Hoogvonderen" te Roermond ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een vrachtwagen weg te nemen een of meer jack-hammers (van het merk

Atlas), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 28], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en

zich daarbij de toegang tot die vrachtwagen te verschaffen en/of die/dat weg

te nemen jack-hammers onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak,

verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans

alleen het zeil van die vrachtwagen heeft opengesneden, terwijl de uitvoering

van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

(artikel 310/311 jo. 45 Wetboek van Strafrecht) (zaakdossier 16).

12.

hij op of omstreeks 31 augustus 2011 op de parkeerplaats "Tienbaan" te

Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een vrachtwagen heeft

weggenomen 6 pallets met Bosch gereedschappen (powertools en accessoires), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 29], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot

de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen

goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en / of inklimming te weten het verbreken van de verzegeling.

(artikel 310/311 Wetboek van Strafrecht) (zaakdossier 17).

13.

hij op of omstreeks 01 september 2011 op de parkeerplaats "Hazeldonk" te Breda

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit 9 vrachtauto's weg te nemen één of meer

goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 30]

en/of een of meer anderen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die

vrachtauto('s) te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen onder

zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen één of meer zeilen van

die vrachtwagen(s) heeft opengesneden, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en/of

hij op of omstreeks 01 september 2011 op de parkeerplaats "Raakeind" te Gilze

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit 7 vrachtauto's weg te nemen één of meer

goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 31] en/of [slachtoffer 32] en/of [slachtoffer 33] en/of [slachtoffer 34] en/of [slachtoffer 35] en/of [slachtoffer 36] en/of [slachtoffer 37], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij

de toegang tot die vrachtauto('s) te verschaffen en/of die/dat weg te nemen

goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking

en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen één of

meer zeilen van die vrachtwagen(s) heeft opengesneden, terwijl de uitvoering

van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

(artikel 310/311 jo. 45 Wetboek van Strafrecht) (zaakdossier 14 resp. 15)

14.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 13 september 2011

te Eindhoven en/of elders in Nederland en/of België, heeft deelgenomen aan een

organisatie, te weten [medeverdachte 1] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 2]

en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of één of meer

andere perso(o)nen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van

misdrijven, namelijk het plegen van (lading) diefstallen en/of het helen van

goederen.

(artikel 140 Sr).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01/82717405 is aangebracht bij vordering van 9 mei 2012.

Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch

d.d. 30 januari 2006.

De formele voorvragen.

De dagvaarding en oproeping voldoen aan alle wettelijke eisen.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Formele verweren.

Bewijsuitsluiting resultaten onderzoek telecommunicatie.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het opnemen van de communicatie ("tappen") met het telefoonnummer [telefoonnummer] vanaf 8 juni 2011 onrechtmatig is geweest. De aan het tappen ten grondslag liggende vordering van de officier van justitie betreft een eenvoudige diefstal uit een woning en voldoet daarmee niet aan de voorwaarde van artikel 126m van het Wetboek van Strafvordering (Sv), dat sprake dient te zijn van verdenking van een misdrijf dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. Hiermee is sprake van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv, op grond waarvan de verslagen van het onderzoek telecommunicatie en alle daaruit voortvloeiende resultaten zouden moeten worden uitgesloten van het bewijs, aldus de raadsvrouw.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verwerping van het verweer. Uit de Aanvraag bevel ex art. 126m WvSv blijkt dat verdachte in beeld was gekomen in het onder meer jegens medeverdachte [medeverdachte 1] lopende onderzoek naar ladingdiefstallen. Uit een uitgeluisterd gesprek van 6 juni 2011 tussen de gebruiker van een nummer van [medeverdachte 1] en het nummer [telefoonnummer] van verdachte zou zijn gebleken dat zij van plan waren op korte termijn een kluiskraak in een woning te plegen. Dit gehele samenstel van omstandigheden ligt ten grondslag aan het bevel. Het bevel is daarmee rechtmatig gegeven.

De rechtbank overweegt als volgt.

Bij de beoordeling moet het volgende worden vooropgesteld. Het wettelijk systeem van toedeling van de bevoegdheid tot het bevelen van opnemen van telecommunicatie met een technisch hulpmiddel als bedoeld in artikel 126m Sv houdt in dat die bevoegdheid aan de officier van justitie is verleend. De rechter-commissaris dient tevoren een schriftelijke machtiging te hebben verstrekt. Het staat daarbij in eerste instantie ter beoordeling van de officier van justitie of sprake is van een verdenking als bedoeld in art. 126m, eerste lid, Sv en of het onderzoek dringend vordert dat gegevensverkeer wordt opgenomen. Bij deze laatste toetsing spelen de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit een rol.

De rechter-commissaris dient vervolgens bij de vraag of een machtiging kan worden verstrekt, te toetsen of aan bovenstaande wettelijke voorwaarden is voldaan. Aan de zittingsrechter ten slotte staat de rechtmatigheid van de toepassing van de bevoegdheid ter beoordeling. In het wettelijk systeem houdt die beoordeling, in een geval als het onderhavige waarin de rechter-commissaris tevoren een machtiging heeft verstrekt, een beantwoording in van de vraag of de rechter-commissaris in redelijkheid tot zijn oordeel omtrent die machtiging heeft kunnen komen (vgl. HR 11 oktober 2005, LJN AT4351).

De rechtbank is van oordeel dat de rechter-commissaris in het onderhavige geval in redelijkheid tot het afgeven van de machtiging tot het doen opnemen van telecommunicatie heeft kunnen komen. In redelijkheid is geoordeeld dat het vermoeden van een op handen zijnde diefstal van/ uit een kluis in een woonhuis zoals blijkt uit de Aanvraag en het bijgevoegde telefoongesprek van 6 juni 2011 (blz. 278 - 283 van het BOB-dossier inzake verdachte), naast het feit dat de beide deelnemers aan dat gesprek naar voren waren gekomen in een grootschalig opsporingsonderzoek naar ladingdiefstallen, de verdenking oplevert van een misdrijf dat gezien zijn aard en samenhang met andere misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. Bewijsuitsluiting wegens strijd met artikel 126m Sv is derhalve niet aan de orde. Het verweer wordt verworpen.

