Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX6662

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-08-2012
Datum publicatie
06-09-2012
Zaaknummer
AWB 11-2958
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet BIG. Inschrijving buitenlandse tandartsen. Assessmentprocedure.

Verweerder heeft in redelijkheid tot de keuze heeft kunnen komen om geen herkansingsmogelijkheid te bieden voor de beroepsinhoudelijke toets. De rechtbank acht het voorts niet onredelijk dat bij een gehonoreerde nieuwe aanvraag de gehele assessmentprocedure opnieuw dient te worden doorlopen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/2958

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 augustus 2012 in de zaak tussen

[eiseres], te [plaats], eiseres,

(gemachtigde: ing. A. de Vogel),

en

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder,

(gemachtigden: mr. S.M. Kelterman en mr. C.M. Molema).

<b>Procesverloop</b>

Bij besluit van 29 november 2010 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres strekkende tot inschrijving in het register voor tandartsen als bedoeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) afgewezen en eiseres medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een individueel programma via het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA).

Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 21 juli 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar overeenkomstig het advies van de VWS-commissie bezwaarschriften Awb ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De zaak is behandeld op de zitting van 16 januari 2012, waar eiseres is verschenen in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Op deze zitting heeft eiseres een verzoek ingediend tot wraking van de rechter, mr. Venekamp, waarna de behandeling van het beroep ter zitting is geschorst.

Bij beschikking van 9 februari 2012 heeft de wrakingskamer het verzoek tot wraking afgewezen.

De zaak is verder behandeld op de zitting van 19 juni 2012, waar eiseres is verschenen in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

<b>Overwegingen</b>

1. Eiseres heeft in Mexico de opleiding tot tandarts met goed gevolg afgerond.

2. Op 28 juli 2009 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor het verkrijgen van een verklaring van vakbekwaamheid als tandarts, met als doel inschrijving in het BIG-register om haar beroep in Nederland te kunnen uitoefenen.

3. Verweerder heeft die aanvraag voor advies voorgelegd aan de Commissie buitenslands gediplomeerden volksgezondheid (CBGV).

4. Op 10 december 2009 heeft eiseres deelgenomen aan de Algemene Kennis- en Vaardigheidstoets (AKV-toets). Bij brief van 14 januari 2010 heeft de CBGV eiseres bericht dat zij genoemde deeltoets met goed gevolg heeft afgelegd en dat zij kan deelnemen aan de Beroepsinhoudelijke toets (BI-toets).

5. Bij brief van 22 januari 2010 heeft de CBGV eiseres aangemeld bij het ACTA. Eiseres heeft deelgenomen aan de BI-toets van 6 april 2010 tot en met 20 april 2010 bij het ACTA. Op het onderdeel Theorie heeft eiseres een onvoldoende gescoord. Op alle subonderdelen van dat onderdeel (basis-medisch, tandheelkunde 1, tandheelkunde 2 en radiologie/wetenschap) heeft eiseres een onvoldoende (5) gescoord.

6. Bij advies van 7 juli 2010 heeft de CBGV verweerder geadviseerd om aan eiseres geen verklaring van vakbekwaamheid af te geven. Volgens de CBGV komt eiseres ook niet in aanmerking voor een individueel programma bij ACTA dat alsnog tot BIG-registratie kan leiden. De CBGV heeft voorts geadviseerd dat eiseres voor een BIG-registratie de volledige opleiding tot tandarts in Nederland met goed gevolg aflegt en het dienovereenkomstige diploma behaalt.

7. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres onder verwijzing naar het advies van de CBGV afgewezen. In het bestreden besluit heeft verweerder deze afwijzing gehandhaafd.

8. Artikel 3 van het Reglement ‘Kennis- en vaardighedentoetsen’ voor tandartsen (assessmentreglement) bepaalt dat het assessment tot doel heeft om een buitenlands gediplomeerde tandarts in staat te stellen aan te tonen dat hij voldoende kennis en vaardigheid voor de uitoefening van zijn beroep bezit, teneinde daarmee ofwel een registratie in het BIG-register te verkrijgen of om na advies van de CBGV een beschikking te ontvangen van de minister inhoudende een advies voor verdere studie in Nederland, teneinde daarmee tezamen met het in het buitenland verkregen diploma alsnog te worden ingeschreven in het BIG-register.

