Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX5364

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-08-2012
Datum publicatie
24-08-2012
Zaaknummer
01/825172-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest met de bijzondere voorwaarden -kort gezegd- reclasseringstoezicht, meewerken aan een ambulante behandeling van de geconstateerde stoornis, een alcoholverbod, en een verbod om tussen 00.00 uur en 08.00 uur gebruik te maken van internet en sociale media voor:

1. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (bedreiging van de Koningin)

2. opzettelijke belediging van de Koning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825172-12

Parketnummers vorderingen: 01/825026-09 en 01/830761-09

Datum uitspraak: 24 augustus 2012

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1963],

wonende te [woonplaats], Dr. [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 augustus 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 13 juli 2012.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 16 september 2011 te Valkenswaard, althans in Nederland,

H.K.H. Beatrix, Koningin der Nederlanden, heeft bedreigd met enig misdrijf

tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft

verdachte opzettelijk dreigend een aantal twitterberichten verzonden met

daarin de tekst:

- "bea, ik zal niet rusten voor jij bij je nazi-vader en ss-er ben ligt te

rotten" en/of

- "bea en dat duurt niet zo lang meer, trust me"

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 16 september 2011 te Valkenswaard, althans in Nederland,

opzettelijk heeft beledigd H.K.H. Beatrix, Koningin der Nederlanden, immers

heeft hij, verdachte, in het openbaar door middel van (een) twitterbericht(en)

de navolgende tekst(en) verzonden:

-"bea, al heb je 'misbruik' gemaakt van psychopatische pedofielen zoals joris

demmink, welten e.v.a. Jij over het nazi-paard getilde sataniste"; en/of

-"met instemming van die neo-nazi-bilderberger bea, die wat mij betreft ook

zsm onthoofd mag worden heeft dat ondertekend" en/of

-"jouw soort is de kanker van de mensheid",

althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

(art 111 Wetboek van Strafrecht)

De vorderingen na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01/825026-09 is aangebracht bij vordering van 11 juli 2012. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch d.d. 29 april 2009. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De zaak met parketnummer 01/830761-09 is aangebracht bij vordering van 11 juli 2012. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch d.d. 5 januari 2010. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs ten aanzien van de feiten 1 en 2.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft aangevoerd zich ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde aan het oordeel van de rechtbank te refereren.

Het oordeel van de rechtbank.1

Op 16 september 2011 werd door de gebruiker van het twitteraccount "[account]" een aantal tweets op de internetsite www.twitter.com geplaatst.

Om 05.02 uur werd het twitterbericht: "bea, al heb je "misbruik" gemaakt van psychopatische pedofielen zoals [persoon] welten e.v.a. Jij over het nazi-paard getilde sataniste" op internet geplaatst.

Om 05.11 uur werd het twitterbericht: "bea, ik zal niet rusten voor jij bij je nazi-vader en ss-er ben ligt te rotten. jouw soort is de kanker van de mensheid" op internet geplaatst.

Om 05.11 uur werd het twitterbericht: "bea en dat duurt niet zo lang meer, trust me" op internet geplaatst.

Om 05.28 uur werd het twitterbericht: "met instemming van die neo-nazi-bilderberger bea, die wat mij betreft ook zsm onthoofd mag worden heeft dat ondertekend" op internet geplaatst.2

Op 27 september 2011 werd de heer [naam], Chef van het Militaire huis van Hare Majesteit de Koningin, door de veiligheidsfunctionaris van de Dienst Koninklijk huis ervan op de hoogte gesteld dat Hare Majesteit de Koningin via de www.twitter.com werd bedreigd en beledigd. De heer [naam] heeft Hare Majesteit de Koningin hiervan op 27 september 2011 op de hoogte gesteld. 3

Naar aanleiding van de geplaatste twitterberichten is door verbalisant [verbalisant] onderzoek verricht teneinde de identiteit van de gebruiker van het twitteraccount "[account]" te achterhalen. Uit dit onderzoek bleek dat [verdachte] vermoedelijk de gebruiker van dit account was.4

Naast dit onderzoek van verbalisant [verbalisant] is ook een rechtshulpverzoek aan de autoriteiten van de Verenigde Staten gedaan, teneinde de identiteit van de gebruiker van "[account]" te kunnen achterhalen. Aan hen is onder meer gevraagd welke gebruikersgegevens bij Twitter bij het aanmaken van het account @[account] zijn geregistreerd. Op 4 januari 2012 is hierop geantwoord dat het e-mailadres dat is geregistreerd [e-mail adres] betrof.5

[verdachte] is hierover gehoord. Verdachte heeft verklaard dat hij de twitterberichten heeft gelezen. Hij heeft verklaard zich niet meer te kunnen herinneren dat hij de berichten heeft geschreven, maar dat hij absoluut gelooft dat ze van hem afkomstig zijn.6

Verdachte heeft voorts bekend dat hij twee twitteraccounts heeft, waaronder "[account]"7 en dat hij de gebruiker is van dat account.8

De rechtbank acht gelet hierop dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bovengenoemde twitterberichten heeft geschreven.