Bewijswaarde Stemherkenning en Mastgegevens.

De verdediging heeft vragen gesteld bij de opgestelde processen-verbaal stemherkenning zoals die zich in eerste instantie in het dossier bevonden. Naar de mening van de verdediging waren deze summier. Uit de aanvullende Processen-verbaal stemherkenning die vervolgens op verzoek van de verdediging zijn opgemaakt, leidt zij af dat de gesprekken waarin de naam van verdachte door hem zelf of anderen wordt genoemd niet plaatsvinden op data waarop daadwerkelijk ladingdiefstallen plaatsvonden. Dit gegeven, in combinatie met het feit dat gebruik werd gemaakt van zogenoemde werktelefoons (telefoons waarvan de gebruiker wisselde) maakt dat de stemherkenning van beperkte bewijswaarde is. Niet kan worden geconcludeerd dat verdachte op een bepaalde plaats delict gebruiker is geweest van een bepaalde werktelefoon. Voorts kan, aldus de raadsvrouwe, aan de in het dossier genoemde mastgegevens met betrekking tot het gebruik van mobiele nummers door verdachte, gelet op de daaraan klevende beperkingen en het gebruik van de werktelefoons door anderen, evenmin bewijswaarde worden gehecht.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat zowel de processen-verbaal stemherkenning als de mastgegevens in het dossier, kunnen bijdragen aan het bewijs.

De (aanvullende) processen-verbaal stemherkenning maken voldoende inzichtelijk hoe de stemherkenning tot stand is gekomen. Dat de mastgegevens in casu niet bruikbaar zouden zijn, is onvoldoende onderbouwd.

De rechtbank overweegt als volgt.

Indien stemherkenning heeft plaatsgevonden, is dit in het dossier bij de uitgewerkte telefoongesprekken aangegeven. In twee Processen-verbaal Stemherkenning (blz. 780-783 van het proces-verbaal) en de aanvullende Processen-verbaal stemherkenning van 28 februari 2012 en 24 april 2012 hebben de betrokken verbalisanten toegelicht hoe de herkenningen tot stand zijn gekomen:

In een tapgesprek van 4 juni 2011 wordt verdachte door [medeverdachte 1] (medeverdachte [medeverdachte 1]) voor het eerst bij zijn eigen (voor-)naam genoemd. Bij de opgenomen en uitgewerkte gesprekken werd, waar bleek dat de gebruiker van een telefoonnummer mogelijk verdachte betrof, de stem van deze gebruiker vergeleken met de stem van het gesprek van 4 juni 2011. Nadien is tijdens de verhoren de stem van verdachte in persoon gehoord en weer vergeleken met de tapgesprekken. Verbalisanten verklaren daarbij dat zij in de stem, gehoord in de telefoongesprekken gevoerd met de nummers [telefoonnummer], [telefoonnummer], [telefoonnummer], [telefoonnummer] en [telefoonnummer], en in de stem, gehoord tijdens het verhoor, zodanige overeenkomsten hoorden in intonatie, klank en spraakwijze, dat zij vaststellen dat deze stem van dezelfde persoon, te weten verdachte, is.

Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee voldoende duidelijk geworden in welke context en combinatie van gegevens de stemherkenningen tot stand zijn gekomen. Van gebreken waardoor de gestelde stemherkenningen op voorhand van gebruik voor het bewijs zouden moeten worden uitgesloten, is geenszins gebleken. In zoverre wordt het verweer verworpen.

Zendmastgegevens geven naar hun aard slechts de (ruimere) omgeving aan waarbinnen een bepaalde telefoon zich op dat moment bevindt. De conclusie in het bij de pleitnota overgelegde rapport van ing. (naam ing.) - inhoudende dat exacte positiebepaling op basis van zendmastgegevens niet mogelijk is - is in zoverre niet nieuw. Voor de koppeling van een bepaalde persoon aan een bepaalde telefoon is - ook indien geen gebruik wordt gemaakt van zogenoemde werktelefoons - nadere informatie of onderzoek nodig.

Voor de stelling dat zendmastgegevens, met inachtneming van het vorenstaande, niet tot het bewijs zouden kunnen dienen, ziet de rechtbank noch in de wetgeving noch in de jurisprudentie aanknopingspunten.

Het rapport van Ten Hove biedt voorts geen grond voor de algemene stelling dat de zendmastmetingen in het onderhavige geval onjuist of onzorgvuldig zouden zijn. In zoverre is het verweer onvoldoende onderbouwd. De rechtbank wijst er in dit kader nog op dat verdachte zelf - geconfronteerd met de uitkomsten van het mastonderzoek in combinatie met overige onderzoeksresultaten - op geen enkele wijze een (begin van een) redelijk alternatief scenario heeft geboden dat tot nader onderzoek had dienen te leiden.

Het verweer wordt verworpen.

Partiële vrijspraak van het onder 7 ten tweede tenlastegelegde.

De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van de onder 7 ten tweede tenlastegelegde diefstal van een databank. De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende bewijsmiddelen zijn op grond waarvan de conclusie getrokken kan worden dat verdachte deze diefstal heeft gepleegd.

Motivering van de bewezenverklaring.

De algemene bewijsmiddelen.

- Een proces-verbaal met registratienummer BRZ185 (228C110185), opgemaakt door de

Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, Projectteam Ladingdiefstallen, afgesloten op

23 november 2011, aantal doorgenummerde bladzijden: 1 - 5485.

Dit dossier bevat een verzameling wettig opgemaakte processen-verbaal die in deze zaak in het kader van het opsporingsonderzoek zijn opgemaakt alsmede (eventueel) andere bescheiden.

