Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX0834

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-07-2012
Datum publicatie
10-07-2012
Zaaknummer
01/885057-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Advocaat wordt vrijgesproken van het plegen van valsheid in geschrift (formulieren Verklaring optreden piket). De rechtbank acht opzet niet bewezen.

Geen ne bis in idem ivm tuchtrechtelijke schorsing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/885057-11

Datum uitspraak: 10 juli 2012

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1949],

wonende te 2470 Retie, België, [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 26 juni 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 30 mei 2012.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 juni 2006 tot en

met 10 december 2007 in de gemeente Veldhoven en/of Eindhoven, althans in het

arrondissement 's-Hertogenbosch, (telkens) opzettelijk de/een formulier(en)

Verklaring optreden piket, zijnde dat/die formulier(en) (telkens)(een)

geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt, althans heeft vervalst hebbende hij, verdachte toen

daar (telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid op dat/die

formulier(en) Verklaring optreden piket, betrekking hebbende op rechtsbijstand

op 02 november 2006, met betrekking tot cliënt [persoon 1] (geboren

16-12-1990) en/of [persoon 2] (geboren [1973]) en/of betrekking hebbende op

rechtsbijstand op 01 december 2007, met betrekking tot cliënten [persoon 3]

(geboren [1983]) en/of [persoon 4] (geboren [1981]) en/of [persoon 5] (geboren [1990]) en/of [persoon 6] (geboren [1993]) en/of

betrekking hebbende op rechtsbijstand op 29 juni 2006, met betrekking tot

cliënten [persoon 7] (geboren [1960]) en/of [persoon 8] (geboren

30-06-1971) en/of [persoon 9] (geboren [1980]) en/of [persoon 10]

(geboren [1977]) en/of [persoon 11] (geboren [1978]), bij het item

Reiskosten (telkens) vermeld dat hij ten behoeve van het piketbezoek 20

kilometer heeft gereisd tussen Veldhoven en Eindhoven v.v., (telkens) met het

oogmerk om voormeld(e) formulier(en) Verklaring optreden piket als echt en

onvervalst te gebruiken of door een ander of anderen te doen gebruiken;

(artikel 225 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 oktober 2009 tot

en met 27 oktober 2009 in de gemeente Veldhoven en/of Eindhoven, althans in

het arrondissement 's-Hertogenbosch, (telkens) opzettelijk de/een

formulier(en) Verklaring optreden piket, zijnde dat/die formulier(en)

(telkens)(een) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig

feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, althans heeft vervalst hebbende

hij, verdachte toen daar (telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de

waarheid op dat/die formulier(en) Verklaring optreden piket, (telkens)

betrekking hebbende op rechtsbijstand op 11 oktober 2009, met betrekking tot

cliënten [persoon 12] (geboren [1992]) en/of [persoon 13] (geboren [1992])

en/of [persoon 14] (geboren [1992]) en/of [persoon 15] (geboren

05-04-1993) en/of [persoon 16] (geboren [1992]) en/of [persoon 17] (geboren

10-01-1992) en/of [persoon 18] (geboren [1991]) en/of [persoon 19] (geboren

01-11-1991) en/of [persoon 20] (geboren [1992]) en/of [persoon 21]

(geboren [1992]) en/of [persoon 22] (geboren [1992]) bij het item

Reiskosten (telkens) vermeld dat hij ten behoeve van het piketbezoek 20

kilometer heeft gereisd tussen Veldhoven en Eindhoven v.v., (telkens) met het

oogmerk om voormeld(e) formulier(en) Verklaring optreden piket als echt en

onvervalst te gebruiken of door een ander of anderen te doen gebruiken;

(artikel 225 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 oktober 2009 tot

en met 28 oktober 2009 in de gemeente Veldhoven en/of Eindhoven, althans in

het arrondissement 's-Hertogenbosch, (telkens) opzettelijk de/een

formulier(en) Verklaring optreden piket, zijnde die/dat formulier(en)

(telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig

feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, althans heeft vervalst hebbende

hij, verdachte toen daar (telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de

waarheid op een formulier Verklaring optreden piket vermeld dat hij,

verdachte, op 12 oktober 2009 te Eindhoven als raadsman is opgetreden met

betrekking tot [naam] (geboren [1993]) en/of op een formulier

Verklaring optreden piket vermeld dat hij, verdachte, op 11 oktober 2009 te

Eindhoven als raadsman is opgetreden met betrekking tot [persoon 17]

(geboren [1992]), (telkens) met het oogmerk om voormeld(e) formulier(en)

Verklaring optreden piket als echt en onvervalst te gebruiken of door een

ander of anderen te doen gebruiken;

(artikel 225 Wetboek van Strafrecht)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Het standpunt van de verdediging.

Volgens de verdachte is de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vervolging. Aan verdachte is de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor in totaal 6 maanden opgelegd door het Hof van Discipline op 10 januari 2011 voor dezelfde feiten als de thans tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de officier van justitie.

De door het Hof van Discipline opgelegde disciplinaire maatregel kan niet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Art. 68 Sr beperkt zich tot het strafrecht en is niet van toepassing op de tuchtrechtelijke procedure. Het verweer dient te worden verworpen.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank verwerpt het verweer van verdachte. Volgens vaste jurisprudentie beperkt het 'ne bis in idem'-beginsel, zoals dat gecodificeerd is in art. 68 Sr, zich tot beslissingen van strafrechtelijke aard. De officier van justitie kan daarom in zijn vervolging worden ontvangen.

Ook overigens zijn er geen gronden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in zijn vervolging in de weg staan.

Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Het standpunt van de officier van justitie.

Volgens de officier van justitie kunnen de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend worden bewezen. Verdachte heeft opzettelijk valse declaraties ingediend. Verdachte is als advocaat verantwoordelijk voor het juist indienen van de declaraties. Door deze in te vullen en te ondertekenen verklaart hij deze naar waarheid te hebben ingevuld. De formulieren die betrekking hebben op feit 2 en feit 3 zijn op verschillende data tussen 11 en 27 oktober ingediend. Verdachte had de tijd om de juistheid van de declaraties goed te controleren. Uit het nieuwe onderzoek is vastgesteld dat verdachte eerder vaker op dezelfde wijze onjuiste declaraties heeft ingediend. Er is sprake van een patroon van valsheden bij het indienen van de declaraties.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdachte stelt zich op het standpunt dat hij de betreffende formulieren verkeerd heeft ingevuld, maar dat hij dat niet met opzet heeft gedaan. Het waren administratieve fouten die zijn ontstaan door slordigheden en het automatisch invullen van de declaratieformulieren. De verdachte verzoekt de rechtbank primair om vrijspraak van de tenlastegelegde feiten en subsidiair om ontslag van alle rechtsvervolging.

Vrijspraak.

T.a.v. feit 1, feit 2 en feit 3:

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

Verdachte heeft in de periode van 29 juni 2006 tot en met 10 december 2007 in het kader van zijn piketdienst de in feit 1 genoemde personen rechtsbijstand verleend op het politiebureau te Eindhoven. Verdachte heeft voor ieder van de genoemde personen een 'verklaring optreden piket' ingevuld en reiskosten gedeclareerd. Verdachte heeft de formulieren ingediend bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uit het proces-verbaal van bevindingen, waarin de tijdstippen zijn vermeld waarop verdachte de genoemde personen heeft bezocht (dossier PL2233 2011035453, p. 17 t/m 28), blijkt dat verdachte vlak voor/na de bezoeken aan genoemde personen ook andere personen op het politiebureau in Eindhoven heeft bezocht in het kader van het verlenen van rechtsbijstand, voor welke personen hij blijkens de zich in het dossier bevindende, door hem ingediende 'verklaringen optreden piket' ook reiskosten heeft gedeclareerd. Gelet hierop en gelet op de afstand tussen het kantoor van verdachte in Veldhoven en het politiebureau in Eindhoven is het onmogelijk dat verdachte tussen elk bezoek heen en weer heeft gereisd. Verdachte heeft aldus zes keer - wat betreft de op 1 december 2007 verleende rechtsbijstand heeft verdachte immers wel eenmaal reiskosten mogen declareren, - ten onrechte reiskosten gedeclareerd.

