Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX3831

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-08-2012
Datum publicatie
08-08-2012
Zaaknummer
01/821247-11
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2013:3254, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte rijdt, als bestuurder van een trekker met oplegger, achterop een stilstaande legertruck, waarin een aantal militairen zaten. Als gevolg van de aanrijding is één militair overleden en hebben tien militairen lichamelijk letsel opgelopen, waarvan het letsel van zeven van hen als zwaar lichamelijk letstel is gekwalificeerd.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2012/78 met annotatie van mr. W.H. Regterschot

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/821247-11

Datum uitspraak: 08 augustus 2012

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [1966],

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 juli 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 21 juni 2012.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 28 juni 2011 te Maarheeze, gemeente Cranendonck, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, (trekker met oplegger) daarmede rijdende over de weg, A2, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, terwijl het verkeer voor verdachte zich ophoopte/drukker werd en/of langzamer ging rijden en/of stil stond en/of

terwijl een of meerdere voor hem rijdende verkeersdeelnemers zijn (hun) waarschuwings- of alarmverlichting van zijn/hun motorrijtuig(en) hadden ingeschakeld, en/of

terwijl terwijl een of meerdere inzittinde(n) van de zich voor hem bevindende legertruck zwaaiende bewegingen met zijn (hun) armen hebben gemaakt, te rijden met een gelet op de situatie en/of omstandigheden ter plaatse (te) hoge snelheid en/of zijn snelheid niet zodanig te regelen dat hij in staat was het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (trekker met oplegger) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was, waardoor, althans mede waardoor, een aanrijding en/of botsing is ontstaan tussen deze door verdachte bestuurde trekker met oplegger en/of een zich aldaar op die weg bevindende legertruck, waardoor,

de bestuurder van die legertruck, genaamd [slachtoffer 1], werd gedood en/of

[slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel, te weten onderbeenamputatie en/of een polsbreuk, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel, te weten een schedelimpressiefractuur en/of een longkneuzing en/of wervelfracturen of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 4] zwaar lichamelijk letsel, te weten een zogenaamde "deglovement" (afscheuring van de subcutis van de onderliggende laag) linker been, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 5] zwaar lichamelijk letsel, te weten een labrumscheur in de linker schouder en/of Post Traumatisch Stress Syndroom, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 6] zwaar lichamelijk letsel, te weten, luxatie rechter knieschijf en/of rugklachten, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 7] zwaar lichamelijk letsel, te weten, krachtverlies rechter arm, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 8], zwaar lichamelijk letsel, te weten, kneuzingen gelaat, ribben en rug of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 9] zwaar lichamelijk letsel, te weten, botbreuk linker onder arm, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 10] zwaar lichamelijk letsel, te weten kneuzing gehele linker been, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 11] zodanig lichamelijk letsel (een hersenschudding en/of glas in zijn been en/of beschadigde zenuwen in de neus), werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 12] zodanig lichamelijk letsel (pijnlijk been, onderrug en/of een gekneusde rib) werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

(artikel 6 Wegenverkeerswet 1994)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 juni 2011 te Maarheeze, gemeente Cranendonck, als bestuurder van een voertuig (trekker met oplegger), daarmee rijdende op de weg, A2, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was zijn voertuig (trekker met oplegger) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en deze vrij was, waardoor, althans mede waardoor een botsing en/of aanrijding is ontstaan met een zich voor hem bevindende legertruck, waardoor

de bestuurder van die legertruck, genaamd [slachtoffer 1], werd gedood en/of

[slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel, te weten onderbeenamputatie en/of een polsbreuk, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel, te weten een schedelimpressiefractuur en/of een longkneuzing en/of wervelfracturen of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffe r4] zwaar lichamelijk letsel, te weten een zogenaamde "deglovement" (afscheuring van de subcutis van de onderliggende laag) linker been, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 5] zwaar lichamelijk letsel, te weten een labrumscheur in de linker schouder en/of Post Traumatisch Stress Syndroom, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 6] zwaar lichamelijk letsel, te weten, luxatie rechter knieschijf en/of rugklachten, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 7] zwaar lichamelijk letsel, te weten, krachtverlies rechter arm, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 8], zwaar lichamelijk letsel, te weten, kneuzingen gelaat, ribben en rug of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 9] zwaar lichamelijk letsel, te weten, botbreuk linker onder arm, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 10] zwaar lichamelijk letsel, te weten kneuzing gehele linker been, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 11] zodanig lichamelijk letsel (een hersenschudding en/of glas in zijn been en/of beschadigde zenuwen in de neus), werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

