Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX4774

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-08-2012
Datum publicatie
20-08-2012
Zaaknummer
237883 / HA ZA 11-1560
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Contradictoir. Precontractuele onderhandelingen. Geen totstandkomingsvertrouwen wegens gestelde voorwaarde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 237883 / HA ZA 11-1560

Vonnis van 15 augustus 2012

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. J.F.E. van Halder te Nijmegen,

tegen

de vereniging SPORTVERENIGING T.O.P.,

gevestigd te Oss,

gedaagde,

advocaat mr. J.J. Lauwen te Oss.

Partijen zullen hierna [X] en T.O.P. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 28 december 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 27 maart 2012

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Bij brief van 13 december 2007 heeft de gemeente Oss voor de periode van 1 januari 2008 tot en met 30 juni 2011 een subsidie toegekend van maximaal € 99.000,- voor het project ‘Verenigingsmanager s.v. T.O.P.’ (productie 18 bij dagvaarding).

2.2. Bij brief van 3 juni 2009 heeft de gemeente T.O.P. het volgende bericht (productie 2 bij dagvaarding):

“(…)

- de inzet van de verenigingsmanager heeft niet de gewenste opbrengst geleverd (…).

- de subsidie aan de s.v. T.O.P. voor de verenigingsmanager wordt per 1 juni 2009 voor onbepaalde tijd opgeschort, maar blijft behouden voor het doel om de vereniging te ontwikkelen tot een moderne sportieve onderneming (…).

- de s.v. T.O.P. legt uiterlijk 1 september 2009 aan de gemeente financieel verantwoording af over het project (…).

- de gemeente neemt het initiatief om de beleidsontwikkeling van de s.v. T.O.P. te versnellen door de inzet van een externe deskundige (…).

2.3. In september 2009 is [X] benaderd met de vraag of hij geïnteresseerd was om als verenigingsmanager in dienst te treden bij T.O.P.. In december 2009 is er een kennismakingsgesprek geweest.

2.4. Op 7 mei [Y]eeft [Y] (algemeen bestuurder T.O.P.) aan [X] het volgende e-mailbericht gestuurd (productie 4 bij dagvaarding):

“(…) We hebben gisteravond tot laat zitten vergaderen en hebben een nieuwe structuur gemaakt voor het bestuur van TOP. Ik ga vandaag nog even wat spullen richting jou verzamelen zodat jij snel vooruit kunt. Hopelijk kunnen we dan snel richting de gemeente om de functie van verenigingsmanager in te vullen. Wij zijn het er in ieder geval over eens dat wij graag gebruik maken van jouw expertise. Dinsdag 18 mei komen we bij elkaar om de nieuwe structuur voor te leggen aan het onlangs geformeerde jeugdbestuur. Misschien niet onverstandig als jij daar ook bij aanwezig kunt zijn. (…)”

2.5. In de notulen van de vergadering Jeugdbestuur van T.O.P. van 18 mei 2010 staat het volgende vermeld (productie 5 bij dagvaarding):

“(…)[X]luiten: (…)

6. [X] wordt, met subsidie van de Gemeente Oss, aangesteld als verenigingsmanager.

(…)

Actiepunten:

1. [Z] en [Y] spreken met [X] af op 31 mei 2010 om afspraken inzake verenigingsmanagement te formaliseren. (…)”

2.6. Op 19 mei 2010 heeft [W] (bestuurslid algemene zaken T.O.P.) het volgende e-mailbericht gestuurd (productie 6 bij dagvaarding):

“(…)

In de cc heb ik meegenomen:

[X], de nieuwe verenigingsmanager die onder andere de Talentencampus in zijn portefeuille gaat krijgen (…)”

2.7. Op 19 mei 2010 heeft [Z] (voorzitter van T.O.P.) aan [X] het volgende e-mailbericht gestuurd (productie 7 bij dagvaarding):

“(…) Ik heb voor jou het e-mail adres verenigingsmanager@svtop.nl voor je aangemaakt.(…)”

