Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX3690

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-08-2012
Datum publicatie
07-08-2012
Zaaknummer
01/825173-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging van de TBS-maatregel met 2 jaren. Indexdelict kort gezegd: opzettelijke brandstichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825173-09

Uitspraakdatum: 7 augustus 2012

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1982],

verblijvende in [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 juli 2010 is betrokkene ter beschikking gesteld.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 15 juni 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 juli 2012.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige J.G.M. de Natris en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van drs. K.M. ten Brinck, plaatsvervangend hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, en drs. P.J.C. Bakx, 1e geneeskundige, d.d. 16 mei 2012;

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, terwijl de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van die maatregel eiste.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

“Risicotaxatie

Binnen [naam kliniek] is patiënt gestart met het psychologisch onderzoek, wat gestaakt is aangezien patiënt niet gemotiveerd was hieraan mee te werken.

Om dezelfde reden is er ook geen risicotaxtatie gemaakt. Vanuit klinische visie kijkend naar de risico items kan opgemerkt worden dat er sprake is van veel risicofactoren vroeger, in het heden en met betrekking tot de toekomst. Onze conclusie is dan ook dat de kans op gewelddadig gedrag bij beëindiging van de terbeschikkingstelling hoog is.

Conclusie en advies

Alles overziend zijn wij van mening dat patiënt een man is waarbij sprake is van persoonlijkheidsproblematiek van antisociale en schizotypische aard en verminderde intellectuele capaciteiten van zwakbegaafd niveau waarbij hij ook lijdt aan een obsessief compulsieve stoornis. Deze moet vooral geïnterpreteerd worden als afweer van zijn angsten.

In gesprekken geeft hij ook geregeld aan dat hij bang is dat, indien hij meer contact met zijn behandelaars heeft, deze nog meer stoornissen bij hem zullen ontdekken. Hij kent een zeer problematisch verleden, leeft in de kliniek zijn eigen teruggetrokken bestaan en wacht op het einde van de terbeschikkingstelling. Op sommige momenten biedt hij zijn behandelaars weer wat hoop door toenaderingsgedrag en het blijk geven van enig probleembesef. Dit houdt hij echter nooit lang vol. Zelf is hij bijvoorbeeld van mening dat de verhouding en omgang met zijn moeder “ziek” is. Ook realiseert hij zich dat de toekomst voor hem wel problematisch kan worden. Ondanks deze inzichten slaagt hij er tot heden niet in om aan zijn behandeling mee te werken. Hij gaat in onze opvattingen een ongewisse toekomst tegemoet waarbij hij, indien hij volhardt in het weigeren van behandeling, tal van problemen tegenkomt waar hij geen adequate oplossingen voor heeft. Zijn leven zal er uitzien zoals vóór de terbeschikkingstelling waarbij hij ondanks reclasseringsbegeleiding en andere interventies bij herhaling kwam tot criminaliteit van diverse aard, ook agressieve.

De kans op herhaling van gewelddadig gedrag is in onze opvatting hoog.

Op grond van bovenstaande wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen”.

De terbeschikkinggestelde heeft onder meer verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik ben het spuugzat. Ik ben moe. Ik zit die vier jaar uit en voor de rest bekijken ze het maar. Ik houd me niet bezig met hoe het over twee jaren gaat. Ik haak snel af.

Ik wil me buiten wel laten behandelen maar niet onder dwang. Dan ben ik wel sterk genoeg om het vol te houden. Ik ben moeilijk in het contact. Ik werk weer hele dagen.

Alles wat ik heb gedaan is voor niets geweest. Die verlenging komt er toch.

Ik had inderdaad goede gesprekken met de geestelijk verzorger. Ik ben daarmee gestopt. Ik weet niet waarom. Het kan inderdaad zijn omdat ik snel af haak. Wat betreft de medicatie merk ik op dat ik na 3,5 maand nog geen effect merkte. Ik ben overspannen. Het risico op herhaling is mijns inziens laag.

U vraagt mij of het nog mogelijk is het contact met de geestelijk verzorger weer op te pakken. Ik wil dat niet. Ik ben op. Ik heb er geen spijt van dat die gesprekken zijn afgebroken.

De deskundige J.G.M. de Natris, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Hij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik ben als gezondheidszorgpsycholoog en hoofd behandeling aan de kliniek verbonden.

