Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX4400

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-08-2012
Datum publicatie
13-08-2012
Zaaknummer
01/825496-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor woninginbraken, diefstal met geweld (tasjesroof) en opzetheling.

Vrijspraak voor een aantal ten laste gelegde feiten, waaronder enkele tasjesroven waarbij de rechtbank ten aanzien van een feit heeft overwogen dat uit geen enkel bewijsmiddel blijkt dat verdachte betrokken is en dat bewijsmiddelen strijdig zijn met elkaar.

Veroordeling tot een gevangenisstraf van 10 maanden met aftrek van voorarrest. Ook moet veroordeelde schade aan een slachtoffer betalen. Overige slachtoffers zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825496-10

Datum uitspraak: 10 augustus 2012

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd te: PI Vught, Vosseveld 2 HvB Regulier.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 juli 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 27 juni 2012.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 27 juli 2012 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 3 juli 2009 tot en met 26 september 2010 te Eindhoven en/of Best en/of Oost West en Middelbeers, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechterlijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan het/de hierna te noemen adres(sen) heeft weggenomen het/de hierna te noemen goed(eren), in elk geval enig goed geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, en wel:

1] op of omstreeks 3 juli 2009 in/uit de woning gelegen aan de [adres] te Oost en West Middelbeers, een (laptop)computer (merk Dell, type Inspiron 5160) en/of een Canon digitale camera (type G5) en/of 3 spaarpotten en/of een geldbedrag en/of een Nintendo DS en/of een horloge(merk Guess) en/of een dameshorloge(merk Prisma) en of een zilveren armband(merk Fossil) en/of een zilveren ketting (merk Fossil) en/of een mobiele telefoon (merk Nokia kleur zwart/bruin) en/of een huissleutel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], te weten via het achterraam gelegen op de

eerste verdieping en/of

2] op of omstreeks de periode van 4 september 2010 tot en met 5 september 2010

in/uit de woning gelegen aan de [adres] te Best heeft weggenomen een (laptop)computer en/of geld (170 euro) en/of huissleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], te weten via een raam op de eerste verdieping en/of

3] op of omstreeks de periode van 18 september 2010 tot en met 19 september 2010 in/uit de woning gelegen aan de [adres] te Best heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type Corolla verso, kenteken [kenteken] en/of een voordeursleutel, en of een geldbedrag (75 euro) en/of een gouden ring, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], te weten via het forceren van de achterdeur en/of het openslijpen van een kluis en/of

4] op of omstreeks de periode van 19 september 2010 tot en met 20 september 2010 in/uit de woning gelegen aan het [adres] te Best heeft weggenomen een (notebook)computer (merk Samsung) en/of een (notebook) computer (merk Asus) en/of een horloge en/of een armband en/of een ketting en/of een geldbedrag (70 euro) en/of een mobiele telefoon (merk Nokia type N97) en/of een personenauto, merk Fiat, type Cinquecento, kenteken [kenteken] en/of meerdere sleutels en/of een fotolijstje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 12], te weten via het bovenlicht van de achterdeur en/of

5] op of omstreeks de periode van 26 september 2010 tot en met 27 september 2010 in/uit de woning gelegen aan de [adres] te Eindhoven heeft weggenomen een LCD televisie (merk Philips) en/of een televisie (merk LG) en/of een Playstation 3 (merk Sony, kleur zwart) en/of 4 controllers en/of een (laptop) computer (merk Acer, kleur zwart), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], te weten via het ingooien van het raam van de achterdeur;

[artikel 310 jo. 311 Wetboek van Strafrecht]

en/of

hij op of omstreeks 27 september 2010 te Eindhoven een zilveren armband en/of een autosleutel van een Fiat Cinquecento en/of een laptop heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goederen wist, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof

(artikel 41 6/41 7 bis lid 1 aanhef en onder a Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode van 14 september 2010 tot en met 15 september 2010 te Best met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een voertuig welke geparkeerd stond aan de [adres] te Best heeft weggenomen een navigatiesysteem (TomTom One) en/of een afstandsmeter, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, te weten het vernielen van een ruit van het voertuig met een steen;

[artikel 310 jo. 311 Wetboek van Strafrecht]

3.

hij op of omstreeks 27 september 2010 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, een auto (Citroën Berlingo met het kenteken [kenteken]) en/of kentekenplaten ([kenteken]) en/of een (laptop)computer (merk Acer) en/of één of meer andere goederen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat/die goed(eren) wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

