Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX2513

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-07-2012
Datum publicatie
25-07-2012
Zaaknummer
Awb 12 / 2017
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoek voorlopige voorziening hangende bezwaar. Verzoekster heeft een website meldpunt Klachten Siliconen en krijgt al enkele jaren veel meldingen binnen van vrouwen over onder andere lekkende siliconen borstimplantaten. Het verzoek van verzoekster om per direct – tot dat het toezicht op de siliconen borstimplantaten is verbeterd – het gebruik van alle siliconen borstimplantaten te beëindigen of op te schorten, is door de minister afgewezen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb. Voorshands is niet gebleken dat het niet inwilligen van het verzoek hangende bezwaar onomkeerbare gevolgen voor verzoekster met zich meebrengt. Voorts is de gevraagde voorziening te verstrekkend voor een voorlopig rechterlijk oordeel van een voorzieningenrechter. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening is kennelijk ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/2017

uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juli 2012 in de zaak tussen

[verzoekster], te [woonplaats],

(gemachtigde: S.M. Singh),

en

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Inspectie voor de Gezondheidszorg, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft bij brief van 3 juli 2012 verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening hangende het gemaakte bezwaar tegen verweerders besluit van 10 april 2012, waarbij verweerder het verzoek van verzoekster om handhavend op te treden tegen siliconen borstimplantaten heeft afgewezen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, onder meer indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Ingevolge artikel 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, indien hij kennelijk onbevoegd is, of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is, uitspraak doen zonder zitting.

3. Na kennis te hebben genomen van de stukken acht de voorzieningenrechter in onderhavig geval termen aanwezig om van vorenbedoelde bevoegdheid gebruik te maken en neemt daarbij het volgende in aanmerking.

4. Verzoekster heeft een website meldpunt Klachten Siliconen en krijgt al enkele jaren veel meldingen binnen van vrouwen over onder andere lekkende siliconen borstimplantaten. Bij brief van 3 juli 2012 heeft verzoekster aangegeven dat de spoedeisendheid van het verzoek er met name in is gelegen dat zij op haar website constateert dat veel vrouwen bij de vervanging van hun PIP-implantaten een vervangend siliconen implantaat krijgen waar klachten over binnenkomen. Omdat de bezwaarschriftfase volgens verzoekster veel tijd gaat kosten en veel vrouwen nu hun implantaten laten vervangen door een implantaat waarop in Nederland geen toezicht wordt gehouden, terwijl hier mogelijk structurele problemen mee zijn voor de gezondheid van vrouwen, verzoekt verzoekster om per direct - tot dat het toezicht op de siliconen borstimplantaten is verbeterd - het gebruik van alle siliconen borstimplantaten te beëindigen of op te schorten.

5. De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

6. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat er onvoldoende grond voor de conclusie dat verzoekster thans een spoedeisend belang - als bedoeld in het hierboven geciteerde artikel 8:81 van de Awb - heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter betrekt bij dit oordeel dat voorshands niet is gebleken dat het niet inwilligen van het verzoek van verzoekster hangende de behandeling van haar bezwaar onomkeerbare gevolgen voor verzoekster met zich meebrengt.

3. De voorzieningenrechter is voorts van oordeel dat de door verzoekster gevraagde voorziening, te meer nu dit verzoek er op neerkomt alle artsen in Nederland te verbieden siliconen borstimplantaten te gebruiken, te verstrekkend moet worden geacht voor een voorlopig rechterlijk oordeel van een voorzieningenrechter, ook mede gelet op de complexiteit van de zaak en de omvang van de overgelegde stukken.

4. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond, reden waarom met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb zonder zitting uitspraak kan worden gedaan.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.M. Tadic, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.G.M. Otag-Kosman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2012.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.