Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX3689

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-07-2012
Datum publicatie
06-08-2012
Zaaknummer
245885/FT-RK 12.694
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 285 lid 1 sub a en f faillissementswet. Één gezamenlijke schuldenlijst bij samenwonend stel zonder gemeenschap van goederen, waarmee de bijlagen en aanvullende stukken niet overstemmen. Hierdoor onmogelijk te beoordelen Geen minnelijk aanbod bij gebrek aan draagkracht en financiële stabiliteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Rekestnummer : 245885/FT-RK 12.694

Niet- ontvankelijkverklaring

In de zaak van:

[verzoeker]

[woonplaats]

is op 11 april 2012 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 284 juncto 285 Faillissementswet (Fw).

Ingevolge artikel 285 lid 1 sub a Fw, dient in het verzoekschrift of een daarbij te voegen bijlage te worden opgenomen een staat van baten en schulden in de zin van artikel 96 Fw.

De rechtbank heeft geconstateerd dat er tussen verzoeker en zijn partner [X] geen sprake is van een gemeenschap van goederen. Hieruit volgt dat zij ieder over een individuele schuldenlast beschikken. Het ingediende verzoekschrift bevat echter slechts één gezamenlijke schuldenlijst. Op het verzoek om uitsplitsing van de schuldenlijst heeft noch verzoeker, noch de kredietbank adequaat gereageerd. Verzoeker heeft de rechtbank weliswaar voorzien van een aanvullende stapel rekeningen en aanmaningen, hieruit kan de rechtbank echter onmogelijk destilleren voor welke schulden verzoeker daadwerkelijk kan worden aangesproken.

Ingevolge artikel 285 lid 1 sub f Fw, dient in het verzoekschrift of een daarbij te voegen bijlage, te worden opgenomen een met redenen omklede verklaring waaruit blijkt dat er geen reële mogelijkheid bestaat om te komen tot een buitengerechtelijke schuldregeling. In de bij bovengenoemd verzoekschrift gevoegde verklaring wordt door de kredietbank echter volstaan met de mededeling dat het minnelijke traject niet is gestart omdat hiervoor geen draagkracht zou zijn. De rechtbank merkt op dat zonder een verklaring dat de schuldenaar tevergeefs pogingen heeft ondernomen om met zijn schuldeisers tot een minnelijk vergelijk te komen de schuldsaneringsregeling niet van toepassing kan worden verklaard (kamerstukken II, vergaderjaar 1997/1998, 25672 nr 3).

De rechtbank stelt vast dat voorafgaand aan het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling geen deugdelijke poging is ondernomen om te komen tot een buitenrechtelijke schuldregeling. Verzoeker dient eerst de mogelijkheid van een minnelijk traject te onderzoeken voordat hij gebruik kan maken van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dat de financiële situatie volgens de kredietbank niet stabiel is te krijgen doet daar niet aan af. De rechtbank merkt nog op dat in het belang van verzoeker is zijn financiële situatie te stabiliseren alvorens hij een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling indient. Het succesvol doorlopen van een wettelijke schuldsaneringsregeling is immers alleen mogelijk wanneer er sprake is van een stabiele financiële situatie. De rechtbank verklaart verzoeker derhalve niet ontvankelijk op grond van artikel 285 lid 1 sub a en f Fw.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat indien verzoeker wel ontvankelijk zou zijn geweest in zijn verzoek de rechtbank gronden aanwezig acht zijn verzoek af te wijzen. De rechtbank heeft geconstateerd dat de schuldenlijst niet (volledig) overeenstemt met het verhaal in de rapportage van de gemeente. Volgens de rapportage zou er sprake zijn van een schuld van circa € 13.000, - aan de fiscus, terwijl de schuldenlijst slechts melding maakt van een schuld van € 204, -. De aangeleverde bijlagen ondersteunen overigens geen van beide schuldbedragen. Deze onzekerheid gecombineerd met de niet adequaat uitgesplitste schuldenlijst maakt het voor de rechtbank vrijwel onmogelijk het onderhavige verzoekschrift te toetsten op de wettelijke vereisten.

Beschikkende

De rechtbank:

- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Gewezen door mr. P.P.M. van der Burgt en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juli 2012 in tegenwoordigheid van de griffier .