Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX2727

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29-05-2012
Datum publicatie
25-07-2012
Zaaknummer
243160 EX RK 12-31
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Civiele raadkamer. Deelgeschil. Indeling in hogere salarisschaal gemist door afwezigheid na ongeval. Verdere gemiste salarisstijgingen als gevolg van ongeval niet vast komen te staan. Vordering deels toegewezen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019aa
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/231
JA 2012/180
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 243160 / EX RK 12-31

Beschikking van 29 mei 2012

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

advocaat mr. P.N. van Schaik te Eindhoven,

tegen

de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN NV,

gevestigd Apeldoorn en kantoorhoudend te Tilburg,

verweerster,

advocaat mr. B.M. Stroetinga te Eindhoven.

Verzoeker zal hierna [X] en verweerster zal Achmea worden genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift

- het verweerschrift

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 17 april 2012 met de daarbij overgelegde stukken.

2. De feiten

2.1. [X] is op 10 december 2007 als passagier van een personenauto betrokken geraakt bij een verkeersongeval veroorzaakt door een verzekerde van Achmea. Door het ongeval heeft [X] zijn sleutelbeen gebroken (productie 1 verzoekschrift).

2.2. [X] is tot op heden werkzaam als Development Engineer bij Marel Stork Poultry Processing in Boxmeer (hierna: Marel). [X] was voor het ongeval ingedeeld in de laatste stap van salarisschaal M. Voor het einde van 2007 was met [X] een functioneringsgesprek ingepland, dat door zijn afwezigheid eind 2007 als gevolg van het ongeval toen niet heeft kunnen plaatsvinden.

2.3. Namens Marel heeft mevrouw [Y], werkzaam als HR-Officer een op 13 maart 2009 gedateerde brief geschreven (productie 3 verzoekschrift). Deze brief bevat de volgende tekst:

“[…]

Januari 2007 heeft de heer [X] het einde van zijn huidige salarisschaal (M) bereikt. Bij een ongewijzigde situatie zou de heer [X] per 1-1-2008 zijn doorgegroeid naar functieklasse N. Door de onzekere situatie rondom het herstel van zijn ongeval hebben wij zijn indeling vooralsnog ongewijzigd gelaten. De focus verschoof van verdere ontwikkeling naar het reïntegreren van de heer [X] in zijn huidige functie. Zoals in de aanhef vermeld is tijdens deze reïntegratie duidelijk geworden dat de overgang naar functieklasse N door de gewijzigde situatie niet meer gerechtvaardigd is.

Uitgaande van een gemiddelde, goede beoordeling van het presteren van de heer [X], hetgeen het beeld constant is geweest, zou hij jaarlijks een salarisverhoging van 2,25% hebben gekregen.

[…]”

2.4. Op 9 september 2009 heeft mevrouw [Z], eveneens werkzaam als HR-Officer bij Marel, een brief geschreven met - onder meer - de volgende tekst (productie 4 verzoekschrift):

“[…]

De heer [X] hebben wij zien veranderen ten gevolge van het ongeval. In karakter, maar ook in prestaties. Ondanks dat de heer [X] na een aantal maanden weer volledig arbeidsgeschikt is verklaard, wil dit niet zegen dat hij volledig ‘de oude’ was.

Zoals reeds aangegeven waren we samen met de heer [X] op weg naar de hoogste salarisschaal, N. De heer [X] was op dat moment één van de beste ontwikkelingsconstructeurs op zijn afdeling en had het maximum van salarisschaal M bereikt. De impact van het ongeval […], op de heer [X] is van dien aard dat de overgang naar functieklasse N niet meer gerechtvaardigd is.

[…]

Hoewel u aangeeft dat niet onomstotelijk bewezen is dat de heer [X] ten gevolge van het ongeval minder functioneert en de doorgroei naar salarisstap N daardoor niet heeft gemaakt, willen wij u er op wijzen dat wij de heer [X] wel degelijk hebben zien veranderen ten gevolge van het ongeval. De heer [X] is minder flexibel geworden in het schakelen tussen verschillende projecten en heeft moeite gekregen met hogere complexiteit. Deze verandering heeft ervoor gezorgd dat salarisschaal N buiten zijn bereik is gebleven.