- Een aanvullend proces-verbaal (zaakdossier 15) met registratienummer PVBEV.075. 11L041MW, opgemaakt door de Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, Projectteam Ladingdiefstallen, afgesloten op 30 januari 2012, aantal doorgenummerde bladzijden: 1-6.

- Een aanvullend proces-verbaal (zaakdossier 21) met registratienummer BRZ185 (228C110185), opgemaakt door de Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland, Projectteam Ladingdiefstallen, afgesloten op 9 januari 2012 (Dossier is niet doorgenummerd). Dit dossier bevat een verzameling wettig opgemaakte processen-verbaal die in deze zaak in het kader van het opsporingsonderzoek zijn opgemaakt alsmede (eventueel) andere bescheiden.

De specifieke bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 -zaakdossier 3.

De aangifte (blz. 2054 ev). Een BHV-mutatie van verbalisanten van het KLPD waaruit blijkt dat verdachte op 25 februari 2011 op parkeerplaats 'Knuvelkes' aanwezig was met een Toyota Yaris (blz. 2150-2153). Een proces-verbaal telecommunicatie waaruit blijkt dat telefoonnummers die in gebruik zijn bij verdachte, die nacht masten aanstralen die zich bevinden in de buurt waar hij is gecontroleerd op de parkeerplaats en in Heerlen waar de schoenen zijn gestolen (blz. 2063-2065). Het proces-verbaal doorzoeking waaruit blijkt dat bij de doorzoeking van de kelder/berging van [medeverdachte 6] twee lege schoenendozen zijn aangetroffen afkomstig van de ladingdiefstal (blz. 2178 ev). Het proces-verbaal verhoor van [verdachte], waarin hij verklaart dat hij de schoenendozen in die kelder/berging heeft neergezet (blz. 2759). Het proces-verbaal verhoor van [medeverdachte 3], die verklaart dat de Nike schoenen hem door [verdachte] waren aangeboden (blz. 2199). Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] die verklaart dat de hem door [medeverdachte 3] aangeboden Nike schoenen uit Laakdal kwamen en het opschrift Nike hadden. (blz. 4354). Op basis van deze bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het hierna te noemen oordeel.

De specifieke bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2 -zaakdossier 21.

Op basis van het verhoor van vrachtwagenchauffeur [slachtoffer 1], het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 20 april 2011, het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 7] d.d. 20 april 2011, die onder meer verklaart dat [verdachte] hem heeft gezegd dat hij uit vrachtwagens wilde gaan stelen en dat hij iemand nodig had die hem een handje kon helpen, waarna ze naar zijn broer [medeverdachte 6] zijn gegaan om hetzelfde verzoek aan hem te doen, welke daar mee instemde en de verklaring van[medeverdachte 7]d.d. 10 oktober 2011, die onder meer verklaart dat de buit gelijk verdeeld zou worden, komt de rechtbank tot het hierna te noemen oordeel.

De specifieke bewijsmiddelen ten aanzien van feit 3 -zaakdossier 7.

De aangifte (blz. 2642 ev). Het proces-verbaal van bevindingen Baken [kenteken], waaruit blijkt dat de auto van [medeverdachte 1] in de nacht van de diefstal in de nabije omgeving van de plaats delict was (blz. 2654). De print- en mastgegevens, waaruit blijkt dat twee telefoonnummers die in gebruik zijn bij [verdachte] en [medeverdachte 1] rondom hetzelfde tijdstip als het baken aanstralen op masten in de buurt van de plaats delict (blz. 2686-2691). Een tapgesprek tussen [verdachte] en zijn vader, waarin over koffiezetapparaten wordt gesproken (blz. 2750) en een tapgesprek tussen [verdachte] en zijn oma, waarin [verdachte] zegt dat hij uit vrachtwagens steelt (blz. 2753).

Het proces-verbaal doorzoeking waaruit blijkt dat bij de doorzoeking in de woning van de vader van [verdachte] een koffiezetapparaat is aangetroffen dat van de diefstal afkomstig was (blz. 2696 ev). Het proces-verbaal verhoor van [verdachte], waarin hij verklaart dat hij het koffiezetapparaat aan zijn vader heeft gegeven dat bij de doorzoeking is aangetroffen (blz. 2759).

Het proces-verbaal verhoor van [medeverdachte 3], die verklaart dat [verdachte] hem 100 of 120 stuks koffiezetapparaat te koop heeft aangeboden (blz. 2770). Een proces-verbaal bevindingen, waaruit blijkt dat op de computer van [medeverdachte 1] verschillende afbeeldingen van koffiezetapparaten zijn aangetroffen van hetzelfde merk en type als de gestolen apparaten (blz. 2715 ev.).

Op basis van deze bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het hierna te noemen oordeel.

De specifieke bewijsmiddelen ten aanzien van feit 4 -zaakdossier 8.

De aangifte (blz. 2802 ev). Een proces-verbaal van bevindingen, waaruit blijkt dat de aangever van een andere vrachtwagenchauffeur heeft gehoord dat twee mannen de gestolen spullen in een wit busje van sneltransport [bedrijf 2] hadden geladen (blz. 2821). Tapgesprekken van 8 juni 2011, waaruit blijkt dat [verdachte] die nacht op pad wil gaan ('poolen'). Ook belt hij met autoverhuurbedrijf [bedrijf 1] uit Budel, waarbij hij aangeeft dat hij de huur van de [bedrijf 2]-bus wil verlengen (blz. 2807 ev). Het proces-verbaal bevindingen huur [bedrijf 2]-bus door [verdachte] (blz. 2835). Mastgegevens Columbusweg waaruit blijkt dat de telefoon van [verdachte] de nacht van de diefstal die mast aanstraalt (blz. 2794-2795).

Op basis van deze bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien en het feit dat verdachte geen plausibele verklaring kon geven voor de huur en het gebruik van de [bedrijf 2]-bus, komt de rechtbank tot het hierna te noemen oordeel. De mededeling van de raadsvrouw van verdachte dat er in Nederland een groot aantal [bedrijf 2]-bussen rondrijden, doet aan dat oordeel niet af, gelet op de samenhang van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen.

