Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW9859

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29-06-2012
Datum publicatie
03-07-2012
Zaaknummer
01/045198-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging van de terbeschikkingstelling en de dwangverpleging met een jaar. Gronddelicten: Poging tot doodslag en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/045198-01

Uitspraakdatum: 29 juni 2012

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1969],

verblijvende te F.P.C. De Rooyse Wissel te Venray.

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van deze rechtbank van 24 januari 2002 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van het gerechtshof te Arnhem van 23 november 2010, met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 10 mei 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 juni 2012. Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige mw. drs. B.P.M. Jansen en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman mr. E. van der Meer gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het verlengingsadvies van F.P.C. De Rooyse Wissel, opgemaakt en ondertekend d.d. 13 april 2012 door mw. drs. B.P.M. Jansen, hoofd behandeling, drs. M. Badr, psychiater, en drs. A.J. de Groot, locatiedirecteur behandeling en zorg, tevens plv. hoofd van de inrichting;

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast onder meer ter zake van poging tot doodslag en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van F.P.C. De Rooyse Wissel is onder meer het navolgende gesteld:

"BOX 9 (verlengingsadvies)

Samenvattende beschrijving m.b.t. het verband tussen stoornis, gevaar, geboden behandeling en de prognose

Bij betrokkene is sprake van ernstige persoonlijkheidsproblematiek in de vorm van een antisociale

persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken. De score op de PCL-R is hoog en in het verleden was sprake van ernstige verslavingsproblematiek binnen een crimineel milieu, hetgeen geleid heeft tot ernstig gewelddadig gedrag en het indexdelict. Over het algemeen is bovengenoemde problematiek moeilijk behandelbaar, mede vanwege de afwezigheid van lijdensdruk. Hoewel deels extrinsiek bepaald, heeft betrokkene zich echter gecommitteerd aan de behandeling in de zin dat hij de geboden behandelonderdelen volgt. Er is sprake van gedragsverandering en betrokkene heeft enig inzicht in de eigen problematiek. Hij weet zich gedurende langere tijd te verhouden tot anderen binnen de klinische setting. Buiten deze setting zijn echter voor betrokkene belangrijke en niet altijd te vermijden risicosituaties (bijvoorbeeld in aanraking komen met een crimineel milieu, drugsgerelateerde situaties, situaties waarin betrokkene gekrenkt wordt) aanwezig.

Persoonlijkheidskenmerken als een lage frustratietolerantie, status- en krenkinggevoeligheid en moeite met het uitstellen van de behoeften zullen, gezien de problematiek, aanwezig blijven en de verwachting is dat deze meer op de voorgrond komen te staan in minder gestructureerde situaties.

Een resocialisatietraject zal dan ook geleidelijk en gecontroleerd moeten plaatsvinden. Wat basale en cognitieve vaardigheden betreft zou betrokkene in staat moeten zijn tot zelfstandig wonen en werken

in een betaalde baan, mate van vorderingen in de behandeling en geleidelijke opbouw van vrijheden moet echter uitwijzen in hoeverre betrokkene in de toekomst begeleiding en controle nodig heeft. Het huidige beeld van het behandelteam is dat betrokkene langdurig externe professionele begeleiding en controle nodig zal hebben.

Advies verlenging TBS maatregel

Gezien het feit dat betrokkene niet echt in de behandeling zit, maar zich beperkt tot het doen wat hij moet doen, de nog aanwezige persoonlijkheidsproblematiek, het risico op schijnaanpassing (hoge PCL-R) het snel overvraagd en overschat worden en zelf niet om hulp vragen, het nog te evalueren onbegeleid verlof, nog aan te vragen en doorlopen Transmuraal Verlof, proefverlof en de inschatting van het recidivegevaar bij beëindiging van de maatregel als hoog en de te verwachten duur van het resocialisatietraject, adviseren wij de TBS-maatregel te verlengen voor de duur van twee (2) jaar."

De deskundige mw. drs. B.P.M. Jansen, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts onder meer het volgende verklaard.

