Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX2324

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-07-2012
Datum publicatie
24-07-2012
Zaaknummer
01/825547-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft met een longdrinkglas in de richting van het gezicht van het slachtoffer geslagen, waarbij hij het gezicht en de hals van het slachtoffer heeft geraakt. Ten gevolge daarvan heeft het slachtoffer een slagaderlijke bloeding opgelopen en is hij overleden. Voorwaardelijk opzet op de dood aangenomen.

Opgelegd een gevangenisstraf van 6 jaar met aftrek voorarrest en betaling schade aan benadeelde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825547-11

Datum uitspraak: 24 juli 2012

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 18 januari 2012, 13 april 2012 en 10 juli 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 20 december 2011.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 10 juli 2012 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 22 oktober 2011 te Eindhoven opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet die

[slachtoffer] (met kracht) met een glas, in elk geval een hard en/of scherp en/of

puntig voorwerp, op/tegen/in het gezicht en/of hals, althans de halsstreek,

geslagen en/of geduwd en/of gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer]

is overleden;

(artikel 287 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 22 oktober 2011 te Eindhoven aan een persoon genaamd

[slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een doorgesneden

halsslagader), heeft toegebracht, door opzettelijk die [slachtoffer] (met kracht)

met een glas, in elk geval een hard en/of scherp en/of puntig voorwerp,

op/tegen/in het gezicht en/of hals, althans de halsstreek, te slaan en/of te

duwen en/of te steken, terwijl het feit de dood tengevolge heeft gehad;

(artikel 302 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 22 oktober 2011 te Eindhoven opzettelijk mishandelend

[slachtoffer] (met kracht) met een glas, in elk geval een hard en/of

scherp en/of puntig voorwerp, op/tegen/in het gezicht en/of hals, althans de

halsstreek, heeft geslagen en/of geduwd en/of gestoken, tengevolge waarvan

voornoemde [slachtoffer] is overleden;

(artikel 300 Wetboek van Strafrecht)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde feit, te weten dat verdachte opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman pleit voor vrijspraak van het primair tenlastegelegde feit. Volgens de raadsman kan niet kan worden bewezen dat verdachte het slachtoffer [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd. De raadsman heeft daartoe - kort samengevat - aangevoerd dat geen sprake is van voorwaardelijk opzet bij verdachte. Verdachte heeft nooit de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer] als gevolg van zijn handelen zou komen te overlijden. Verdachte heeft bij het slaan met het glas op de linkerwang van [slachtoffer] gericht en niet op de hals. Het enkele slaan met een glas tegen de linkerwang levert niet de aanmerkelijke kans op het overlijden van die persoon op.

Ten aanzien van een bewezenverklaring van het subsidiair of meer subsidiair tenlastegelegde feit refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank stelt op grond van het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende vast.1

In de vroege ochtend van 22 oktober 2011 was [slachtoffer], het latere slachtoffer, samen met een vriend in discotheek [naam discotheek] te Eindhoven.2 Verdachte was op dat moment ook aanwezig in de discotheek met een aantal vrienden. Zij stonden bij een tafeltje op de dansvloer.3 Verdachte heeft die avond alcohol, waaronder whisky en wodka, gedronken en hij heeft XTC gebruikt.4

Omstreeks 04:30 uur is op de camerabeelden van [naam discotheek] die ter terechtzitting zijn vertoond en die in het dossier zijn beschreven door de politie5 te zien dat het slachtoffer met een vrouw met blonde haren danst op de dansvloer. Op een gegeven moment tilt hij haar op en draait hij met de vrouw in zijn armen rondjes om zijn as. Daarbij vallen zij op de grond. De vrouw staat op en loopt weg in de richting van het groepje waar verdachte staat. Kort daarna loopt ook het slachtoffer in de richting van het groepje. Uit het groepje stapt een persoon naar voren in de richting van het slachtoffer en duwt het slachtoffer.6 De persoon die het slachtoffer duwt is verdachte. Verdachte en het slachtoffer staan dicht bij elkaar en er is fysiek contact tussen verdachte en het slachtoffer.7 Verdachte geeft het slachtoffer in totaal 4 keer een duw. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het slachtoffer één keer met een glas dat hij in zijn hand had in zijn gezicht heeft geslagen. Het slachtoffer leunde op dat moment in zijn richting. Het glas waarmee hij sloeg was een ongeveer 15 cm lang longdrinkglas. Verdachte hield het glas met één hand aan de onderkant vast toen hij het slachtoffer sloeg. Het glas was op het moment dat hij ermee sloeg voor de helft gevuld met drank.8 Verdachte draait zich direct na deze confrontatie om en loopt terug naar het tafeltje waar hij eerder stond. Het slachtoffer blijft op de dansvloer en op zijn shirt ontstaat een rode vlek die steeds groter wordt. Personeelsleden van [naam discotheek] brengen het slachtoffer naar buiten.9 De politie treft het slachtoffer buiten aan met een slagaderlijke bloeding in zijn hals. Het slachtoffer wordt gereanimeerd, maar overlijdt korte tijd later.10

