Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX5885

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-08-2012
Datum publicatie
29-08-2012
Zaaknummer
01/825309-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging tbs met 2 jaar.

Index-delicten: belaging en poging tot moord.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825309-06

Uitspraakdatum: 09 augustus 2012

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkingsgestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1967],

verblijvende in de [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 mei 2008 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beschikking van deze rechtbank van 27 augustus 2010 met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 10 mei 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 augustus 2012.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige en de raadsman gehoord. De terbeschikkinggestelde is op 1 augustus 2012 conform het gestelde in artikel 509s lid 5 van het Wetboek van Strafvordering rogatoir gehoord. Het proces-verbaal van dit verhoor wordt aan deze beslissing gehecht en dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van H.J. Beintema, psychiater, directeur behandelzaken en plaatsvervangend hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 11 april 2012;

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde;

- het hiervoor genoemde proces-verbaal van rogatoir horen van terbeschikkinggestelde d.d. 1 augustus 2012.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van belaging en poging tot moord, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

Er is bij betrokkene sprake van een bipolaire stoornis, waanstoornis en een persoonlijkheidsstoornis NAO met borderline, theatrale en dwangmatige trekken. De psychotische stoornis komt bij betrokkene met name tot uiting in het waanidee dat zijn zoontje seksueel is/wordt misbruikt door de nieuwe partner van zijn ex-vriendin.

Vanaf het begin van opname staat het waanidee van betrokkene op de voorgrond. Hij is zeer strijdbaar om zijn gelijk te halen en/of aandacht te krijgen voor dit waanidee. Betrokkene heeft dit via een aantal ernstige incidenten gerealiseerd. Vanwege deze incidenten is hij uiteindelijk geplaatst op een ZISZ-afdeling. Op deze afdeling is er, ondanks veel inspanning van het behandelteam, nog geen sprake van stabilisatie. Betrokkene is conform zijn toestandsbeeld of hypomaan of depressief.

Tevens heeft betrokkene gedurende zijn opname al meerdere keren gekozen voor een vrijwillig verblijf in de separeerruimte. Na terugkomst uit deze ruimte is zijn delictgerelateerde problematiek direct weer gaan opspelen. Zo blijft zijn waan over zijn zoontje centraal in zijn leven staan. In de dwangmatig aandoende manier waarop betrokkene met zijn zoontje bezig is, blijft het moeilijk sturing aanbrengen. Bijvoorbeeld doordat tijdens hypomane episoden hier vele zaken omheen worden gebouwd, zoals extreem grote cadeaus of zeer hooghartige brieven in het Latijn. Goedbedoelde pogingen tot enigszins normaliseren van dit gedrag monden al snel uit in een strijd met betrokkene. Concluderend kan gesteld worden dat betrokkene gedurende zijn opname of hypomaan of depressief is geweest en dat er vooralsnog geen sprake is van enige stabiele perioden. Wanneer betrokkene maar een klein beetje gestabiliseerd lijkt en er enigszins sprake is van behandelopbouw, kiest hij vaak plotseling weer voor een verblijf in de separeerruimte. In die zin is het een constante herhaling van zetten waarin betrokkene het erg moeilijk maakt om met hem te doen aan behandelopbouw.

Gelet op het instabiele behandelbeloop tot nu toe en het huidige toestandsbeeld is een stapsgewijs traject op een afdeling met veel externe structuur, toezicht en ondersteuning geïndiceerd. Vanaf de zeer intensieve zorgafdeling kan op langere termijn mogelijk zeer geleidelijk en stapsgewijs worden toegewerkt naar plaatsing op een reguliere behandelafdeling. Betrokkene bevindt zich nog in de beginfase van zijn behandeling. Gezien bovenstaande is de verwachting dat de behandeling nog geruime tijd in beslag zal gaan nemen.

Wij adviseren de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.

De deskundige C.M. Karr, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik ben op de hoogte van de casus van betrokkene en heb kennis genomen van zijn dossier dat ik besproken heb met zijn behandelaar, mevr. [naam]. Omdat zij op dit moment met vakantie is, vervang ik haar.

