Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX1969

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-07-2012
Datum publicatie
19-07-2012
Zaaknummer
01/849238-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met twee jaar. Gronddelict: moord.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/849238-07

Uitspraakdatum: 19 juli 2012

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1983],

verblijvende te Balkbrug, FPC Veldzicht.

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 2 maart 2009 is betrokkene ter beschikking gesteld. De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 23 mei 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 juli 2012.

Hierbij zijn de officier van justitie, de getuige-deskundige en de ter beschikking gestelde en haar raadsvrouw gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het verlengingsadvies van drs. P.J.C. Bakx, 1e geneeskundige en drs. K.M. ten Brinck, directeur behandeling/plaatsvervangend hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 27 april 2012;

- de omtrent de ter beschikking gestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van ter beschikking gestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van moord, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

"Risicotaxatie

Samenvatting HCR-20 d.d. 08-09-2010

(..)

De kans op gewelddadig gedrag zal zich kunnen voordoen als er sprake is van een (dreigende) (vermeende) verlating en/of krenking. De kans op gewelddadig gedrag in Veldzicht en tijdens begeleid verlof wordt als gering beoordeeld. Aandachtspunt is wel dat de relatie die ze nu heeft met een medepatiënt goed wordt gemonitord. De kans op gewelddadig gedrag richting haarzelf wordt nog altijd als groot, maar niet als continu aanwezig beoordeeld.

HKT-30 (9-items) d.d. 08-09-2010

Er is bij patiënte geen sprake van eerdere schending van voorwaarden. Ook is patiënte niet bekend met middelenmisbruik in de afgelopen 12 maanden. Er is in die periode geen sprake geweest van alcoholmisbruik of van gebruik van soft- of harddrugs. Wel is er bij patiënte sprake van enige impulsiviteit in haar gedrag maar is ze wel in staat om haar handelen enigszins te controleren.

De impulsiviteit van patiënte heeft vooral betrekking op haar stemmingswisselingen. Er is geen sprake geweest van duidelijke vijandigheid bij patiënte, hoewel ze wel veel irritaties en boosheid heeft.

Patiënte is het afgelopen jaar in staat gebleken om op een aanvaardbare en bevredigende wijze contacten te onderhouden met haar omgeving. In het verleden echter is gebleken dat de sociale vaardigheden van patiënte soms tekortschieten. Ten opzichte van de behandeling heeft patiënte in het heden een positieve attitude. Ze wil zich graag laten behandelen en lijkt doordrongen van het nut en de noodzaak ervan. De copingvaardigheden van patiënte zijn inadequaat en weinig effectief. Ze beschikt over onvoldoende effectieve copingvaardigheden waarbij er een kans bestaat op destabilisatie bij langdurige blootstelling aan stress.

Actueel delictgevaar

De kans op gewelddadig gedrag zal zich in de toekomst kunnen voordoen als er sprake is van een (dreigende) (vermeende) verlating en/of krenking. Patiëntes eigen opvatting over het delictgevaar is dat ze de kans op herhaling altijd mogelijk acht indien de combinatie van meerdere factoren die destijds hebben meegespeeld, opnieuw samenkomen.

Conclusie en advies

Patiënte verblijft sinds juni 2010 in de huidige kliniek. Patiënte is gediagnosticeerd met een forse borderline persoonlijkheidsstoornis en een complexe post traumatische stressstoornis.

De behandeling heeft zich in eerste instantie gericht op het opbouwen van een therapeutische relatie, het aangaan van de samenwerking met de behandelaars en het stabiliseren van het toestandsbeeld. Geleidelijk aan is dit proces, met enig vallen en opstaan, op gang gekomen. Inmiddels kan gesteld worden dat patiënte tot een stabieler functioneren is gekomen; er is geen sprake meer van

automutilatie, suïcidale ideaties en/of gestes. Patiënte lijkt meer in staat bij negatieve emoties stil te kunnen staan en deze meer op adequate wijze te kunnen uiten. Tevens wordt waargenomen dat zij meer controle heeft op haar stemmingswisselingen. De relatie met haar behandelaars oogt meer

draagkrachtig en patiënte is meer open in contact met haar behandelaars. Bovenstaande beschrijving maakt dat er ruimte lijkt te zijn ontstaan om te beginnen met de traumaverwerking en het doorwerken van het delictscenario/opstellen van een delictanalyse. De verwachting is dat dit, in combinatie met de verdere bewerking van de persoonlijkheidsproblematiek, nog geruime tijd in beslag zal nemen.

Op grond van bovenstaande wordt geadviseerd de TBS met twee jaar te verlengen."

