Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX3691

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11-07-2012
Datum publicatie
06-08-2012
Zaaknummer
249346/FT-RK 12.1083
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 285 lid 1 sub f faillissementswet. Bij een samenwonend stel zonder gemeenschap van goederen is één gezamenlijk minnelijk aanbod aan schuldeisers gedaan. Dit aanbod doet geen recht aan de juridische positie de schuldeisers. Er is slechts één gezamenlijke schuldenlijst ingediend zodat onduidelijk blijft voor welke schulden verzoeker aansprakelijk kan worden gehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Rekestnummer : 249346/FT-RK 12.1083

Niet- ontvankelijkverklaring

In de zaak van:

[verzoekster]

[woonplaats]

is op 28 juni 2012 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 284 juncto 285 Faillissementswet (Fw).

Ingevolge artikel 285 lid 1 sub f Fw dient er een verklaring te zijn afgegeven door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar waaruit blijkt dat er geen reële mogelijkheid bestaat om te komen tot een buitengerechtelijke schuldregeling.

Zoals blijkt uit de totstandkominggeschiedenis van artikel 285 lid 1 sub f Fw heeft de wetgever het van belang geacht dat voorafgaande aan de wettelijke schuldsanering eerst een buitengerechtelijke schuldregeling wordt beproefd, dat bij een daarop volgend verzoek tot schuldsanering, een verklaring wordt overgelegd als omschreven in artikel 285 lid 1 sub f Fw en dat deze verklaring een betrouwbaar kompas vormt voor de rechter bij de beoordeling of in voldoende mate een minnelijke regeling is beproefd. De huidige wettelijke regeling stelt geen imperatieve eisen aan de kwaliteit van het aanbod tot een buitengerechtelijke schuldregeling. Dat wil echter niet zeggen dat in de fase voorafgaand aan het wettelijk traject een volstrekte vrijheid heerst (Kamerstukken 11 2005-2006, 29 942, nr. 7, blz. 42). De rechtbank verstaat onder de kwaliteit van het aanbod onder meer dat de schuldenaar in zijn aanbod recht doet aan de juridische positie van de onderscheidenlijke schuldeisers, zoals dit geldt in het traject van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De schuldeisers dienen in verhouding tot elkaar niet anders te worden aangeboden dan zij mogen verwachten bij een uitkering krachtens het wettelijk traject. Is dit niet het geval, dan mag op voorhand niet verwacht worden dat de schuldeisers die zich geen recht gedaan voelen, zullen instemmen met het aanbod.

De rechtbank heeft geconstateerd dat er tussen verzoeker en haar partner [X] geen sprake is van een gemeenschap van goederen. Hieruit volgt dat zij ieder over een individuele schuldenlast beschikken. Het ingediende verzoekschrift bevat slechts één gezamenlijke schuldenlijst. Er kan derhalve niet worden afgeleid voor welke schulden verzoekster daadwerkelijk kan worden aangesproken. Bovendien is gebleken dat schuldenaren de schuldeisers één gezamenlijk minnelijk aanbod hebben gedaan. Verzoekster dient in dit aanbod mogelijk mee te betalen aan schulden waarvoor zij wettelijk niet aansprakelijk is en het aanbod doet voorts geen recht aan de juridische positie van de schuldeisers. Van een reëel aanbod aan de schuldeisers is onder die omstandigheden geen sprake.

De rechtbank stelt vast dat voorafgaand aan het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling geen deugdelijke poging is ondernomen om te komen tot een reële buitenrechtelijke schuldregeling. Verzoekster dient deze mogelijkheid te onderzoeken voordat zij gebruik kan maken van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank zal verzoekster derhalve niet-ontvankelijk verklaren.

Beschikkende

De rechtbank:

- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Gewezen door mr. P.P.M. van der Burgt en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2012 in tegenwoordigheid van de griffier .