Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BX0021

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-06-2012
Datum publicatie
29-06-2012
Zaaknummer
812027
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verjaringsverweer. Stuitingshandeling. Per fax verzonden aanmaningsbrief. Faxrapport geeft een geslaagde verzending aan. De omstandigheid dat de fax bij de ontvanger mogelijk in het ongerede is geraakt komt voor risico van de ontvanger.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2012/377
Prg. 2012/241
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie Helmond

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Arenda I B.V.,

gevestigd te Reeuwijk, gemeente Bodegraven-Reeuwijk,

eiseres,

gemachtigde: Hafkamp & Partners, gerechtsdeurwaarders,

t e g e n :

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde,

gemachtigde mr. C. Schouten.

1. De procedure

Eiseres heeft bij dagvaarding gesteld en gevorderd als na te melden. Gedaagde is in rechte verschenen en heeft een conclusie van antwoord en een ‘nadere gronden conclusie van antwoord’ genomen. Vervolgens is een comparitie na antwoord gelast die is gehouden op 29 mei 2012. Eiseres heeft bij gelegenheid van de comparitie een akte overlegging aanvullende producties genomen. Tenslotte is vonnis bepaald. Onder de genoemde processtukken bevinden zich tevens de in die stukken nader aangeduide producties.

Partijen zullen verder worden aangeduid als ‘Arenda’ en ‘[gedaagde]’.

2. Het geschil

2.1. Arenda vordert betaling van € 4.101,65, te vermeerderen met rente en kosten als vermeld in de dagvaarding.

Arenda legt daaraan het volgende ten grondslag. Arenda en [gedaagde] hebben op 12 juli 2001 een overeenkomst gesloten waarbij Arenda aan [gedaagde] een doorlopend krediet tot een maximum van fl. 15.000,- heeft verstrekt. [gedaagde] was tenminste twee maanden achterstallig in de betaling van een vervallen termijnbedrag en bleef ook na in gebreke te zijn gesteld nalatig in de volledige nakoming van zijn verplichtingen. Ingevolge de bepalingen van de kredietakte en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden is het saldo van het krediet in zijn geheel opeisbaar geworden. Het saldo bedraagt per 27 juli 2008 € 2.842,58. Arenda heeft [gedaagde] tevergeefs tot betaling aangemaand en werd genoodzaakt haar vordering in de maand juli 2008 ter incasso aan een gerechtsdeurwaarder uit handen te geven. [gedaagde] is rente van 1,167% per maand verschuldigd, en deze bedraagt vanaf 28 juli 2008 tot aan de dag der dagvaarding € 1.409,07.

2.2. [gedaagde] heeft, kort weergegeven, het volgende verweer gevoerd. De vordering van Arenda is verjaard op grond van het bepaalde in artikel 3:307 BW. De verjaring is door Arenda niet gestuit. [gedaagde] heeft geen brieven of fax met een tot stuiting strekkende mededeling van Arenda ontvangen. [gedaagde] heeft pas op 13 mei 2011 van de incassogemachtigde van Arenda een brief ontvangen betreffende een restvordering uit de verstrekte kredietovereenkomst. In de periode van vijf jaar daaraan voorafgaand is de verjaring nimmer rechtmatig gestuit.

3. De beoordeling

3.1. Tegenover het beroep van [gedaagde] op verjaring heeft Arenda zich er op beroepen dat die verjaring is gestuit. In dat verband heeft Arenda gewezen op brieven en op een fax van 30 mei 2006 die zij heeft verzonden naar het adres respectievelijk het faxnummer van [gedaagde] in Thailand zoals dat door [gedaagde] aan haar was opgegeven. [gedaagde] heeft de ontvangst van die brieven en die fax betwist, stellende dat hij pas voor het eerst bij brief van 13 mei 2011 op betaling is aangesproken.

Voor de vordering van Arenda geldt een verjaringstermijn van vijf jaar. Tussen partijen is niet in geschil dat deze vordering vóór 13 mei 2006 opeisbaar is geworden zodat er sprake is van verjaring van de vordering als Arenda na het opeisbaar worden van de vordering pas voor het eerst bij brief van 13 mei 2011 [gedaagde] heeft aangemaand of zich tegenover hem haar recht op nakoming heeft voorbehouden.

[gedaagde] heeft in de periode van april 2002 tot 1 oktober 2010 in Thailand verbleven. Bij fax van 2 oktober 2003 heeft hij zijn adresgegevens en zijn faxnummer in Thailand aan Arenda doorgegeven.

Volgens Arenda heeft zij aanmaningsbrieven naar het adres van [gedaagde] in Thailand verzonden. [gedaagde] heeft de ontvangst van die brieven weersproken en Arenda heeft van die ontvangst of van de eventuele aanbieding van aangetekend verzonden brieven, geen bewijs aangeboden. Er moet daarom van worden uitgegaan dat [gedaagde] die aanmaningen niet heeft ontvangen. Deze brieven hebben dan ook niet tot stuiting van de verjaring geleid.