[artikel 416 Wetboek van Strafrecht]

4.

hij op of omstreeks de periode van 24 augustus 2010 tot en met 26 september 2010 te Best en/of Eindhoven, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, meermalen, in elk geval eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechterlijke toeëigening heeft weggenomen het/de hierna te noemen goed(eren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen de hierna te noemen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte de hierna te noemen handelingen heeft verricht, te weten:

1] op of omstreeks 24 augustus 2010 te Best, een geldbedrag (480 euro), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], immers heeft hij met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in zijn hand op [slachtoffer 13] is afgelopen en/of (daarbij) heeft gezegd: "geld, geld" en/of die [slachtoffer 13] bij haar schouders, althans haar lichaam heeft gepakt en haar heeft omgedraaid en vervolgens die [slachtoffer 13] richting de kassa heeft geduwd, terwijl hij, verdachte dat mes, althans scherp en/of puntig voorwerp,tegen de rug van die [slachtoffer 13] hield/duwde;

2] op of omstreeks 16 september 2010 te Best, een bruine leren damestas en/of een geldbedrag (80 euro) en/of een rijbewijs en/of een portemonne en/of een agenda en/of een bankpas en/of een pas van firma [bedrijf] en/of een mobiele telefoon (merk Samsung, type SGH D500)en/of een bewijs van aangetekend verzenden en/of een zonnebril, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], immers heeft hij met een ruk de tas van de schouder van [slachtoffer 9] afgetrokken;

3] op of omstreeks 17 september 2010 te Best, een mobiele telefoon (merk Samsung type C3050) en/of een bankpas (Rabobank) en/of een creditcard (Rabobank) en/of een identiteitsbewijs en/of een rijbewijs en/of een geldbedrag en/of een portemonnee en/of een make-up tasje en/of een bruine handtas, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 14], immers heeft hij met kracht aan de tas van [slachtoffer 6] getrokken waardoor [slachtoffer 6] ten val is gekomen en over de grond is getrokken, waardoor [slachtoffer 6] letsel heeft opgelopen bestaande uit schaafwonden aan haar linkerknie en/of geblesseerde polsen;

4] op of omstreeks 26 september 2010 te Eindhoven, een mobiele telefoon (merk Nokia) en/of twee kleine portemonnees en/of een geldbedrag (20 euro), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], immers heeft verdachte met kracht tegen de rechterschouder van [slachtoffer 7] geslagen en/of hard aan de tas van [slachtoffer 7] getrokken, waardoor [slachtoffer 7] letsel heeft opgelopen bestaande uit een opgezette rechterschouder;

[artikel 310 jo. 312 Wetboek van Strafrecht]

5.

hij op of omstreeks 13 september 2010 te Best met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een witte damestas en/of een mobiele telefoon (merk Nokia, type E72, kleur wit) en/of een portemonnee en/of een geldbedrag (200 euro) en/of klantenpasjes en/of foto's en/of een ING bankpas en/of een CZ pas en/of een identiteitsbewijs en/of een kadobon (van 7,50 euro) en/of een gouden ring en/of armbandjes en/of een ketting en/of een sleutelbos, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

[artikel 310 Wetboek van Strafrecht]

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de raadsman van verdachte niet wettig en overtuigend bewezen het aan verdachte onder 1 alternatief tenlastegelegde (heling) en hetgeen onder 1.1, 1.4, 2, 4.1 en 4.3 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank is voorts, met de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen verdachte onder 4.2 is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hierbij als volgt:

Behalve de aangifte (blz. 367 van het proces-verbaal)1 van tasjesroof door [slachtoffer 9], -waarbij een bruine leren damestas met daarin onder meer een mobiele telefoon Samsung SGH D500, met imeinummer [nummer], is weggenomen- is er enkel een verklaring van [persoon 1] (blz. 374), waarbij deze aangeeft van een onbekende knul twee telefoons te hebben gekocht, waarvan hij er een aan zijn dochter, [persoon 2], heeft gegeven. De andere telefoon (zwarte Samsung) heeft hij aan de politie overhandigd. Op blz. 52 van het proces-verbaal is gerelateerd dat uit onderzoek is vast komen te staan dat de Samsung D500 voorzien van het imeinummer [nummer] , welke inbeslag is genomen bij [persoon 1], is weggenomen ten tijde van een straatroof, welke staat beschreven bij incident 8. Uit het proces-verbaal blijkt dat met incident 8 bedoeld wordt het feit waarvan door [slachtoffer 9] aangifte is gedaan. [persoon 2] verklaart dat zij een Nokia telefoon gebruikt waarvan het nummer [telefoonnummer] is.

