Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2012:BW9096

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-06-2012
Datum publicatie
22-06-2012
Zaaknummer
01/025038-98
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met twee jaar. Gronddelict: Moord.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/025038-98

Uitspraakdatum: 22 juni 2012

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1956],

verblijvende in de Pompestichting te Zeeland.

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 12 maart 1999 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beschikking van deze rechtbank van 28 juni 2011 met een jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 3 mei 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 juni 2012.

Hierbij zijn de officier van justitie, de getuige-deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van mevr. E.P.M.T. Brouns, psychiater, eerste geneeskundige, plv. hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 15 maart 2012;

- een rapport van de GZ-psycholoog I. van Asselt d.d. 12 april 2012;

- een rapport van de psychiater L.H.W.M. Kaiser d.d. 9 maart 2012;

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van ‘moord’, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het plv. hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

“Op basis van de historische items, die het risico op basis van het verleden weergeven, is de inschatting van de kans op hernieuwd gewelddadig gedrag hoog. Al in de kindertijd waren er problemen. Gedurende zijn levensloop is er sprake van eerder geweld,

betrokkene heeft een instabiel arbeidsverleden en het is ook nooit op hoofdlijnen gekomen tot een stabiele relatie. Daarnaast is er sprake van een persoonhijkheidsstoornis NAO met narcistische en theatrale kenmerken. Bovendien is er sprake van psychopathie volgens Hare.

Op basis van de klinische items, die aangeven in hoeverre betrokkene zich in de behandeling heeft begeven, kan gezegd worden dat er een groot risico op toekomstig gewelddadig gedrag aanwezig is. Betrokkene heeft geen inzicht in zijn problematiek en de daarbij behorende mogelijkheden en beperkingen. Hij kan zeer impulsief reageren, met name indien zaken niet lopen zoals hij dat wil en hij ingeperkt wordt in zijn mogelijkheden. De impulsiviteit uit zich binnen de huidige setting in verbale agressie. Diverse behandelpogingen hebben niet geleid tot een structurele verandering op het gebied van de stoornis en het daarmee samenhangende delictgevaar.

Tenslotte de inschatting op basis van de risicohanteringsitems.

Deze geven weer wat er zou gebeuren bij het wegvallen het gedwongen TBS kader. Betrokkene zal naar alle waarschijnlijkheid snel destabiliseren ten gevolge van zijn problematiek, de eisen die de maatschappij aan hem stelt en zijn gebrekkige copingvaardigheden.

Daar het betrokkene ontbreekt aan inzicht in zijn problematiek zal hij naar alle waarschijnlijkheid niet de begeleiding accepteren die nodig wordt geacht. Betrokkene beschikt slechts over een beperkt netwerk, dat niet in staat zal zijn hem voldoende te ondersteunen.

Concluderend kan gesteld worden dat het risico op herhaling van gewelddadig gedrag bij het wegvallen van het gedwongen TBS kader groot is.

Betrokkene zal naar verwachting niet direct delictgevaarlijk zijn voor wat betreft een herhaling van het indexdelict. Het delictgevaar neemt toe op het moment dat betrokkene een relatie aangaat. Indien er binnen de relatie problemen ontstaan en betrokkene overbelast wordt, niet de aandacht krijgt die hij nodig heeft en daardoor krenking oploopt, zal het delictgevaar hoog zijn.

Buiten de huidige setting is de kans dat betrokkene opnieuw in een problematische relatie verzeild raakt, groot. De aard van het te verwachten delict kan gelijk aan het indexdelict zijn, of in een andere vorm van agressie gericht op zijn partner.

Verlengingsadvies.

Er is bij betrokkene sprake van een complexe problematiek. Beïnvloeding van de problematiek door middel van behandeling is gedurende geruime tijd aangeboden, maar heeft niet tot voldoende resultaten kunnen leiden. Aangenomen mag worden dat de problematiek in de kern dan ook nog immer aanwezig is. Hieruit voortvloeiend en gesteund door de gestructureerde risicotaxatie, kan gesteld worden dat het delictgevaar nog immer aanwezig is, wat verlenging van de huidige maatregel noodzakelijk maakt.

Er is bij betrokkene sprake van een complex aan stoornissen. Behandeling hiervan is in het verleden niet succesvol gebleken. Binnen de huidige situatie zijn de omstandigheden dusdanig aangepast dat betrokkene relatief stabiel kan functioneren. Op geleide van betrokkenes psychische conditie en stabiliteit, kan mogelijk op termijn onderzocht worden welke invloed een toename van vrijheden en een afname aan zorg heeft.