2.8. In de notulen van de vergadering van T.O.P. van 31 mei 2010 staat het volgende vermeld (productie 8 bij dagvaarding):

“(…) Besproken:

* sv TOP heeft behoefte aan een verenigingsmanager en is daarover in gesprek met [X]

* sv TOP wil de afspraken formaliseren en subsidie krijgen van de Gemeente Oss

* Target is om de verenigingsmanager 2 a 3 dagen (24 uur) in dienst bij sv TOP te hebben, bijvoorbeeld 2 dagen vast, 1 dag flexibel

* we moeten subsidie aanvragen voor uren + onkosten (werkplek, reiskosten)

* Sinds September 2009 heeft sv TOP geen gebruik gemaakt van subsidiemogelijkheid

* Taken verenigingsmanager zijn besproken en belang van het maatschappelijk belang is benadrukt

* [X] maakt een voorstel dat dient als basis voor de subsidieaanvraag.(…)”

2.9. Bij brief van 7 juni 2010 heeft T.O.P. aan de gemeente Oss het volgende geschreven (productie 20 bij dagvaarding):

“(…)

Inleiding

(…)Op aanbeveling van dhr. [T] , die in nauw overleg met de gemeente de toekomstvisie van de SV TOP heeft opgesteld, is de SV TOP in contact gekomen met dhr. [X]. Deze heeft een lange staat van dienst als beleidsmedewerker / directeur binnen een landelijke koepelorganisatie in het betaalde voetbal, is goed op de hoogte van de lokale aangelegenheden binnen de gemeente Oss en voldoet uitstekend aan de 2007 opgestelde profielschets voor de verenigingsmanager. We willen dan ook graag met hem komen tot een dienstbetrekking die per 1 juli 2010 kan ingaan. (…)

SUBSIDIETRAJECT, 2e FASE

Organisatorisch

Met ingang van 1 juli 2009 heeft de SV TOP in de persoon van [X] een nieuwe verenigingsmanager. In vergelijking met het bovenstaande zouden de volgende wijzigingen optreden in de overeenkomst tussen SV TOP en verenigingsmanager en tussen SV TOP en de gemeente Oss:

- Met [X] wordt een dienstbetrekking aangegaan, in eerste instantie twee keer voor een half jaar en daarna bij gebleken geschiktheid voor onbepaalde tijd met de ontbindende voorwaarde dat het arbeidscontract gekoppeld zal zijn aan het verkrijgen van de subsidie vanuit de gemeente Oss.

- (…) de SV TOP wil met [X] overeenkomen dat zijn dienstbetrekking uitkomt op 24 uur per week, te werken op twee nader over te komen vaste dagen en de resterende acht uur inzetbaar op basis van de die week gebleken behoefte. Uit de vaststelling dat het een reguliere dienstbetrekking betreft, volgt de consequentie dat het om 52 weken per jaar gaat en vloeien eveneens verplichtingen voort ten aanzien van vakantiegeld, reiskosten ed. De SV TOP verzoekt de gemeente Oss op basis van deze gewijzigde gegevens de hoogte van de toegezegde subsidie te herzien.

Verzoek

De SV TOP verzoekt op bovenstaande gegevens:

- vrijgeven per 1 juli as. van de subsidie t.b.v. de verenigingsmanager om met ingang van deze datum een dienstbetrekking te kunnen aangaan met dhr. [X]

- verhoging van de subsidie gedurende de periode juli 2010-juli 2013 om een dienstbetrekking te kunnen aangaan voor 24 uur per week en gedurende 52 weken per jaar (…)”

2.10. Op 23 juli 2010 heeft T.O.P. [X] telefonisch medegedeeld dat hij niet in dienst zou treden als verenigingsmanager van T.O.P..