De specifieke bewijsmiddelen ten aanzien van feit 5 -zaakdossier 9.

Op basis van de aangifte (blz. 2907), de verhuurgegevens van MB-lease over de [bedrijf 2]-bestelbus (blz. 2943), de videobeelden van de bewakingscamera aan de Europaweg d.d. 12 juni 2011 (blz. 2925), meerdere tapgesprekken tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] op 12 juni 2011 (blz. 2913 en 2915) en de locaties van de zendmasten die de mobiele telefoons van verdachten hebben aangestraald (blz. 2899, 2900 en 2902, jo. 2920) komt de rechtbank tot het hierna te noemen oordeel.

De specifieke bewijsmiddelen ten aanzien van feit 6 -zaakdossier 10.

De aangifte (blz. 3022-3026)) en de aanvulling daarop van getuige [slachtoffer 5] (blz. 3027-3028) en het proces-verbaal van bevindingen bevattende gegevens van de ontvreemde lading (blz. 3029-3030). Tapgesprekken waaruit blijkt dat [verdachte] de nacht van de diefstal vanuit Roermond naar huis rijdt en aan zijn vader vraagt of hij de achterdeur wil openzetten (blz. 3041). Proces-verbaal doorzoeking verblijfplaats [verdachte] en [medeverdachte 8] aan de (naam straat) te Eindhoven, waarbij tabaksartikelen zijn aangetroffen die uit de gestolen partij afkomstig waren en ook notitiebriefjes zijn gevonden waarop aantallen tabaksartikelen stonden die overeenkwamen met de gestolen partij (blz. 3087). Het proces-verbaal verhoor van [medeverdachte 8], die antwoordt op de vraag hoe [verdachte] aan de sigaretten kwam: "die zullen wel gestolen zijn" (blz. 3167). Het proces-verbaal verhoor van [medeverdachte 3], die verklaart dat [verdachte] hem sigaretten en shag heeft aangeboden (blz. 3189 en 4472-4480).

Op basis van deze bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het hierna te noemen oordeel.

Anders dan de raadsvrouw ziet de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de betrouw-baarheid van de door [medeverdachte 3] afgelegde en voor verdachte belastende verklaring.

Naar het oordeel van de rechtbank kan uit deze verklaring niet worden geconcludeerd dat [medeverdachte 3] zichzelf 'schoonpraat' zoals de raadsvrouw stelt, aangezien [medeverdachte 3] in deze verklaring ook zichzelf belast en hij deze verklaring ten overstaan van de rechter-commissaris heeft herhaald. Bovendien wordt deze verklaring ondersteund door de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

De specifieke bewijsmiddelen ten aanzien van feit 7 ten eerste -zaakdossier 12.

De aangifte ( blz. 3321). Uit opgenomen en uitgeluisterde telefoongesprekken met nummer [telefoonnummer] en de daarbij behorende mastgegevens blijkt dat [verdachte] die nacht in de directe omgeving van parkeerplaats Tienbaan is geweest. Als hij om 23.54 uur wordt gebeld straalt zijn telefoon een mast aan in Born. Hij zegt dan dat hij bezig is, maar nu weer kan praten. Tussen 0.52 en 1.35 uur straalt zijn telefoon meerdere keren een mast aan in Bocholtz.

(blz. 3304-3307). Beide masten liggen in de directe nabijheid van genoemde parkeerplaats (blz. 3306). Tapgesprekken; die nacht vinden vervolgens verschillende telefonische contacten plaats tussen [verdachte] en zijn vader [medeverdachte 5]. Rond 1.44 uur straalt de telefoon van [verdachte] een mast aan in Heerlen, dichtbij de A76. [verdachte] vraagt zijn vader of hij weet waar de Markt in Valkenswaard is. Hij zegt dat ze hem daar neerzetten om hem daar niet te vergeten. Om 02.15 uur belt [verdachte] weer met zijn vader. Die moet "daar" naartoe gaan, bij dat grote pleintje. Om 02.31 uur vraagt [verdachte] aan zijn vader of hij er al is. Ze hebben het al geparkeerd en komen naar hem toe (blz. 3346 en 3351). Het proces-verbaal bevindingen waaruit blijkt dat diezelfde dag in de omgeving van de mast die om 2.31 uur werd aangestraald, de bestelbus met kenteken [kenteken] (de [bedrijf 2] bus) is aangetroffen. Omstreeks 14.00 uur wordt vervolgens gezien dat de bestelbus wordt opgehaald door [medeverdachte 1] (blz. 3353-3355). Het tapgesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 8]. [medeverdachte 8] vraagt in dat gesprek of [verdachte] geen televisie voor hem heeft bewaard, die hij van hem kan kopen. [verdachte] antwoordt vervolgens dat hij niets bewaard heeft en dat [medeverdachte 8] niet zo over de telefoon moet praten. [verdachte] zegt ook dat het beter is die dingen niet in huis te hebben. (blz. 3352). Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 8], waarin hij wordt gehoord over voormeld tapgesprek en hij daarover verklaart dat hij had gehoord dat [verdachte] 3D TV's had gestolen (blz. 3397).

Op basis van deze bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het hierna te noemen oordeel.

De specifieke bewijsmiddelen ten aanzien van feit 8, 9 en 10 -zaakdossier 13.