[slachtoffer 12] zodanig lichamelijk letsel (pijnlijk been, onderrug en/of een gekneusde rib) werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(artikel 5 Wegenverkeerswet 1994)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. De schuld bestaat uit zeer onoplettend en onvoorzichtig rijden met een voor de situatie en de omstandigheden te hoge snelheid waardoor aan verdachte's schuld te wijten is dat er een ongeval plaatsvond waardoor verscheidene personen zoals genoemd in de tenlastelegging letsel hebben opgelopen en één persoon werd gedood.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden vastgesteld dat het verkeer voor verdachte zich ophoopte/stilstond en heeft dan ook partiële vrijspraak bepleit voor dit onderdeel van de tenlastelegging. Verdachte wist niet dat het verkeer voor hem stil stond en heeft dit ook niet kunnen waarnemen. Schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 is niet aan de orde. De raadsman stelt zich hierbij onder verwijzing naar verschillende uitspraken van rechtbanken op het standpunt dat er sprake was van een zogeheten momentane onoplettendheid terwijl van overige bijzondere omstandigheden niet is gebleken. De raadsman bepleit aldus vrijspraak voor het primair ten laste gelegde feit. De raadsman heeft tevens betoogd dat er extra onderzoek zou moeten plaatsvinden, kort gezegd nu met name getuige [getuige] strijdig met de inhoud van het technisch onderzoek verklaart voor wat betreft het hebben kunnen zien van het militaire voertuig en het onderzoek overigens ook onvolledig lijkt. Ten aanzien van de aard en de kwalificatie van het door verschillende personen opgelopen letsel heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ook ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend is bewezen en overweegt daartoe als volgt.

De vraag of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 moet worden beoordeeld aan de hand van het geheel van gedragingen, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.

Op basis van de zich in het dossier bevindende getuigenverklaringen en de resultaten van het verrichte technische onderzoek stelt de rechtbank vast dat op het moment dat verdachte het hoogste punt van de glooiing in de weg bereikte, de legertruck, waar verdachte tegenaan is gereden, al stilstond op de rechter rijstrook en dat er diverse personenauto's stilstonden op de vluchtstrook. De verlichting en de alarmlichten van de legertruck waren in werking. Andere verkeersdeelnemers hadden eveneens hun waarschuwings-/alarmlichten ingeschakeld.

Vanaf het hoogste punt van de glooiing tot aan de plaats van het ongeval was sprake van een lange rechte weg met vrij zicht. De afstand van dit punt tot aan de plaats van het ongeval kan aan de hand van de in het rapport Verkeersongevalanalyse genoemde hectometerpalen worden vastgesteld op ten minste enkele honderden meters. Verschillende militairen uit de open legertruck hebben verdachte op enig moment door middel van armgebaren aangegeven dat hij vaart moest minderen en dat de legertruck stilstond. Verdachte reed ter plaatse met een snelheid van 83 kilometer per uur. Vlak voor de botsing is de snelheid iets verminderd. De botsing vond plaats met een snelheid van 79 kilometer per uur. De bestuurders van alle andere op dat moment ter plaatse aanwezige voertuigen hebben wel op tijd geremd dan wel hun verkeersgedrag anderszins aangepast aan de situatie.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte in ieder geval vanaf het hoogste punt van de glooiing, dus enkele honderden meters voor de plaats van de botsing, zonder meer had kunnen en moeten zien dat de verkeerssituatie voor hem zodanig was dat hij zijn snelheid moest aanpassen. Verdachte heeft aangegeven dat hij pas in de gaten kreeg dat er iets aan de hand was toen hij zag dat iemand uit de legertruck sprong.

Toen was hij de truck al zo dicht genaderd, dat hij eigenlijk niets meer kon ondernemen.

De tijdspanne tussen het moment dat verdachte vrij zicht kreeg op de situatie en het moment dat hij naar eigen zeggen in de gaten kreeg dat de legertruck stilstond, moet gezien de afstand en de gereden snelheid ten minste een aantal seconden zijn geweest. Gedurende al die tijd heeft verdachte niet gezien wat hij had kunnen en moeten zien en heeft hij op geen enkele wijze zijn verkeersgedrag aangepast aan de situatie. De rechtbank kwalificeert dit handelen van verdachte als zeer onoplettend, terwijl dit de dood van een slachtoffer en (zwaar) lichamelijk letsel bij meerdere andere personen ten gevolge heeft gehad.

Gezien het vorenstaande verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsman dat slechts sprake was van een (zeer) kort moment van onoplettendheid bij verdachte.