2.11. Op 11 augustus 2010 heeft [X] aan [Z] het volgende e-mailbericht gestuurd (productie 3 bij dagvaarding):

“(…) Op vrijdag 23 juli jl. hebben we telefonisch contact gehad, waarin je me meedeelde dat ik vooralsnog niet de verenigingsmanager zou worden van SV TOP. Ik wil je vragen hiervan van de vereniging een officiële schriftelijke mededeling te mogen ontvangen, met de vermelding van de redenen waarop op dit moment nog geen overeenkomst tussen SV TOP en ons kan worden gesloten. (…)”

2.12. Op 13 augustus 2010 heeft [Z] aan [X] het volgende e-mailbericht gestuurd (productie 3 bij dagvaarding):

“(…) Ik denk dat ik in onze telefoongesprekken in voldoende mate heb toegelicht hoe wij tot deze beslissing hebben moeten komen. Een verdere schriftelijke bevestiging lijkt mij niet noodzakelijk. (…)”

3. Het geschil

3.1. [X] vordert samengevat - veroordeling van T.O.P. tot betaling van de schade wegens onrechtmatig handelen jegens [X], zijnde een bedrag van € 60.000,- bruto, met veroordeling van T.O.P. in de kosten van het geding. Ter comparitie heeft [X] zijn vordering verminderd tot € 15.000,-.

3.2. [X] heeft, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat hij er gezien de uitlatingen en gedragingen van de bestuursleden van T.O.P. gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat hij bij T.O.P. in dienst zou treden als verenigingsmanager. Daartoe stelt hij dat hij vanaf de kennismaking in december 2009 door T.O.P. is betrokken bij vergaderingen en de te ontwikkelen nieuwe structuur, in de notulen en e-mails genoemd wordt als de nieuwe verenigingsmanager en toegang heeft gekregen tot de website en de Talentencampus. Nooit is duidelijk gemaakt dat de gemeente Oss uiteindelijk de verenigingsmanager zou benoemen, enkel dat de gemeente een financiële bijdrage zou leveren door de subsidie. Pas op 23 juli 2010 is [X] vervolgens duidelijk geworden dat hij niet bij T.O.P. in dienst zou treden, omdat de gemeente Oss iemand uit de eigen gelederen aan zou stellen. T.O.P. heeft onrechtmatig gehandeld jegens [X] door hem niet aan te stellen, terwijl alles erop wees dat dat wel zou gebeuren. Voor de hoogte van de schade zoekt [X] aansluiting bij het restant van de subsidie. Er is een subsidie verstrekt van

€ 99.000 voor de duur van 3,5 jaar. De vorige verenigingsmanager heeft € 33.000 gekost, zodat er nog € 66.000 over is. Daar moeten de kosten voor investeringen op de werkplek nog vanaf, zodat [X] uitgaat van € 60.000 als bruto salaris over 2 jaar, zijnde € 2.500 bruto per maand. Er zou een proeftijd gelden van 6 maanden, hetgeen dan neerkomt op een bedrag van € 15.000,-.

3.3. T.O.P. heeft hiertegen ingebracht dat geen sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst tussen partijen en dat [X] er evenmin gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat in ieder geval een arbeidsovereenkomst tot stand zou komen. T.O.P. wilde [X] graag hebben, maar er is altijd duidelijk de voorwaarde gesteld dat de subsidie nog door de gemeente verleend moest worden. Omdat de vorige verenigingsmanager niet succesvol was, wilde de gemeente bovendien meer zeggenschap over de persoon van de aan te stellen verenigingsmanager. [X] heeft er dus nooit op kunnen vertrouwen dat er zonder meer een arbeidsovereenkomst tot stand zou komen. Partijen bevonden zich in de 2e fase van de precontractuele onderhandelingen, niet in de 3e. Ook het salaris was in zijn geheel nog niet besproken, zodat de hoogte van de gevorderde schadevergoeding onvoldoende is onderbouwd. T.O.P. is wel bereid de uren die [X] daadwerkelijk aan T.O.P. heeft besteed te vergoeden. Het gaat dan om ongeveer 15 uur ter waarde van € 450,-.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of partijen zich zo ver in de precontractuele fase bevonden dat [X] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat er een overeenkomst uit de onderhandelingen zou voortvloeien, en dat deze onderhandelingen derhalve niet zonder schadevergoeding verbroken mochten worden.