De rechtbank is van oordeel dat de woorden: "bea, ik zal niet rusten voor jij bij je nazi-vader en ss-er ben ligt te rotten" en "bea en dat duurt niet zo lang meer, trust me" een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht inhoudt.

De rechtbank overweegt dat voor een bewezenverklaring van een bedreiging niet is vereist dat de bedreiging een zodanige indruk op degene aan wie de bedreiging was gericht - in casu H.K.H. Beatrix, Koningin der Nederlanden - heeft gemaakt, dat bij haar daadwerkelijk de vrees is ontstaan dat het misdrijf waarmee is gedreigd zou worden gepleegd. Voor een bewezenverklaring is voldoende dat bij H.K.H. Beatrix, Koningin der Nederlanden, de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd zou worden gepleegd.

De rechtbank is van oordeel dat de door verdachte gebezigde bewoordingen van dien aard zijn en onder dusdanige omstandigheden zijn geuit dat bij H.K.H. Beatrix, Koningin der Nederlanden, de redelijke vrees kon ontstaan dat zij van het leven zou worden beroofd.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte H.K.H. Beatrix, Koningin der Nederlanden, opzettelijk met enig misdrijf tegen het leven gericht heeft bedreigd.

De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte met de twitterberichten "bea, al heb je "misbruik" gemaakt van psychopatische pedofielen zoals [persoon] welten e.v.a. Jij over het nazi-paard getilde sataniste", "jouw soort is de kanker van de mensheid" en "met instemming van die neo-nazi-bilderberger bea, die wat mij betreft ook zsm onthoofd mag worden heeft dat ondertekend" opzettelijk H.K.H. Beatrix, Koningin der Nederlanden, heeft beledigd.

De rechtbank acht het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

op 16 september 2011 te Valkenswaard, H.K.H. Beatrix, Koningin der Nederlanden, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een aantal twitterberichten verzonden met daarin de tekst:

- "bea, ik zal niet rusten voor jij bij je nazi-vader en ss-er ben ligt te rotten" en

- "bea en dat duurt niet zo lang meer, trust me";

2.

op 16 september 2011 te Valkenswaard, opzettelijk heeft beledigd H.K.H. Beatrix, Koningin der Nederlanden, immers heeft hij, verdachte, in het openbaar door middel van twitterberichten de navolgende teksten verzonden:

-"bea, al heb je 'misbruik' gemaakt van psychopatische pedofielen zoals [persoon] welten e.v.a. Jij over het nazi-paard getilde sataniste"; en

-"met instemming van die neo-nazi-bilderberger bea, die wat mij betreft ook zsm onthoofd mag worden heeft dat ondertekend" en

-"jouw soort is de kanker van de mensheid".

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met de bijzondere voorwaarde van reclasseringscontact, ook indien dit een behandelingverplichting bij de GGzE of bij een soortgelijke instelling, een alcoholverbod en een internet- en sociale mediaverbod tussen 00.00 en 08.00 uur inhoudt.

De officier van justitie heeft voorts verzocht de vorderingen tot tenuitvoerlegging met de parketnummers 01/825026-09 en 01/830761-09 geheel toe te wijzen.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft aangevoerd dat de feiten in mindere mate aan verdachte kunnen worden toegerekend.

Voorts is aangevoerd dat de eis van de officier van justitie het gevaar voor recidive verhoogd en dat deze eis louter is ingegeven door vergelding.

De raadsman is van mening dat geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte dient te worden opgelegd. De raadsman heeft aangevoerd dat afgezien van een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden ook een werkstraf aan verdachte kan worden opgelegd. Ten aanzien van de bijzondere voorwaarden refereert de raadsman zich aan de voorwaarden die de officier van justitie heeft geformuleerd. De raadsman verzoekt echter wel het reclasseringsadvies op te volgen en bij enkele voorwaarden te bepalen dat deze voorwaarden gelden indien en voor zover de reclassering dat nodig acht.