De patholoog van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) A. Maes constateert in het rapport van 31 oktober 2011 na sectie op het lichaam van het slachtoffer onder meer links in het gezicht van het slachtoffer meerdere oppervlakkige huidletsels met het aspect van krasletsels en zeer oppervlakkige sneetjes passend bij, bij leven opgelopen, verwondingen door meerdere glasscherven. Links laag in de hals bevindt zich een 4 cm grote snee met een daarbij taps toelopend steekkanaal tot in de borstkas en de linkerlong bovenkwab. De lengte van het steekkanaal bedroeg, gemeten aan het gestrekte lichaam, circa 10 cm. In het steekkanaal waren een grote slagader en een grote ader geraakt en waren veel zenuwen doorgesneden. Er was veel bloed in de linkerborstholte en de linkerlong was samengevallen. Deze steekverwonding is bij leven opgelopen door steken met een scherp en puntig voorwerp. De steekverwonding kan derhalve ook goed worden verklaard door steken met bijvoorbeeld een scherf/scherven. Het ontbreken van glasscherven in het wondbed sluit dit niet uit. Het overlijden is veroorzaakt door massaal bloedverlies en door functieverlies van de linkerlong. De patholoog concludeert dat [slachtoffer] is overleden als gevolg van bij leven opgelopen uitwendig perforerend geweld.11

In het rapport van het NFI van 29 maart 2012 concludeert forensisch arts D. Botter dat de bij het slachtoffer aangetroffen letsels zeer waarschijnlijk zijn opgeleverd met een gebroken glas, waarmee waarschijnlijk één steekbeweging is uitgevoerd, waarbij vanaf de linkerzijde van de neus over de linkerwang en hals is geschampt, waarna een insteek werd veroorzaakt in de linker borstholte.12

Op grond van deze bewijsmiddelen staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte [slachtoffer] van het leven heeft beroofd.

De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of verdachte het slachtoffer opzettelijk om het leven heeft gebracht. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

In het aanvullend rapport van het NFI van 29 mei 2012 door forensisch arts D. Botter staat het volgende vermeld.

De letsels van het slachtoffer zijn sporen van geweldsinwerking met de scherpe delen van een gebroken glas. Aangezien het breken van een intact glas tegen een hoofd geen herkenbare sporen in de vorm van letsels (bijvoorbeeld onderhuidse bloeduitstorting) hoeft achter te laten, kan niet worden uitgesloten dat het eerste botsende contact heeft plaatsgevonden met een intact glas dat in hetzelfde tempo gebroken is.

Er is reeds aangegeven (lees: in het rapport van 29 maart 2012) dat er zeer waarschijnlijk sprake is geweest van een neerwaartse steekbeweging, verlopend vanaf de linker zijde van de neus over de linkerwang, de hals, eindigend in de linker borstholte. Aangezien aan de linker zijde van de neus sprake is geweest van een primaire impact, kan de insteekbeweging aldaar (vanuit het perspectief van de geweldpleger) zowel voorwaarts als van rechts naar links (of een combinatie hiervan) zijn uitgevoerd.

Slaan met een (al dan niet gevuld) glas levert een niet nader in te schatten maar aanzienlijk risico op van breuk van het glas. Enkele factoren die hierbij een rol spelen zijn de soort en de stevigheid van het glas, de kracht waarmee geslagen wordt en de consistentie van het oppervlak waartegen geslagen wordt. Het mag bekend worden verondersteld dat een glas na breuk verandert in een scherprandig en scherppuntig voorwerp. Het belagen van het hoofd/halsgebied met een scherprandig en scherppuntig voorwerp veroorzaakt grote en levensbedreigende risico's door de oppervlakkige ligging van grote bloedvaten en andere vitale structuren (halsaders, halsslagaders, zenuwen en longtoppen). Bij perforatie van één of meer grote bloedvaten in de hals is de kans op overlijden groot, aangezien hieruit (afhankelijk van de grootte van de perforatie) snel vitaal bedreigend bloedverlies kan optreden. Bovendien is een risico aanwezig op het ontstaan van luchtembolie door aanzuigen van lucht door het hart via de perforatie.