[…]”

2.5. Op 16 februari 2010 is ten behoeve van de voormalige gemachtigde van [X], Nostimos, door MA Peerden, medisch adviseur, een rapportage over de toestand van [X] opgesteld (productie 5 verzoekschrift). Daarin is onder meer de volgende tekst opgenomen:

“[…]

Er was sprake van een midschachtfractuur van de linker clavicula met goede asrichting die conservatief behandeld is.

Het is voorstelbaar, gelet ook op de schachtbrede dislocatie, dat een en ander cosmetisch niet helemaal fraai genezen zal zijn – een locale ‘bobbel’ is niet uitgesloten – maar strikt functioneel verwacht men bij dit soort fracturen toch een volledig functieherstel naar het pre-existente niveau zonder zorg voor de verdere toekomst.

[…]

Al met al is dus niets concreet gedocumenteerd over een eventueel psychoreactief beeld na het ongeval wat zich mijns inziens met name goed laat verklaren vanuit de eigen visie van cliënt op zijn posttraumatische functioneren.

Hij is zich door het ongeluk gaan realiseren dat werken niet het grootste goed is en dat andere zaken wellicht meer attentie behoeven.

[…]

Ik acht het niet aannemelijk dat in retrospectie nog op enigerlei wijze aannemelijk gemaakt zal worden dat de knik in het carrièreverloop van cliënt verklaard zal kunnen worden vanuit een ongevalgerelateerd medisch feit.”

3. Het deelgeschil

3.1. [X] verzoekt de rechtbank - samengevat - en na verduidelijking van het gevorderde ter comparitie:

1. primair voor recht te verklaren dat [X] ten gevolge van het ongeval is achtergebleven in salarisontwikkeling zoals beschreven in het schema bij de brief van 13 maart 2009 van Marel, dat dit aan (de rechtbank begrijpt:) Achmea toe te rekenen is en zij voor deze schade aansprakelijk is. Subsidiair verzoekt [X] aan de rechtbank een arbeidsdeskundige te benoemen die de vraag moet beantwoorden wat het meest waarschijnlijke carrièreverloop van [X] zou zijn geweest zonder ongeval;

2. Achmea te veroordelen om binnen 14 dagen na de datum van de beschikking een voorschot te betalen van EUR 56.000,00;

3. Achmea te veroordelen tot betaling van de kosten van dit deelgeschil, in ieder geval bestaande uit 22 uur aan kosten voor rechtsbijstand à EUR 297,00 per uur, vermeerderd met 7% kantoorkosten en BTW.

3.2. [X] heeft aan deze vorderingen ten grondslag gelegd dat hij in de hypothetische situatie zonder ongeval per 1 januari 2008 zeker zou zijn ingedeeld/ doorgegroeid in functieklasse N met de daarbij behorende jaarlijkse salarisverhogingen van 2,25% per jaar. Door het ongeval is [X] echter veranderd, hij is minder flexibel geworden en heeft moeite met projecten met hogere complexiteit, waardoor salarisschaal N permanent buiten bereik is gebleven. [X] blijft daarom ingedeeld in (de hoogste stap van) salarisschaal M. Dit alles blijkt voldoende uit de door [X] overgelegde brieven van Marel. Om die redenen heeft [X] de salarisopbouw gemist zoals weergegeven in het schema van Marel bij de brief van 13 maart 2009, daarin berekend op in totaal EUR 134.148,77 bruto.

3.3. Achmea heeft zich verweerd tegen de vorderingen van [X] en - kort gezegd - geconcludeerd tot afwijzing daarvan. Achmea erkent dat [X] door het ongeval de overstap naar schaal N per 1 januari 2008 heeft gemist tot het moment dat hij weer aan het werk is gegaan, een periode van ongeveer drie maanden. Dat het minder functioneren op de werkplek door [X] daarna is veroorzaakt door het ongeval betwist Achmea, nu uit de door [X] zelf overgelegde medische informatie niet blijkt dat er door het ongeval sprake is van (blijvend) lichamelijk of psychisch letsel en daardoor ontstane beperkingen in het functioneren. [X] heeft na het ongeval zelf besloten om het werk wat te relativeren en zich daarom minder in te zetten, maar dat staat niet in juridisch relevant causaal verband met het ongeval. Om die reden moet de vordering onder 1 van [X] worden afgewezen. Aan de subsidiaire vordering onder 1 zou de rechtbank pas toekomen als er beperkingen vaststaan als gevolg van het ongeval. Nu dat niet het geval is, moet deze vordering worden afgewezen. Ook het gevraagde voorschot moet worden afgewezen. De berekening van Marel van de schade is daarvoor onvoldoende basis omdat er wordt uitgegaan van brutobedragen, de toekomstige schade nog niet contant is gemaakt en geen rekening is gehouden met toekomstige kwade kansen. Nu [X] verzekerd is voor juridische bijstand heeft hij door het voeren van dit deelgeschil geen schade geleden en dient de vordering tot veroordeling in de kosten daarvan te worden afgewezen.