Het risico op herhaling is hoog omdat in de behandeling niets wezenlijk is veranderd. Patiënt is angstig. Hij vertoont af en toe toenaderingsgedrag. De laatste maand begint hij zich te realiseren dat er iets moet gebeuren. Patiënt is weer aan het werk en is weer gestart met trainingen. Hij is moeilijk in het contact.

U vraagt mij het risico nader te onderbouwen. Patient scoort hoog op heel veel variabelen. Hij scoort hoog op de gebieden problematische jeugd, werkverleden, jonge leeftijd bij eerste veroordelingen, psychische problematiek en impulsiviteit. Wat betreft verslaving is er behoorlijk veel drankmisbruik geweest en wat betreft de toekomst is het netwerk erg beperkt.

Wij proberen in te zetten op motivatie. Patiënt ziet zichzelf als vreemd, is angstig en is bang dat wij nog meer stoornissen ontdekken. Hij laat zich daaromtrent niet graag in de kaart kijken. Patiënt moet leren samenwerken met de hulpverlening. Wij werken nog steeds aan het verbeteren van de samenwerking en de motivatie.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

De afgelopen twee jaren is er nauwelijks sprake geweest van behandeling; dat is aan de terbeschikkinggestelde zelf te wijten. De veiligheid van de maatschappij vraagt dat betrokkene in de tbs-maatregel blijft. Hij heeft ervoor gekozen zijn tijd uit te zitten. Ik persisteer bij de vordering tot verlenging van de maatregel met twee jaren.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

De officier van justitie zegt dat cliënt er voor heeft gekozen zich op deze wijze op te stellen. Ik wil in dit verband opmerken dat destijds een vrijwillige opname in een psychiatrisch centrum is geadviseerd. Cliënt had daaraan willen meewerken. Het dwangmatige karakter van de maatregel maakt dat cliënt zich opstelt zoals hij nu doet.

Verder heb ik een aantal procedurele punten.

Het verlengingsadvies dient te worden ingediend door het hoofd van de inrichting waar cliënt verblijft. In casu is het advies ingediend door de plaatsvervangend directeur van de instelling. [naam] is sedert 15 maart 2012 directeur van de inrichting. Het advies had door haar ingediend moeten worden. Door het ontbreken van de handtekening van [naam] kan de vordering niet worden toegewezen.

Verder blijkt uit de stukken niet dat er daadwerkelijk sprake is van recidivegevaar. De risicotaxatie is niet afgerond. Dat er voldoende risico op gewelddadig gedrag is, blijkt niet uit het rapport. Ik zie dan ook niet in waarop de officier van justitie zijn conclusie baseert dat nog steeds voldaan is aan de voorwaarden voor de tbs-maatregel.

Op grond hiervan verzoek ik de vordering af te wijzen. De duur van de maatregel is afgezet tegen de aard en de matige gevolgen van het delict disproportioneel.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

Ten aanzien van de door de raadsman van de ter beschikkinggestelde gevoerde verweren overweegt de rechtbank als volgt.

De ondertekening van het advies

Artikel 509o, lid 2, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat bij de vordering tot verlenging van de tbs-maatregel onder meer een recent opgemaakt, met redenen omkleed en ondertekend advies, afkomstig van het hoofd van de inrichting wordt overgelegd.

Het hiervóór genoemde verlengingsadvies van [kliniek] is ondertekend door het plaatsvervangend hoofd van de inrichting.

Onder verwijzing naar de beslissing van het Gerechtshof te Arnhem d.d. 22 maart 2012 (LJN: BW0857) overweegt de rechtbank dat daarmee is voldaan aan de vereisten van genoemd artikel.

Het risico op herhaling

Op grond van het verlengingsadvies en de ter terechtzitting gegeven toelichting van deskundige De Natris acht de rechtbank het gevaar op herhaling genoegzaam onderbouwd. Dat er geen risicotaxatie is gemaakt, is niet aan de kliniek te wijten maar aan de terbeschikkinggestelde zelf, nu deze niet wenst mee te werken.

Gelet op al het vorenstaande en gezien artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. M. Senden, voorzitter,

mr. M.Th. van Vliet en mr. A.M.R. van Ginneken, leden,

in tegenwoordigheid van L.F.M. Schulte, griffier,

en is uitgesproken op 7 augustus 2012.

Mr. A.M.R. van Ginneken is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

5

Parketnummer: 01/825173-09

[terbeschikkinggestelde]