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 17] hebben een onderzoek ingesteld waaruit is gebleken dat de weggenomen telefoon voorzien van het imeinummer [nummer] in gebruik is bij het telefoonnummer [telefoonnummer]. (blz. 342).

Op blz. 55 van het proces-verbaal staat dat aan de rechthebbende [slachtoffer 9] is teruggegeven een GSM Samsung C3050, zwart met imeinummer [nummer].

Nog afgezien van het feit dat uit geen enkel bewijsmiddel de betrokkenheid van verdachte blijkt, zijn de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen strijdig met elkaar. Van aangever [slachtoffer 9] is een Samsung SGH D500 weggenomen maar er wordt een Samsung C3050 teruggegeven. Ook de bij de voornoemde mobiele telefoons weergegeven imeinummers kloppen niet met elkaar.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie is van oordeel dat de feiten, zoals tenlaste gelegd onder de nummers 1.2, 1.3, 1.5, 3, 4.2, 4.4 en 5 bewezen kunnen worden. Verder is de officier van justitie dat ook de opzetheling zoals onder 1 tenlastegelegd bewezen kan worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman is van mening, zoals verwoord in zijn ter terechtzitting overgelegde pleitnotitie, dat de feiten onder 1.2 en 1.3 (met uitzondering van de gouden ring), bewezen kunnen worden geacht. Hij verzoekt vrijspraak van de feiten zoals tenlastegelegd onder 1 alternatief (heling) en onder 1.5, 3, 4.2, 4.4 en 5.

Het oordeel van de rechtbank.

Nu verdachte wat betreft het hem onder 1.2 tenlastegelegde feit heeft bekend, is, gelet op het bepaalde in artikel 359, lid 3 van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

De rechtbank acht, op grond van:

-de aangifte van[slachtoffer 2]2,

-de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 27 juli 20123,

wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit tenlastegelegde feit heeft begaan.

Feit 1.3.

Tussen 18 september 2010 te 19.00 uur en 19 september 2010 te 00.30 uur heeft een inbraak plaatsgevonden in de woning aan de [adres] te Best. De achterdeur van de woning was geforceerd en de kluis in de kledingkast was open geslepen. Weggenomen zijn een voordeursleutel, een geldbedrag van € 75,= en een gouden ring. Ook de Toyota, type Corolla Verso, kenteken [kenteken], is weggenomen4.

Ter terechtzitting van 27 juli 2012 heeft verdachte dit feit bekend, behalve wat betreft het wegnemen van een gouden ring5.

In aanmerking nemende het feit dat verdachte de inbraak in de woning alsook de diefstal van de voordeursleutel, het geldbedrag en de personenauto heeft erkend en daarover kennelijk op 19 september 2010 ook door zijn vader [persoon 3] is bevraagd6 ziet de rechtbank geen aanleiding om de aangifte in twijfel te trekken, voor zover deze betrekking heeft op de diefstal van de gouden ring. De rechtbank slaat geen acht op de verklaring van verdachte dat hij deze ring niet heeft weggenomen.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op het vorenstaande dit feit wettig en overtuigend bewezen is, waarbij de rechtbank ook bewezen acht dat verdachte een gouden ring heeft weggenomen.

Bewijsoverwegingen.

Feit 3:

Op 27 september 2010 werd verdachte [verdachte] aangehouden. Hij werd aangetroffen in de gemeente Eindhoven in een rode bestelauto merk Citroën Berlingo voorzien van het valse kenteken [kenteken]. Uit onderzoek is gebleken dat het juiste kenteken dat bij deze Citroën Berlingo behoorde (onderzocht aan de hand van het chassisnummer) [kenteken] was. Dit voertuig stond als gestolen gesignaleerd sedert 15 juni 20107.

Door de politie is op 27 september 2010 aan de bestuurder van deze Citroën Berlingo, voorzien van kentekenplaat [kenteken], een stopteken gegeven op de Van der Voortstraat te Boxtel. De bestuurder heeft hieraan geen gevolg gegeven. Vervolgens heeft er een achtervolging plaatsgevonden die eerst is geëindigd in Best8.