4. De beoordeling

4.1. De rechtbank overweegt in de eerste plaats dat Achmea niet gemotiveerd heeft betwist dat [X] zonder het ongeval eind 2007 een functioneringsgesprek zou hebben gevoerd, resulterend in een indeling in salarisschaal N met ingang van 1 januari 2008, zoals al bij de vaststaande feiten weergegeven. Achmea heeft ook niet weersproken dat in de hypothetische situatie zonder ongeval in beginsel moet worden uitgegaan van een stijging in salaris van (gemiddeld) 2,25% per jaar binnen salarisschaal N tot - uiteindelijk - een bruto maandsalaris van EUR 5.303,00 per 1 januari 2013 (conform het schema in de bijlage bij de brief van Marel van 13 maart 2009, hierna ‘het schema’), zodat de rechtbank daar voor de verdere beoordeling ook vanuit gaat. Dit betekent ook dat de rechtbank in ieder geval niet toe zal kunnen komen aan de vordering onder 1 subsidiair, nu het salarisverloop in de hypothetische situatie zonder ongeval waar deze vordering op ziet, geen punt van geschil is.

4.2. Vast staat dat het functioneringsgesprek geen doorgang heeft kunnen vinden vanwege het ongeval. Bezien in samenhang met wat hiervoor in r.o. 4.1. is overwogen, betekent dit, dat thans vast staat dat [X] zonder het ongeval per 1 januari 2008 naar de eerste stap van schaal N zou zijn gegaan. Achmea erkent dit ook door te stellen dat als gevolg van het ongeval alleen sprake is van een vertraging van de indeling in schaal N met (ongeveer) drie maanden. Dit betekent dat het argument van Achmea dat de indeling in schaal N er uiteindelijk niet is gekomen omdat - simpel gezegd - [X] niet meer zo hard wilde werken, terzijde kan worden geschoven. Het gaat er immers om dat wordt geabstraheerd van het ongeval: zonder ongeval zou [X] nu eenmaal per 1 januari 2008 in schaal N zijn ingedeeld. Dat deze indeling ook (drie maanden) na het ongeval niet is geschied doet aan die omstandigheid niet af. Bovendien heeft Achmea haar standpunt hieromtrent, gelet op de weerspreking daarvan ter comparitie door [X] en het feit dat dit ook niet naar voren komt uit de brieven van Marel, onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal de vordering onder 1, voor zover deze ziet op de indeling van [X] in de eerste stap van schaal N per 1 januari 2008, zoals weergegeven in de eerste regel van het schema, - in aangepaste formulering - dan ook toewijzen. Achmea heeft zich niet verzet tegen de verklaring voor recht dat zij aansprakelijk is voor deze schade, zodat de rechtbank dit zal toewijzen. Dat de schade aan Achmea (als schadeverzekeraar in plaats van als veroorzaker van de schade) toerekenbaar zou zijn heeft [X] niet onderbouwd, zodat dit deel van de verklaring voor recht zal worden afgewezen.

4.3. Het voorgaande betekent echter niet dat de vordering onder 1 voor het overige toewijsbaar is, nu Achmea het causaal verband tussen het ongeval en de schade gemotiveerd heeft betwist. Daarbij stelt de rechtbank voorop dat op [X] de stelplicht en bewijslast rusten van het causaal verband tussen het ongeval en de door hem gestelde gevolgen. In dat kader is van belang dat [X] ter comparitie heeft erkend dat er bij hem geen sprake is van medische beperkingen in lichamelijke of psychische zin. Dit blijkt ook uit de door hemzelf overgelegde medische rapportage zoals (deels) bij de feiten aangehaald. De enkele observatie van werkgever Marel dat [X] in zijn werk minder goed is gaan functioneren na het ongeval omdat hij minder flexibel is, dan wel moeite heeft gekregen met meer complexiteit, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om dit causaal verband in rechte te kunnen vaststellen. Ook de ter comparitie nog door [X] geponeerde stelling, die er op neer komt dat hij ondanks herstel in medische zin toch niet meer de oude is, is onvoldoende daarvoor. In zoverre zal de rechtbank de vordering primair onder 1 voor het overige, voor zover deze ziet op het achterblijven van de verdere salarisontwikkeling van [X] als gevolg van het ongeval, afwijzen.