Gezien de oppervlakkige ligging van meerdere bloedvaten e.a. structuren in de hals is de kans op ernstig cq. fataal letsel door geweldsinwerking met een scherprandig en/of scherppuntig voorwerp groot.13

Op grond van dit rapport en de hiervoor genoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het van het leven beroven van [slachtoffer]. Verdachte heeft met een 15 cm lang, half gevuld longdrinkglas, dat hij aan de onderkant vasthield, in de richting van het gezicht van het slachtoffer geslagen, terwijl het slachtoffer - die aanmerkelijk langer was dan verdachte - voorover leunde in de richting van verdachte.14 Daarbij heeft verdachte in één beweging (eerst) het gezicht en (daarna) de hals van het slachtoffer geraakt. De rechtbank is van oordeel dat verdachte, door het slachtoffer op deze wijze te slaan, willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat (een deel van) het glas zodanig letsel in de halsstreek van het slachtoffer zou veroorzaken dat het slachtoffer als gevolg daarvan zou komen te overlijden.

De stelling van de raadsman dat verdachte niet gericht heeft geslagen op een slagader of de hals van het slachtoffer, maar op de linkerwang van het slachtoffer en dat het enkele slaan tegen de wang nog niet de aanmerkelijke kans op overlijden van die persoon met zich brengt vindt geen steun in het dossier. Verdachte heeft eerst ter zitting verklaard dat hij richtte op de linkerwang van het slachtoffer. Direct na het incident heeft hij tegen de politie juist verklaard dat hij niet wist waar hij het slachtoffer had geraakt.15 Tijdens zijn verhoren bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij niet wist waarom hij het slachtoffer in zijn gezicht sloeg16 en dat hij niet wilde richten op zijn gezicht.17

Het verweer wordt reeds daarom verworpen.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, zoals dat hierna bewezenverklaard wordt.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

T.a.v. primair:

op 22 oktober 2011 te Eindhoven opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet die [slachtoffer] (met kracht) met een glas tegen/in het gezicht en hals geslagen tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar met aftrek van voorarrest.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman pleit voor het opleggen van een lagere gevangenisstraf dan de officier van justitie heeft geëist, indien de rechtbank doodslag bewezen acht. Hij verzoekt de rechtbank om er bij het bepalen van de strafmaat rekening mee te houden dat voor doodslag vaak lagere straffen worden opgelegd, met een minimum van een gevangenisstraf van 4 jaar.

De raadsman verzoekt de rechtbank om teruggave aan verdachte van de onder hem inbeslaggenomen voorwerpen, voor zover dat nog niet is gebeurd.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het nadeel van verdachte in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden.

Verdachte heeft het slachtoffer om het leven gebracht door hem met een glas in zijn gezicht en hals te slaan. Als gevolg van het slaan met het glas heeft het slachtoffer een slagaderlijke bloeding opgelopen en is hij ter plaatse overleden. Verdachte is er niet voor terug geschrokken om dergelijk geweld tegen het slachtoffer te gebruiken en heeft zich om het lot van het slachtoffer volstrekt niet bekommerd. De reden waarom verdachte ineens met het glas sloeg blijft onduidelijk, aangezien verdachte daarin ook ter terechtzitting geen inzicht heeft (kunnen) gegeven, terwijl ook de door de rechtbank ter terechtzitting bekeken camerabeelden geen verklaring bieden voor het plotselinge en heftige geweld zoals dat door verdachte werd uitgeoefend. Verdachte verkeerde tijdens het plegen van het feit weliswaar onder invloed van alcohol en drugs maar dit kan geen rechtvaardiging voor zijn gedraging opleveren aangezien verdachte toch de negatieve werking van die middelen op zijn gedrag kende of moest begrijpen en hij deze middelen desondanks toch heeft gebruikt.

Bij de strafoplegging neemt de rechtbank verder in aanmerking dat verdachte de nabestaanden van het slachtoffer een onherstelbaar en diep leed heeft aangedaan.