Door [slachtoffer 11] is aangifte gedaan van diefstal van zijn bestelauto Citroën Berlingo, kleur rood, voorzien van het kenteken [kenteken]. Deze diefstal is gepleegd tussen 14 juni 2010 omstreeks 22.00 uur en 15 juni 2010 omstreeks 08.00 uur. Deze auto is weggenomen vanaf de [adres] te Tholen9.

Op 8 november 2010 heeft [getuige] verklaard dat hij een neef is van [verdachte] (verdachte)10. Verder heeft [getuige] verklaard dat verdachte hem twee keer (een paar maanden geleden) heeft opgehaald met een rode bestelauto, volgens [getuige] een rode Berlingo.

Met deze Berlingo hebben ze een beetje in Best rondgereden en zijn ze ook nog in Boxtel geweest11. [getuige] zat in de rode Berlingo samen met verdachte toen zij door de politie zijn achtervolgd van Boxtel naar Best12.

Toen [getuige] aan [verdachte] (verdachte) heeft gevraagd hoe hij aan deze Berlingo was gekomen heeft verdachte geantwoord dat [getuige] niet alles hoefde te weten13.

Door verdachte is ter terechtzitting14 en ook bij zijn verhoor bij de rechter-commissaris15 tijdens de voorgeleiding verklaard dat hij bedoelde Berlingo op verzoek van kampers van Tilburg naar Eindhoven moest brengen.

Deze verklaring van verdachte acht de rechtbank niet aannemelijk. Deze verklaring van verdachte klopt niet met het feit dat verdachte is achtervolgd van Boxtel naar Best. Dit ligt namelijk niet op de route Tilburg -Eindhoven. Bovendien blijkt uit de verklaring van [getuige] dat verdachte vaker in de rode Berlingo reed.

Verdachte heeft zich op zijn zwijgrecht beroepen en heeft geen (verder) inzicht willen geven met betrekking tot de verkrijging/herkomst van de rode Citroën Berlingo.

Nu verdachte is gevlucht om aan zijn aanhouding te ontkomen, en hierbij tijdens de achtervolging door de politie gedurende langere tijd aanmerkelijke risico's van een verkeersongeval heeft genomen moet de rechtbank ervan uitgaan dat verdachte wist dat het hier ging om een auto die van misdrijf afkomstig was. De rechtbank acht daarom feit 3 wettig en overtuigend bewezen.

Feit 1.5

In de rode Citroën Berlingo werd onder meer een notebook, merk Acer, type Aspire 5315 aangetroffen en in beslag genomen16.

Uit de kennisgeving van inbeslagneming blijkt dat het gaat om een notebook, Acer Aspire 5315, kleur zwart, met muis en snoer en spanningskabel17.

Door [slachtoffer 3] is aangifte gedaan van diefstal door middel van braak uit haar woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats]. De inbraak heeft plaatsgevonden tussen 25 september 2010, omstreeks 19.45 uur en 26 september 2010, omstreeks 01.45 uur. De ruit van de achterdeur was ingegooid. Weggenomen zijn de volgende goederen: televisie, LCD Philips, Ambylight, kleur zwart, een televisie merk LG, LCD, kleur zwart een Playstation 3, merk Sony, kleur zwart en nog 4 controllers die bij de Playstation horen, ook deze zijn zwart. Verder is er nog weggenomen een laptop van het merk Acer, kleur zwart inclusief zwartkleurige muis en snoeren voor de laptop. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit18.

Op 28 september 2010 heeft aangeefster [slachtoffer 3] de in de rode Berlingo aangetroffen laptop merk Acer, herkend als haar eigendom. Zij heeft het wachtwoord ingegeven en daarna is de computer opgestart19.

De vriend van aangeefster, [persoon 4], heeft verklaard dat hij vaak bij zijn vriendin thuis komt. Verdachte heeft hem op 25 september 2010, omstreeks 23.00 uur gebeld en gevraagd of hij, [persoon 4], thuis was. Verdachte is vaker bij [persoon 4] en zijn vriendin thuis geweest20. Verdachte heeft verklaard dat hij [persoon 4] kent21.

In de Citroen Berlingo waarin de verdachte [verdachte] werd aangetroffen werden diverse goederen aangetroffen, onder andere een notebook, merk Acer, type Aspire 5315.