(feit 8)

In totaal 18 aangiften (blz. 3438, 3443, 3447, 3451, 3455, 3459, 3463, 3573, 3576, 3580, 3584, 3588, 3596, 3604, 3612, 3619, 3627, 3631). Het proces-verbaal van observeren waaruit blijkt dat onder andere [medeverdachte 1] gebruik maakt van een [bedrijf 3] bestelbus met kenteken [kenteken] en een personenauto Toyota Yaris met kenteken [kenteken] (blz. 3469-3472 en blz. 3474). Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] waarin hij verklaart dat hij op 23 augustus 2011 de Toyota Yaris heeft gehuurd (blz. 3531). Uit een tapgesprek en daarop volgende observatie door het observatieteam blijkt dat de [bedrijf 3]-bus op 23 augustus omstreeks 13.00 uur door [medeverdachte 1] en [verdachte] is opgehaald bij een verhuurbedrijf (blz. 3468 en 3469 ev). Een proces-verbaal van bevindingen en peilbakengegevens waaruit blijkt dat in de nacht van 23 augustus 2011 de [bedrijf 3]-bus en de Toyota Yaris samen eerst naar Maastricht en later naar de parkeerplaatsen 'Oeienbosch' langs de A67 bij Veldhoven en 'Het Goor' langs de A67 bij Bladel rijden (blz. 3474 en 3488 ev). Het proces-verbaal van observeren waaruit blijkt dat de Toyota Yaris op 23 augustus 2011 omstreeks 02.41 wordt gezien op parkeerplaats 'Oeienbosch' en dat [medeverdachte 1] tussen de aldaar geparkeerde vrachtwagens loopt (blz. 3497-3501).

(feit 9)

De aangifte (blz.3721). Uit het proces-verbaal van observeren blijkt dat de nacht van de diefstal de [bedrijf 3]-bus en de Toyota Yaris over de A2 naar het zuiden rijden. Medeverdachte [medeverdachte 2] wordt herkend als hij met de [bedrijf 3]-bus tankt bij een tankstation (blz. 3725 ev). Uit print- en mastgegevens blijkt dat de telefoon van [verdachte] een mast aanstraalt die aangestraald kan worden als je op parkeerplaats Vossendaal staat. Een ander telefoonnummer straalt op dat moment ook een mast aan in de buurt van de plaatsdelict.

(blz.3742). Beide telefoonnummers zijn door [medeverdachte 1] nagenoeg tegelijkertijd geactiveerd (blz. 3738).

(feit 10)

Het proces-verbaal van verhoor van het slachtoffer (blz. 3817), het proces-verbaal Federale Gerechtelijke Politie, waaruit volgt dat de goederen in de [bedrijf 3]-bus terug zijn gevonden (blz. 3558), het proces-verbaal van observeren dat [verdachte] gebruik maakte van de [bedrijf 3]-bus en [medeverdachte 1] die nacht in de Toyota Yaris reed. Beiden zijn door het observatieteam herkend (blz. 3921), de zendmastgegevens waaruit blijkt dat de telefoonnummers van [verdachte] en [medeverdachte 1] masten aanstralen die in de directe omgeving staan van de op dat moment door het observatieteam waargenomen voertuigen. Ook het telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte 2] straalt een mast aan op de plaats waar op dat moment de [bedrijf 3]-bus rijdt (blz. 3932 ev), het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] dat hij deze nacht mee is geweest en dat ze spullen hebben gestolen uit een vrachtauto (blz.3530 ev).

Op basis van deze bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien en het feit dat verdachte geen plausibele verklaring kon geven voor de huur en het gebruik van de [bedrijf 3]-bus, komt de rechtbank tot het hierna te noemen oordeel.

De specifieke bewijsmiddelen ten aanzien van feit 11 -zaakdossier 16.

De aangifte (blz. 4277). Het proces-verbaal bevindingen, waaruit blijkt dat op de parkeerplaats op en in een achtergebleven doos van het merk Atlas Copco verse vingerafdrukken zijn gevonden (blz. 4303). Het proces-verbaal van onderzoek, waaruit blijkt dat deze vingerafdrukken van [verdachte] zijn en dat op een in de doos aangetroffen gripzakje een vingerafdruk zat die van [medeverdachte 1] blijkt te zijn (blz. 4307 en 4308). Uit mast- en printgegevens blijkt dat de telefoons van [verdachte] en [medeverdachte 1] die nacht een mast aanstraalden in de omgeving van de plaats delict (blz. 4322).

Op basis van deze bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien en het feit dat verdachte geen plausibele verklaring kon geven voor de aanwezigheid van zijn vingerafdrukken op de achtergebleven doos en het flesje olie in die doos, komt de rechtbank tot het hierna te noemen oordeel.

De specifieke bewijsmiddelen ten aanzien van feit 12 -zaakdossier 17.

De aangifte (blz. 4362 ev.). Uit mastgegevens blijkt dat de telefoonnummers van [verdachte] en [medeverdachte 1] in de nacht van de diefstal masten aanstralen in de omgeving van de plaats delict (blz. 4369 ev.). Het proces-verbaal doorzoeking, waaruit blijkt dat in de woning van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] goederen zijn aangetroffen die van deze diefstal afkomstig zijn (blz. 4401 en 4402). Proces-verbaal onderzoek naar computer waaruit blijkt dat op de computer van [medeverdachte 1] afbeeldingen zijn aangetroffen van goederen soortgelijk aan de gestolen goederen (blz. 4425 ev.) Bij [medeverdachte 1] is een lijst aangetroffen met een overzicht met aantallen Bosch-artikelen met bijbehorende geldbedragen (blz. 4401 en 4454). Het proces-verbaal verhoor van [medeverdachte 3], die verklaart dat hij de lijst die bij zijn fouillering is aangetroffen (welke lijst soortgelijk is aan de lijst die bij [medeverdachte 1] is aangetroffen) van [verdachte] heeft gekregen in het bijzijn van [medeverdachte 5] (blz. 4481 ev.). Tapgesprekken tussen [verdachte] en [medeverdachte 3], waarin [medeverdachte 3] vraagt of er accu's bijzitten (blz. 4384 ev). Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] die verklaart dat [medeverdachte 3] hem Bosch gereedschappen heeft aangeboden (blz. 4393).

Op basis van deze bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het hierna te noemen oordeel.

De specifieke bewijsmiddelen ten aanzien van feit 13 -zaakdossier 14 en 15.

