Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX0448

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-07-2012
Datum publicatie
05-07-2012
Zaaknummer
241200 / FA RK 11-7222_1
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontzetting van gezag. Het gedrag van moeder ten opzichte van haar oudste kind (toediening desinfecteermiddel via de sonde) levert grove verwaarlozing van de verzorging en opvoeding van dat kind op. Ontzetting is in het belang van dat kind noodzakelijk. Het gedrag van moeder geeft blijk van tekortschietende opvoedingsvaardigheden. Moeder is niet in staat om de andere drie kinderen de veiligheid te bieden die zij nodig hebben om zich goed te kunnen ontwikkelen. In het belang van andere drie kinderen is het noodzakelijk dat moeder ook van het gezag over hen wordt ontzet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Zaaknummer : 241200 / FA RK 11-7222-1

Uitspraak : 3 juli 2012

Beschikking betreffende ontzetting van het ouderlijk gezag, gegeven als vervolg op de beschikking van 24 januari 2012 en de herstelbeschikking van 18 april 2012, in de zaak van

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

verzoeker, hierna te noemen: de Raad,

tegen:

[de moeder],

verblijvende te [verblijfplaats],

hierna mede te noemen: de moeder,

advocaat mr. C.C.E. Wilschut.

De procedure

De rechtbank heeft na de beschikkingen van 24 januari 2012 en 18 april 2012 kennisgenomen van de navolgende stukken:

- de brief d.d. 31 mei 2012 van mr. Wilschut, met als bijlagen afschriften van de rapporten naar aanleiding van het psychiatrisch en het psychologisch onderzoek van moeder en het milieuonderzoek;

- de brief d.d 31 mei 2012 van de Raad.

De voortgezette behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter zitting van 14 juni 2012. Verschenen zijn mevrouw E. van der Aalst namens de Raad, moeder, bijgestaan door haar advocaat, de heer [naam] (hierna te noemen: de vader), mevrouw L. Snijders namens Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant, alsmede de pleegouders.

Van het verhandelde ter zitting is proces-verbaal opgemaakt.

De beoordeling

Uit de relatie van moeder en vader zijn geboren:

- [minderjarige X], geboren op [datum] te [geboorteplaats];

- [minderjarige Y], geboren op [datum] te [geboorteplaats];

- [minderjarige Z], geboren op [datum] te [geboorteplaats].

De vader heeft de minderjarigen erkend. Hij heeft geen gezag over hen.

Op [datum] is te [geboorteplaats] geboren [minderjarige W]. Bij beschikking van dezelfde datum is moeder geschorst in de uitoefening van het gezag over [minderjarige W]. Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant is belast met de voorlopige voogdij. Deze beslissing is op 13 januari 2012 bekrachtigd.

Bij beschikking van 24 januari 2012 is moeder geschorst in de uitoefening van het gezag over haar drie oudste kinderen. Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant is belast met de voorlopige voogdij.

Thans ligt ter beantwoording voor de vraag of moeder ontzet moet worden van het gezag over haar vier kinderen. De Raad is van mening dat zulks moet gebeuren en heeft in zijn verzoekschrift van december 2011 aangegeven dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 1:269 lid sub a van het Burgerlijk Wetboek. Daarin is bepaald dat indien de rechtbank dit in het belang van de kinderen noodzakelijk acht, zij een ouder kan ontzetten van het gezag over een of meer van zijn kinderen, op grond van misbruik van het gezag, of grove verwaarlozing van de verzorging en opvoeding van een of meer kinderen. In het bij zijn verzoekschrift behorende rapport heeft de Raad zijn standpunt onderbouwd. Aangegeven is dat moeder heeft bekend aan haar oudste zoon [minderjarige X] via de voedingssonde die hij sedert [datum] had, desinfecteermiddel te hebben toegediend. Die toediening heeft geleid tot een alcoholvergiftiging. Moeder heeft toegegeven dat ze [minderjarige X] ook al eerder dingen heeft toegediend die hem hebben ziekgemaakt. De Raad is van mening dat de levensbedreigende gedragingen van moeder ten opzichte van [minderjarige X] zodanig ernstig en schokkend zijn dat sprake is van een zeer grove verwaarlozing van de verzorging of opvoeding en misbruik van het gezag, niet alleen ten opzicht van [minderjarige X] maar ook ten opzichte van [minderjarige Y en Z] en het toen nog ongeboren kind. Om die reden moet moeder ontzet worden van het gezag.