Deze goederen zijn ter plaatse inbeslaggenomen. Op 27 september 2010 is er een onderzoek ingesteld in het administratie systeem van de regiopolitie Brabant Zuid Oost naar de mogelijke herkomst van een gedeelte van voornoemde inbeslaggenomen goederen.

Naar aanleiding van dit onderzoek kon worden vastgesteld dat er op zondag 26 september 2010, aangifte werd gedaan van inbraak in een woning, gelegen aan de [adres] te [woonplaats], waarbij de voornoemde inbeslaggenomen notebook van het merk Acer, kleur zwart werd weggenomen22.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op het door verdachte gepleegde telefoontje -informeren of mensen thuis zijn- en het feit dat de laptop die uit de woning is weggenomen een dag later in een door verdachte bestuurde Citroën Berlingo is aangetroffen, verdachte degene moet zijn geweest die voormelde diefstal heeft gepleegd.

Feit 4.4:

Op 26 september 2010, omstreeks 20.15 uur, liep [slachtoffer 7] vanaf het St. Catharina ziekenhuis naar de Montgommerylaan. Toen zij bijna op de Winston Churchilllaan liep, merkte zij dat er iemand kort achter haar liep. Zij zag een getinte man van ongeveer 30 jaar oud, 170 cm groot, mager postuur, zwart haar, lichte broek, rood bruin blinkend lak jack.

Zij is de weg over gestoken en liep langs de flat van de Genovevalaan naar haar flat. Toen zag zij dat de door haar omschreven man op haar af kwam lopen. Hij sloeg haar hard tegen haar rechter schouder. Zij schrok enorm en voelde pijn. De man trok de tas uit haar linker hand en verdween. Zij heeft de man goed gezien en zal hem herkennen als zij hem weer ziet.

In de handtas zaten een mobiele telefoon, prepaid, merk Nokia, 2 kleine portemonnees met klein geld en 1 briefje van 20 euro.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit23.

Doordat de dader haar hard op haar rechterschouder heeft geslagen, was deze opgezet en had zij last van haar spieren in mijn schouder.

Aan aangeefster wordt een bruin/rode jas getoond. Zij zegt er heel erg zeker van te zijn dat dit de jas betreft welke de dader aan had. Bij het zien van deze jas krijgt zij nog kippenvel. Zij herkent de jas aan de kleur, rood/bruin, aan het feit dat de jas glimt en omdat er een embleem aan de rechterzijde zit, op de voorzijde24.

[getuige] heeft verklaard dat hij en [verdachte] (verdachte) vóór de achtervolging bij het ziekenhuis in Eindhoven zijn geweest. Dit was tegen de avond.

Bij het ziekenhuis is [verdachte] uitgestapt en is gaan bellen. Hij is ongeveer een kwartiertje weg geweest. Daarna is hij weer in de auto gaan zitten. Nadat [verdachte] 5 minuten in de auto zat kwam de dealer aangereden en toen heeft [verdachte] een bolletje voor 20 euro gekocht25.

[verdachte] droeg op dat moment een bruin blinkende jas, deze jas is van het merk Aire force. Op de jas zit een teken van Aire force. Het is een gewatteerde jas. Als je de jas bekijkt heb je een stukje wattage dan een naad en dan weer wattage. Het lijkt wel een soort michelinpoppetje jas.

De jas zou ook voor een rode kleur aan kunnen worden gezien in plaats van bruin26. .

In de personenauto van het merk Citroen, type Berlingo en rood van kleur werd onder meer een T-mobile simkaart voorzien van simkaart nummer: [nummer] aangetroffen en in beslag genomen.

Door verbalisant [verbalisant 2] is de T-mobile simkaart uitgelezen op de aanwezige data. Van de opgeslagen data welke aanwezig was op de simkaart is een uitdraai gemaakt en overhandigd aan verbalisant [verbalisant 1], die de uitgedraaide data heeft onderzocht.

De eigenaar van de simkaart had een sms tekstberichten ontvangen met de volgende tekst:

19-04-2010 17.00.13 uur

Geachte mevr. [slachtoffer 7], wij bevestigen uw afspraak op 22-04-2010 om 10.45 bij de poli Oogheelkunde. Afzender: UMC st Radboud

en

10-07-2010 09.19.01 uur

Van harte gefeliciteerd. Fijne dag nog xxx

Gezien de hierboven genoemde naam [slachtoffer 7] en de datum van een mogelijk verjaardag 10-07-2010, heeft verbalisant [verbalisant 1] de systemen geraadpleegd.

