Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX3683

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-07-2012
Datum publicatie
06-08-2012
Zaaknummer
246881/FT-RK 12.819
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 285 lid 1 sub f faillissementswet. Geen minnelijk aanbod omdat er sprake is van STRABIS boeten. Een STRABIS boete is nimmer saneerbaar en staat niet in de weg aan het doen van een reëel en kwalitatief behoorlijk aanbod aan de overige schuldeisers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Rekestnummer : 246881/FT-RK 12.819

Niet- ontvankelijkverklaring

In de zaak van:

[verzoeker]

[woonplaats]

is op 3 mei 2012 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 284 juncto 285 Faillissementswet (Fw).

Ingevolge artikel 285 lid 1 sub f Fw, dient in het verzoekschrift of een daarbij te voegen bijlage, te worden opgenomen een met redenen omklede verklaring waaruit blijkt dat er geen reële mogelijkheid bestaat om te komen tot een buitengerechtelijke schuldregeling. In de bij bovengenoemd verzoekschrift gevoegde verklaring wordt door de kredietbank echter volstaan met de mededeling dat het minnelijke traject niet is gestart omdat er sprake is van verschillende STRABIS boeten en het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) geen medewerking geeft aan een minnelijk traject. De rechtbank merkt voorts op dat zonder een verklaring dat de schuldenaar tevergeefs pogingen heeft ondernomen om met zijn schuldeisers tot een minnelijk vergelijk te komen de schuldsaneringsregeling niet van toepassing kan worden verklaard (kamerstukken II, vergaderjaar 1997/1998, 25672 nr 3).

Het spreekt het voor zich dat het CJIB geen medewerking verleent aan voorstel tegen finale kwijting nu een STRABIS boete een niet saneerbare vordering betreft. Dit staat echter niet in de weg aan het doen van een reëel en kwalitatief behoorlijk aanbod aan de overige schuldeisers. De rechtbank verstaat onder de kwaliteit van het aanbod onder meer dat de schuldenaar in zijn aanbod recht doet aan de juridische positie van de onderscheidenlijke schuldeisers, zoals dit geldt in het traject van de wettelijke schuldsaneringsregeling.

De rechtbank stelt vast dat voorafgaand aan het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling geen deugdelijke poging is ondernomen om te komen tot een buitenrechtelijke schuldregeling. Verzoeker dient eerst de mogelijkheid van een minnelijk traject te onderzoeken voordat hij gebruik kan maken van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank verklaart verzoeker derhalve niet ontvankelijk op grond van artikel 285 lid 1 sub a en f Fw.

Beschikkende

De rechtbank:

- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Gewezen door mr. P.P.M. van der Burgt en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juli 2012 in tegenwoordigheid van de griffier .