Moeder is van mening dat er geen grond bestaat om haar van het gezag over haar kinderen te ontzetten. Zij heeft daartoe gewezen op de rapportages die in het kader van de strafzaak zijn uitgebracht door een psychiater en een psycholoog. De conclusie van die rapporten is dat bij moeder sprake is van twee stoornissen, te weten M√ľnchhausen by proxy en een borderline persoonlijkheidsstoornis (met vermijdende kenmerken). De psychiater en psycholoog zijn beiden van mening dat moeder verminderd toerekeningsvatbaar is. Om die reden kan, gelet ook op de uitspraak van het gerechtshof 's-Gravenhage van 7 juli 2010 (LJN: BN2114), geen ontzetting van het gezag worden uitgesproken. De daarvoor vereiste verwijtbaarheid ontbreekt immers. Als wel sprake is van verwijtbaarheid, dan betekent dit dat zij wel van het gezag over [minderjarige X] maar niet van het gezag over de andere kinderen kan worden ontzet.

Vader vindt dat het verzoek van de Raad te ver gaat. Hij is van mening dat moeder eerst behandeld moet worden en dat pas na afronding daarvan beoordeeld kan worden of moeder met het gezag belast kan blijven.

Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant onderschrijft het standpunt van de Raad.

De rechtbank stelt voorop dat in de visie van de in de strafzaak geraadpleegde deskundigen, anders dan in de zaak die aanleiding was voor de hiervoor genoemde uitspraak van het gerechtshof 's-Gravenhage, bij moeder geen sprake is van volledige ontoerekeningsvatbaarheid, maar van verminderde toerekeningsvatbaarheid. Ook al is de strafzaak nog niet afgerond zodat niet vast staat of moeder strafrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, van verwijtbaarheid als vereiste om tot onzetting van het gezag te kunnen overgaan is wel sprake. Moeders gedragingen ten opzichte van [minderjarige X] zijn haar te verwijten en zijn zodanig ernstig dat deze naar het oordeel van de rechtbank tot geen andere conclusie kunnen leiden dan dat sprake is van grove verwaarlozing van de verzorging of opvoeding van [minderjarige X]. Het is in zijn belang noodzakelijk dat moeder van het gezag over [minderjarige X] wordt ontzet.

Voor wat betreft de andere drie kinderen is de rechtbank eveneens van oordeel dat aan de wettelijke criteria voor ontzetting van het gezag is voldaan. De gedragingen van moeder ten opzichte van [minderjarige X] geven er blijk van dat de opvoedingsvaardigheden van moeder ernstig tekort schieten. Gelet op hetgeen rond [minderjarige X] heeft plaatsgevonden, acht de rechtbank moeder niet in staat om de andere drie kinderen de veiligheid te garanderen die zij nodig hebben om zich goed te kunnen ontwikkelen. Vanwege de grove verwaarlozing van de verzorging en opvoeding van [minderjarige X] is het naar het oordeel van de rechtbank in het belang van de andere drie kinderen noodzakelijk dat moeder ook wordt ontzet van het gezag over hen.

Bij de stukken bevindt zich een verklaring van de voorgestelde voogdes, waarin deze zich bereid verklaart de voogdij over de minderjarigen te aanvaarden.

Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

De beslissing

De rechtbank:

ontzet de moeder voornoemd van het ouderlijk gezag over de minderjarigen:

- [minderjarige X], geboren op [datum] te [geboorteplaats];

- [minderjarige Y], geboren op [datum] te [geboorteplaats];

- [minderjarige Z], geboren op [datum] te [geboorteplaats];

- [minderjarige W], geboren op [datum] te [geboorteplaats].

benoemt de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant, unit 's-Hertogenbosch, Postbus 1163 te 5200 BE 's-Hertogenbosch tot voogdes over voornoemde minderjarigen;

veroordeelt de moeder tot het doen van rekening en verantwoording van het gevoerde bewind aan de benoemde voogdes.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Bossink, mr. S. ter Braak en mr. J.W. Brunt, rechters, tevens kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2012 in aanwezigheid van de griffier.

conc: jwb

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.