9. In de circulaire "Verklaring vakbekwaamheid buitenslands gediplomeerden volksgezondheid" (Stcrt. 2010, 4923) (circulaire) heeft verweerder het beleid neergelegd met betrekking tot de behandeling van aanvragen om een verklaring van vakbekwaamheid. Volgens de circulaire onderzoekt verweerder of de vakbekwaamheid van de buitenslands gediplomeerde die een verklaring omtrent de vakbekwaamheid heeft aangevraagd, gelijkwaardig is aan de vakbekwaamheid die volgens de Wet BIG is vereist, namelijk de vakbekwaamheid van een volgens de wettelijke, Nederlandse opleidingseisen opgeleide beroepsbeoefenaar.

10. Uit de circulaire volgt dat de minister zich ten aanzien van het al dan niet afgeven van deze verklaring kan laten adviseren door de Commissie buitenslands gediplomeerden volksgezondheid (CBGV). De kennis en vaardigheden van een aanvrager die als tandarts wil worden geregistreerd worden getoetst door middel van een assessmentprocedure. Deze toets bestaat uit twee delen: een algemene kennis- en vaardighedentoets (AKV-toets) en een beroepsinhoudelijke toets (BI-toets). De uitslagen van de assessmentprocedure helpen de CBGV bij het opstellen van een gewogen advies. Op grond van dit advies neemt de minister een besluit op de aanvraag.

11. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat in hetgeen eiseres heeft aangevoerd geen grond voor de conclusie dat verweerder niet mocht uitgaan van de uitkomsten van het assessment en meer in het bijzonder van de uitkomsten van de BI-toets.

12. Eiseres heeft voorts aangevoerd dat het onredelijk is dat aan haar wat betreft de BI-toets geen herkansingsmogelijkheid wordt geboden. Over deze beroepsgrond overweegt de rechtbank als volgt.

13. Het Reglement ‘Kennis- en vaardigheidstoetsen’ voor tandartsen kent een bepaling waarin wordt voorzien in een herkansing voor de AKV-toets (bepaling 7.8). Dit Reglement bevat geen bepaling met betrekking tot een herkansing van de beroepsinhoudelijke toets. Het Uitvoeringsreglement BI-toets Buitenlandse tandartsen (Uitvoeringsreglement) vermeldt onder punt 6 dat een kandidaat éénmaal de gelegenheid heeft om de BI-toets af te leggen. Volgens verweerder is de achterliggende reden voor het bestaan van een herkansingsmogelijkheid voor de AKV-toets dat de kennis en kunde van de Nederlandse en Engelse taal en de algemene ICT vaardigheden kunnen worden verbeterd door oefening en training. Op het moment dat een buitenlandse zorgverlener in Nederland aankomt, is deze de Nederlandse en eventuele Engelse taal vaak nog niet volledig machtig, maar kan dit stapsgewijs leren, aldus verweerder. Verweerder meent dat de BI-toets anders van aard is, omdat in dit gedeelte van het assessment het volledige curriculum van een recent afgestuurde, in Nederland opgeleide, tandarts wordt getoetst. Volgens verweerder staat bij de BI-toets centraal of het niveau van de aanvrager gelijkwaardig is aan het niveau van een in Nederland opgeleide tandarts. Verweerder acht een herkansingsmogelijkheid voor het beroepsinhoudelijke gedeelte van het assessment niet wenselijk, omdat een assessment iets anders is dan een examen na het volgen van een opleiding. Een uitgebreide voorbereiding door de kandidaat van het assessment is niet noodzakelijk, aldus verweerder.