Arenda heeft voorts gesteld dat zij op 30 mei 2006 een brief van 19 mei 2006 waarin aanspraak wordt gemaakt op betaling van de op dat moment vervallen termijnen per fax naar het faxnummer van [gedaagde] in Thailand heeft gezonden. [gedaagde] heeft ook de ontvangst van dit faxbericht weersproken. Arenda heeft ter zake de faxverzending van de brief van 19 mei 2006 een ‘tx rapport’ in het geding gebracht waarin als resultaat van de verzending naar het door [gedaagde] opgegeven faxnummer is vermeld ‘ok’. Op grond hiervan moet worden aangenomen dat de verzending van de brief van 19 mei 2006 op 30 mei 2006 succesvol heeft plaatsgevonden en dit faxbericht aldus binnen het bereik van [gedaagde] is gebracht. [gedaagde] heeft er op gewezen dat in het door Arenda in het geding gebrachte statusoverzicht bij de datum 30 mei 2006 is vermeld: ‘Fax uit: nu komt fax aan in agenda voor 01/06’. Volgens [gedaagde] trok Arenda op dat moment de conclusie dat voormeld faxbericht niet succesvol was verzonden. Arenda heeft echter ter comparitie verklaard dat deze vermelding inhield dat in de agenda was opgenomen dat op 1 juni 2006 diende te worden nagegaan of de fax succesvol was verzonden en dat uit eerdergenoemd ‘tx rapport’ blijkt dat die verzending geslaagd was. Gegeven deze verklaring van Arenda kan uit die vermelding niet de conclusie worden getrokken dat het faxbericht niet succesvol was verzonden, zoals [gedaagde] heeft gesteld.

[gedaagde] heeft geen deugdelijke betwisting van de ontvangst van dit faxbericht gegeven. Zo heeft [gedaagde] bij brief van 29 december 2011 van zijn gemachtigde die ontvangst betwist, stellende dat het betreffende faxnummer hem volledig onbekend is, dat dit faxnummer zeker niet het zijne is en dat hij dit niet op enig moment aan Arenda heeft doorgegeven. Door [gedaagde] is later, nadat hij was geconfronteerd met zijn eigen schriftelijke opgave van het faxnummer, erkend dat het nummer waar de brief naar toe is gefaxt, zijn, door hem opgegeven faxnummer was, zonder enige verklaring te geven over zijn aanvankelijke, uitdrukkelijke ontkenning daarvan. Voorts heeft [gedaagde] gesteld dat hij ten tijde van de verzending van de fax niet aanwezig was op het adres waar de faxaansluiting was en heeft hij ter comparitie verklaard dat het wel voorkwam dat ontvangen faxen door gestremde doorvoer van papier niet leesbaar uit het faxapparaat kwamen en dat andere bewoners van dat adres, familieleden van zijn partner, ontvangen faxberichten weggooiden. [gedaagde] heeft niet kunnen uitsluiten dat in zijn afwezigheid de succesvol aan hem verzonden fax van 30 mei 2006 door deze omstandigheden niet in zijn bezit is gekomen. Dat komt echter voor zijn rekening en risico. Het lag immers op de weg van [gedaagde], in aanmerking nemende dat hij zijn faxnummer aan Arenda had doorgegeven opdat zij met hem ter zake haar vordering zou kunnen communiceren, om de deugdelijke ontvangst van aan hem toegezonden faxberichten te verzekeren.

3.2. De brief van 19 mei 2006 die op 30 mei 2006 aan [gedaagde] is gefaxt houdt een aanmaning in de zin van artikel 3:317 BW in en heeft daarmee stuitende werking. Gelet op het voorgaande moet door de verzending van deze brief de verjaring van de vordering worden geacht te zijn gestuit. Het beroep op verjaring van de vordering slaagt daarom niet. Nu [gedaagde] voor het overige geen verweer heeft gevoerd tegen de gevorderde hoofdsom en de daarover gevorderde rente zullen de hoofdsom en rente worden toegewezen.

3.3. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De meegevorderde btw over het uittreksel GBA zal niet worden toegewezen nu Arenda die btw niet verschuldigd is geworden.

4. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Arenda te betalen de som van € 4.101,65, te vermeerderen met de overeengekomen rente hierover van 1,167% per maand, met als maximum de ten hoogste toegelaten kredietvergoeding krachtens artikel 35 Wet op het consumentenkrediet, vanaf 16 februari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure aan de zijde van Arenda gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op in totaal € 934,64, waarvan € 97,64 explootkosten, € 437,- griffierecht en € 400,- salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover indien niet binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis tot betaling is overgegaan;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.