De ter beschikking gestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik vind een verlenging op dit moment logisch, maar ik vraag me alleen af of de dwangverpleging nodig is. Alles gaat namelijk goed en ik doe overal aan mee. Ik wil er niet mee stoppen en het gaat veel beter met mij dan toen ik aan de TBS begon.

Toen ik vast kwam te zitten bestond de Fokkens-regeling nog. Die bood de mogelijkheid om vervroegd aan de TBS te beginnen. Er heeft toen een intakegesprek bij Veldzicht plaatsgevonden en daar bleek op dat moment plaats voor mij te zijn. Een maand voor mijn plaatsing werd die Fokkens-regeling opgeheven. Mijn raadsvrouw, mevrouw Koster, heeft mij toen geholpen om toch onder die regeling te kunnen vallen. Omdat mijn VI-datum pas op 31 maart 2013 is, kan ik helaas nog geen gebruik maken van verloven en vrijheden terwijl ik dat wel graag zou willen. Ik heb met mijn raadsvrouw de mogelijkheid besproken om de gevangenisstraf via een gratieverzoek te verkorten, en ik heb gevraagd of de kliniek daartoe een rapport wil opmaken. De kliniek heeft aangegeven dat zij niet willen meewerken aan een gratieverzoek omdat zij zich niet mengen in zaken die met de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf te maken hebben. Verder heb ik de kliniek verzocht om een antwoord op de vraag of ik nu al met verloven zou kunnen beginnen indien de VI-datum inmiddels zou zijn ingegaan, maar daar heb ik geen echt antwoord op gekregen.

Ik heb een relatie met iemand binnen de kliniek. Dat stuitte in eerste instantie op bezwaren vanuit de behandeling, maar het gaat heel goed. We worden begeleid vanuit de kliniek, hebben gesprekken gehad met een therapeut en een maatschappelijk werker en we hebben systeemgesprekken. Er heeft twee maanden geleden een multidisciplinair overleg plaatsgevonden over de situatie van mijn vriend en naar aanleiding daarvan heeft men ook gezegd dat we gewoon zo door kunnen gaan met onze relatie.

De sociotherapie heb ik nog steeds, die komt elke dag terug. De frictie die ik had met de psychiater is voorbij en de relatie is weer verbeterd. De psychotherapie die ik volgde is helaas onderbroken geweest, maar volg ik nu wel weer. De psychotherapeut is nog steeds bezig met de delictanalyse die nu volgens een gericht stappenplan wordt opgemaakt. Mijn muziektherapie loopt op dit moment goed. Verder ben ik gestart met een keer in de week dramatherapie en dat gaat ook goed. Ik volg nu een ICT-opleiding. We bekijken de mogelijkheden om hierna in de kliniek een HBO-opleiding communicatie te volgen, maar ik wil eerst de ICT-opleiding afronden.

In het begin heb ik last gehad van tegenstrijdige gevoelens. Dat kwam mede doordat ik euthanasie wilde toen ik uit de gevangenis kwam, maar ik moest eerst behandeld worden voordat daar eventueel gevolg aan kon worden gegeven. Na een periode van behandeling gaat het nu heel goed met mij. Het is bijna een jaar geleden dat ik voor het laatst ge-automutileerd heb. Ik heb kortgeleden een littekencorrectie aan mijn arm ondergaan. Mijn psychiater heeft de aanvraag voor deze behandeling/operatie zelf gedaan, waaruit wat mij betreft blijkt dat men de kans op herhaling klein acht.

U houdt mij voor dat uit het rapport blijkt dat ik de kans op herhaling mogelijk acht als de combinatie van meerdere factoren die destijds hebben meegespeeld opnieuw zou samenkomen. Ik kan daarover zeggen dat ik inmiddels wel heb geleerd om dingen vroegtijdig te signaleren en daar ook naar te handelen, maar je kunt nooit 'nooit' zeggen.

Als alternatief voor TBS met dwang lijkt mij TBS met voorwaarden beter passend bij mijn situatie. Bij aanvang van de TBS werd mij gezegd dat dat geen optie was gelet op de duur van de mij opgelegde gevangenisstraf. Verder was men bang dat ik me niet aan de voorwaarden zou houden. Ik hoor dat de oudste rechter zegt dat het moeilijk is om voorwaarden te stellen als ik nog nooit verlof heb gehad.

Ik gebruik antidepressiva, antipsychotica en pijnmedicatie in verband met fybromialgie.

Ik zit al 2 jaar in een situatie waarin iedereen voor mij bepaalt wat ik mag doen; als het voor mij een probleem zou zijn om de regie uit handen te geven, was dat inmiddels wel naar boven gekomen.