Bovendien wordt door delicten als de onderhavige de rechtsorde zeer ernstig geschokt; zij leiden vanwege het gewelddadig karakter tot maatschappelijke verontrusting en brengen in de maatschappij gevoelens van angst, onrust en onveiligheid teweeg.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat uit een omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebracht psychologisch rapport door drs. B.Y. van Toorn, GZ-psycholoog, van 12 januari 2012 blijkt, dat het door hem gepleegde strafbare feit in licht verminderde mate aan hem kan worden toegerekend.

Daarnaast neemt de rechtbank bij de strafoplegging de procesopstelling van verdachte in aanmerking. Verdachte heeft het door hem gepleegde strafbare feit vanaf de aanvang van het tegen hem ingestelde onderzoek toegegeven en zich niet aan zijn verantwoordelijkheid daarvoor onttrokken. Verdachte heeft steeds een verklaring afgelegd en heeft zich niet beroepen op zijn zwijgrecht. Verdachte heeft er blijk van gegeven dat hij de onjuistheid van zijn handelen en de ernst van het door hem aan het slachtoffer en de nabestaanden aangedane leed inziet en heeft spijt betuigd. De rechtbank houdt tevens rekening met het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten.

De rechtbank zal een kortere gevangenisstraf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt, rekening houdend met de hiervoor gememoreerde omstandigheden. De rechtbank houdt daarbij verder ook rekening met het feit dat verdachte het slachtoffer slechts één keer met het glas heeft geslagen en daarbij in dezelfde beweging zowel het gezicht en als de hals van zijn slachtoffer heeft geraakt met alle noodlottige gevolgen van dien.

De rechtbank is alles afwegende van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde].

Het standpunt van de officier van justitie.

Volgens de officier van justitie kan de vordering van de benadeelde partij van € 7.355,74 geheel worden toegewezen, inclusief de wettelijke rente en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering van de benadeelde partij. De vordering is volgens de raadsman voldoende onderbouwd.

Beoordeling.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 november 2011 18 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 november 2011 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Beslag.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 287.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

T.a.v. primair:

doodslag

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

T.a.v. primair:

Gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. primair:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 7.355,74 subsidiair 71 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde] van een bedrag van EUR 7.355,74 (zegge: zevenduizenddriehonderdvijfenvijftig euro en vierenzeventig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 71 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit materiële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] van een bedrag van EUR 7.355,74 (zegge: zevenduizenddriehonderdvijfenvijftig euro en vierenzeventig eurocent), te weten materiële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Teruggave inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte, te weten: een paar zwarte schoenen, een zwarte broek, een grijze boxershort, een paar zwarte sokken, een zwart shirt, een zwarte riem, een goudkleurige ring en een goudkleurig horloge.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W. Schoorlemmer, voorzitter,

mr. H.H.E. Boomgaart en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden,

in tegenwoordigheid van mr. E. de Dooij, griffier,

en is uitgesproken op 24 juli 2012.

mr. W.T.A.M. Verheggen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Regio Brabant Zuid-Oost, Gezamenlijke Recherche, onderzoek: [nummer 1], onderzoeksnummer: [nummer 2], afgesloten op 8 december 2011, aantal doorgenummerde bladzijden: 329.

2 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1], p. 239-240.

3 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 10 juli 2012.

4 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 10 juli 2012.

Rapport NFI Toxicologisch onderzoek in lichaamsmateriaal van [verdachte], d.d. 20 maart 2012 door dr. M.J. Vincenten, apotheker, p. 5, 6 en 8.

5 Proces-verbaal onderzoek camerabeelden [naam discotheek] Eindhoven d.d. 22 oktober 2011, p. 77 t/m 116.

6 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 10 juli 2012.

7 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1], p. 241, tweede alinea.

8 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 10 juli 2012.

9 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2], p. 273-274.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 48-49.

Proces-verbaal van lijkvinding, p. 62-63.

11 Rapport NFI Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood, d.d. 31 oktober

2011, p. 202 t/m 213.

12 Rapport NFI Onderzoek naar aard en aantal geweldsinwerkingen in relatie tot de letsels bij [slachtoffer], d.d. 29 maart 2012.

13 Rapport NFI Aanvullende vragen over de letsels van [slachtoffer], d.d. 29 mei 2012.

14 Aldus de verklaring van verdachte ter terechtzitting op 10 juli 2012.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 46.

16 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 22 oktober 2011, p. 303.

17 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 5 december 2011, p. 314.

18 De factuurdatum op de factuur van de uitvaartonderneming.