Hieruit kwam naar voren dat een mevrouw genaamd [slachtoffer 7] geboren op [1932], aangifte had gedaan van diefstal van haar handtas, welke had plaats gevonden op 26 september 2010, omstreeks 20.15 uur op de Genovevalaan te Eindhoven. Ten tijde van deze diefstal is ook haar telefoon weggenomen27.

Tevens werd in de auto een plastic tas aangetroffen met daarin onder meer een jas, deze is ter waarheidsvinding in beslag genomen28.

Van de bruin glimmende leren jas is een foto gemaakt en deze is getoond aan aangeefster [slachtoffer 7]29.

De jas die op de foto's staat afgebeeld op pagina 504 is de jas van verdachte30.

Feit 5:

Aangeefster [slachtoffer 8] heeft aangifte gedaan van beroving van haar handtas op 13 september 2010 omstreeks 15.00 uur op de Prins Bernhardlaan te Best. Zij werd op een gegeven moment ingehaald door een jonge jongen op de fiets, die tijdens het inhalen haar tas uit het mandje wegnam.

Zij omschrijft die jongen als volgt:

- leeftijd 20-25 jaar oud, het was een hele jonge man met een dun postuur;

- normale lengte tussen de 1.70-1.80 meter;

- blank uiterlijk;

- droeg een bruine pet;

- droeg een bruine jas in leder look, kort model.

Weggenomen zijn een witte damestas in leder look, een portemonnee met ongeveer 200 Euro, klantenpasjes en foto's, een bankpas van de ING bank, een CZ pas, een identiteitsbewijs van aangeefster en haar twee kinderen [naam] en [naam], een kadobon van 7,50 Euro, een GSM van het merk Nokia, E72, kleur wit, een gouden ring, armbandjes en een ketting, siermodel en een sleutelbos.

Er is aan niemand het recht of toestemming gegeven tot het plegen van dit feit. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit31.

In de Citroën Berlingo waarin verdachte [verdachte] werd aangetroffen werd een plastic tas gevonden met daarin onder meer een jas, deze is ter waarheidsvinding in beslag genomen32.

Verdachte heeft verklaard dat alle goederen die in de plastic tas zaten die in de Berlingo werd aangetroffen van hem waren33.

Van de bruine jas is een foto gemaakt en door aangeefster is verklaard dat zij er voor 99% zeker van is dat het de jas is die de dader droeg. Ze herkent de jas aan de strepen welke licht van kleur zijn ter hoogte van de schouders en de rug34.

Aangeefster [slachtoffer 8] heeft van haar mobiele telefoon, zijnde een Nokia E72 het navolgende IMEI-nummer: [nummer] doorgegeven35.

De verkeersgegevens van de telefoon met IMEInummer: [nummer], zijn uitgelezen voor de periode van 13 september 2010 tot en met 21 september 2010.

Hieruit bleek dat op dinsdag 14 september 2010 te 10.08 uur, met de weggenomen telefoon, voorzien van het IMElnummer: [nummer], gebeld werd vanuit telefoonnummer [nummer].

Uit nader onderzoek bleek dat dit telefoonnummer op genoemde datum en tijdstip, op naam stond van [getuige 1], geboren: 27 mei 1971 te Best36.

[getuige 1] heeft verklaard dat hij op 13 september 2010 's middags van zijn achterneef [getuige] een telefoon van het merk Nokia, type E72 en wit van kleur heeft gekocht37.

[getuige] heeft verklaard dat hij in opdracht van iemand de telefoon inderdaad verkocht heeft aan zijn neef [getuige 1].

Deze telefoon heeft hij van [verdachte] gekregen. Hij verklaart verder dat hij in de flat gelegen aan de [adres] te Best was en dat halverwege de middag [verdachte] binnen kwam gelopen en hem een telefoon gaf. Deze telefoon was wit van kleur en van het merk Nokia, type E72.

[verdachte] vroeg aan [getuige] wat hij moest doen met die telefoon en of hij er iemand voor wist. Vervolgens heeft [getuige] zijn neef [getuige 1] gebeld en hem de telefoon aangeboden. Later is [getuige 1] naar de flat gekomen en heeft de telefoon gekocht38.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.2

op of omstreeks de periode van 4 september 2010 tot en met 5 september 2010 in/uit de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] heeft weggenomen een (laptop)computer en geld (170 euro) en huissleutels, toebehorende aan [slachtoffer 2], in elke geval aan een ander dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming te weten via een raam op de eerste verdieping.