De getuige-deskundige mevrouw T. Bouwman, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Met betrekking tot het gevaar voor herhaling het volgende. Betrokkene heeft een positieve start gemaakt met de behandeling, maar we staan nog aan het begin ervan. Eerst was sprake van automutilatie en een wens tot suïcide en dat is allebei niet meer aan de orde. Daardoor komen we nu toe aan verdieping van de behandeling waarbij het zal gaan om agressieregulatie. Door het gebrek daaraan heeft betrokkene haar voormalig partner gedood. Omdat dit nog onvoldoende aan bod is gekomen bestaat er nog steeds een recidiverisico. Eerst moet duidelijk worden welke factoren ertoe hebben bijgedragen dat betrokkene tot het delict is gekomen. Er is een conflict geweest met de behandelend psychiater waarbij sprake was van een enorme boosheid. Hoewel de behandelrelatie op dit moment weer hersteld is, weten we niet in hoeverre dit conflict daadwerkelijk nog doorwerkt. Ik bedoel dat onduidelijk is in hoeverre de boosheid of andere factoren die hieraan ten grondslag liggen nog een rol spelen. Het conflict met de psychiater past in zekere zin bij de psychische stoornis van betrokkene. Bij het conflict met de psychiater speelden namelijk ook gevoelens van onmacht een rol en heeft betrokkene ook van alles geprobeerd om een andere psychiater te krijgen. Dat kun je doortrekken naar de relatie waarin betrokkene zat met het slachtoffer.

Als de TBS wegvalt is de kans op recidive dus nog aanwezig. Zeker wanneer er conflicten ontstaan binnen een relatie is die kans matig tot groot. Die factoren zijn nu in ieder geval nog onverminderd aanwezig. Ik weet niet hoe lang de behandeling zal duren, maar begeleid verlof is op dit moment nog niet aan de orde. Er moeten eerst meer vrijheden worden opgebouwd voordat we uiteindelijk kunnen overgaan naar een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. In september zal het volgende multidisciplinair overleg plaatsvinden. Naar aanleiding daarvan zullen ook nieuwe wettelijke aantekeningen worden opgesteld. Tijdens dat overleg gaan we kijken of begeleid verlof kan worden aangevraagd vanaf maart 2013. Vervolgens kan onbegeleid verlof worden aangevraagd en worden toegewerkt naar resocialisatie waarbij betrokkene in het kader van preresocialisatie eerst net buiten de hekken van de kliniek bij "De Beuk" zal verblijven.

Wat betreft de relatie die betrokkene heeft met een medebewoner vinden wij het geen goed idee om meteen als je binnen komt een relatie te beginnen; vooral gelet op de delicten waarvoor de beide betrokkenen zijn veroordeeld. De relatie is er nu eenmaal en we hebben onze zorg daarover uitgesproken.

Het gaat beter met betrokkene en ik wil in principe best een nieuwe risicotaxatie laten uitvoeren, maar een positieve start van de behandeling maakt niet dat het gehele diagnostische beeld is veranderd. Betrokkene gaat nu anders om met haar emoties, maar we zijn nog niet tot de kern gekomen. Dat is noodzakelijk om verder te komen. Betrokkene kan een gevaar zijn voor anderen als zij het gevoel heeft dat ze vastzit in een bepaalde situatie waar een ander de regie heeft waardoor zij zich in het nauw gedreven voelt. Er zijn geen aanwijzingen waargenomen voor een bipolaire stoornis bij betrokkene. Ik denk dat een gestructureerde omgeving zal bijdragen aan een meer stabiel toestandsbeeld.

Als ik de indruk heb gewekt dat betrokkene nu gevaarlijker is dan eerder werd ingeschat dan heb ik mij in mijn uitlating vergist. Het recidiverisico is namelijk hetzelfde gebleven. Die conclusie trek ik op basis van observatie van wat betrokkene dagelijks van zichzelf laat zien in de kliniek. Ik zeg niet dat het recidivegevaar pas goed kan worden ingeschat als betrokkene verlof heeft gehad. Het gaat om een combinatie van verschillende factoren waarvan het omgaan met vrijheden en verlof er een van is. We bekijken hoe betrokkene zich gedraagt in de relaties met de verschillende behandelaars, verder zijn we nog druk bezig met de delictanalyse die essentieel is in deze behandeling en die nog niet volledig in kaart is gebracht.

