Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW9613

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-06-2012
Datum publicatie
27-06-2012
Zaaknummer
247267 EX 12-94
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. De omstandigheid dat de rechter een procesrechtelijke beslissing neemt die een partij onwelgevallig is, is in beginsel geen grond voor wraking van die rechter.

Aangezien dit het derde verzoek tot wraking van dezelfde rechter tijdens de behandeling van dezelfde zaak betreft, ziet de wrakingskamer aanleiding om toepassing te geven aan artikel 39 vierde lid Rv. Gelet op het voorgaande kan redelijkewijs worden verwacht dat verzoeker de rechter wederom zal wraken op gelijksoortige gronden. De wrakingskamer stelt vast dat sprake is van misbruik van het rechtsmiddel wraking en bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in deze zaken niet in behandeling wordt genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Wrakingskamer

Zaaknummer: 247267 EX RK 12-94

Beschikking van 15 juni 2012

in de zaak van: [verzoeker]

wonende te Deurne,

verzoeker,

procederende in persoon,

tegen

mevrouw mr. M.E. Smorenburg,

in haar hoedanigheid van rechter in de rechtbank te 's-Hertogenbosch bij de behandeling van de zaak met zaaknummer 791328 CV EXPL. 11-4650,

verweerster.

Partijen zullen hierna respectievelijk verzoeker en de rechter worden genoemd.

1. Procesverloop

1.1. De wrakingskamer heeft kennisgenomen van:

- het wrakingsverzoek van verzoeker gedaan bij brief van 10 mei 2012

- de schriftelijke reactie van 21 mei 2012 van mevr. [Y], eiseres in de civiele procedure waarin verzoeker als gedaagde het wrakingsverzoek heeft gedaan;

- de schriftelijke reactie met bijlagen van 29 mei 2012 van de rechter op het wrakingsverzoek;

- de beschikkingen van de wrakingskamer van 25 april 2012, met de kenmerken 244877 EX RK 12-58 en 246380 EX RK 12-79, op de wrakingsverzoeken van verzoeker, waarbij hij de rechter eveneens heeft gewraakt;

- het dossier in de hoofdzaak.

1.2. De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden op 7 juni 2012.

Verzoeker is in persoon verschenen en heeft zijn wrakingsverzoek, mede aan de hand van door hem overgelegde pleitaantekeningen, nader toegelicht.

In haar schriftelijke reactie heeft de rechter voorafgaand aan de zitting reeds aangegeven het niet nodig te achten te worden gehoord en ter zitting aanwezig te zijn. In de schriftelijke reactie heeft de rechter wel haar standpunt ten aanzien van het wrakingsverzoek naar voren gebracht.

De wederpartij van verzoeker in de hoofdzaak is hoewel daartoe te zijn uitgenodigd, niet ter zitting verschenen. Zij heeft bij brief van 21 mei 2012 haar standpunt over het wrakingsverzoek naar voren gebracht.

2. Het verzoek en het verweer

2.1. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de procedure met zaaknummer 791328 CV EXPL. 11-4650.

2.2. Verzoeker heeft betoogd dat de rechter niet onbevooroordeeld heeft gehandeld door zijn verzoek de comparitie van partijen van 9 februari 2012 te hervatten voor de procedure in reconventie, dan wel een nieuwe comparitie van partijen te gelasten, af te wijzen.

Ter onderbouwing van dit wrakingverzoek heeft verzoeker -kort en zakelijk weergegeven- aangevoerd dat de comparitie van partijen van 9 februari 2012 niet het juiste verloop heeft gehad, omdat verzoeker niet in staat zou zijn gesteld zijn argumenten in reconventie afdoende naar voren te brengen, terwijl eiseres in conventie die gelegenheid wel is geboden. Daardoor zou – aldus verzoeker – de beslissing in de hoofdzaak in zijn nadeel kunnen worden beïnvloed.

2.3. De rechter heeft aangegeven niet in de wraking te berusten en heeft in dat kader –kort en zakelijk weergegeven- gesteld dat tijdens de comparitie van partijen van 9 februari 2012, beide partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunten toe te lichten, waarbij zij er juist voor heeft gewaakt dat de balans tussen de niet juridisch geschoolde verzoeker die zonder bijstand van een gemachtigd advocaat procedeerde en de advocaat van eiseres, in evenwicht zou blijven.

3. De beoordeling

3.1. Ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dient te worden beoordeeld of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.2. De wrakingskamer stelt voorop dat de rechter uit hoofde van haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter met betrekking tot een procespartij vooringenomen is, althans dat de dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Van uitzonderlijke omstandigheden in voormelde zin is naar het oordeel van de wrakingskamer in het onderhavige geval geen sprake.

3.3. Naar het oordeel van de wrakingskamer betreft het niet hervatten van de comparitie van partijen van 9 februari 2012, dan wel het gelasten van een nieuwe comparitie van partijen alvorens verzoeker moest concluderen tot repliek in reconventie, een processuele beslissing van de rechter. In beginsel is de omstandigheid dat de rechter een procesrechtelijke beslissing neemt die een partij onwelgevallig is, geen grond voor wraking van die rechter.

In het onderhavige wrakingsverzoek zijn geen feiten of omstandigheden door verzoeker naar voren gebracht die zouden kunnen leiden tot de conclusie dat de rechter, door het nemen van de hiervoor genoemde processuele beslissing, niet onpartijdig heeft gehandeld dan wel de schijn van partijdigheid heeft gewekt.

3.6. Gezien het voorgaande wordt het wrakingsverzoek afgewezen.

3.7. Evenals in de zaak met kenmerk 246380 EX RK 12-79 wordt in de onderhavige zaak met het kenmerk 247267 EX RK 12-94, het verzoek tot wraking afgewezen, terwijl in de zaak met nummer 244877 EX RK 12-58 verzoeker niet ontvankelijk is verklaard in zijn verzoek tot wraking van de rechter van de rechter. In de inhoud van het laatst ingediende wrakingsverzoek en de omstandigheid dat dit het derde verzoek tot wraking van dezelfde rechter tijdens de behandeling van dezelfde zaak betreft, ziet de wrakingskamer aanleiding om toepassing te geven aan artikel 39 vierde lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Gelet op het voorgaande kan redelijkerwijs worden verwacht dat verzoeker de rechter wederom zal wraken op gelijksoortige gronden.

3.8. De wrakingskamer stelt vast dat sprake is van misbruik van het rechtsmiddel wraking en zal daarom bepalen dat een volgend verzoek om wraking in deze zaken niet in behandeling wordt genomen.

De beslissing

4. De wrakingskamer:

4.1 Wijst het verzoek tot wraking van mr. M.E. Smorenburg, in de zaak met zaaknummer 791328 CV EXPL. 11-4650 af.

4.2 Bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de onderhavige zaak niet in behandeling wordt genomen.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.J.C. Adang, voorzitter, mr. J.H. Wiggers en

mr. J.M.A. van Atteveld, leden, en uitgesproken op 15 juni 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

3

247267 EX RK 12-94