Gelet op de ernst en complexiteit van de stoornissen waaraan betrokkene lijdende is;

gezien de tot op heden gebleken onbehandelbaarheid van deze problematiek;

overwegende de directe samenhang die bestaat tussen enerzijds de stoornissen en anderzijds het risico op herhaling van gewelddadig gedrag;

In aanmerking nemend dat er zich op korte termijn geen wijzigingen in betrokkenes situatie zullen voordoen; adviseren wij u de maatregel van terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van twee jaar.”

In voornoemd advies van de psycholoog I. van Asselt is onder meer het navolgende gesteld:

“Betrokkene is lijdende aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van een bipolaire II stoornis en een ongedifferentieerde somatoforme stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een ernstige narcistische persoonlijkheidsstoornis met theatrale trekken. Er kan gesproken worden van complexe co morbiditeit (tegelijkertijd optreden van stoornissen) waardoor betrokkene dubbel belast is. De onderhavige diagnostiek onderschrijft de diagnostische conclusies van de kliniek die gebaseerd is op een onderzoek dat volledig en ‘state of the art’ is. Uit het afgenomen gestructureerde risicotaxatie instrument komt de globale inschatting naar voren dat het risico op recidive van ernstig gewelddadig gedrag op korte termijn in het huidige kader van de TBS laag is. Zonder het kader van de TBS wordt het recidiverisico van ernstig gewelddadig gedrag op korte termijn als matig ingeschat en op lange termijn als hoog ingeschat. Bij afname van zorg en structuur zal, met name op langere termijn, het delictgevaar gaan

spelen wanneer betrokkene een relatie aangaat. Zonder externe structuur zal betrokkene zeer impulsief zijn in het aangaan van relaties waarin hij zich grensoverschrijdend op zal stellen. Betrokkene beschikt over onvoldoende vaardigheden om met sociaal-maatschappelijk en relationele eisen om te gaan, waarbij hij al snel aan zal lopen tegen krenkingen en frustraties. Binnen relaties zullen conflicten vroeg of laat opspelen, met name wanneer het betrokkene ontbreekt aan aandacht en hij zich gekrenkt en afgewezen voelt, zal het gevaar of ernstig gewelddadig gedrag hoog zijn. Bij betrokkene is probleeminzicht afwezig, hij overschat zichzelf en ziet geen nut in behandeling of begeleiding waardoor hij zelf niet op adequate wijze hulp in zal schakelen en zich niet aan eventuele afspraken zal houden. Ook is de kans zeer groot dat betrokkene op den duur geen noodzaak meer inziet van medicatiegebruik, waarmee zijn toestandsbeeld zal destabiliseren en de kans op depressieve en hypomane episoden met de daarbij gebrekkige zelfcontrole toe zal nemen.

De onderhavige risicoprognose onderschrijft de risico-inschatting van de kliniek die gebaseerd is op een onderzoek dat volledig en ‘state of the art’ is. Op basis van de Zorgzwaarte Checklijst komt naar voren dat er bij betrokkene op basis van de dubbele diagnose persoonlijkheidsproblematiek in combinatie met bipolaire stoornis sprake is van een gemiddeld tot hoge zorgzwaarte. Dit komt overeen met de door de kliniek ingeschatte zorgzwaarte en beveiligingsniveau. Op basis van de Risicomanagement Checklijst komt naar voren dat de belangrijkste risicofactoren bij betrokkene zijn: impulsiviteit, zelfoverschatting, krenkbaarheid, gebrekkige frustratietolerantie, ontbreken van empathie, ontbreken van ziektebesef en zelfinzicht, gebrekkige copingvaardigheden en agressieregulatieproblematiek. Binnen de huidige intensieve zorgstructuur en het risicomanagement van de kliniek worden bovenstaande risicofactoren voldoende gehanteerd en lijkt er qua delictgevaarlijkheid geen verhoogd risico te bestaan. De vluchtgevaarlijkheid wordt als laag ingeschat.

Geadviseerd wordt om de maatregel terbeschikkingsstelling te verlengen met twee jaar. Geadviseerd wordt om de dwangverpleging te continueren. Betrokkene blijft naar mening van ondergetekende vooralsnog aangewezen op de zorg en structuur van de huidige longstay plaatsing.”