Een verlenging met een jaar is niet reëel gelet op het feit dat er nog verdieping moet plaatsvinden in de behandeling terwijl ook de delictanalyse nog niet gereed is en er nog geen verloven zijn aangevraagd. Dit is allemaal niet in één jaar te realiseren.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij mijn vordering tot verlenging van de TBS met dwangverpleging met 2 jaar. Eind 2011 is de vruchtbare lijn van de behandeling ingetreden, maar er is nog geenszins sprake van een afgeronde behandeling. Het is van groot belang om deze behandeling voort te zetten en zo het recidiverisico terug te brengen tot aanvaardbaar. Daarbij is de nieuwe relatie van betrokkene een extra reden om een en ander goed te begeleiden. Een TBS met voorwaarden is op dit moment niet haalbaar omdat betrokkene nog geen verloven heeft. Te zijner tijd kan met verloven worden geëxperimenteerd.

Ik verzet me uitdrukkelijk tegen beëindiging. Bij het subsidiaire verzoek van de raadsvrouw kan ik me iets meer voorstellen, hoewel het laten uitvoeren van een contra-expertise naar de aanwezigheid van een recidiverisico wat mij betreft niet noodzakelijk is. Verder gaat de raadsvrouw eraan voorbij dat de delictanalyse nog niet gereed is en er ook nog niet is gewerkt aan het verwerken van het trauma. Er is niet zo maar iets gebeurd. Het gaat hier wel om moord.

De raadsvrouw van de ter beschikking gestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik begrijp dat de getuige-deskundige 5 jaar werkzaam is bij Veldzicht en daarvoor ook nog 2 jaar bij andere klinieken. Deze vraag is ingegeven omdat ik de getuige-deskundige zojuist hoor zeggen dat het recidiverisico volgens haar op dit moment 'matig tot groot' is, terwijl dat 'matig verhoogd' was bij een risicotaxatie die is uitgevoerd toen mijn cliënt een paar maanden in kliniek zat. Deze risicotaxatie dateert van 2010 en is dus niet actueel. Bij het risicotaxatie-instrument dat toen is gebruikt (HKT-30) zijn vooral de historische/statische indicatoren en de klinische/dynamische indicatoren van belang. Het bevreemdt mij dat er geen nieuwe risicotaxatie is uitgevoerd, nu iedereen het er over eens is dat het beter gaat met mijn cliënt. De klinische indicatoren zijn bij mijn cliënt immers zodanig veranderd dat ik niet begrijp dat dit geen gevolgen zou hebben bij een nieuwe risicotaxatie. Er is immers geen sprake meer van automutilatie of een suïcide-wens. Mijn cliënt werkt uitstekend mee aan alle behandelingen terwijl was voorspeld dat ze zich zou verzetten en ze staat er nu ook vol achter. Haar copingvaardigheden zijn vergroot, ze functioneert stabiel, de borderline persoonlijkheidsstoornis treedt niet meer op de voorgrond, ze heeft het conflict met de psychiater goed opgelost, denkt niet meer zwart wit en met de relatie met een medebewoner welke moest worden ontmoedigend gaat het goed. Ik begrijp niet hoe het dan zo kan zijn dat mijn cliënt op dit moment gevaarlijker is dan eerder werd ingeschat.

De mening van deskundigen speelt bij dit soort zaken een grote rol omdat wij als juristen de adviezen van deskundigen graag overnemen. We moeten ons wel realiseren dat het hier gaat om de meest ingrijpende maatregel met een onbepaalde duur. De vraag die hier vandaag aan de orde is, is of er een groot gevaar is voor recidive als mijn cliënt nu buiten komt en een relatie krijgt. Volgens de Memorie van Toelichting moet het risico ernstig zijn. Ik heb moeite met de stelling dat sprake is van matig verhoogd recidivegevaar omdat het wat mij betreft niet onderbouwd is. Uit het advies van de kliniek blijkt niet hoe groot het recidivegevaar is. Er staat alleen dat het gering is binnen Veldzicht. Verder zijn de betrokken behandelaars er van overtuigd dat mijn cliënt niet meer in zichzelf gaat snijden want anders hadden ze haar niet laten opereren. En als ze een gevaar voor zichzelf was, zou de BOPZ de aangewezen plek voor haar zijn. Verder bestaat er geen gevaar voor willekeurige andere personen en/of kinderen, maar de kans op gewelddadig gedrag zal zich in de toekomst enkel kunnen voordoen als sprake is van (dreigende) (vermeende) krenking binnen een relatie.

Op mijn vraag aan de getuige-deskundige op basis waarvan zij concludeert dat het recidiverisico 'matig tot groot' is, antwoordt zij dat dat is op basis van observatie terwijl ik vind dat op basis van observatie enkel kan worden gesteld dat het veel beter gaat. Het recidiverisico kan dan toch onmogelijk groter zijn geworden terwijl het bij aanvang van de TBS al het laagst mogelijk was.