14. Het hiervoor weergegeven beleid acht de rechtbank niet kennelijk onredelijk. In hetgeen eiseres heeft aangevoerd bestaat geen grond voor de conclusie dat verweerder niet in redelijkheid tot de keuze heeft kunnen komen om geen herkansingsmogelijkheid te bieden voor de BI-toets. Verweerder heeft gemotiveerd dat en waarom voor de AKV-toets een dergelijke mogelijkheid wel bestaat. Het aldus gemaakte onderscheid tussen de AKV-toets en de BI-toets komt de rechtbank niet onbegrijpelijk voor. Het standpunt van eiseres dat men voor een echt assessment geen voorbereidingstijd heeft, terwijl een buitenlandse zorgverlener wel een korte periode wordt gegund om de BI-toets voor te bereiden waardoor het assessment van verweerder meer weg heeft van een universitaire toetsing waarbij een eenmalige herkansing op zijn plaats zou zijn, deelt de rechtbank niet. Verweerder heeft hierover uiteengezet dat de buitenlandse zorgverlener een korte periode wordt gegund om de BI-toets voor te bereiden, omdat hij van belang acht dat buitenlandse zorgverleners bij de

BI-toets een realistisch beeld hebben van de eisen die aan werken en studeren in Nederland worden gesteld. Dat verweerder aan de buitenlandse zorgverlener enige voorbereidingstijd geeft voor de BI-toets, betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat niet meer van een assessment kan worden gesproken. Tot slot acht de rechtbank van belang dat in het Uitvoeringsreglement onder punt 25 is geregeld dat in het geval van een onvoldoende voor de BI-toets aan de CBGV wordt meegedeeld dat een advies aan de kandidaat kan worden gegeven om zich aan te melden bij ACTA voor een aanvullende cursus die tezamen met het buitenlandse diploma kan leiden tot inschrijving in het BIG-register, maar alleen in het geval indien niet meer dan twee onderdelen van de BI-toets onvoldoende zijn. Op deze wijze voorziet het beleid erin dat, in het geval het tekort in de aanwezige kennis bij de kandidaat niet te groot is, de kandidaat de mogelijkheid wordt geboden dat tekort weg te werken met slechts een aanvullende opleiding van twee jaar. Een onvoldoende in de BI-toets leidt dus niet zonder meer tot de conclusie dat de kandidaat de volledige opleiding tandheelkunde dient te volgen dan wel een nieuwe aanvraag moet indienen om uiteindelijk als tandarts in het BIG-register te kunnen worden ingeschreven.

15. De rechtbank stelt vast dat verweerder het beleid op juiste wijze heeft toegepast. In hetgeen eiseres heeft aangevoerd bestond voor verweerder geen aanleiding om met toepassing van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van het ter zake geldende beleid af te wijken. Eiseres heeft weliswaar gewezen op het belang voor haar om de BI-toets te kunnen herkansen teneinde haar beroep als tandarts in Nederland te kunnen uitoefenen, maar dit is geen bijzondere omstandigheid in de zin van dat artikel.

16. Uit het voorgaande volgt dat de beroepsgrond faalt.

17. Eiseres heeft voorts aangevoerd dat het onredelijk is dat bij een nieuwe aanvraag alle onderdelen van het assessment opnieuw moeten worden gedaan. Bij het rijexamen hoeft ook het theorie-examen niet te worden overgedaan wanneer het praktijkexamen niet wordt gehaald, aldus eiseres. Over deze beroepsgrond overweegt de rechtbank als volgt.

18. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht uiteengezet dat de regelgeving geen ruimte laat de in deze aanvraagprocedure met goed gevolg afgelegde toetsonderdelen mee te nemen in een nieuwe aanvraagprocedure. Indien eiseres een nieuwe aanvraag indient, dient zij de gehele assessmentprocedure te doorlopen. Dat daarmee voor eiseres veel tijd en kosten gepaard gaan, leidt niet tot een ander oordeel.

19. Het bestreden besluit houdt in rechte stand. Het beroep is ongegrond.

20. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

<b>Beslissing</b>

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W.A. Kap, griffier. De beslissing is uitgesproken op 17 augustus 2012.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

<b>Rechtsmiddel</b>

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.