Ten aanzien van de vorderingen tot tenuitvoerlegging heeft de raadsman opgemerkt dat deze in een werkstraf zouden kunnen worden omgezet. De raadsman heeft daar wel aan toegevoegd dat er voor moet worden gewaakt dat verdachte niet wordt overvraagd.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft middels een aantal twitterberichten H.K.H. Beatrix, Koningin der Nederlanden, bedreigd. Aangenomen mag worden dat deze bedreiging voor H.K.H. Beatrix, Koningin der Nederlanden, - mede gezien haar kwetsbare publieke positie - beangstigend zal zijn geweest. Verdachte heeft H.K.H. Beatrix, Koningin der Nederlanden, bovendien middels twitterberichten beledigd. Verdachte heeft door zijn beledigingen de waardigheid van de Koningin aangetast. De waardigheid van de Koningin en het met haar positie verweven staatsbelang genieten een bijzondere mate van beschermwaardigheid, hetgeen tot uitdrukking komt in een een specifiek op de bescherming van dat belang toegespitste strafbepaling en bijpassend strafmaximum. De rechtbank rekent verdachte de inbreuk die hij hierop heeft gemaakt zwaar aan.

De rechtbank houdt voorts ten bezware van verdachte rekening met de uitermate grove en - mede daardoor - kwetsende bewoordingen die hij in zijn twitterberichten heeft gebezigd.

De rechtbank zal voorts rekening houden met het feit dat verdachte reeds meermalen wegens soortgelijke feiten is veroordeeld. De rechtbank houdt er ook rekening mee dat verdachte de bewezen verklaarde feiten tijdens twee proeftijden van eerdere veroordelingen heeft gepleegd.

De rechtbank houdt er anderzijds rekening mee dat de verdachte, blijkens het psychiatrisch rapport d.d. 22 mei 2012, opgemaakt door (naam psychiater), als verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd. Bij verdachte is, zoals ook al in eerdere rapportages pro justitia werd vastgesteld, onverminderd sprake van de stoornis van Asperger, welke stoornis mede van invloed was op het gedrag van verdachte ten tijde van de thans aan hem verweten feiten.

De rechtbank is voorts van oordeel dat hetgeen is gebeurd als een incident dient te worden beschouwd. Verdachte is weliswaar in 2009 en 2010 ook voor soortgelijke feiten veroordeeld, maar blijkens het reclasseringsrapport dient hetgeen verdachte op 16 september 2011 heeft gedaan als een op zichzelf staand incident te worden beschouwd. Zowel de reclassering als de deskundige signaleren dat verdachte sedert 2010 een positieve ontwikkeling heeft laten zien, onder meer blijkend uit het feit dat verdachte doende is zijn problematische huisvestingssituatie op te lossen, een lang lopend conflict met het UWV ten einde heeft gebracht, initiatieven heeft genomen om te komen tot herintreding op de arbeidsmarkt en ook zijn alcohol- en middelengebruik aantoonbaar heeft ingetoomd. De kiem voor de gebeurtenissen van 16 september 2011 werd gelegd door problemen in de relationele sfeer, waardoor verdachte uit het veld werd geslagen en terugviel in oude gedragspatronen (excessief drinken) met alle bijkomende gevolgen (ontremming) van dien. Verdachte beschikt, zo blijkt hieruit, (nog steeds) over onvoldoende copingvaardigheden. Daarom achten zowel de deskundige als de reclassering een voortzetting van de thans lopende (ambulante) behandeling van verdachte bij het Centrum voor Autisme van GGzE aangewezen. Met een voortzetting van deze behandeling, in combinatie met verplicht reclasseringscontact, een verbod op het gebruik van alcohol (versterkt met verplichte urinecontroles), voortgezet gebruik van de voorgeschreven medicatie en een verbod op het gebruik van internet en sociale media gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd kan naar het oordeel van de rapporteurs het recidiverisico worden beperkt. De deskundige is van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidstraf het recidiverisico verhoogt, aangezien daarmee de door hem gesignaleerde positieve ontwikkeling wordt doorkruist en verdachte uit zijn huidige, relatief rustige en stabiele bestaanstoestand zal brengen. Ook de reclassering adviseert de oplegging van een (geheel) voorwaardelijke vrijheidstraf met daarbij bijzondere voorwaarden, gericht op het terugdringen van het recidiverisico zoals hiervoor omschreven.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden. De rechtbank is echter, mede gezien de ter zake uitgebrachte adviezen, van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf gezien de persoon van verdachte niet passend en geboden is. De rechtbank zal deze gevangenisstraf dan ook geheel voorwaardelijk opleggen. De rechtbank wil met deze straf verdachte ervan weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal aan deze voorwaardelijke straf - in navolging van het advies van de reclassering - na te noemen bijzondere voorwaarden verbinden.