Bij de terbeschikkinggestelde is in het verleden sprake geweest van ernstige verslavingsproblematiek. Deze problematiek is meegenomen in de risicotaxatie. De angst van de kliniek, dat de terbeschikkinggestelde zelfstandig onvoldoende structuur in zijn leven kan aanbrengen, is met name gebaseerd op zijn persoonlijkheidsproblematiek. Deze problematiek is blijvend en de behandeling is om die reden vooral gericht op het hanteerbaar maken van de risico's op terugval in delictgedrag. Naar de mening van zijn behandelaars heeft de terbeschikkinggestelde het maximaal haalbare in zijn behandeling bereikt. De wijze waarop de terbeschikkinggestelde momenteel functioneert neemt de kliniek als uitgangspunt voor de resocialisatie. Op termijn ligt resocialisatie onder meer door middel van transmuraal verlof zeker in de rede, maar dit dient geleidelijk plaats te vinden. Om die reden houdt de kliniek vast aan een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar. Mede gelet op de emotionele gesteldheid van de terbeschikkinggestelde bestaat er een kans dat hij terugvalt in agressief gedrag en dan stopt met communiceren met zijn begeleiders. Voorts dient het netwerk van de terbeschikkinggestelde meer vorm krijgen. De partner van de terbeschikkinggestelde is een belangrijke factor voor zijn resocialisatie, maar ook over zijn relatie is de terbeschikkinggestelde weinig open naar zijn begeleiders. De kliniek is zich er tevens van bewust dat een partner kan wegvallen. De terbeschikkinggestelde heeft weliswaar een groot sociaal netwerk, maar geen van deze personen is betrokken bij zijn resocialisatie.

De terbeschikkinggestelde heeft zich kort gezegd op het standpunt gesteld dat hij klaar is met zijn behandeling. Op dit moment is hij aan het resocialiseren onder meer door middel van onbegeleide verloven en deze verlopen goed. Hij wenst zijn resocialisatie voort te zetten buiten de kliniek, waarbij zijn voorkeur uitgaat naar plaatsing in een verlofwoning in Amersfoort of in forensisch psychiatrische kliniek Altrecht. De terbeschikkinggestelde gebruikt al ongeveer tien jaar geen verdovende middelen en bij hem bestaat ook geen verlangen meer om daar naar terug te grijpen.

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij zijn vordering.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft primair afwijzing van de vordering van de officier van justitie bepleit. Hij heeft daartoe onder meer aangevoerd, dat er geen sprake meer is van enige verslavingsproblematiek en voorts dat bij de terbeschikkinggestelde het behandelplafond is bereikt. De verslavingsproblematiek van de terbeschikkinggestelde zal zijn hele leven een reële factor blijven, maar op louter angst van de kliniek dat de terbeschikkinggestelde bij het ontbreken van structuur zal terugvallen in middelengebruik, kan het bestaan van recidivegevaar niet worden gebaseerd. Subsidiair heeft de raadsman verlenging van de terbeschikkinggestelde met een termijn van één jaar bepleit en daarbij schorsing van het onderzoek ter terechtzitting, teneinde de mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging door de reclassering te laten onderzoeken. Hij heeft daartoe onder meer aangevoerd, dat de kliniek, in tegenstelling tot hetgeen het gerechtshof in zijn beslissing van 23 november 2010 heeft overwogen, in de behandeling van de terbeschikkinggestelde weinig voortvarendheid heeft betracht. Op deze wijze is bij de terbeschikkinggestelde onvrede ontstaan en is zijn motivatie om aan de behandeling mee te werken afgenomen, wat heeft geresulteerd in een tijdelijke beëindiging van zijn verloven.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige, voor wat betreft de motivering van het recidiverisico. Het recidiverisico bij de terbeschikkinggestelde wordt, indien de structuur van de behandeling zou wegvallen, thans nog als hoog ingeschat. Gelet op het vorenstaande, gezien de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank dan ook van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

Naar het oordeel van de rechtbank wordt het resocialisatietraject door de kliniek thans weinig voortvarend aangepakt. Mede gelet hierop acht de rechtbank, in tegenstelling tot genoemd advies en de toelichting daarop van de deskundige ter terechtzitting, een verlenging van de maatregel met slechts één jaar geïndiceerd. De rechtbank wenst namelijk een vinger aan de pols te houden door zich reeds over een jaar te doen informeren over het verdere verloop van de resocialisatie en de behandeling van de terbeschikkinggestelde en de inspanningen die in dat kader door de kliniek en de terbeschikkinggestelde zijn verricht.

Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier op dit moment geen aanknopingspunten om een onderzoek naar een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te gelasten. De rechtbank zal dan ook het verzoek van de verdediging hieromtrent afwijzen.

DE BESLISSING

De rechtbank verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. M.L.W.M. Viering, voorzitter,

mr. S.J.O. de Vries en mr. E.M.J. Raeijmaekers, leden,

in tegenwoordigheid van mr. I.J.M. Weemers, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 juni 2012.

4

Parketnummer: 01/045198-01

[terbeschikkinggestelde]