In voornoemd advies van de psychiater L.H.W.M. Kaiser is onder meer het navolgende gesteld:

“Er is sprake van een bipolaire stemmingsstoomis met vooral depressieve periodes. Er is als hoofddiagnose bij betrokkene sprake van een gemengde persoonlijkheidsstoornis met narcistische, theatrale en antisociale trekken. De diagnostiek van de kliniek komt overeen met die van onderzoeker. Zoals aangegeven in de forensische overwegingen is de kans op herhaling van een geweldsdelict in een relatie hoog als betrokkene zonder tbs kader zou zijn. De kans dat hij weer een relatie aangaat is hoog daar hij dat nu reeds van plan is. De risicotaxatie van de kliniek komt er mee overeen en geeft dezelfde delictfactoren aan als onderzoeker in de risicotaxatie. De kliniek biedt een op zijn welbevinden gerichte benadering en niet zozeer gericht op verandering van zijn persoonlijkheid. Tevens krijgt hij behandeling voor zijn bipolaire stemmingsstoornis. De kliniek is het er mee eens dat betrokkene binnen de longstay moet blijven en in die zin houdt zij maximaal rekening met mogelijk recidivegevaar. De kliniek wil de onderliggende persoonlijkheidsstoornis wel behandelen als de bipolaire stemmingsstoornis gestabiliseerd is. Ingeschat is de kans klein dat de bipolaire stoornis niet meer zo op de voorgrond staat de komende jaren terwijl die wel behandeling vergt.

Op grond van bovenstaande rapportage acht onderzoeker voortzetting van de terbeschikkingstelling aangewezen. Verlenging van de tbs voor een termijn van twee jaar is wenselijk om voor betrokkene de huidige situatie te bestendigen. Gezien het recidivegevaar in combinatie met de problematiek is het niet verantwoord de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen. Hij heeft naast de beveiligde woonsituatie met name zorg nodig in de contacten met anderen en voor zijn persoonlijkheidsproblematiek. Er is ook tamelijk veel somatische zorg en toezicht nodig. Betrokkene heeft veel klachten. De behoefte aan zorg schat onderzoeker als matig tot hoog in mede gezien zijn somatische toestand en de behandeling van zijn stemmingsstoornis. Hij neemt zelf weinig verantwoordelijkheid voor zijn problematiek zodat de verwachting is dat hij deze mate van zorg en beveiliging nodig blijft houden de komende jaren. Er zou wel met hem toegewerkt kunnen worden naar meer vrijheid en het is mogelijk dat hij in de loop der jaren milder wordt en naar een long care voorziening kan. Onderzoeker acht voortzetten van zijn huidige woon- en zorgsituatie op de longstay belangrijk vanwege zijn kwaliteit van leven en het recidivegevaar. Hij heeft dit zorgkader nodig. Hij is nu nog niet toe aan een longcare voorziening maar onderzoeker verwacht wel dat daar naar toe gewerkt kan worden en dat hij dat niveau kan halen door langer durend op de huidige wijze rehabilitatie te bieden. Voortzetten van zijn verblijf in de longstay afdeling is geïndiceerd.”

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Het gaat goed met mij. Ik ben kunstenaar. Ik maak beelden en schilderijen. Ik heb niet te klagen in Zeeland, maar buiten is het beter. Als ik verlof heb, ga ik boodschappen doen. Ik vind dat er te weinig verlof is. Het doet mij goed als een normaal staatsburger rond te kunnen lopen. Als ik weer terug moet naar de kliniek krijg ik een brok in de keel. Het afgelopen jaar is er niets gedaan met mij. Dat is een verloren jaar geweest. Dat vind ik jammer. Het had ook anders kunnen gaan door mij meer vrijheden te geven het afgelopen jaar. Ik wil meer vrijheden, langer verlof en onbegeleid verlof. Ik wil graag dat er een einde komt aan de terbeschikkingstelling. Ik wil een terbeschikkingstelling met voorwaarden van toezicht van de reclassering en het maatschappelijk werk. Ik ben niet gevaarlijk. Ik heb veel geleerd in al die jaren. Dit is een lijdensweg voor mij. Ik wil nog iets van mijn leven maken. Ik vind dat ik na al die jaren recht op vrijheid heb. Ik zou graag een lat-relatie willen met een vrouw. Ik kan garanderen dat het niet meer fout gaat.