4.2. Ingevolge vaste jurisprudentie van de Hoge Raad heeft als maatstaf voor de beoordeling van de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen te gelden dat ieder van de onderhandelende partijen — die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen — vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij. Hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, in het geval onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden worden voortgezet, wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend is hoe daaromtrent ten slotte op het moment van afbreken van de onderhandelingen moet worden geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen.

4.3. T.O.P. heeft in dit verband een beroep gedaan op de aanwezigheid van een voorwaarde, namelijk het verlenen van de subsidie door de gemeente, waarvan de totstandkoming van de overeenkomst afhankelijk is gesteld en waardoor volgens T.O.P. bij [X] nooit het gerechtvaardigd vertrouwen heeft kunnen ontstaan dat in ieder geval een overeenkomst tot stand zou komen. Ter comparitie heeft [X] hieromtrent verklaard dat hij weliswaar wist dat de arbeidsovereenkomst afhankelijk was van de subsidieverlening door de gemeente, maar dat door T.O.P. werd gezegd dat dit enkel een formaliteit was.

4.4. De rechtbank overweegt als volgt. Niet in geschil is dat de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst tussen [X] en T.O.P. afhankelijk was van subsidieverlening door de gemeente. Eveneens staat vast dat [X] van die voorwaarde op de hoogte was. Een dergelijke voorwaarde heeft in beginsel tot gevolg dat geen totstandkomingsvertrouwen kan ontstaan (zie HR 24 november 1995, LJN: ZC1890 en de conclusie van de advocaat-generaal bij HR 5 maart 2010, LJN: BL0011). Hoewel ter zitting is gebleken dat beide partijen er bij de onderhandelingen vanuit zijn gegaan dat de subsidie daadwerkelijk verleend zou worden en dat de gestelde voorwaarde dus in vervulling zou gaan, had de gemeente daar nog geen invulling aan gegeven en was de subsidie dus nog niet verleend. De door [X] gestelde omstandigheden en het feit T.O.P. de subsidieverlening als een formaliteit zou hebben gepresenteerd, vormen naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende reden om een uitzondering te maken op de regel dat geen totstandkomingsvertrouwen kan ontstaan zolang aan bedoelde voorwaarde niet is voldaan. [X] wist immers dat de subsidie nog niet was verleend. Een andere uitkomst zou betekenen dat de invulling van deze voorwaarde door de gemeente feitelijk gezien illusoir zou zijn geworden. Het feit dat de gemeente door middel van (het weigeren van) de subsidieverlening kennelijk invloed heeft willen uitoefenen op de persoon van de aan te stellen verenigingsmanager, doet hier niet aan af. Het zonder schadevergoeding afbreken van de onderhandelingen door T.O.P. kan derhalve, in het licht van het voorgaande, niet als onaanvaardbaar worden beschouwd.

4.5. [X] heeft – na de vermindering van zijn eis – betaling van een bedrag van € 15.000,- gevorderd. Tot een bedrag van € 450,- heeft T.O.P. deze vordering niet betwist, zodat dat deel van de vordering zal worden toegewezen. Het resterende deel van de vordering zal gezien het voorgaande worden afgewezen.

4.6. Aangezien T.O.P. reeds voorafgaand aan deze procedure heeft aangeboden het bedrag van € 450,- aan [X] te vergoeden, komen de door [X] gevorderde buitengerechtelijke kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

4.7. [X] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van T.O.P. worden begroot op:

- griffierecht € 1.744,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 3.532,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt T.O.P. om aan [X] te betalen een bedrag van € 450,00 (vierhonderdvijftig euro),

5.2. veroordeelt [X] in de proceskosten, aan de zijde van T.O.P. tot op heden begroot op € 3.532,00,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.A. Roodenburg en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2012.