(Zaakdossier 15) De aangifte poging ladingdiefstal op parkeerplaats "Hazeldonk" (blz. 4213 ev). In de nacht van 31 augustus 2011 op 1 september 2011 zijn pogingen ladingdiefstal gepleegd op de parkeerplaatsen "Hazeldonk" te Breda (9 keer) en "Raakeind" te Gilze (7 keer). Aangever [aangever] (blz. 4213) ziet rond 01.45 uur een persoon die bij zijn vrachtauto stond, exact op de plek waar hij later een snee in het zeil zag en hij zag deze persoon instappen in een witte Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken] of gelijkend daarop.

Het aanvullende proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 januari 2012 met betrekking tot zaakdossier 15. Hierin wordt aangegeven dat naast de vrachtauto van aangever [aangever] in nog 8 vrachtwagens het zeil op dezelfde wijze was opengesneden. Het proces-verbaal van bevindingen, dat door [verdachte] op 28 augustus 2011 een Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken] door [verdachte] is gehuurd (blz. 4205 en 4275). Mast- en printgegevens waaruit blijkt dat de telefoonnummers van [verdachte] en [medeverdachte 1] die nacht rond dat tijdstip aanwezig waren op Hazeldonk. De telefoonnummers genoemd bij de twee hiervoor behandelde feiten (behorende bij telefoons die later deze nacht bij de verdachten werden aangetroffen en inbeslaggenomen) stralen beiden tussen 01:35 en 01:45 uur aan op masten bij Hazeldonk (blz. 4220 ev.).

(Zaakdossier 14) De aangiften poging ladingdiefstal op parkeerplaats "Raakeind" (blz. 3998 ev, blz. 4003 ev, blz. 4006 ev, blz. 4009 ev, blz. 4013 ev, blz. 4017 ev en blz. 4021 ev).

Het proces-verbaal van bevindingen, waaruit blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] in de nacht van 1 september 2011 samen zijn aangehouden in een Toyota Yaris (blz. 3987-3988). Proces-verbaal bevindingen camerabeelden parkeerplaats "Raakeind", waaruit blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] op 1 september 2011 samen bij een vrachtwagen staan (blz. 3989). Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] dat hij op 1 september 2011 op parkeerplaats "Raakeind" samen met een ander vier à vijf zeilen kapot heeft gesneden (blz. 4024 ev) .

Op basis van deze bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien en het feit dat [medeverdachte 1] geen plausibele verklaring kon geven voor het feit dat hij bij [verdachte] in de Toyota Yaris zat, stelt de rechtbank vast dat [verdachte] en [medeverdachte 1] tezamen en in vereniging met anderen op parkeerplaats "Raakeind" en parkeerplaats "Hazeldonk" in de zeilen van de in de aangiften genoemde vrachtwagens hebben gesneden. Ten aanzien van het feit op "Hazeldonk" weegt de rechtbank nog mee dat

verdachte geen plausibele verklaring kon geven voor de huur en het gebruik van de [bedrijf 3]-bus. Gelet hierop komt de rechtbank tot het hierna te noemen oordeel.

De specifieke bewijsmiddelen ten aanzien van feit 14.

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht dient er sprake te zijn van het deelnemen aan een gestructureerd samenwerkings- verband, dat tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Om te kunnen spreken van een organisatie is verder nodig dat blijkt van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen twee of meer personen/rechtspersonen met een bepaalde organisatiegraad, hetgeen kan blijken uit gemeenschappelijke regels en doelstellingen, maar ook uit een zekere gelaagdheid van het samenwerkingsverband en/of een rolverdeling tussen de individuele deelnemers binnen het samenwerkingsverband. Ook vormen van onderling sanctioneren van overtreden van die regels en/of een gemeenschappelijk optreden naar buiten kunnen wijzen op het bestaan van een dergelijk samenwerkingsverband.

Van deelneming is sprake indien men behoort tot het samenwerkingsverband en men (ten minste) wetenschap heeft van het oogmerk van het plegen van misdrijven door/binnen het samenwerkingsverband waar men deel van uitmaakt. Daarbij geldt dat om iemand te kunnen aanmerken als deelnemer die persoon ten minste hetzij een aandeel heeft in, hetzij ondersteunt, de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de betreffende organisatie.

In deze zaak is te zien dat sprake is van een beperkte groep, kennelijk goed op elkaar ingespeelde personen, die in de ten laste gelegde periode in wisselende samenstellingen ladingdiefstallen pleegde in Nederland alsook in België en pogingen daartoe ondernomen heeft, om daarna de gestolen goederen te verkopen.

Binnen deze groep waren [medeverdachte 1] en verdachte de centrale figuren. Zij hadden in de periode vanaf februari 2011 tot en met 13 september 2011 onderling veelvuldig contact en wisselden ook van telefoon. Beiden huurden veelvuldig auto's en bestelbusjes, waarmee vervolgens ladingdiefstallen zijn gepleegd dan wel pogingen daartoe zijn ondernomen. Zij zijn door middel van bakengegevens, observaties, tapgesprekken en mastgegevens veelvuldig te koppelen aan ladingdiefstallen, dan wel pogingen daartoe. Ook speelden beiden een rol in het afzetten van de gestolen goederen. Verdachte is degene die regelmatig mensen regelde om mee te doen. Dit blijkt onder meer uit tapgesprekken en verklaringen van medeverdachten.

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] zijn (onder anderen) personen die via verdachte bij de organisatie betrokken zijn en zijn meegegaan om ladingdiefstallen te plegen. Weliswaar is dit slechts in een kort tijdbestek, te weten de laatste week van augustus tot respectievelijk 13 en 5 september 2011, maar dit was een periode dat de organisatie intensief opereerde.

[medeverdachte 2] heeft in deze periode ook een auto gehuurd en aan de organisatie ter beschikking gesteld.

