Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX3688

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-07-2012
Datum publicatie
06-08-2012
Zaaknummer
246883/FT-RK 12.820
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 285 lid 1 sub f faillissementswet. Samenwonend stel zonder gemeenschap van goederen.Geen minnelijk aanbod zonder nadere uitleg in verzoekschrift. Zelf geen problematische schulden, maar doet een verzoek omdat zij een gemeenschappelijke huishouding voert met iemand die dat wel heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Rekestnummer : 246883/FT-RK 12.820

Niet- ontvankelijkverklaring

In de zaak van:

[verzoekster]

[woonplaats]

is op 3 mei 2012 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 284 juncto 285 Faillissementswet (Fw).

Ingevolge artikel 285 lid 1 sub f Fw, dient in het verzoekschrift of een daarbij te voegen bijlage, te worden opgenomen een met redenen omklede verklaring waaruit blijkt dat er geen reële mogelijkheid bestaat om te komen tot een buitengerechtelijke schuldregeling. In de bij bovengenoemd verzoekschrift gevoegde verklaring wordt door de kredietbank echter volstaan met de mededeling dat het minnelijke traject niet is gestart zonder nadere motivering. De rechtbank merkt voorts op dat zonder een verklaring dat de schuldenaar tevergeefs pogingen heeft ondernomen om met zijn schuldeisers tot een minnelijk vergelijk te komen de schuldsaneringsregeling niet van toepassing kan worden verklaard (kamerstukken II, vergaderjaar 1997/1998, 25672 nr 3). Ter zitting verklaart verzoekster overigens zelf van mening te zijn dat zij voor het indienen van het schuldhulp verzoek niet in een problematische schuldenpositie verkeerde. Volgens haar beschermingsbewindvoerder diende verzoekster echter om een schuldsaneringsregeling te verzoeken omdat zij een gezamenlijke huishouding voert met een partner met problematische schulden. Nu er geen sprake is van enige vorm van gemeenschap van goederen blijft de rechtbank onduidelijk waarom verzoekster gebaat zou zijn bij een dergelijk verzoek.

De rechtbank stelt vast dat voorafgaand aan het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling geen deugdelijke poging is ondernomen om te komen tot een buitenrechtelijke schuldregeling. Verzoekster dient eerst de mogelijkheid van een minnelijk traject te onderzoeken voordat zij gebruik kan maken van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank verklaart verzoekster derhalve niet ontvankelijk op grond van artikel 285 lid 1 sub a en f Fw.

Beschikkende

De rechtbank:

- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Gewezen door mr. P.P.M. van der Burgt en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juli 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.