Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX3456

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-08-2012
Datum publicatie
03-08-2012
Zaaknummer
01/845032-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van zware mishandeling. Verdachte heeft het slachtoffer met een briefopener in het gezicht gesneden.

Opgelegd een gevangenisstraf van 270 dagen met aftrek voorarrest, waarvan 102 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden (onder meer) toezicht van de reclassering en ambulante behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/845032-12

Datum uitspraak: 03 augustus 2012

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1968],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd te: P.I. Zuid Oost, HvB Roermond.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 juli 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 4 april 2012.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 02 februari 2012 te Cuijk aan een persoon genaamd [benadeelde], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (één of meerdere (diepe) sneden

in het gezicht, welke sneden gehecht zijn, met als gevolg blijvende,

ontsierende littekens in het gezicht), heeft toegebracht, door deze

opzettelijk één of meermalen met een mes en/of een briefopener, althans een

scherp voorwerp, in het gezicht te steken en/of snijden;

(Artikel 302 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 02 februari 2012 te Cuijk ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [benadeelde],

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een mes

en/of een briefopener, althans een scherp voorwerp één of meermalen in het

gezicht van voornoemde [benadeelde] te steken en/of te snijden, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

(Artikel 302 jo. 45 Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsoverweging.

De rechtbank acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen en overweegt daartoe het navolgende.

Uit de stukken in het dossier en het onderzoek ter terechtzitting blijkt dat verdachte het slachtoffer met een briefopener in zijn gezicht heeft gestoken. Verdachte bekent dat ook. Blijkens de verklaring van het slachtoffer heeft hij daaraan blijvende littekens in zijn gezicht overgehouden. Naast deze verklaring zitten voor wat betreft het opgelopen letsel naar het oordeel van de rechtbank duidelijke kleurenfoto’s in het dossier, als ook een medische verklaring. De rechtbank overweegt dat gezichtontsierende littekens als gevolg van het toegebrachte letsel als zwaar lichamelijk letsel moet worden gekwalificeerd, zoals onder primair aan verdachte is tenlastegelegd. De rechtbank acht de zware mishandeling dan ook wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte ten aanzien van het primair tenlastegelegde:

op 02 februari 2012 te Cuijk aan een persoon genaamd [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een (diepe) snede in het gezicht, welke snede gehecht is, met als gevolg blijvende, ontsierende littekens in het gezicht) heeft toegebracht door deze opzettelijk met een briefopener in het gezicht te steken en/of te snijden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak onder primair vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt een meldingsgebod reclassering, een behandelverplichting verslaving Iriszorg of soortgelijke instelling en een behandelverplichting bij Kairos of soortgelijke instelling voor psychische problemen indien de reclassering dat nodig acht. Voorts eist de officier van justitie de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden in het nadeel van verdachte:

- de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de rechtbank acht het uiterst kwalijk dat verdachte zonder enige aanleiding met een briefopener in het gezicht van het slachtoffer heeft gestoken. Het slachtoffer heeft daarbij blijvende littekens in zijn gezicht opgelopen. Naast dat dit voorval beangstigd moet zijn geweest voor het slachtoffer, zal het slachtoffer ook moeten leren leven met de ontsierende littekens in zijn gezicht met alle mogelijke psychische gevolgen van dien. Verdachte heeft zich ook na het voorval volstrekt niet om het slachtoffer bekommerd.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

De rechtbank zal deze straf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Aan deze voorwaardelijke straf zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde].

Verdachte heeft de hoogte van de vordering niet betwist, en de vordering komt op de rechtbank niet onredelijk of ongegrond over.

De rechtbank zal daarom de vordering in haar geheel toewijzen, zijnde een bedrag van € 100,=, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 302.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

primair

zware mishandeling

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).

T.a.v. primair:

- Gevangenisstraf voor de duur van 270 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 102 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2

jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar

feit en

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan

het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld

in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d,

tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat veroordeelde zich gedurende voornoemde proeftijd zal gedragen naar de

aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio

's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, zolang deze

instelling zulks noodzakelijk acht. Verleent aan de Reclassering voornoemd de

opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

- dat veroordeelde zich binnen 3 dagen na de beslissing van deze rechtbank zich meldt bij de reclassering SVG. Hierna moet verdachte zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering SVG dit noodzakelijk acht.

- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen voor de

middelenproblematiek binnen de Iriszorg Verslavingszorg of behandelaar of

soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de

reclassering waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem

in het kader van die behandeling door of namens de reclassering SVG zullen

worden gegeven.

- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen voor het

delictgedrag binnen FPP Kairos of soortgelijke ambulante forensische zorg,

zulks ter beoordeling van de reclassering waarbij de verdachte zich zal houden

aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de

Iris verslavingszorg zullen worden gegeven.

- Maatregel van schadevergoeding van EUR 100,00 subsidiair 2 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [benadeelde] van een bedrag van EUR 100,=

(zegge: honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2

dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit materiële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte

mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] van een bedrag

van EUR 100,= (zegge: honderd euro), te weten materiële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de

datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor

zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.B.M. Bruens, voorzitter,

mr. A.G.A.M. van de Ven en mr. W.A.F. Damen, leden,

in tegenwoordigheid van mr. B.J. van Vugt-Jansen, griffier,

en is uitgesproken op 3 augustus 2012.