1.3

op of omstreeks de periode van 18 september 2010 tot en met 19 september 2010 uit de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] heeft weggenomen een voordeursleutel, en een geldbedrag (75 euro) en een gouden ring, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte -zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, te weten via het forceren van de achterdeur en/of het openslijpen van een kluis

en

op of omstreeks de periode van 18 september 2010 tot en met 19 september 2010 te Best heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type Corolla verso, kenteken [kenteken] toebehorende aan [slachtoffer 2], in elke geval aan een ander dan aan verdachte.

1.5

op of omstreeks de periode van 25 september 2010 tot en met 26 september 2010 in de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] heeft weggenomen een LCD televisie (merk Philips) en een televisie (merk LG) en een Playstation 3 (merk Sony, kleur zwart) en/of 4 controllers en een (laptop) computer (merk Acer, kleur zwart), toebehorende aan [slachtoffer 3], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak te weten via het ingooien van het raam van de achterdeur;

3.

op 27 september 2010 te Eindhoven, een auto (Citroën Berlingo met het kenteken [kenteken]) voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat goed wist, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.4

op 26 september 2010 te Eindhoven, met het oogmerk van wederrechterlijke toeëigening heeft weggenomen de hierna te noemen goed(eren), te weten een mobiele telefoon (merk Nokia) en twee kleine portemonnees en een geldbedrag (20 euro), toebehorende aan [slachtoffer 7], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen [slachtoffer 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte de hierna te noemen handelingen heeft verricht, te weten:

immers heeft verdachte met kracht tegen de rechterschouder van [slachtoffer 7] geslagen en hard aan de tas van [slachtoffer 7] getrokken, waardoor [slachtoffer 7] letsel heeft opgelopen bestaande uit een opgezette rechterschouder;

5.

op 13 september 2010 te Best met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een witte damestas en een mobiele telefoon (merk Nokia, type E72, kleur wit) en een portemonnee en een geldbedrag (200 euro) en klantenpasjes en foto's en een ING bankpas en een CZ pas en een identiteitsbewijs en een kadobon (van 7,50 euro) en een gouden ring en armbandjes en een ketting en een sleutelbos, toebehorende aan [slachtoffer 8].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Vrijspraak voor wat betreft de feiten 1.1, 1.4, 2, 4.1 en 4.3.

Voor wat betreft de feiten 1.2, 1.3, 1,5 en de opzetheling en feiten 3, 4.2, 4.4 en 5 een gevangenisstraf voor de tijd van 15 maanden met aftrek voorarrest.

Wat betreft de vorderingen van de benadeelde partijen:

Toewijzing van de gehele vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel steeds vermeerderd met de wettelijke rente.

Toewijzing van de gehele vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, steeds vermeerderd met de wettelijke rente.

Niet-ontvankelijk verklaring van de vordering van [slachtoffer 10], nu deze vordering onvoldoende is onderbouwd en niet-ontvankelijk verklaring van de vordering van [slachtoffer 11], nu de schade niet rechtstreeks uit het feit voorkomt.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Vrijspraak voor alle feiten met uitzondering van 1.2 en 1.3.

Voor verdachte is het van belang dat hij na zijn detentie kan worden opgenomen bij de Kijvelanden.

De raadsman verzoekt een voorwaardelijke straf op te leggen en de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en de mate van het leed dat aan de slachtoffers is aangedaan, te weten een ernstige aantasting van lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer, alsmede dat verdachte zich om het lot van de slachtoffers kennelijk volstrekt niet heeft bekommerd. De rechtbank doelt hierbij met name op de laffe tasjesroof op een vrouw van toen 78 jaar. Verder heeft verdachte er niet voor teruggedeinsd om bij zijn eigen ouders tweemaal in te breken. Hij heeft hierbij gehandeld uit puur winstbejag om in zijn verslaving te kunnen voorzien.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10].

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil. De rechtbank zal de kosten van partijen als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11].

De rechtbank zal op grond van artikel 361, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafvordering, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de schade die de benadeelde partij stelt te hebben geleden niet is veroorzaakt door het bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil. De rechtbank zal de kosten van partijen als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9].