De getuige-deskundige S. Gaab, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Voor de terbeschikkinggestelde geldt de verlofmachtiging tot maart 2013. Daarna moeten we weer verder kijken. Er zijn veel onduidelijkheden. De burgemeester wil in het algemeen geen onbegeleid verlof. Het is afwachten hoe het gaat worden in de toekomst. De kliniek heeft geadviseerd de longstaystatus te handhaven. Op termijn kan worden gedacht aan een longcaretraject. Er moet dan echter meer stabilisatie zijn. Er vindt wel een behandeling plaats en er vinden gesprekken plaats. Er is een prothese om hem gebouwd, wat maakt dat hij kan functioneren. Die prothese om hem heen kan langzaam iets losgelaten worden. We hebben eerst aandacht besteed aan het verder stabiliseren. Wat er ontbreekt aan het verhaal van de terbeschikkinggestelde hier op zitting is wat hij wel kan en wat hij niet kan. Het ziektebesef is beperkt aanwezig. De terbeschikkinggestelde heeft een andere kijk op zijn functioneren dan wij hebben. Daar zit het gat. Wij doen ons best het gat te dichten. De verandering zal bij [terbeschikkinggestelde] zelf moeten plaatsvinden. De kliniek adviseert een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar. Dat heeft de kliniek de vorige keer ook geadviseerd. De verandering binnen het traject is niet binnen één jaar te realiseren.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij een verlenging met twee jaar. Er is sprake van een complexe problematiek. Deze problematiek is tot op heden onbehandelbaar gebleken. Het is niet realistisch om te veronderstellen dat binnen een termijn van twee jaar aan de terbeschikkingstelling een eind kan komen. De terbeschikkinggestelde heeft uitgelegd waarom hij een andere kijk heeft op het advies. Ik begrijp dat het best moeilijk is een verlenging met twee jaar te accepteren. Een verlenging met één jaar heeft als nadeel dat de indruk bij de terbeschikkinggestelde kan ontstaan dat het zo langzamerhand is afgelopen met de terbeschikkingstelling. Ik vind het belangrijk dat er duidelijkheid wordt gegeven door een verlenging met twee jaar.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Cliënt had een blanco documentatie en er is sprake van een delict dat slechts mogelijk was en werd gemaakt binnen de toenmalige relatie van cliënt in combinatie met diens psychiatrische problematiek. De rapportages geven aan dat er eigenlijk geen sprake is van een recidivegevaar in algemene zin, doch slechts dan wanneer cliënt binnen een relatie met soortgelijke problematiek als destijds ten tijde van het plegen van het delict wordt geconfronteerd. Primair verzoekt cliënt te opteren voor een terbeschikkingstelling met voorwaarden in plaats van terbeschikkingstelling met dwangverpleging, waarbij de zaak zou kunnen worden aangehouden teneinde de reclassering te laten rapporteren en een plan van aanpak te laten opstellen. Subsidiair acht ik een herbeoordeling door de rechtbank binnen één jaar noodzakelijk, met de achterliggende gedachte dat cliënt dan in plaats van in een longstay kader binnen afzienbare tijd in een longcare kader kan worden geplaatst. Het verzoek tot beëindiging van de maatregel van terbeschikkingstelling is weliswaar in de pleitnota vermeld, maar wordt ingetrokken.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de getuige-deskundige S. Gaab en de inhoud van de rapporten van respectievelijk de psycholoog I. van Asselt en de psychiater L.H.W.M. Kaiser, voor zover hiervoor weergegeven.

De raadsman heeft primair verzocht te kiezen voor een terbeschikkingstelling met voorwaarden en de behandeling van de zaak aan te houden voor een plan van aanpak.

De rechtbank wijst dit verzoek af.

De rechtbank ziet, gezien de rapportages van de kliniek waar betrokkene verblijft, de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting van de getuige-deskundige en de rapportages van de psycholoog I. van Asselt en de psychiater L.H.W.M. Kaiser, thans geen aanleiding een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te overwegen. Uit de rapportages blijkt dat gezien het recidivegevaar in combinatie met de problematiek van de terbeschikkinggestelde het niet verantwoord is de dwangverpleging op dit moment voorwaardelijk te beëindigen.

Gelet op het vorenstaande, gezien de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

Zowel de kliniek waar betrokkene verblijft, als de twee niet aan de kliniek verbonden gedragsdeskundigen adviseren een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.

De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een complexe problematiek die tot op heden onbehandelbaar is gebleken. Er is sprake van een longstaystatus en de verwachting is dat zich op korte termijn geen wijzigingen in de situatie van betrokkene zullen voordoen. Niet valt te verwachten dat binnen een jaar gronden aanwezig zijn die (voorwaardelijke) beëindiging van de terbeschikkingstelling rechtvaardigen. Een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar zou bij betrokkene de verwachting kunnen wekken dat dit wel het geval zou kunnen zijn.

Gelet op de complexe problematiek en het onverminderd aanwezige delictgevaar is de rechtbank van oordeel dat verlenging met een termijn van 2 jaar is geïndiceerd.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, voorzitter,

mr. A.M. Kooijmans-de Kort en mr. M.L.W.M. Viering, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 juni 2012.

Mr. Rijlaarsdam is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.