Mijn cliënt is verliefd geworden en ze begrijpt dat dat op problemen stuit. Laat het duidelijk zijn dat de problemen met de psychiater zijn veroorzaakt doordat hij dingen liet opnemen in de wettelijke aantekeningen die hij van te voren niet met mijn cliënt besprak. Ik vind het opvallend dat de psychiater heel positief is over de manier waarop mijn cliënt uiteindelijk met het conflict is omgegaan terwijl ik het idee krijg dat het door de getuige-deskundige wordt gebruikt om de mate van recidiverisico te onderbouwen. Verder wil ik opmerken dat het best moeilijk is om je binnen een TBS-setting te bewijzen als je niet weet hoe de dingen die je doet geïnterpreteerd worden.

Primair verzoek ik om afwijzing van de vordering van de officier van justitie omdat uit het advies van de kliniek niet blijkt hoe groot het recidivegevaar is. In dit kader vind ik het ook onaanvaardbaar dat de door de kliniek overgelegde wettelijke aantekeningen 10 maanden oud zijn. Uit artikel 509 o lid 2 onder 2 Sv. volgt dat deze recent moeten zijn.

Subsidiair verzoek ik om de benoeming van deskundigen voor contra-expertise om vast te stellen of niet kan worden volstaan met een tbs met voorwaarden. Mijn voorkeur bij het aanwijzen van deskundigen gaat uit naar de heer Oudejans (psycholoog) en de heer Gerritsen (psychiater). Dit zijn een forensisch psycholoog en een forensisch psychiater die tevens verbonden zijn aan het PBC. Mijn cliënt wil namelijk doorgaan met de TBS, maar liever niet in een gedwongen kader. Bij aanvang van de maatregel was TBS met voorwaarden geen optie omdat dat niet mogelijk was gelet op de duur van de opgelegde gevangenisstraf. Intussen is de wet veranderd waardoor mijn cliënt bij een TBS met voorwaarden nog maximaal 9 jaar kan worden behandeld. Voorts kan iemand op grond van art. 509j bis Sv. bij een TBS met voorwaarden ook weer tijdelijk worden opgenomen wanneer één van de voorwaarden is overtreden.

Ik heb met mijn cliënt besproken dat zij terug moet naar de gevangenis wanneer de vordering van de officier van justitie wordt afgewezen. Mijn cliënt wil wel worden behandeld, maar op deze manier verlengen zonder dat er recente wettelijke aantekeningen zijn en het recidiverisico niet blijkt uit de rapportage zou te makkelijk zijn. Ze zal hoe dan ook niet meer terugvallen naar de toestand waarin ze verkeerde bij aanvang van de TBS.

Ik ontken niet dat het hier om een ernstig feit gaat, maar het recidivegevaar moet worden onderzocht en onderbouwd. Nu er geen recente tests zijn en de wettelijke aantekeningen bijna een jaar oud zijn, vind ik de noodzaak tot verlenging onvoldoende onderbouwd.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de getuige-deskundige mevrouw Bouwman.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

Meer in het bijzonder overweegt de rechtbank daartoe het volgende.

Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat voldaan is aan het gevaarscriterium zoals dat is vereist voor een verlenging van de TBS. Hoewel de rechtbank met de raadsvrouw van oordeel is dat de wettelijke aantekeningen niet actueel zijn, stelt zij vast dat de wet (art. 509o lid 2 onder 2 Sv.) aan de actualiteit van de wettelijke aantekeningen geen voorwaarde verbindt. Desondanks is informatie naar de actuele stand van zaken wenselijk, maar met betrekking daartoe kan ook een getuige-deskundige op zitting worden gehoord.

Nu mevrouw Bouwman ter terechtzitting heeft toegelicht dat het recidivegevaar nog onveranderd is en de behandeling en resocialisatie van de ter beschikking gestelde vooralsnog geruime tijd in beslag zal nemen (in ieder geval langer dan een jaar), ziet de rechtbank geen aanleiding om de vordering van de officier van justitie af te wijzen.

Gelet op het aanwezige delictgevaar en (de duur van) het behandeltraject dat de ter beschikking gestelde nog dient te ondergaan, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel met een termijn van twee jaar vereist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. N.I.B.M. Buljevic, voorzitter,

mr. C.B.M. Bruens en mr. J.M.J. Denie, leden,

in tegenwoordigheid van mr. J. van Meurs, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 juli 2012.

Mr. J.M.J. Denie is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

8

Parketnummer: 01/849238-07

[terbeschikkinggestelde]