Het verzoek van de raadsman tot het doen van nader onderzoek wordt afgewezen nu dit onvoldoende is onderbouwd en voorts - in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen - de noodzaak hiervan niet is gebleken.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte (primair):

op 28 juni 2011 te Maarheeze, gemeente Cranendonck, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, (trekker met oplegger) daarmede rijdende over de weg, A2, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onoplettend, terwijl het verkeer voor verdachte stil stond en terwijl meerdere verkeersdeelnemers voor hem hun waarschuwings- of alarmverlichting van hun motorrijtuig hadden ingeschakeld, en terwijl meerdere inzittenden van de zich voor hem bevindende legertruck zwaaiende bewegingen met hun armen hebben gemaakt, te rijden met een gelet op de situatie en omstandigheden ter plaatse te hoge snelheid en zijn snelheid niet zodanig te regelen dat hij in staat was het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (trekker met oplegger) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was, waardoor een botsing is ontstaan tussen deze door verdachte bestuurde trekker met oplegger en een zich aldaar op die weg bevindende legertruck, waardoor

de bestuurder van die legertruck, genaamd [slachtoffer 1], werd gedood en

[slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel, te weten onderbeenamputatie en een polsbreuk werd toegebracht en

[slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel, te weten een schedelimpressiefractuur en een longkneuzing en wervelfracturen werd toegebracht en

[slachtoffer 4] zwaar lichamelijk letsel, te weten een zogenaamde "deglovement" (afscheuring van de subcutis van de onderliggende laag) linker been werd toegebracht en

[slachtoffer 5] zwaar lichamelijk letsel, te weten een labrumscheur in de linker schouder werd toegebracht en

[slachtoffer 6] zwaar lichamelijk letsel, te weten, luxatie rechter knieschijf en rugklachten werd toegebracht en

[slachtoffer 7] zwaar lichamelijk letsel, te weten krachtverlies rechter arm werd toegebracht en

[slachtoffer 8], zwaar lichamelijk letsel, te weten kneuzingen gelaat, ribben en rug werd toegebracht en

[slachtoffer 9] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en

[slachtoffer 10] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en

[slachtoffer 11] zodanig lichamelijk letsel (een hersenschudding en glas in zijn been en beschadigde zenuwen in de neus), werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 4 jaar.

Bij zijn eis betrekt de officier van justitie het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat verdachte beroepschauffeur is. Tevens houdt de officier van justitie er rekening mee dat het een zeer ernstig ongeval betreft met een groot aantal slachtoffers, waarvan één dodelijk slachtoffer.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft betoogd dat sprake is van medeschuld van de benadeelde(n), dat verdachte zelf ook letsel heeft opgelopen ten gevolge van het ongeval, dat de schade via de verzekering is afgewikkeld, dat verdachte contact heeft opgenomen met de slachtoffers en de nabestaanden van het overleden slachtoffer en dat verdachte beroepschauffeur is zodat hij zijn rijbewijs niet kan missen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende omstandigheden ten bezware van verdachte.

Verdachte is in ernstige mate tekortgeschoten in zijn zorgplicht als verkeersdeelnemer.

Het aan de onoplettendheid van verdachte te wijten ongeval heeft zeer ernstige gevolgen gehad. Één persoon, de bestuurder van de legertruck, is overleden en meerdere andere personen hebben (zware) verwondingen opgelopen. Ook nu nog ondervinden de nabestaanden en de slachtoffers en hun omgeving de gevolgen van het ongeval. Aan de slachtoffers en nabestaanden is daarmee onherstelbaar leed aangedaan, zoals onder meer blijkt uit de ter terechtzitting van 25 juli 2012 voorgelezen slachtofferverklaringen.

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met de volgende omstandigheden.

Verdachte is reeds 24 jaar werkzaam als beroepschauffeur en is nooit eerder voor soortgelijke feiten met politie en justitie in aanraking gekomen.

Verdachte heeft contact gehad met de slachtoffers van het ongeval en met de nabestaanden van de overledene. Door het ongeval is ook verdachte diep getroffen. Verdachte is zelf gewond geraakt en heeft te kennen gegeven ernstig gebukt te gaan onder hetgeen de slachtoffers en nabestaanden is overkomen. Hij heeft professionele hulp gezocht om het ongeval te verwerken.

De rechtbank zal gelet op al het voorgaande een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. De rechtbank is van oordeel dat een maximale werkstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. Met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf wil de rechtbank met name de ernst van het gepleegde feit tot uitdrukking brengen. Daarnaast wil de rechtbank verdachte hiermee ervan weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen.

Voorts acht de rechtbank een onvoorwaardelijke rijontzegging van langere duur aangewezen. De rechtbank realiseert zich hierbij dat dit tot gevolg zal hebben dat verdachte zijn werk als vrachtwagenchauffeur gedurende langere tijd niet zal kunnen uitoefenen. Gelet op de ernst van het verwijt dat aan verdachte gemaakt wordt en de bijzonder ernstige gevolgen van zijn handelen, acht de rechtbank deze rijontzegging niettemin gerechtvaardigd.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57

Wegenverkeerswet 1994 art. 6, 175, 179.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

primair

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval

betreft waardoor een ander wordt gedood en

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

* Werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis;

* Gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich voor het einde

van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

* Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (bromfietsen daaronder begrepen) voor de duur van 2 jaar.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N.M. Spelt, voorzitter,

mr. S.J.W. Hermans en mr. R.J. Bokhorst, leden,

in tegenwoordigheid van mr. F. van der Weele, griffier,

en is uitgesproken op 8 augustus 2012.

Mr. R.J. Bokhorst is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.