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil. De rechtbank zal de kosten van partijen als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7].

De rechtbank acht de vordering, bij gebreke van enige inhoudeljk betwisting zijdens de verdediging, in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 36f, 57, 63, 310, 311, 312, 416.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen, dat verdachte de onder 1 alternatief tenlastegelegde heling en het onder 1.1, 1.4, 2, 4.1, 4.2, 4.3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij..

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

1.2: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming

1.3: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

en

diefstal

1.5: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

T.a.v. feit 3:

opzetheling

T.a.v. feit 4:

4.4: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken.

T.a.v. feit 5:

diefstal

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).

T.a.v. feit 1, feit 3, feit 4 en feit 5:

Gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht

T.a.v. feit 1:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 10] in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

T.a.v. feit 3:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 11] in haar vordering.

Veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

T.a.v. feit 4.2:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 9] in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

T.a.v. feit 4.4:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 420,00 subsidiair 8 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7] van een bedrag van EUR 420,= (zegge: vierhonderdentwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 375,= immateriële schadevergoeding en materiële schadevergoeding EUR 45,= .

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7], van een bedrag van EUR 420,= (zegge: vierhonderdentwintig euro), te weten EUR 375,= immateriële schadevergoeding en materiële schadevergoeding EUR 45,= .

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W. Schoorlemmer, voorzitter,

mr. M.Th. van Vliet en mr. J.M.J. Denie, leden,

in tegenwoordigheid van J.C. de Steur, griffier,

en is uitgesproken op 10 augustus 2012.

Mr. Denie is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost, registratienummer 2010141855, aantal doorgenummerde bladzijden: 505, hier te noemen dossier.

2 Aangifte [slachtoffer 2] blz. 202/203 van het dossier

3 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 juli 2012

4 [slachtoffer 2] blz. 219 van het dossier

5 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 juli 2012

6 Relaas verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] blz. 230 van het dossier alsmede hun pv van bevindingen, p. 231

7 Relaas verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] blz. 62 en 63 van het dossier

8 Relaas van verbalisanten [verbalisant 7], [verbalisant 8], [verbalisant 9] en [verbalisant 10], blz. 250-253 van het dossier

9 [slachtoffer 11], blz. 241-242 van het dossier

10 Verklaring [getuige] blz. 151 van het dossier

11 Verklaring [getuige] blz. 154 van het dossier

12 Verklaring [getuige] blz. 155 van het dossier

13 Verklaring [getuige] blz. 156 van het dossier

14 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 juli 2012

15 Verklaring verdachte afgelegd bij de rechter-commissaris tijdens zijn verhoor ivm de bewaring

16 Relaas verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 12], blz. 42 van het voorgeleidingsprocesverbaal, registratienummer PL2201 2010148342-44

17 Relaas verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 12], blz.14 van het onder voetnoot 16 gemelde proces-verbaal

18 [slachtoffer 3], blz. 268 van het dossier

19 Verklaring [slachtoffer 3], blz. 273 van het dossier

20 Verklaring [persoon 4], blz. 280 van het dossier

21 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 juli 2012

22 Relaas verbalisant [verbalisant 13], blz. 17 en 18 van het dossier

23 [slachtoffer 7], blz. 433/434 van het dossier

24 Verklaring [slachtoffer 7], blz. 439 van het dossier

25 Verklaring [getuige], blz. 166 van het dossier

26 Verklaring [getuige], blz. 167 van het dossier

27 Relaas verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] blz. 431 van het dossier

28 Relaas verbalisant [verbalisant 14] blz. 239 van het dossier

29 Relaas verbalisant [verbalisant 13] blz. 53 van het dossier

30 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 27 juli 2012

31 [slachtoffer 8], blz 446/447 van het dossier

32 Relaas verbalisant [verbalisant 14], blz. 239 van het dossier

33 Verklaring verdachte ter terechtzitting op 27 juli 2012

34 Relaas verbalisant [verbalisant 13], blz. 53 van het dossier en verklaring aangeefster blz. 452 van het dossier

35 Relaas verbalisant [verbalisant 15], blz. 454 van het dossier

36 Relaas verbalisant [verbalisant 16], blz. 455 van het dossier

37 Verklaring [getuige 1], blz. 128/129 van het dossier

38 Verklaring [getuige], blz. 163 van het dossier

17

Parketnummer: 01/825496-10

[verdachte]