Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX4872

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-08-2012
Datum publicatie
16-08-2012
Zaaknummer
12/472
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Onder de in de beschikking genoemde bijzondere omstandigheden is het volstrekt onredelijk dat gekozen is voor incasso. Indien het CJIB enkele dagen had gewacht, dan had het de betaling gewoon zonder enige verdere kosten voor veroordeelde kunnen innen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Beschikking ex artikel575Sv.

Kenmerk 12/472

Cjibnr. 402711346

Deze beschikking betreft het op 20 februari 2012 ter griffie van bovengenoemde rechtbank ingekomen bezwaarschrift in de zaak met bovenvermeld kenmerk, ingediend door:

[veroordeelde]

geboren te [geboorteplaats] op [1972],

wonende te [woonplaats], [adres].

Inleiding

De veroordeelde is bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter d.d. 26 juli 2010 veroordeeld tot een geldboete van € 250,-, te betalen in twee termijnen van € 125,-.

Het vonnis is ter executie overgedragen aan het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) te Leeuwarden.

Het verzet is gericht tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel van de officier van justitie te Leeuwarden.

Het dwangbevel is door de officier van justitie te Leeuwarden uitgevaardigd omdat veroordeelde de bij bovengenoemd vonnis opgelegde boete en de op grond van artikel 24b van het Wetboek van Strafrecht daarop gestelde verhogingen niet tijdig heeft voldaan.

Op 19 januari 2012 is het dwangbevel uitgevaardigd.

De officier van justitie bij het CJIB te Leeuwarden heeft het bezwaarschrift van commentaar voorzien bij brief van 26 juni 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken die op deze zaak betrekking hebben.

Op 10 augustus 2012 is het bezwaarschrift in openbare raadkamer behandeld.

De veroordeelde is verschenen.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het verzet.

De beoordeling

Het verzet is tijdig gedaan.

Uit het dwangbevel van 19 januari 2012 blijkt dat veroordeelde een bedrag van € 295,62 (boete inclusief wettelijke verhogingen) heeft betaald en dat hij het resterende bedrag van € 22,38 nog moet betalen.

Aan veroordeelde is vervolgens op geen enkele bericht dat bij te late betaling van dit geringe restantbedrag de deurwaarder onmiddellijk zou worden ingeschakeld. Bovendien heeft veroordeelde korte tijd na de kennisgeving dat hij het genoemde restantbedrag nog moest betalen, dit restantbedrag ook voldaan, maar toen waren de deurwaarderskosten al gemaakt. Het CJIB was bekend met de hoge kosten van deze wijze van incasso en het zeer lage inkomen van veroordeelde.

Onder deze bijzondere omstandigheden is het volstrekt onredelijk om te kiezen voor deze wijze van incasso. Indien het CJIB enkele dagen had gewacht, dan had het de betaling gewoon zonder enige verdere kosten voor veroordeelde kunnen innen.

De beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.A.F. Damen, rechter, in tegenwoordigheid van L.M.E. de Roo, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 augustus 2012.