Zojuist heb ik het proces-verbaal van het rogatoir horen van De [terbeschikkingsgestelde] gelezen en dat brengt mij niets nieuws. Op dit moment verblijft hij op de afdeling en dat doet hij sinds één maand. Hij heeft veel begeleiding nodig, maar verdraagt wel de grenzen die hem gesteld worden. Het is allemaal wankel. Het kan zomaar zijn dat hij op eigen verzoek wordt terug geplaatst naar de isoleercel. Als het verblijf in de isoleercel langer duurt dan vier weken moet dit bij de Inspectie aangevraagd worden. Ook zijn eigen verzoeken worden iedere keer aan de Inspectie uitgelegd. Wij vinden het heel zorgelijk, maar soms lukt het niet om hem op de afdeling te halen. Wat betreft het lange termijn perspectief is het belangrijk dat De [terbeschikkingsgestelde] meewerkt aan zijn medicatiegebruik. Er ontstaan gevaarlijke situaties als hij niets verdraagt van zijn omgeving die hem grenzen stelt. Soms lukt het wel om hem voor een korte termijn naar de afdeling te halen, maar voor een lange termijn is dit nog niet gelukt.

Het zou best eens kunnen dat het een lange geschiedenis gaat worden. Er is weinig vooruitgang te zien. Nu zijn we met hem in overleg zodat we de situatie kunnen stabiliseren voordat we weer vooruit kunnen.

Het medicijngebruik is nog steeds een dwangtraject. Hij is er nog steeds niet van overtuigd dat de medicatie effect heeft, maar dat komt omdat hij niet accepteert wat zijn diagnose is. De medicatie hoeft niet onder dwang ingenomen te worden, maar als hij de keuze zou hebben dan zou hij zijn medicijnen niet slikken.

Vanaf half maart tot nu toe hebben zich geen incidenten voorgedaan, maar wel is hij bezig met het verzamelen van spullen en het uitdenken van manieren om weg te komen. Dit heeft zich nog niet geuit in negatief gedrag. Het verzamelen van spullen heeft niet alleen betrekking op de situatie rondom zijn zoon.

Het feit, dat hij zegt en zelf aangeeft dat hij behandeld wil worden is goed, maar hij moet ook in staat zijn om zich daarvoor in te zetten en dat lukt tot nu toe niet.

Het gaat in ieder geval beter dan de afgelopen jaren, maar we weten nog niet of het komt door een verandering in zijn houding of doordat hem meer grenzen worden gesteld.

De [terbeschikkingsgestelde] is met mw. [naam behandelaar] bezig om zijn delictscenario uit te werken. Er worden in ieder geval gesprekken aan gewijd.

Een overplaatsing naar Eindhoven is voor de voortgang van de behandeling niet belangrijk. Ik kan me wel voorstellen dat hij terug wil naar zijn netwerk. Hij moet echter op een intensieve zorgafdeling blijven. Het is niet verantwoord hem over te plaatsen naar Eindhoven omdat deze intensieve zorg daar niet te realiseren is.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

De huidige situatie van cliënt is duidelijk. Ik vind wel dat er enige positieve punten zijn ten opzichte van twee jaar geleden, maar we zijn er nog lang niet. Dat is mijn cliënt ook wel duidelijk. Hij wil wel behandeld worden. Hij is van mening dat zijn zoontje seksueel misbruikt is en dat dat misschien nog steeds gebeurt. Volgens de kliniek is dat een waanidee. Cliënt is van mening dat het geen waanidee is, maar dat het echt zo is. Begonnen is om met hem het strafdossier en het delictscenario te bekijken en het is beter dat zo overeenstemming wordt bereikt over de werkelijke situatie rondom zijn zoontje. Misschien dat cliënt en de behandelaars zo dichter bij elkaar kunnen komen ten aanzien van zijn ideeën. Voortdurend komt zijn verzoek terug om overgeplaatst te worden naar Eindhoven. Hij heeft onlangs ook telefonisch contact gehad met zijn zoontje en daar was hij heel positief over. Er is nu pas een situatie van stabilisatie ontstaan en dus kun je nu pas beginnen met een beetje behandelen. Voor het bespreken van het delictscenario moet hij over zijn strafdossier beschikken, vandaar zijn verzoek om dit te krijgen.

Wat betreft de vordering van de officier van justitie refereer ik me aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkingsgestelde] ter beschikking is gesteld met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. P.J.H. van Dellen, voorzitter,

mr. Y.N.M. Rijlaarsdam en mr. M.A. Bijl, leden,

in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Cox-Wentholt, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 augustus 2012.