4.4. [X] heeft ter comparitie de stelling ingenomen dat, ook als vast staat dat hij geen beperkingen heeft, het enkele missen van de overstap naar schaal N per 1 januari 2008 als gevolg van het ongeval er toe heeft geleid dat hij ieder jaar de vervolgstappen binnen die schaal heeft gemist, omdat (zo begrijpt de rechtbank) deze stappen ‘automatisch’ ieder jaar volgen. Dit standpunt stuit naar het oordeel van de rechtbank af op de eigen stelling van [X] dat hij na het ongeval door de ‘terugval’ in zijn functioneren niet langer in schaal N geplaatst kon worden en dat dit permanent is. Als iemand op onvoldoende niveau voor deze schaal functioneert zoals [X] stelt, dan valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien dat deze dan wel ieder jaar binnen die schaal een salarisverhoging zou krijgen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat Marel in haar brief opmerkt dat een salarisverhoging van 2,25% per jaar binnen schaal N gegeven wordt bij een gemiddelde, goede beoordeling. Dat [X] na het ongeval minder is gaan functioneren in zijn werk moge zo zijn, maar dat dit is opgetreden doordat [X] beperkingen heeft als gevolg van het ongeval is nu juist niet vast komen te staan.

4.5. [X] heeft onvoldoende gesteld voor het toekennen van het voorschot zoals gevorderd onder 2. Noch in het verzoekschrift, noch ter comparitie zijn gegevens verschaft waarmee het gevraagde bedrag van EUR 56.000,00 zou kunnen worden onderbouwd. Uitzondering daarop vormt het schema. Rekening houdend met de inhoudelijke bezwaren van Achmea tegen de daarin vervatte berekening (bruto-bedragen, kwade kansen, contant maken van toekomstige schade) oordeelt de rechtbank dat ook het schema onvoldoende feitelijke gegevens bevat om over te kunnen gaan tot het toekennen van een voorschot op basis van het wel toe te wijzen deel van de vordering onder 1.

4.6. [X] heeft onder 3 veroordeling van Achmea gevorderd in de kosten van het deelgeschil. De rechtbank overweegt daartoe dat de kosten van het deelgeschil op de voet van artikel 1019aa Rv hebben te gelden als buitengerechtelijke kosten in de zin van artikel 6:96 lid 2 BW. Ter comparitie heeft [X] erkend dat deze kosten op dit moment worden gedragen door zijn rechtsbijstandsverzekering en zijn advocaat aan deze verzekeraar declareert. Dit betekent dat [X] op dit punt geen (vermogens)schade lijdt. Nu ook uit de door [X] overgelegde polisvoorwaarden niet blijkt van een op hem rustende verplichting de buitengerechtelijke kosten te verhalen op de wederpartij, zal deze vordering worden afgewezen. De nog door [X] ingenomen stelling dat het op dit punt verzekerde bedrag is gemaximeerd op EUR 50.000,00 en dat hij het recht heeft dit te reserveren voor eventueel te voeren latere procedures in deze zaak, doet daar niet aan af. Zoals Achmea terecht heeft gesteld, lijdt [X] pas schade als dit bedrag - al dan niet in die procedures - is verbruikt. Nu [X] geen kosten heeft gemaakt voor dit deelgeschil, zal de rechtbank deze kosten ook niet begroten.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. verklaart voor recht dat [X] als gevolg van het ongeval van 10 december 2007 is achtergebleven in salarisontwikkeling in die zin dat hij zonder het ongeval vanaf 1 januari 2008 een brutosalaris zou hebben ontvangen van EUR 4.751,00 per maand exclusief 8% vakantiegeld en 3% winstuitkering (de eerste stap van salarisgroep N zoals genoemd in de bijlage bij de brief van Marel van 13 maart 2009) en dat Achmea voor deze schade aansprakelijk is,

5.2. wijst het verzochte voor het overige af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Rietveld en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2012.