Verdachte had op 11 oktober 2009 piketdienst. Tijdens de piketdienst kreeg verdachte bericht dat een compleet elftal op 10 oktober 2009 was aangehouden op verdenking van het plegen van openlijk geweld. Verdachte heeft piketbezoeken afgelegd en heeft voor ieder van de in feit 2 genoemde personen en voor de niet in de tenlastelegging genoemde [persoon 12] 'verklaringen optreden piket' ingevuld en reiskosten gedeclareerd. Hij heeft de declaratieformulieren ingediend bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uit het overzicht met de tijdstippen waarop verdachte de genoemde personen en [persoon 12] heeft bezocht (dossier PL2233 2010058823, p. 65) en de afstand tussen het kantoor van verdachte en het politiebureau in Eindhoven is het onmogelijk dat verdachte tussen al deze bezoeken heen en weer heeft gereisd. Verdachte heeft slechts eenmaal (voor [persoon 12]) of hooguit tweemaal (gezien de tijdspanne tussen het bezoek aan [persoon 20] en [persoon 21]) reiskosten mogen declareren en aldus ten onrechte reiskosten gedeclareerd voor de andere personen.

Verdachte heeft voor een bezoek op 12 oktober 2009 aan verdachte [persoon 15] alsmede voor een bezoek op dezelfde dag aan verdachte [naam] een declaratieformulier ingediend voor vergoeding van reiskosten bij de Raad voor Rechtsbijstand. Een verdachte genaamd [naam] bestaat echter niet. Daarnaast heeft verdachte een declaratieformulier ingevuld en ingediend voor [persoon 17], terwijl niet deze persoon, maar (zijn tweelingbroer) [persoon 23] in verzekering was gesteld, voor wie verdachte ook een declaratieformulier had ingediend. Blijkens de brief van de parketsecretaris d.d. 5 februari 2010 (dossier PL2233 2011035453, p. 79) zijn abusievelijk bij het opmaken van het bevel tot inverzekeringstelling aanvankelijk de personalia van [persoon 17] gebruikt, maar is [persoon 17] niet aangehouden of in verzekering gesteld.

Verdachte heeft aldus ten onrechte 2 keer reiskosten gedeclareerd.

De vergoeding van reiskosten (retour Veldhoven- Eindhoven) betrof telkens 20 kilometer à

€ 0, 28 per kilometer dan wel € 0, 37 per kilometer.

Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat hij de in de tenlastelegging genoemde formulieren 'verklaringen optreden piket' onjuist heeft ingevuld.

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is of verdachte opzet had op het valselijk opmaken van bedoelde formulieren. Dienaangaande wordt als volgt overwogen.

De rechtbank stelt voorop dat het handelen van verdachte, zoals blijkend uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting, als buitengewoon onzorgvuldig moet worden aangemerkt. Verdachte heeft bij het invullen van de 'verklaringen optreden piket' niet de van hem te verwachten zorgvuldigheid betracht. Dat geldt temeer gezien zijn functie destijds als advocaat. De rechtbank acht evenwel niet wettig en overtuigend bewezen dat bij verdachte sprake is geweest van opzet op het valselijk opmaken van bedoelde formulieren. De rechtbank hecht in dit verband geloof aan de verklaring van verdachte, dat sprake is geweest van administratieve fouten en slordigheden. Daarbij heeft de rechtbank tevens acht geslagen op het feit dat het steeds om relatief beperkte bedragen ging.

De rechtbank zal verdachte mitsdien vrijspreken van het hem ten laste gelegde.

DE UITSPRAAK

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M. Senden, voorzitter,

mr. J.W.H. Renneberg en mr. C.P.J. Scheele, leden,

in tegenwoordigheid van mr. E. de Dooij, griffier,

en is uitgesproken op 10 juli 2012.

6

Parketnummer: 01/885057-11

[verdachte]