[medeverdachte 3] heeft in de periode van 24 februari 2011 tot en met 13 september 2011 voor

verdachte diverse partijen gestolen goederen getracht te verkopen, waarvan hij deels ook goederen onder zich had.

[medeverdachte 5] heeft de organisatie tussen 30 mei 2011 en 13 september 2011 gefaciliteerd door zijn huis voor op- en/of overslag van gestolen goederen ter beschikking van de organisatie te stellen en door als chauffeur voor verdachte op te treden na een ladingdiefstal.

Het totaal aan strafbare gedragingen van de verschillende verdachten en hun specifieke rol daarbij geeft een behoorlijke mate van onderlinge verwevenheid en bestendigheid te zien tussen de genoemde personen bij het plegen van de ladingdiefstallen en/of het helen van goederen.

Naar het oordeel van de rechtbank wordt daardoor in voldoende mate voldaan aan de voorwaarden om het totaal van handelen te kunnen kwalificeren als handelen binnen een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, meer in het bijzonder het plegen van ladingdiefstallen en heling van de gestolen goederen. Ook moeten verdachten zich, gelet op hun handelen, van het bestaan van deze samenhang bewust zijn geweest.

Gelet op voorgaande overwegingen en onder verwijzing naar zaakdossier 22: BRZ185.140 SR, blz. 5486 - 5560 komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte in de na te noemen periode heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.

in de periode van 24 februari 2011 tot en met 25 februari 2011 op de parkeerplaats "Tienbaan" te Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtwagen heeft weggenomen 40 dozen met

sportschoenen, toebehorende aan [slachtoffer 38], waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door

middel van braak, te weten door het opensnijden van zeil.

2.

op 20 april 2011 te Visé (België) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtwagen weg te nemen één of meer goederen, toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot die vrachtwagen te verschaffen door middel van braak en verbreking, een zegel van de vrachtwagen heeft verbroken en het zeil heeft opengesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3.

omstreeks 30 mei 2011 op "De Schakel" (Achtseweg Noord) te Eindhoven

tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtwagen heeft weggenomen 120 dozen koffiezetapparaten (merk Philips type HD8743/11), toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak ,te weten door het opensnijden van zeil en het forceren van een slot van de oplegger.

4.

op 9 juni 2011 te Venlo tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtwagen heeft weggenomen 150 Philips Blu-Ray 3d spelers, toebehorende aan (slachtoffer 3), waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak, te weten door het opensnijden van zeil.

5.

op 12 juni 2011 te Venlo tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtwagen heeft weggenomen 16 shorts, toebehorende aan [slachtoffer 4], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, te weten door het opensnijden van zeil.

6.

op 15 juni 2011 op parkeerplaats 't Spik te Roermond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtwagen heeft weggenomen 13 dozen sigaretten en/of shag, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, te weten door het opensnijden van zeil.

7.

in de periode van 21 juni 2011 tot en met 22 juni 2011 te Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtwagen op de parkeerplaats "Tienbaan" te Heerlen heeft weggenomen 59 TV's model Smart-led 3d ambilight, toebehorende aan [slachtoffer 6], waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak, te weten door het opensnijden van zeil.

8.

op tijdstippen in de periode van 23 augustus 2011 tot en met 24 augustus 2011 op de parkeerplaats 'Oeienbosch' te Veldhoven en de parkeerplaats 'Het Goor' te Bladel ter

uitvoering van de door verdachte voorgenomen misdrijven om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit 18 vrachtwagens weg te nemen één of meer goederen, toebehorende aan:

- de firma [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 39] en [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14]

en

- de firma [slachtoffer 15] en [slachtoffer 16] en [slachtoffer 17] en [slachtoffer 18] en [slachtoffer 19] en [slachtoffer 20] en [slachtoffer 21] En [slachtoffer 22] en [slachtoffer 40] en [slachtoffer 24] en [slachtoffer 25],

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die vrachtwagens heeft/hebben verschaft door middel van braak, te weten door het opensnijden van zeil van die vrachtwagens,

terwijl de uitvoering van die voorgenomen misdrijven niet is voltooid.

9.

op tijdstippen in de periode van 24 augustus 2011 tot en met 25 augustus 2011 op de parkeerplaats "Vossendaal" te Beek ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijven om tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit 4 vrachtwagens weg te nemen één of meer goederen, toebehorende aan de firma [slachtoffer 26] en de eigenaren van de opleggers met het Poolse kenteken [kenteken] met de trekker met het Poolse kenteken [kenteken] en de oplegger met het Nederlandse kenteken [kenteken] met de trekker met het Tjechische kenteken [kenteken] en een oplegger met het Belgische kenteken [kenteken] met de trekker met het Slowaakse kenteken [kenteken], en zich daarbij de toegang tot die vrachtwagens te verschaffen door middel van braak, met een of meer van zijn mededaders, één of meer zeilen van die vrachtwagens heeft opengesneden, terwijl de uitvoering van die voorgenomen misdrijven niet is voltooid.

10.

in de periode van 25 augustus 2011 tot en met 26 augustus 2011 op de parkeerplaats "Minderhout" te Hoogstraten (België), tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtwagen heeft weggenomen 107 koffiezetapparaten en 13 radiatoren, toebehorende aan de firma [slachtoffer 27], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, te weten door het opensnijden van zeil.

11.

in de periode van 29 augustus 2011 tot en met 30 augustus 2011 op de parkeerplaats 'Hoogvonderen' te Roermond tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtwagen heeft weggenomen een jack-hammer (van het merk Atlas), toebehorende aan [slachtoffer 28], waarbij verdachte en/of

zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak, te weten door het opensnijden van zeil.

12.

omstreeks 31 augustus 2011 op de parkeerplaats 'Tienbaan' te Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een vrachtwagen heeft weggenomen 6 pallets met Bosch gereedschappen (powertools en accessoires), toebehorende aan [slachtoffer 29], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en door middel van verbreking, te weten het verbreken van de verzegeling.