De rechtbank zal met deze geheel voorwaardelijke gevangenisstraf volstaan. De rechtbank acht de oplegging van een werkstraf naast deze voorwaardelijke gevangenisstraf in het onderhavige geval niet passend. De rechtbank zal - zoals hierna zal worden overwogen - de tenuitvoerlegging gelasten van een deel van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf en daarbij dit tenuitvoer te leggen deel omzetten in een werkstraf. De rechtbank ziet in de persoon van verdachte, gelet op de inhoud van de rapportages, aanleiding te veronderstellen dat verdachte indien hem in de hoofdzaak ook een werkstraf zal worden opgelegd, zal worden overvraagd. De rechtbank is van oordeel dat bij de afdoening van deze zaak de hulpverlening aan en de behandeling van verdachte, gericht op het terugdringen van het recidiverisico, centraal dienen te staan.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/825026-09.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt.

In hetgeen ter terechtzitting aan de orde is gekomen en in de persoon van veroordeelde, ziet de rechtbank aanleiding te gelasten dat slechts een - hieronder te bepalen - gedeelte van de gevangenisstraf ten uitvoer zal worden gelegd en dat in plaats daarvan een taakstraf, bestaande uit een werkstraf zal worden opgelegd van na te melden duur.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/830761-09.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De rechtbank zal de gevorderde tenuitvoerlegging afwijzen, nu de thans bewezen verklaarde feiten andersoortige feiten betreffen als die waarop de vordering tot tenuitvoerlegging betrekking heeft en de persoon van verdachte daartoe aanleiding geeft.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57, 63, 111, 285.

DE UITSPRAAK

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

T.a.v. feit 2:

opzettelijke belediging van de Koning

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

T.a.v. feit 1, feit 2:

Gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht met een proeftijd van 2 jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar

feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan

het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld

in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d,

tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat veroordeelde zich gedurende voornoemde proeftijd zal gedragen naar de

aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio

's-Hertogenbosch, [adres], [woonplaats], zolang deze

instelling zulks noodzakelijk acht;

- dat veroordeelde zich ambulant laat behandelen voor zijn stoornis binnen het

autistisch spectrum bij Centrum voor Autisme van Stichting GGzE of bij

soortgelijke ambulante (forensische) zorg, zulks indien en voor zover de

reclassering dit noodzakelijk acht. De veroordeelde zal zich dienen te gedragen

naar de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de

instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- dat veroordeelde geen alcohol zal nuttigen, zulks indien en voor zover de

reclassering dit noodzakelijk acht en zal medewerking verlenen aan controle daarop zo dikwijls als hem daarom wordt gevraagd;

- dat veroordeelde geen gebruik van internet en sociale media zal maken tussen 00.00 en 08.00 uur, zulks indien en voor zover de reclassering dit noodzakelijk acht.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 29 maart 2012 reeds geschorst.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

In plaats van de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf te gelasten van de bij vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch d.d. 29 april 2009 onder parketnummer 01/825026-09 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf (te weten een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand), gelast de meervoudige kamer een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van 60 uur te vervangen door 30 dagen hechtenis indien de veroordeelde deze taakstraf niet naar behoren verricht met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank waardeert een in verzekering doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Afwijzing van de vordering met parketnummer 01/830761-09 van de officier van

justitie d.d. 11 juli 2012.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W. Schoorlemmer, voorzitter,

mr. E.C.M. de Klerk en mr. M.L.W.M. Viering, leden,

in tegenwoordigheid van mr. F. van Hulst, griffier,

en is uitgesproken op 24 augustus 2012.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie regio Zuid-Oost, genummerd PL2217 2012026623.

2 Verklaring van [naam], p. 5-6 en de twitterberichten, p. 32-35.

3 Verklaring van [naam], p. 5-6.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 28.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 28.

6 Verklaring van verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 29 maart 2012.

7 Proces-verbaal van verhoor d.d. 27 maart 2012, p. 23

8 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 10 augustus 2012.