13.

op 01 september 2011 op de parkeerplaats 'Hazeldonk' te Breda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit 9 vrachtauto's weg te nemen één of meer

goederen, toebehorende aan [slachtoffer 30] en anderen, en zich daarbij de toegang tot die vrachtwagens te verschaffen door middel van braak, zeilen van die vrachtwagens heeft opengesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en

op 01 september 2011 op de parkeerplaats 'Raakeind' te Gilze ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit 7 vrachtauto's weg te nemen één of meer

goederen, toebehorende aan [slachtoffer 42] en [slachtoffer 43] en [slachtoffer 33] en [slachtoffer 34] en [slachtoffer 41] en [slachtoffer 36] en [slachtoffer 37], en zich daarbij de toegang tot die vrachtwagens te verschaffen door middel van braak, met een of meer van zijn mededader(s) zeil van die vrachtwagens heeft opengesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

14.

in de periode van 24 februari 2011 tot en met 13 september 2011 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenstel van personen, bestaande uit

hem verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en/of één of meer andere perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van ladingdiefstallen en het helen van goederen.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Motivering van de beslissing.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij 10 voltooide ladingdiefstallen en 6 afzonderlijke pogingen (waarvan 5 meermalen gepleegd). Ook heeft hij deelgenomen aan de criminele organisatie tussen januari 2011 en september 2011 en daarvan met [medeverdachte 1] de kern gevormd. Gevorderd wordt verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht en tenuitvoerlegging van de week voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

De officier van justitie heeft tevens kenbaar gemaakt voornemens te zijn een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan als ook op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een groot aantal gekwalificeerde ladingdiefstallen en pogingen daartoe. Ladingdiefstallen vormen voor de transportsector een ernstige bron van schade. Niet alleen in de vorm van directe schade, maar ook als gevolg van verhoogde verzekeringspremies en de noodzaak tot het nemen van steeds verdergaande maatregelen ter voorkoming van deze criminaliteit. Verdachte heeft zich om dit alles kennelijk niet bekommerd. Uit verdachtes handelen spreekt bovendien minachting voor andermans goederen.

Daarnaast is bewezen verklaard dat verdachte deze delicten heeft gepleegd binnen het raamwerk van een criminele organisatie. Binnen deze organisatie was verdachte, samen met [medeverdachte 1] een centrale figuur. Verdachte huurde busjes en auto's, regelde mensen om mee te gaan en was gelet op de hiervoor per delict aangegeven bewijsmiddelen vaak aanwezig en betrokken bij het snijden in de zeilen van vrachtauto's en ook bij de daadwerkelijke diefstallen. Uit de verklaringen van medeverdachten kan geconcludeerd worden dat verdachte ook betrokken was bij de afzet van de gestolen goederen.

De rechtbank zal bij het bepalen van de straf de rol van verdachte binnen de organisatie in verzwarende zin betrekken.

Met betrekking tot strafoplegging zijn binnen de zittende magistratuur ten aanzien van ladingdiefstallen oriëntatiepunten ontwikkeld, dienende als richtlijn voor een consistent rechterlijk straftoemetingsbeleid. De genoemde oriëntatiepunten geven ten aanzien van ladingdiefstallen als uitgangspunt een gevangenisstraf van 3 maanden en in geval van recidive 5 maanden.

Voorts laat de rechtbank bij de strafoplegging meewegen dat uit het strafblad van verdachte

blijkt dat hij in 2001 en 2002 voor vermogensdelicten is veroordeeld, hetgeen hem er

kennelijk niet van heeft weerhouden de bewezenverklaarde strafbare feiten te plegen en hij

deze feiten bovendien heeft gepleegd tijdens de proeftijd van een veroordeling voor

overtreding van de Wet wapens en munitie.

Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van een duur zoals door de officier van justitie is geëist noodzakelijk en geboden is om verdachte het verkeerde van zijn handelen te laten inzien en hem duidelijk te maken dat de samenleving dit gedrag niet tolereert.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen oordeelt de rechtbank als volgt.

De in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen goederen zijn vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke de feiten zijn begaan.

Van de overige in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen goederen zal de rechtbank de teruggave aan de rechthebbende en verdachte gelasten, nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave daarvan.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/82717405.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan meerdere strafbare feiten heeft schuldig gemaakt. Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

De toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 27, 33, 33a, 45, 57, 140, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank.

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

t.a.v. feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

t.a.v. feit 2:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van

braak en verbreking.

t.a.v. feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak .

t.a.v. feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

t.a.v. feit 5:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

t.a.v. feit 6:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

heeft verschaft door middel van braak.

t.a.v. feit 7:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

(feit: parkeerplaats Tienbaan te Heerlen)

t.a.v. feit 8:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van

braak, meermalen gepleegd.

t.a.v. feit 9:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van

braak, meermalen gepleegd.

t.a.v. feit 10:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

t.a.v. feit 11 primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

t.a.v. feit 12:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van

verbreking.

t.a.v. feit 13:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van

braak, meermalen gepleegd. (parkeerplaats Hazeldonk)

en

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van

braak, meermalen gepleegd. (parkeerplaats Raakeind)

t.a.v. feit 14:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en bijkomende straf.

- Een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek overeenkomstig artikel

27 Wetboek van Strafrecht.

- Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen die zijn vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder de nummers 1, 6 en 7.

Beslissing op de overige inbeslaggenomen goederen.

- Gelast de teruggave aan de rechthebbende van de inbeslaggenomen goederen die zijn vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder de nummers 8, 9, 14 en 16.

- Gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen goederen die zijn vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder de nummers 2, 3, 4, 11, 12, 13, 17 en 18.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling.

- Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij

vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch d.d. 30 januari 2006, gewezen onder parketnummer 01/827174-05, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 1 week.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N.M. Spelt, voorzitter,

mr. M.Th. van Vliet en mr. C.A. Mandemakers, leden,

in tegenwoordigheid van M.P.M. van Goethem, griffier,

en is uitgesproken op 6 september 2012.